Vroeger gebeurde het nooit, bruggen natspuiten in de zomer. Daar is een simpele verklaring voor.
Een gekoelde brug in Amsterdam op 1 juli, toen het in De Bilt 35,5 graden werd.
Welke halvegare heeft bedacht dat je bij warm weer niet mag pootjebaden, daar kom je niet zomaar achter, maar duidelijk is dat Googles AI het ook gelooft. En NRC, natuurlijk, maar dat is misschien hetzelfde. Zodra er hitte-alarm is zoekt deze krant de adviezen op die de oudere medemens tegen oververhitting moeten beschermen en dan volgt de vaste riedel: bejaarden uit de zon trekken, met de blote voeten in een teil water zetten en ad libitum waterijsjes en ijslollies laten eten. Intensief sporten verbieden en ouderen aan zee vooral niet laten pootjebaden. Nooit pootjebaden.
In ieder geval niet urenlang pootjebaden. Want dan gaan allerlei bloedvaten samentrekken en kan het oude lijf zijn warmte niet meer kwijt en raakt het alsnog oververhit. Zo staat dat daar ongeveer. Bezopen advies natuurlijk want niemand baadt langer dan een half uur poot. Er dreigt geen enkel gevaar zolang je de kwallen ontwijkt en het lichaam stevig invet met zonnezalf. Maar elke zomer komt de hittetip terug.
Voor zover duidelijk zwijgt de literatuur over een taboe op pootjebaden, al is het moeilijk zoeken omdat ‘paddling’ ook peddelen betekent. Maar gebruik je termen als ‘cooling feet’ (of ‘extremities’, daar vallen ook handen onder) in combinatie met ‘heat stress’ of ‘thermal stress’ dan vind je uitsluitend artikelen die juist veel heil zien in pootjebaden.
’t Is pootjebaden van het soort waaraan een teil te pas komt en de proefpersonen zijn aan het begin van de test, door het dragen van zware beroepskleding in warm weer, flink oververhit met een kerntemperatuur van 38 of meer. Dat brengt de bloedvaten tot afwijkend gedrag. Van belang is dat een stel blote voeten in koud water makkelijk 100 of 150 watt warmte afvoert en de kerntemperatuur binnen tien minuten een halve graad kan doen dalen. (Bedenk dat het lichaam als geheel in rust zo’n 100 à 150 watt warmte produceert.)
Steek je de handen tot aan de polsen in koud water dan wordt ongeveer evenveel warmte afgevoerd, maar breng je ook de armen tot voorbij de ellebogen onder water (arm immersion cooling) dan kan de afvoer wel 300 watt worden. Voor brandweerlui en militairen is dit vaak praktischer. Voor bejaarden misschien ook.
Moeten ook bruggen bij warm weer met water worden gekoeld? Dat is weer een andere zomervraag. Vijftig jaar geleden zag je het nooit, nu worden negen Amsterdamse bruggen subiet met grachtwater natgespoten zodra de temperatuur boven de 23-25 graden komt. De voorlichter van de gemeente somt ze op: acht beweegbare bruggen van staal en één van aluminium (de Uiverbrug in Zuid). Koelen moet, anders is er kans dat ze komen vast te zitten of niet meer dicht willen.
De amateuronderzoeker, die deze zomer geregeld twee van die benatte bruggen moest passeren, kan er met de pet niet bij. Is het dan zóveel warmer geworden? En hij slaat aan het rekenen. De lineaire uitzettingscoëfficiënt van staal is 12 × 10-6 meter per meter per graad temperatuurstijging. Onder de negen bruggen zijn geen bruggen breder dan 20 meter. Loopt hun temperatuur op van 5 naar 25 graden dan kunnen die bruggen nooit meer uitzetten dan 5 mm. Vijf millimeter.
Het is nogal rechttoe uitgerekend, maar dat schijnt te mogen. De Eiffeltoren, die ruim 300 meter hoog is en bestaat uit welijzer (puddle iron) dat evenveel uitzet als staal, kan volgens internet in hete zomers wel 15 cm langer zijn dan in de winter. Dat komt overeen met een temperatuurverschil van zo’n 40 graden, wat heel reëel is.
Het probleem is dat het verschil tussen vroeger, toen bruggen nooit werden gekoeld, en nu maar hooguit vijf graden zal zijn. Zeg: het verschil tussen 30 en 35 graden. Dat zou betekenen dat de brugrecords tegenwoordig maar 1,5 mm liggen boven die van 1975. Hoe dramatisch kan dat zijn? Is een brug een precisie-uurwerk?
Het blijkt toch wat ingewikkelder. Zo kan de temperatuur van een brug door absorptie van zonnestraling vér uitstijgen boven die van de lucht. Ook gaan, zegt de voorlichter, hoge dagtemperaturen vaak gepaard met hoge nachttemperaturen die verhinderen dat de brug ’s nachts voldoende afkoelt. En er zal nog wel meer zijn.
Maar dat de Amsterdamse bruggen vroeger nooit gekoeld werden en nu wel heeft ook een heel simpele verklaring, schreef Het Parool in augustus 2020. Vroeger werden ze uit voorzorg gewoon niet meer open gedaan als het te warm werd, dan was je van alle kwade kansen af. De binnenschipper moest zolang maar wat anders gaan doen.
Een woord apart verdient de aluminium brug die net genoemd werd. Aluminium zet per graad temperatuurstijging twee keer zoveel uit als staal. Dat zou heel vervelend kunnen worden, maar er staat tegenover dat die temperatuurstijging om zo te zeggen bijna twee keer zo moeilijk tot stand komt als bij staal. De soortelijke warmte van aluminium is 0,90 joule per gram per graad, die van staal 0,49. Dat is wat het rekenen aan de warmte-reactie van bruggen zo lastig maakt. Denk ook eens aan de reusachtige Erasmusbrug in Rotterdam met zijn pyloon van 139 meter hoog en kabels die misschien wel 200 meter lang zijn. Als die warm worden en oprekken zakt het brugdek. „Maar daar is rekening mee gehouden”, zegt de Rotterdamse gemeente.
Is het uitzetten van de Amsterdamse bruggen niet zonder waterkoeling te voorkomen? Kun je niet zorgen voor wat schaduw of zou het geen geweldig idee zijn de bruggen spierwit te verven? „Het gaat hier om monumentale bruggen”, zegt de voorlichter, „dat gaan we niet doen. Maar je kan het wegdek wat meer isolerend maken.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC