Het gebied net buiten mijn lokale supermarkt is er een waar veel complexe sociale situaties ontstaan. Dat komt doordat er zeer diverse groepen samenkomen die allemaal veel uitstralen, en veel willen van hun medemens.
Ten eerste is er het conglomeraat mensen dat om geld vraagt, of het nu is in bedelende vorm of omdat ze een krantje verkopen dat geld moet opleveren. Ten tweede zitten en staan er veel ouderen rondom de supermarkt, die daar samenkomen om mensen dwingend te groeten vanaf hun scootmobiel, of op andere manieren gesprekken proberen te voeren met mensen die dat al dan niet willen. En dan heb je nog de pubers, die voor de winkel energiedrank en chips nuttigen en ondertussen onheilspellend en hard lachen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Op al deze menstypen oefent de supermarkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Vaak staan er mensen uit deze groepen net heel dicht bij je fiets als je, na een lange dag, twee zakken kattengrit en twee tassen boodschappen in je krat wil laden.
Ik kwam de winkel uit met twee volle tassen en zag dat representanten van twee van de groepen zich om mijn fiets hadden opgesteld. Er was een zeer oude man en er was een groep pubers met fatbikes, en ze waren in gesprek. Ik manoeuvreerde me ertussen met mijn tassen, maar niemand maakte aanstalten om me ruimte te geven.
De oude man had gezien dat een puber een blikje op de grond had gegooid en hij vroeg de puber het in een vuilnisbak te gooien die 10 centimeter verderop stond. De puber zei wat een puber moest zeggen: ‘Dat ga ik zo wel doen.’
Ineens begon een van de pubermeiden van de groep tegen de man te schreeuwen: ‘Wat hebt u een mooie vrouw! Wat hebt u een mooie vrouw!’ Ik keek om me heen en begreep pas na een paar seconden dat ze het over mij had. Dit was een schoolvoorbeeld van het beledigende compliment. Mooie vrouw, oké leuk, maar ze dacht dus dat ik de vrouw was van een man die minstens 80 was, en in dat kader mooi.
‘Ik ben wel iets jonger dan die meneer’, beet ik de pubermeid toe – de oude man was al verder geschuifeld. ‘Oooooo!’, gilde het meisje. ‘Oooooo!’ En ze begon me hard uit te lachen. De andere pubers begonnen nu over me te praten, waar ik bij stond.
‘Hoe denk je dat ze heet?’, vroeg er een. ‘Angelique’, zei een ander.
Ik besloot het enige te doen wat je in die situatie kunt doen om de restanten van je zwaar aangetaste waardigheid te behouden: ik fietste zwijgend weg.
‘Ik hou wel van die vibe!’, gilde de meid me na. Dit vatte ik op als compliment.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant