Home

Bij nieuwe subsidieregels van het Letterenfonds gaan gevestigde auteurs inleveren om ruimte te maken voor debutanten en meer diversiteit

Subsidies Vanaf 2026 komt het Letterenfonds met nieuwe subsidieregels in een tijd dat Nederlandse literatuur onder druk staat. Meer deelnemers kunnen aanspraak maken op subsidie, gevestigde auteurs krijgen minder geld voor hun boeken. „Het is altijd zoeken naar een evenwicht tussen vernieuwing en behoud.”

De etalage van boekhandel Athenaeum aan het Spui in Amsterdam. Foto Paul van Riel/ ANP

„Het blijft verdelen van de schaarste, maar met de nieuwe regeling zetten we nu meer in op verbreding en minder op hoge subsidies”, vertelt Romkje de Bildt, directeur van het Nederlands Letterenfonds. Het fonds, dat onder meer verantwoordelijk is voor subsidies aan schrijvers en vertalers, gaat de subsidieverstrekking aanpassen. Dat is voor het eerst sinds Halbe Zijlstra, de VVD-staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in 2012. Na die aanpassing werd het onmogelijk voor schrijvers om het Letterenfonds als voornaamste inkomstenbron te zien. Nu is er opnieuw een aanpassing, in een tijd dat de afzet van Nederlandse romans terugloopt en een kwart van de boekenverkoop naar Engelstalige boeken gaat. Gevestigde auteurs gaan nog wat meer inleveren om ruimte te maken voor debutanten.

Jaarlijks heeft het fonds ruim 6 miljoen euro te verdelen onder schrijvers en vertalers. Voor schrijvers en beeldmakers is er ruim 3,8 miljoen euro te verdelen, voor vertalers ruim 2,1 miljoen. Voor bijna geen enkele literaire schrijver in Nederland is het mogelijk om te leven van de verkoopinkomsten van een boek, voor literaire vertalers is het onmogelijk rond te komen van alleen het woordtarief en de honoraria van uitgevers. Het is de vraag waar je dan op inzet: behoud en bescherming van wat er is, of juist vernieuwing, in de hoop de letteren een impuls te geven.

Het Letterenfonds lijkt nu in te zetten op vernieuwing. Vanaf 1 januari 2026 kunnen ook debutanten subsidie aanvragen, en dat geldt ook voor makers van beeldverhalen en illustratoren van kinderboeken. Daarnaast is er meer aandacht voor aanvragers uit het Caribisch gebied of werk in het Papiaments, waarbij niet, zoals in Nederland, het hebben van een uitgever essentieel is; ook wanneer een bibliotheek of literair festival zich bekommert om de redactie en promotie van een werk, kan een project subsidiewaardig zijn. Ook komt er geld beschikbaar voor mentor, coaching of deelname aan workshops voor zowel schrijvers als vertalers, en wordt er gezocht naar een betere aansluiting bij het festivalcircuit.

Breder uitserveren

Nu is het nog zo dat auteurs- en vertalerssubsidie wordt toegekend aan de publicatie van een titel bij een gerenommeerde uitgeverij. Zo was er een starterssubsidie bij een tweede of derde titel, waarbij schrijvers van een tweede boek een vast subsidiebedrag van 15.000 euro kregen en voor een derde boek was er projectsubsidie beschikbaar tot 33.000 euro. Een gevestigde auteur kon subsidie tussen de 12.000 en 33.000 euro per titel krijgen. Vanaf 2026 kan een schrijver geen subsidie voor twee projecten tegelijk meer aanvragen. Nu de te verdelen pot gelijk blijft, maar meer aanvragers een kans maken, zal dat waarschijnlijk vooral ten koste gaan van steun aan gevestigde auteurs.

In het rapport duidt het Letterenfonds de ontwikkelingen als volgt: „Het belangrijkste beoordelingscriterium blijft literaire kwaliteit, met daarbij meer nadruk op recent werk. Daarnaast weegt mee wat het project toevoegt aan de diversiteit van het Nederlandstalige literaire aanbod – in zowel literaire, culturele als maatschappelijke zin.” Bij een minder geslaagd boek gaat de subsidie niet omlaag, zoals voorheen het geval was, maar komt er überhaupt geen subsidie meer. Dat betekent volgens het fonds niet dat het nemen van risico’s wordt afgestraft. „In de beoordeling van het projectplan letten we op de mate van vernieuwing binnen het eigen oeuvre en binnen de Nederlandse literatuur als geheel”, duidt De Bildt.

„We hebben gekozen voor het breder uitserveren van begin tot het einde omdat schrijven een vak is dat je moet leren. Met de oude regeling werd er meer afgewacht wat er kwam bovendrijven, nu zijn we er als fonds eerder bij betrokken. We hopen dat er met deze regeling meer ruimte komt voor diversiteit en andere stemmen”, legt De Bildt uit. Ze merkt daarbij op dat het grootste deel nog steeds naar ervaren schrijvers zal gaan, maar dat nieuwkomers nu meer kansen krijgen. „Het is altijd zoeken naar een evenwicht tussen vernieuwing en behoud. Een oeuvre woog voorheen relatief zwaar mee, nu wordt dat minder meegewogen. Dat kan op individueel niveau nadelen hebben maar het voordeel is dat je meer ruimte geeft aan nieuwe namen, die kwamen er moeilijk tussen.”

Vertalingen

Het zal een uitdaging worden om goed te kijken of een debuut subsidie moet krijgen, want een aanvraag is nog iets anders dan een goede roman schrijven, maar er wordt wel gekeken naar eerder werk van de aanvrager, zoals fragmenten van het te schrijven boek of publicaties in tijdschriften. Daarnaast moet er – buiten het Caribisch gebied dus – een contract met een uitgeverij zijn.

Voor literaire vertalers verandert er eveneens een en ander. Vertalers in het Caribisch deel kunnen nu ook projectbeurzen aanvragen, en ook hier ligt het accent op meer mogelijkheden voor instroom en doorstroom. Als eis aan de uitgevers wordt gesteld dat de naam van de vertaler voortaan op de cover van het boek komt te staan, om de zichtbaarheid van de vertalers als beroepsgroep te vergroten. Ondanks die behoefte aan meer zichtbaarheid worden de drie vertaalprijzen die het Fonds jaarlijks uitreikte afgeschaft. „Maar er is een nieuwe vertaalprijs”, vult De Bildt aan: „de Vertaaltalentprijs”.

Schrijver Arnon Grunberg vindt de nieuwe regeling een goed idee, laat hij per mail weten: „Wat de nieuwe subsidieregelingen betreft. Uitstekend. Oudere en gevestigde schrijvers mogen blij zijn dat ze niet door iemand als Stalin worden vermoord. Al het andere is meegenomen, of iets minder meegenomen. Enige flexibiliteit is de enige effectieve overlevingsstrategie.”

Source: NRC

Previous

Next