Home

Over effectieve leesbevordering

De scholen zijn weer begonnen, wat betekent dat ik op pad mag om via lezingen, workshops en stand-up comedy de jeugd ervan te overtuigen dat literatuur toch niet zo eng of verschrikkelijk is als sommigen weleens lijken te denken. Afgelopen week trad ik op een leuke middelbare school op en ik dronk na afloop nog een kop thee met enkele leraren. Ik complimenteerde hen met het leesniveau van hun pupillen.

„We zijn enorm trots”, glimlachte een van hen, „maar het kost ook veel tijd en energie hoor. Al die naschoolse leesclubs, het bedenken en weer nakijken van verdiepingsopdrachten, zowel de nieuwste romans als de populairste Young Adult-boeken lezen, het is veel werk.”

„Soms zijn we tot diep in de nacht nog bezig”, mompelde haar collega. De rest van de tafel knikte vermoeid.

Wat me steeds meer opvalt, is dat de instellingen waar alle jongeren goed kunnen lezen (dus ook de kinderen die niet de luxe hebben van dure buitenschoolse bijles) dit danken aan bevlogen leraren, meestal vrouwen, die er hun vrije tijd voor opofferen. Ik zie ze bellen, regelen en rennen, oververmoeid en onderbetaald, want o ja, in de praktijk wordt er voor dit soort extra’s vaak geen geld vrijgemaakt waardoor leesbevordering regelmatig gewoon neerkomt op vrijwilligerswerk. Noodzákelijk vrijwilligerswerk, want steeds vaker blijken ook de begaafdere leerlingen na het verlaten van de basisschool over onvoldoende basisvaardigheden te beschikken. Een van de schrijnendste voorbeelden daarvan hoorde ik onlangs tijdens een lezing van Michelle van Dijk, docent Nederlands en een van onze meest gedreven leesbevorderaars. Van Dijk vertelde hoe ze begin dit jaar surveilleerde bij een wiskundetoets voor 2 vwo. Op een gegeven moment stak een leerling zijn hand op, want hij kende een woord uit de opdracht niet.

Het woord was ‘eeuw’.

Vanuit het ministerie van OCW wordt er tegenwoordig voor gepleit dat elke docent ook een leesbevorderaar is. Dat is een prachtig ideaal, maar idealen kosten tijd, inzet en geld en als dat er niet is, houdt het op een gegeven moment op en zijn zelfs de meest gedreven leraren opgebrand. Toen ik vlak voor de zomer nog een van de boegbeelden van het landelijk leesonderwijs sprak, een docent Nederlands op een vmbo-school, vertelde ze me dat ze ermee ophoudt.

„Ik kan niet meer”, zuchtte ze. „Als ik vasthoud aan het curriculum en het aantal uren dat vanuit Den Haag is opgelegd, gaan mijn leerlingen nooit lezen. Er is te weinig tijd, de klassen zijn te vol, ik ben op.”

En zij zal, als er niets verandert, niet de laatste zijn.

Source: NRC

Previous

Next