Home

Nieuwe kunstster Sandra Mujinga stelt 55 geesten tentoon in Stedelijk: ‘Huilen is één van de waardigste dingen’

Sandra Mujinga De Congolees-Noorse kunstenaar Sandra Mujinga, een rijzende ster in de internationale kunstwereld, heeft in het Stedelijk Museum Amsterdam een installatie gemaakt. Een gesprek over rouw, verlies en tijdreizen. „Ik houd board-meetings met vroegere versies van mezelf.”

Sandra Mujinga: „Uiteindelijk is het mijn doel om zo vrij mogelijk te zijn.” Foto Thando Sikawuti

We beginnen maar meteen over dode moeders. Daarnet namelijk, een kleine drie kwartier voor aanvang van het gesprek dat ik voer met de Congolees-Noorse kunstenaar Sandra Mujinga op de bovenste verdieping van het Stedelijk Museum in Amsterdam, voelde ik in de grote ondergrondse expositieruimte van het museum plotseling de aanwezigheid van mijn nog niet zo lang geleden overleden moeder. Daar streek ze neer, mijn ingewikkelde moeder, onzichtbaar maar voelbaar tussen de 55 geestbeelden die Mujinga in de museumkelder heeft opgesteld.

Mujinga’s beelden – liever gezegd: wezens – worden ondergedompeld in een langzaam verschietend, groen licht: als een kunstmatige zon die opkomt en ondergaat, steeds opnieuw en even traag. Geluid kruipt tevoorschijn uit de muren en het plafond – er ontstaat een polyfone, meditatieve klaagzang. Wie zijn deze geesten van dikke wol die allemaal op elkaar lijken maar toch zo ver van elkaar afstaan? Waarom hebben ze geen voor- en achterkant? Waarom geen oren, geen ogen, geen neus, geen mond, maar wel tentakels en voeten die als plasjes stof in cirkels op de vloer lijken te drijven? Wat zeggen ze?

Zaaloverzicht Sandra Mujinga, ‘Skin to Skin’, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025.

En toen ik goed luisterde en keek, was daar ineens mijn moeder – onstoffelijk, ingewikkeld en verdrietig.

Mujinga zegt dat ze het „ontroerend” vindt dat mijn dode moeder tevoorschijn kwam in haar nieuwste en tot nu toe grootste installatie Skin to Skin. „Ik geloof niet in lineaire tijd”, zegt ze, „dat eerst het ene komt en daarna het andere. Tijdens mijn werk denk ik vaak in parallelle tijdlijnen. Hoe kan ik iets maken dat zowel diep verbonden is met het verleden als met de toekomst? Hoe kan mijn werk functioneren als een portaal, waarmee je door de tijd heen en weer kan reizen?”

En soms werkt dat dus gewoon.

Walvis

Skin to skin is de nieuwste installatie van de nog best jonge Mujinga, geboren in 1989 in Congo en op haar tweede met haar moeder verhuisd naar Noorwegen. Sinds ze in 2021 in Duitsland de Preis der Nationalgalerie won – een prijs zonder geld maar met een enorme status en met voorgangers als Anne Imhof en Pauline Curnier Jardin – is het snel gegaan met exposities en residenties op belangrijke plekken over de hele wereld.

CV Sandra Mujinga

Sandra Mujinga (Goma – Democratische Republiek Congo, 1989) woont en werkt in Oslo en deels in Berlijn.

2021: Preis der Nationalgalerie

2022: Biënnale van Venetië – Milk of Dreams.

Solotentoonstellingen:

Kunsthalle Basel (Time as a Shield, 2024)

Hamburger Bahnhof (BMSWR: I Build My Skin With Rocks, 2022).

Mujinga is ook dj en componist. Bij haar tentoonstelling in Basel liet ze eigen muziek horen.

Wie Mujinga’s gigantische ‘wachters’ heeft gezien, in 2022 op de Biënnale van Venetië, of de zingende ‘geestbomen’ die ze vorig jaar op een omvangrijke solo in de Kunsthalle Basel presenteerde, herkent het artificiële groene licht van Skin to Skin. En ook de omvang van haar wezens is zelden bescheiden. Vaak zijn ze meer dan drie meter hoog. Haar favoriete dieren, zo benadrukt ze, zijn ook allemaal groot: de olifant, de gorilla maar vooral de walvis, het dier waarover ze in een kunstenaarsmanifest in 2022 schrijft: „Ik lijk op een walvis. Ik verschijn, ik duik diep onder om dan opnieuw te verschijnen.”

Skin to Skin verschilt van het vroegere werk. De installatie bestaat, anders dan bijvoorbeeld de presentatie in Venetië of die in Bazel, niet uit verschillend vormgegeven wezens. De installatie omvat zachte, stille en letterlijk identieke getuigen van dingen die zijn, waren en misschien gaan komen.

Mujinga en haar werk zijn ingebed in het afrofuturisme, een culturele stroming die alternatieve vertellingen voorstelt van de geschiedenis en cultuur van het Afrikaanse continent door middel van sciencefiction, oral history, mythologische vertellingen en techniek. De kosmische kunstenaar en musicus Sun-Ra (1914-1993) is een groot voorbeeld voor haar, al sinds de kunstacademie in Oslo. Daarna komen er anderen, niet alleen kunstenaars maar ook schrijvers.

Tijdens ons gesprek buitelen de namen losjes over elkaar heen, maar dat is niet omdat Mujinga graag op een omgevallen boekenkast lijkt. Schrijvers als Naomi Klein (over dubbelgangers), Peggy Phelan (over de politiek van performances), Audrey Lorde, bell hooks (over liefde), Alexis Pauline Gumbs (over zwart feminisme, moederschap en futurisme), Édouard Glissant (over het recht op onzichtbaarheid) en Octavia E. Butler (met haar in de tijd reizende romanfiguren) geven haar leven richting, haar gedachten vaste grond. Bij elk werk van haar dat ze noemt in ons gesprek, raakt ze vaak even haar inspiratiebronnen aan. Als eerbetoon. Want: ze is niet de eerste met deze ideeën. Ze bouwt voort.

„Ik kom niet uit een kunstfamilie”, zegt ze. „Mijn moeder was wel creatief en moedigde me aan om te tekenen en te naaien. Ik wilde na de middelbare school Mode gaan doen of Architectuur. Iets praktisch, waar ik mijn geld mee kon verdienen. Maar ik werd overal afgewezen. De kunstacademie was mijn laatste toevluchtsoord. Ik herinner me dat ik naar het Vigelandpark ging [een beeldenpark in Oslo waar de Noorse beeldhouwer Gustav Vigeland in de eerste helft van de 20ste eeuw meer dan tweehonderd beelden plaatste van menselijke emoties]. Ik besefte voor het eerst dat die beelden door een mens waren gemaakt. Ik dacht altijd aan kunst als bergen. Ik had geen idee hoe kunst ontstond.”

‘Dromertje’

Als zwarte, zoekende jonge vrouw in Noorwegen had ze „een enorme drang om zichtbaar te worden”, zegt ze. Dat heeft ze bereikt met haar internationale succes. Maar in zichtbaarheid zit ook iets „gewelddadigs”. „Mensen maken vanwege het succes oppervlakkige stereotypes van me. Mensen eigenen zich mij toe, plakken labels op me.” Raar genoeg kan die „hyperzichtbaarheid” ook bevrijdend zijn. „In zichtbaarheid kun je lang onzichtbaar blijven.”

In Skin to Skin verbeeldt Mujinga dat idee door één beeld 55 keer te vermenigvuldigen. Dat aantal lijkt bovendien groter door het uitgekiende gebruik van spiegelende sokkels en wanden. „Elk wezen in Skin to Skin is zichtbaar van alle kanten. Maar toch is er zoveel om naar te gissen. Wie weet wat voor wezens dit zijn? Zijn ze alleen? Horen ze bij elkaar? Vormen ze een groot organisme, een ondergronds netwerk? En welke naam geven we daaraan?”

Juist voor deze gekloonde dubbelgangers, zoals de wezens in Skin to Skin, koestert ze „een irrationale angst”. „Ik ben altijd bang dat iemand kan opduiken en mijn leven overneemt. Dat mijn naasten niet zullen merken dat ík niet meer ík ben, dat iemand anders mijn plaats heeft ingenomen.” „Soms sta ik voor de spiegel gekke bekken te trekken. Ik kan me dan ineens ongemakkelijk voelen – bang dat de spiegel reageert. Soms sta ik met een glimlach voor de spiegel en herken plotseling de glimlach van mijn moeder, lang geleden. Dan voel ik dat de spiegel als een portaal functioneert naar het verleden.”

Mujinga’s moeder stierf op haar vijftiende. Haar vader op haar zeventiende. Hoe ouder ze wordt, vertelt ze, hoe meer ze beseft dat er geen andere weg voor haar was dan die van de kunst. „Toen ik jonger was, was ik erg dromerig. Dromen was voor mij een manier om de wereld te begrijpen. Mijn moeder was bezorgd: ‘Oh Sandra, je bent zo’n dromertje’, zei ze dan. Mijn opstellen op school waren explosief en associatief. Ik breide overal verhalen omheen. Nu denk ik weleens: kunst is mijn langste partner.”

Sandra Mujinga, ‘Spectral Keepers’, 2020. Beeld van de kunstenaar en The Approach, London;

„Verdriet en rouw: ja, die functioneren het sterkst als portaal. Daarom gebruik ik vaak trauma in mijn werk, omdat ik het zie als een middel om door de tijd te reizen. Hoe vreemd is het dat je als mens reageert op een manier die voortkomt uit iets dat lang geleden plaatsvond. In die zin zijn we allemaal tijdreizigers.

„Nu ik ouder word en terugkijk, realiseer ik me dat ik niet per se heel goed was in het voelen van dingen. Ik dácht dat ik er goed in was. Maar wat ik deed was: ik classificeerde mijn gevoelens. Als ik verdrietig was, wilde ik zo snel mogelijk van dat gevoel af en weer door. De laatste jaren probeer ik me juist van angsten en verdriet bewust te worden, via mediatie en journalling – ik schrijf bijna dagelijks op wat mijn gedachten zijn, waar ik mee zit, waar ik bang voor ben, de rommeligheid van relaties en gesprekken. Ik probeer die angst onder ogen te zien.”

Self-care

Dat doet ze door „board-meetings” met versies van zichzelf te houden. „Als ik mediteer, praat ik met Sandra op haar vierde, Sandra op haar elfde, Sandra op haar 25ste. Ik ontmoet al die versies en vraag ze wat ze nodig hebben. Ik vraag ook advies aan ze. De vierjarige Sandra adviseert me heel weinig. Zij is een machtige heks. Ze creëert vooral chaos – en ik moet oppassen dat ze mijn autosleutels niet steelt.”

In haar manifest uit 2022 benadrukt Mujinga het belang van self-care, ook in de kunst. „De kunstwereld kan een harde wereld zijn. Self-care wordt door veel mensen geïnterpreteerd als narcisme, isolationisme of vervreemding. Voor mij gaat self-care over het vormen van een gemeenschap en mezelf daarin te waarderen. Sommige kunstenaars kijken naar oud werk van zichzelf en schamen zich. Ik kan naar mijn oude werk kijken en serieus dankbaar zijn, ook als het werk niet helemaal perfect is. Het maakt onderdeel uit van wie ik ben en misschien wel zal worden.

„Ik lees graag de Vietnamese romans van Ocean Vuong. Wat ik aan hem bewonder is zijn generositeit in het tonen van zijn eigen kwetsbaarheid. Soms huilt hij tijdens interviews. Dat vind ik een van de waardigste dingen om te doen. Het is prachtig hoe Vuong in real time ruimte geeft aan alle versies van zichzelf – niet alleen die van succesvolle schrijver. Daarom doe ik mijn meditatiepraktijk: ik wil serieus omgaan met mijn kwetsbaarheden en die ook onder ogen zien. Het is heel makkelijk voor jezelf kooien te maken, die gebaseerd zijn op verhalen die je voor jezelf over jezelf hebt bedacht. Ik probeer die kooien te vernietigen. Uiteindelijk is het mijn doel zo vrij mogelijk te zijn.”

Skin to Skin – een installatie van Sandra Mujinga opent op 13 september voor publiek in het Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 11 januari 2026. Voor het programma zie: www.stedelijk.nl

Source: NRC

Previous

Next