De wietlucht van de legale teler Canadelaar verspreidt zich kilometers ver in de polders van het Zuid-Hollandse Hellevoetsluis. Het bedrijf teelt in oude tomatenkassen en dat is weliswaar duurzamer dan binnenteelt met kunstlicht, maar leidt ook tot veel klachten van buurtbewoners.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Wanneer de noordwestenwind aantrekt, houdt de 82-jarige Lein Brasser zijn ramen potdicht. ‘Dan stinkt het hier de moord’, zegt de oud-spruitenboer, terwijl hij vanuit zijn deuropening uitkijkt over de uitgestrekte polders van Hellevoetsluis, op het Zuid-Hollandse eiland Voorne. Het lijkt een droomplek: een vrijstaand huis, stilte, groen. Maar Brasser schudt zijn hoofd. ‘Je denkt dat je hier leuk woont, maar je zou het verdommen.’
Hij wijst naar de boosdoener, een paar honderd meter verderop. Daar glanzen de kassen van Canadelaar, deelnemer aan het Experiment Gesloten Coffeeshopketen en voor zover bekend de grootste legale wietkwekerij van de Europese Unie.
Afgelopen april ging het wietexperiment, na een lange aanloopfase, definitief van start. Dat markeerde in tien gemeenten (Almere, Arnhem, Breda, Groningen, Heerlen, Voorne aan Zee, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zaanstad) het einde van decennialang Nederlandse gedoogbeleid. Al die tijd konden gebruikers legaal cannabis kopen bij coffeeshops, maar de levering vond illegaal plaats via de achterdeur – de teelt van hasj en wiet was immers niet toegestaan.
Achter het glas van de voormalige tomatenkassen van Canadelaar groeien op 5 hectare grond zo’n 180 duizend planten, die niet alleen rookbare toppen (wiet) produceren maar ook een doordringende zoetige geur verspreiden. Ook andere legale telers hebben weleens last van geurklachten, maar nergens is de overlast zo hardnekkig als hier.
Sinds 2023 kwamen er bij de Milieudienst Rijnmond (DCMR) zo’n 2.100 klachten binnen, afkomstig van driehonderd verschillende adressen – en dat is enorm veel. Op slechte dagen drijft de weeïge wietlucht helemaal door naar omliggende dorpen als Nieuwenhoorn, Tinte, Brielle, Vierpolders en Heenvliet.
‘Als die zooi in bloei staat, ruik je het overal’, foetert Brasser. Afgelopen week bleef hij binnen, ‘het was niet uit te houden.’ Het is niet alleen de stank die hem dwars zit. Brasser vreest ook voor zijn vermogen. ‘Mijn spulletje hier kan zomaar ineens drie ton minder waard zijn geworden. Een huis in de buurt ging van 1,1 miljoen uiteindelijk weg voor acht ton. Reken maar uit.’
De gemeente Voorne aan Zee legde Canadelaar eerder harde deadlines op: als de overlast niet voor september zou zijn verdwenen, dreigden boetes van een half miljoen tot 2 miljoen euro per week. Volgens Canadelaar zou dat neerkomen op ‘verkapte sluiting’. Het bedrijf vocht de dwangsommen aan. Donderdag besloot de rechtbank meer tijd nodig te hebben voor een definitief oordeel. En zo blijft de toekomst van de wietteler op de vlaktes van Hellevoetsluis voorlopig onzeker.
Canadelaar-directeur Max Schreder – een keurige Duitser met bril die je evengoed in een collegezaal zou kunnen aantreffen – heeft zijn handen vol aan de wietlucht die de omgeving teistert. ‘Bij cannabis beginnen omwonenden wel heel snel te klagen’, zegt hij, terwijl hij de deuren van zijn bedrijf openzwaait.
Binnen in de vochtige kassen zijn honderdzestig werknemers, van allerlei nationaliteiten, druk in de weer. In hun witte overalls knippen ze stengels, controleren de oogst en verpakken het product. Zo ver het oog reikt zijn geurige wietplanten te zien, met groen-oranje toppen die – van dichtbij bezien – licht glinsteren van de werkzame thc-kristallen. Het blijft een bijzonder beeld: een paar jaar geleden zou een legale wietplantage van deze omvang in Nederland ondenkbaar zijn geweest.
Schreder, die zes jaar geleden de overstap maakte van de alcoholbranche naar de cannabiswereld, vermoedt dat de geur van wiet nog altijd met criminaliteit wordt geassocieerd. Dat verklaart volgens hem ook de stortvloed aan klachten. ‘Sommige buren hebben de overlast tot het middelpunt van hun leven gemaakt.’
Een paar akkers verderop, tussen de geur van pas uitgereden drijfmest, klinkt instemmend gemor. Een 27-jarige boer, die liever anoniem blijft, vindt de ophef zwaar overdreven. ‘Geuren horen bij de polder. Bij ons stinkt het naar stront, bij hem naar wiet. Tuurlijk, het is een klotelucht, maar ik vind het ook een hoop gemekker. Je woont hier op het platteland om je brood te verdienen, of niet soms?’
Toch wil Canadelaar-directeur Schreder de kritiek niet volledig van zich afschudden. ‘Begrijp me goed: het is de bedoeling dat de overlast stopt. We willen niet dat de buren last van ons hebben, en al helemaal niet dat we ermee in de pers komen. We hebben al zo’n drie miljoen euro geïnvesteerd in oplossingen, en we blijven daarmee doorgaan tot het probleem is verdwenen.’
Hij wijst naar een bonkige werknemer die op een buisrailwagen een nieuwe ventilator aan het plafond bevestigt. ‘Daar hangen er nu tweehonderd van. We hebben veel geld gestoken in luchtfiltersystemen.’ Daarnaast bracht Canadelaar het aantal planten terug van 250 duizend naar 180 duizend, bouwde het aparte ruimten voor het toppen en riep het de hulp in van ingenieursbureau Peutz. Zij concludeerden dat een definitieve oplossing nog tientallen miljoenen euro’s extra kan kosten.
Dat Canadelaar het geld heeft, maakt de uitkomst niet minder onzeker. Canadelaar is samen met Aardachtig uit Almere het enige bedrijf uit het wietexperiment dat wiet verbouwt in kassen. ‘Wij verbouwen hier zongekweekte, organische wiet’, zegt Schreder, terwijl hij een rupsje uit een wiettop plukt en wegslingert. ‘Wij gebruiken ook alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen.’ De rest van de tien legale kwekers teelt in klimaatcellen, afgesloten ruimten vol kunstlicht.
Schreder noemt de keuze voor glas logisch vanuit het oogpunt van energieverbruik. In de Verenigde Staten, waar betrouwbare cijfers zijn te vinden, bleek dat wietteelt in kassen inderdaad bijna twee keer minder vervuilend is dan binnenteelt met kunstlicht – 2,5 gram CO₂-uitstoot per gram cannabis, tegenover 4,5 gram CO₂. Maar in de zomer moeten wel de ramen open. ‘Anders kook ik mijn planten levend.’
Burgemeester Arno Scheepers (VVD) van de gemeente Voorne aan Zee, waar Hellevoetsluis onder valt, reageert telefonisch dat hij ‘bijna elke dag’ met de kwestie in de weer is. ‘De leefbaarheid wordt onevenredig aangetast. Mensen komen niet buiten en durven hun was niet buiten te hangen, omdat ze anders ’s ochtends op hun werk te horen krijgen: heb jij een joint gerookt? De geur is echt invasief.’
Dat de ecologische voetafdruk van wietteelt in kassen kleiner is, doet hem weinig. ‘Hartstikke mooi, maar daar kopen de omwonenden niets voor. Of je nou tomaten kweekt, cannabis of chemische stoffen produceert: je moet ervoor zorgen dat de buurt geen overlast heeft.’ Scheepers erkent dat Canadelaar forse investeringen heeft gedaan, maar vraagt zich af of het probleem oplosbaar is. ‘Mogelijk is de conclusie van dit experiment: cannabis verbouwen in kassen werkt simpelweg niet.’
Volgens hem hebben de ministeries van Justitie en van Volksgezondheid bij het optuigen van het wietexperiment aan veel gedacht, maar niet aan geur. ‘We hebben in Nederland uitgebreide regels voor stankoverlast, maar niet voor cannabis.’ Samen met milieudienst DCMR stelde de gemeente zelf regels op. Maar die regels, die er bij de aankondiging van het experiment nog niet waren, betwist Canadelaar nu in de rechtbank.
Scheepers is teleurgesteld over hoe in politiek Den Haag op zijn zorgen is gereageerd. ‘Diplomatiek gezegd: ik heb een gebrek aan empathie en steun ervaren. Er is geen enkele handreiking geweest van: goh, we gaan jullie helpen om dit op te lossen, we gaan in regelgeving voorzien of we gaan de kosten voor juridische procedures vergoeden. Niets.’
Dat bewindspersonen als David van Weel (voormalig minister van justitie) en Vincent Karremans (voormalig staatssecretaris jeugd, preventie en sport) voortijdig hun post verlieten, heeft volgens de burgemeester ‘ook niet geholpen’.
Canadelaar-directeur Schreder hoopt niet dat de heisa rond de geuroverlast tegenstanders van regulering in de kaart speelt, zegt hij terug in zijn prefab-kantoor. Het experiment, stelt hij, is te belangrijk om te laten sneuvelen. ‘Wat gebeurt er als je het stopzet? Dan moeten coffeeshops weer bij criminelen inkopen. Dan verdwijnen legale bedrijven die hun product duurzaam, schoon en gecontroleerd leveren, en sturen we het geld linea recta terug de onderwereld in.’
Volgens hem is het draagvlak groot. ‘Coffeeshops zijn over het algemeen tevreden, gebruikers zijn tevreden en de criminaliteit heeft minder greep. Consumenten krijgen een product waarvan ze weten wat erin zit. Het zou absurd zijn om dat allemaal terug te draaien.’
Toch is de politieke toekomst van het experiment, dat in principe vier jaar duurt, met de optie om 1,5 jaar te verlengen, onzeker. De coalitiepartijen waren nooit enthousiast – het wietexperiment is voornamelijk een erfenis van de kabinetten-Rutte en werd aangejaagd door D66 – en na de val van het kabinet werd het experiment controversieel verklaard: er volgen voorlopig geen besluiten, maar afblazen kan evenmin.
Bij de verkiezingen ligt het opnieuw op tafel. Het CDA, dat het goed doet in de peilingen, wil van het experiment af, terwijl linkse partijen gereguleerde teelt nog altijd als de enige manier zien om criminaliteit te bestrijden en de volksgezondheid te controleren.
Schreder wacht het rechterlijke oordeel af en hoopt intussen tijd te winnen. ‘In de winter hoeven we niet te luchten en zijn er sowieso minder klachten. Dat geeft ons ademruimte om oplossingen te vinden.’
Al denkt oud-spruitenboer Lein Brasser daar het zijne van. ‘Ik vind het inmiddels wel mooi geweest’, zegt hij met een diepe frons. ‘We zitten hier al meer dan twee jaar in de stank.’
Reactie ministerie
‘Het Rijk betreurt de overlast die buurtbewoners ervaren. Het toezicht op en de handhaving van geuroverlast horen niet bij de landelijke overheid, maar bij de gemeente en de Omgevingsdienst. De uitkomsten van het experiment, zoals de gevolgen van geuroverlast, kunnen bijdragen aan de besluitvorming over het toekomstige cannabisbeleid in Nederland. In reactie op de signalen van de burgemeesters zijn de ministeries in gesprek gegaan met de Omgevingsdienst en de gemeente en is hulp geboden. We zijn graag bereid dit opnieuw te doen’, aldus het ministerie van Volksgezondheid en van Justitie.
Verbetering: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Ingrid Coenradie als staatssecretaris van justitie ook betrokken was bij het wietexperiment. Dat klopt niet. Wel heeft zij een keer als plaatsvervanger van voormalig justitieminister David van Weel Kamervragen over het wietexperiment beantwoord.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant