Theater In de voorstelling ‘NUL’ onderzoekt Dylan Nieuwland (30) het gevoel om als mbo-theatermaker altijd minder waard te lijken.
Jurjen Zeelen (links), Maartje Braakman en Dylan Nieuwland in de voorstelling ‘NUL’ van Dylan Nieuwland. Foto Bart Maat
In een kalme zijstraat van Leiden ligt Theater De Generator. Geen glanzend cultuurpaleis, maar een voormalige werkplaats die door kunstenaars is omgebouwd tot repetitieruimte en productiehuis. De houten vloer kraakt bij elke stap, de muren zijn witgekalkt en de tribune is eigenhandig in elkaar gezet. In een hoek staan stoelen opgestapeld, op de vloer liggen frikandelbroodjes en scripts met ezelsoren.
De Generator ademt het activistische, geëngageerde theater waar het bekend om staat: maatschappelijk, scherp, kleinschalig. Het is hier dat Dylan Nieuwland (30) repeteert aan zijn voorstelling NUL, die in dit Leidse huis wordt geproduceerd. Hij zoekt samen met twee acteurs en een technicus naar een vorm voor een voorstelling die de grenzen tussen persoonlijke angst, maatschappelijk commentaar en absurdisme aftast.
Nieuwland studeerde aan de MBO Theaterschool in Rotterdam. Hij herinnert zich hoe vanzelfsprekend het daar leek dat je moest doorstromen naar een hbo-opleiding om serieus genomen te worden. „Ik grapte altijd dat ik maar een ‘middelbaar kunstenaar’ was”, vertelt hij. „Maar het zat dieper: ik voelde me wel echt minder waard.”
Dat gevoel werd de kiem van NUL. De voorstelling onderzoekt waarde en waardeloosheid, en plaatst de maatschappelijke reflex om alles langs diploma’s, cv’s en titels te meten in een ander licht. „Waarom ben je pas kunstenaar als je een hbo-papiertje hebt? Dat klopt niet. Kunst moet voor iedereen toegankelijk zijn.”
Om die dynamiek zichtbaar te maken, nodigde hij bewust Jurjen Zeelen (28) en Maartje Braakman (26), twee hbo-opgeleide acteurs, uit. „Zij zijn mijn demonen”, zegt Nieuwland. „Zodra ik tijdens de repetities mijn onzekerheid over mijn mbo-achtergrond liet doorschemeren, grepen zij de kans om me te kleineren.”
De repetities waren daardoor intens: gesprekken uit de pauze doken later op in scènes. Soms werd het zo persoonlijk dat de spelers moesten afspreken: tot hier en niet verder. „Het is spannend om mee te doen aan een project dat zo persoonlijk is”, zegt Braakman. „Maar juist daardoor voelt het urgent. Het laat zien hoe diep die gevoelens van minderwaardigheid kunnen zitten.”
Het publiek zal straks meemaken hoe personages Dirk en Erica elkaar niet weten te bereiken, en hoe Dirk voortdurend struikelt over zijn onzekerheid. Ondertussen schelden ze Dylan, die zichzelf speelt als regisseur, uit voor „domme mbo’er” en proppen ze cake in zijn mond.
De absurditeit is bewust. „Door het groter te maken, laat je zien hoe absurd het systeem zelf is”, zegt Nieuwland. „We beginnen heel realistisch, maar langzaam schuift het naar iets bizars. Dat geeft lucht, en tegelijk blijft het dichtbij.”
De voorstelling eindigt met stilte. Het licht in de zaal gaat aan, de spelers zwijgen, ook het publiek blijft stil. Dan staat Nieuwland op, haalt water voor zijn acteurs en vervolgens voor de zaal. Pas daarna spreekt hij de laatste zin: ‘Zullen we opnieuw beginnen?’
Voor hem is dat de kern: teruggaan naar nul, naar een moment zonder prestatiedruk, zonder vergelijking. „Als ik nul bereik, kan ik dit moment echt ervaren”, zegt hij. „Niet steeds daarheen, hogerop, beter. Maar gewoon: hier zijn.”
Hij vergelijkt het met een metafoor uit therapie: gedachten zijn draken. Je kunt ze bevechten, of je blust ze met een emmertje water. „Dat emmertje water, dat is nul.”
Na zijn mbo-opleiding probeerde Nieuwland nog kort een hbo-regieopleiding. Hij stuurde een halfslachtig portfolio in en werd afgewezen. „Ik dacht toen: ik ben 25, ik ben te oud, dit gaat hem niet worden. Achteraf ben ik blij dat ik niet ben doorgegaan. Anders had ik dit nooit kunnen maken.”
De weg daarna was moeilijk. Zonder hbo-netwerk moest hij zijn eigen route uitstippelen. „Maar het dwong me ook trouw te zijn aan mijn eigen keuzes.” Of NUL echt verandering kan brengen, weet Nieuwland niet. Maar hij hoopt dat het publiek even stilstaat. „Misschien lopen mensen na afloop naar buiten en denken: ik hoef mezelf niet constant te meten. Ik ben al genoeg.”
Dat NUL niet alleen in Leiden te zien is maar straks ook door het land reist, is te danken aan Oproer, een tourcircuit dat ruimte biedt aan makers buiten de gevestigde orde.
Oproer is een nieuw initiatief van acht productiehuizen. Na een test vorig jaar, gaat het project dit seizoen serieus van start. Met als deelnemers Likeminds, Podium Bloos, Werkplaats Walhalla, Karavaan, VIA ZUID, Theater de Generator, De Nieuwe Oost, Grand Theatre en Explore the North. Jaarlijks selecteert Oproer een nieuwe lichting makers en verspreidt hun werk langs kleine en middelgrote podia.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC