De nacht begint dit keer op een zaterdagochtend om 11 uur, op de kermis in het Noord-Hollandse dorp Akersloot. Officieel bereiden twee lokale scoutingteams zich voor op de traditionele touwtrekwedstrijd. Dat kun je vertalen als: stevig indrinken.
Er worden veel vragen gesteld voor aanvang van de kermis in Akersloot, en ze gaan allemaal over diezelfde kermis in datzelfde Noord-Hollandse dorpje. We spreken de tweede kermisdag, een zaterdagochtend in augustus, met op het programma de traditionele touwtrekwedstrijd.
De eerste vraag, gericht aan de verslaggever, door Rik (32): ‘Hoe noem je een vrijgezelle boer?’
Denk daar maar even over na.
Het is een nacht is een tweewekelijkse rubriek over het nachtleven in de breedste zin van het woord. en hier nog wat tekst.
De teams van de lokale scouting, verdeeld in een mannen- en vrouwenploeg en vandaag onder de naam Akertrekkers, maken zich ondertussen op voor de strijd, in de achtertuin van een van de scouts wordt ingedronken. 43-likeur aangelengd met sinaasappelsap, een toef slagroom erop, net een Split-ijsje. Het is een uur of elf ’s ochtends, Buienradar voorspelde een van de natste dagen van de zomer, maar de lucht is van een onbekommerd soort blauw. Twee statafels, welkome bitterballen, kratjes bier waarvan de afname per scout wordt bijgehouden met een turfsysteem, het ‘strepen’.
De quiztijd verstrijkt, de verslaggever weet het antwoord niet.
‘Een trekker, natuurlijk’, zegt Rik.
Er is getraind, wekenlang, tijdens hun avonden samen sleepten de scouts een vat van 150 kilo over het scoutingterrein. Vandaag dragen ze speciaal schoeisel, stalen hakken voor meer grip op het drassige weiland dat straks als arena zal dienen. Het is, kortom, menens.
Volgende vraag: gaat al die voorbereiding genoeg zijn?
Beducht is vooral de mannelijke tegenstander en titelhouder Matta Fakka’s, uit buurdorp Uitgeest. ‘Het zijn mooie jongens’, zegt Lianne (23), ‘bronstige sportschooltypes, maar daar is ook alles wel mee gezegd.’
Het zijn geen trekkers, maar rukkers, merkt Rik op, en bovenal: geen Akersloters. Niet xenofoob bedoeld hoor, maar eerder als een synoniem voor nuchter, hartelijk, wars van pretentie, van niet in piepkleine, strakke shirtjes op een touwtrekwedstrijd verschijnen.
Zijn collega’s bij het bouwbedrijf in Amsterdam begrijpen het niet, dat je een hele week vrij zou nemen voor de kermis, vertelt hij. ‘Zit je dan de hele tijd in de achtbaan?’, vragen ze. Natuurlijk niet. Dit is Akersloot, we hebben geen achtbaan. Wie de kamelenrace wil doen, gaat maar naar Castricum.’
Attracties zijn er hier inderdaad amper. De botsauto’s op het dorpsplein staan er wat verloren bij, als een fluoriserend moetje om toch het predicaat kermis te verdienen. Vandaag gebeurt het vooral in het weiland en bij ’t Hoorntje, een van de dorpskroegen.
Het ‘strepen’, drinken dus, voert de boventoon. Terwijl ze haar fouten van de avond daarvoor wegspoelt met een Aperol Spritz, vertelt Lianne over haar schema. ‘Om 5 uur was ik thuis, hele koelkast overhoop gehaald op zoek naar wat eten, was mijn moeder minder blij mee.’
Allemaal opmaat voor de laatste kermisdag, de apotheose, het ‘Eerste Deuntje’, een drankgelag dat al om 8 uur ’s ochtends begint, ook bij ’t Hoorntje. Wel iets wat je eigenlijk moet hebben meegemaakt, wil je kunnen zeggen dat je op de Akersloter kermis bent geweest, en dan ook reden voor Mees (30) om vraagtekens bij de journalistiek van de Volkskrant te plaatsen. ‘Misschien is het wel de laatste keer dat het deunen in deze vorm plaatsvindt’, een gemiste kans dus.
Kermisorganisator Jan, liefkozend Jan Deun, houdt er na 47 jaar mee op. Mees pakt een exemplaar van Het Witte Blaadje, het dorpskrantje, en wijst op de rouwadvertentie die voor de gelegenheid is geplaatst: ‘Na de plechtigheid is er natuurlijk kleffe cake en een biertje, waar Deuntje zo van hield.’
Vraag drie: wie volgt Jan op? Rik vertelt dat er vanuit de gemeente weinig gebeurt, het feestje is toch vooral iets wat door de Akersloters zelf georganiseerd moet worden. ‘We hebben niks, maar we hebben elkaar’, zegt hij plechtig, famous last words voor de Akertrekkers ergens tussen aangeschoten en opgetogen de achtertuin verlaten, het weiland op.
Bon, het is tijd voor antwoorden. Tussen alle getouwtrek dartelen kinderen rond, jagend op statiegeldflesjes. ‘Deed ik vroeger ook’, zegt Lianne, ‘om m’n kermisgeld bij elkaar te krijgen.’ Een handjevol teams heeft zich verzameld, klaar voor de start. Eregast Jan Deun levert commentaar vanaf een partywagen.
Ladies first, en dat doen ze uitstekend. De truc: zo laag mogelijk hangen, hellen, je bíjna naar achteren durven laten vallen. Jan: ‘Zijn er nog vrijgezellen onder de dames, dan maken we even reclame.’
De verslaggever juicht ondertussen mee aan de zijlijn (laf), tot ze daarin wordt gecorrigeerd door Mees, want: ‘je bent wel erg enthousiast’. O ja, tuurlijk, niet Akersloots.
Beurt aan de mannenkant van de Akertrekkers, die meteen hun rivaal trotseren. Eelt op hun handen: zeker. Maar op hun ziel: minder, want er is toch wat teleurstelling als de Matta Fakka’s hun naam waarmaken.
Goed komt het niet meer, de titelhouder gaat er in de mannencompetitie ook in 2025 met de beker vandoor. Maar zielherstel is er snel, met een wijsheid van Rik: ‘Ik zou er niet bij willen horen.’
Voor de laatste keer maant Jan Deun zijn publiek naar ’t Hoorntje, waar de prijsuitreiking zal plaatsvinden. Gejoel onder de Akertrekker-dames, die vanavond in de kroeg weinig meer hoeven te bewijzen: eerste plaats.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant