schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Anna van den Breemer behandelt in deze opvoedrubriek elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen.
‘Waarom schiet je nooit eens op!’ Nu de schoolpoorten overal in het land weer open zijn, laait in veel huishoudens de ochtendstress op, soms met bijbehorende stemverheffing. Hoe erg is het om tegen je kind te schreeuwen? En hoe voorkom je het?
‘Alle ouders schreeuwen weleens tegen hun kinderen’, zegt Yvonne Vlaanderen, gedragsspecialist en gezinscoach. ‘Dat is niet direct een ramp, maar je wilt niet dat het dagelijks gebeurt.’
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.
De maatschappelijke opvattingen over schreeuwen zijn de afgelopen jaren flink veranderd. ‘Vroeger was een boze baas of een gillende ouder normaal, nu vinden we het ongepast’, aldus Vlaanderen. ‘Toch zijn veel ouders zélf opgevoed in die oude stijl, waardoor ze de vaardigheden ontberen om het anders te doen.’
Uit een recente Britse overzichtsstudie blijkt dat verbaal geweld in de jeugd gepaard gaat met een 64 procent hogere kans op een laag mentaal welzijn in het volwassen leven. Bij verbaal geweld gaat het niet enkel om stemverheffing, maar om het belachelijk maken, bedreigen of vernederen van het kind in kwestie. Bij fysiek geweld is die kans lager, namelijk 52 procent. Nog een interessante bevinding: het aantal kinderen dat fysiek geweld meemaakt neemt af, terwijl verbaal geweld juist toeneemt.
Waarom is zo’n brulpartij schadelijk? ‘Het kind leert dat schreeuwen de enige manier is om met stresssituaties om te gaan’, zegt Vlaanderen. ‘Constant geschreeuw met verwensingen doet bovendien iets met het zelfbeeld. Kinderen gaan denken: ik doe het ook nooit goed.’
Ouders schreeuwen om tot hun kind door te dringen, maar het tegenovergestelde gebeurt: kinderen luisteren dan júíst niet meer. ‘Dat is geen teken van onbeleefdheid of ongehoorzaamheid, maar een teken dat het kinderlichaam in een dierlijke, defensieve krampmodus schiet’, schrijft de Amerikaanse psycholoog Becky Kennedy in haar boek Het goede in ons. ‘Ze voelen gevaar door de agressieve toon, het volume en de lichaamstaal van de ouder en kunnen niet meer verwerken wat de ouder zegt.’
Lopen de emoties hoog op? Creëer dan een time-out. ‘Stop waarmee je bezig bent en haal even diep adem’, adviseert Vlaanderen. Ouders gaan ongemerkt vaak met een hoge en schelle stem praten, dan schieten kinderen in de stress. ‘Let goed op je stem. Praat langzaam en op een lage toon.’
Volgens Kennedy is het toverwoord: reparatie. ‘Als we terugkeren naar een moment dat slecht voelde en daar verbinding en emotionele veiligheid aan toevoegen, veranderen we in wezen de herinnering in het lichaam van een kind.’ Die reparatie is belangrijk, omdat kinderen dan begrijpen dat het niet hun schuld is.
‘Kies een rustig moment en kom op het voorval terug’, zegt Vlaanderen. ‘Zeg: dat was niet zo handig hè, wat papa deed.’ Op die manier herstel je de breuk en laat je zien dat je als ouder ook niet perfect bent.’ Vervolgens kun je samen kijken hoe het de volgende keer anders kan.
De gezinscoach pleit voor een praktische benadering, in plaats van te verdwijnen in een moeras van zelfverwijt. Onderzoek toont namelijk aan dat zelfcompassie belangrijk is voor ouders om schuldgevoelens en schaamte te verminderen. Wat uiteindelijk tot beter ouderschap leidt.
‘Kijk eens kritisch naar die klassieke stressmomenten waarop de kans op een schreeuwpartij groot is.’ Vaak zijn de regels en verwachtingen niet duidelijk. ‘Geef aan welk gedrag je wél wilt zien, in plaats van het accent te leggen op wat je kind niet goed doet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant