Het is tijd om te stoppen met Duits in het voortgezet onderwijs. Geef in plaats daarvan gerichte taallessen voor wie écht met Duitsland te maken heeft, schreef David Stam in een opiniestuk. Volkskrant-lezers reageren.
Er bestaat een groot misverstand in ons onderwijsdebat: dat schoolvakken hun nut moeten bewijzen in harde euro’s. Zo ook in het opiniestuk van David Stam, die Duits afserveert omdat de gemiddelde Nederlander in zijn dagelijkse leven ‘toch niets’ met de taal doet. In zijn ogen heeft de kennis van de Duitse taal alleen nut als er geld mee kan worden verdiend. En met google translate kom je toch een eind: afschaffen die hap.
Stam gaat geheel voorbij aan het grote belang van vreemde talen om ook je eigen wereld in perspectief te kunnen plaatsen. Het probleem ligt niet in de ‘onbruikbaarheid’ van de taal, maar in de manier waarop we het vak positioneren en waarderen. Want precies dáár gaat het mis: onderwijs is geen rekenmachine.
Wie schoolvakken beoordeelt op economische bruikbaarheid, zet kinderen op de lopende band en levert ze af als toekomstig menselijk kapitaal. Had de auteur Duits geleerd, dan was hij ongetwijfeld het woord Bildung tegengekomen – een kernbegrip dat in één klap laat zien dat leren gaat om vorming van de mens, niet om rendement.
Als slechts de economische bruikbaarheid de maatstaf is, kunnen we meteen de helft van het curriculum in de prullenbak gooien. Geschiedenis? Leuk voor een pubquiz, maar levert geen directe bijdrage aan het bruto binnenlands product,. Wiskunde B? Handig voor een paar ingenieurs, maar de rest gebruikt het nooit meer. Toch vindt niemand dat die vakken afgeschaft moeten worden. Waarom dan wel Duits? Het argument is dus niet alleen economisch reductionistisch, het is ook ronduit willekeurig.
Het lage aantal mensen dat kiest voor een studie Duits, ís een probleem. Want zonder studenten hebben we straks geen leraren meer, en zonder leraren verdwijnt het vak vanzelf van de kaart. En dan verdwijnt de mogelijkheid om ons te verplaatsen in de taal van de ons meest nabije andere cultuur.
Taal is denken. Taal schept de wereld. Zonder taal geen idee, zonder woorden geen reflectie. Wie een nieuwe taal leert, leert ook een nieuwe manier van kijken. Duits, Frans of Spaans: het zijn geen woordenlijstjes, het zijn vensters op andere werkelijkheden.
Daarmee is taalonderwijs altijd ook cultuuronderwijs. Via een taal leer je een andere cultuur kennen – en tegelijk zie je je eigen cultuur in een nieuw licht. Je ontdekt dat er meerdere manieren zijn om een situatie te begrijpen, en dat jouw perspectief niet vanzelfsprekend de norm is. Dat is niet alleen interessant, het is broodnodig in een samenleving die steeds diverser en complexer wordt.
Bij het aanleren van een andere taal leer je ook echt meer over jezelf. Een vreemde taal leren betekent ook: jezelf leren kennen, je grenzen verleggen, empathie ontwikkelen. Een nieuwe taal voelt anders, bijna als een nieuwe identiteit. In het Duits denk je anders dan in het Nederlands en vice versa.
Het is bovendien naïef om taal te reduceren tot handelstaal. Ja, Duitsland is onze grootste handelspartner, maar Duits leren is zoveel meer dan zakelijke e-mails tikken. Via taal leer je de denkwijzen van andere samenlevingen kennen, én je ontwikkelt de vaardigheid om je eigen referentiekaders te bevragen. Juist in een tijd waarin sociale bubbels ons wereldbeeld vernauwen, biedt een vreemde taal een kans om dat venster weer open te zetten.
En laten we niet vergeten: meertaligheid ís Europa. Het is ons DNA. Het is een cultureel kapitaal dat generaties vóór ons hebben opgebouwd. Dat jongeren zich nu vooral online bewegen, maakt taal niet overbodig – integendeel. Digitale platforms zijn doordrenkt van meertaligheid.
De nieuwe generatie heeft taalvaardigheid nodig om die wereld te begrijpen en om erin mee te kunnen doen. Wie andere talen leert, leert relativeren. Je leert je eigen perspectief te spiegelen aan de ander. Gelukkig is onderwijs er nog steeds om mensen te vormen.
Britta Bendieck, docent Duitslandstudies Universiteit van Amsterdam / Duitsland Instituut, Amsterdam
Nee, stop niet met Duits! Maar laat leerlingen kiezen welke taal/talen ze willen leren naast Nederlands en Engels. En zeker, je moet de leerlingen eerst laten zien waaruit ze kunnen kiezen. Laat ze dus proeven in de onderbouw aan allerlei moderne talen die er in onze samenleving toedoen. Elk halfjaar twee andere talen, dan heb je zo een pakket van vier tot zes talen waaruit daarna gekozen kan worden om de verdieping in te gaan, en om examen erin te doen.
En ja, als school moet je creatief te werk gaan: is er een docent op school die Spaans of Arabisch beheerst, of welke ouders kunnen taaldocenten assisteren hierbij? En online is veel lesmateriaal voorhanden. De vakvernieuwing vanuit de SLO (het landelijk expertisecentrum voor het curriculum) begeleidt, pleit voor meertaligheid. De syllabi voor de moderne talen, door de SLO opgesteld, zijn grotendeels identiek voor alle moderne talen.
Een docent Frans of Duits op school moet in staat zijn om een andere taal als schoolvak te introduceren – zonder die taal te kunnen spreken of lezen –, met daarbij die steun van een ‘moeder’ die die taal wel spreekt en leest. Scholen moeten ermee beginnen voordat geen enkele leerling meer kiest voor een academische talenstudie.
Karijn Helsloot, directeur stichting Taal naar Keuze, Amsterdam
Het opiniestuk over het stoppen met Duits op middelbare scholen met economisch perspectief (handel) als invalshoek is uitermate eenzijdig. Talen zijn zoveel meer. Blijkbaar heeft de discussie in het afgelopen jaar de schrijver niet kunnen overtuigen van het belang van Duits. Hij heeft in ieder geval het pleidooi van Robert Menasse in NRC gemist.
Deze Oostenrijkse schrijver kon zijn oren niet geloven toen hij hoorde over het afschaffen van de studie Duits en andere ‘kleine’ studies. Als inwoner van Europa hebben we te maken met een veeltalige en multiculturele EU. Talen dragen niet alleen bij aan vorming van geest en hart, aldus Menasse, maar bieden ook de mogelijkheid om elkaar te leren begrijpen. Talen beheersen maakt het mogelijk om bruggen te bouwen tussen culturen, wereldbeelden en tradities. Daarvoor volstaat business-Engels of business-Duits niet.
In Nederland onderschatten we het belang van talen in internationaal sociaal cultureel perspectief. Ook bij Arabische studies wordt dit pijnlijk duidelijk. Door onvoldoende kennis van de Arabische taal en cultuur kan de vreemdelingenhaat ongebreideld groeien. Laten we ons blijven inzetten, om door het leren van vreemde talen onze blik op de wereld en onszelf te verruimen.
José van der Hoeven, Gouda
In zijn opiniestuk ‘Stop met Duits op de middelbare school’ lijkt David Stam er totaal aan voorbij te gaan dat Duits – na een korte introductie in de onderbouw – een keuzevak is in het voortgezet onderwijs. En dus dat het door 52 duizend jonge medemensen vrijwillig en bewust is gekozen.
Zijn pleidooi voor minder geld naar taal en meer geld naar techniek, technische vakken en AI in Nederland leidt ons richting isolatie en technocratie. Taal is niet simpelweg een vorm voor praktische communicatie. Talen leren biedt perspectieven op de wereld, biedt toegang tot cultuur, literatuur, zingeving en bewustzijn. Meertaligheid biedt eveneens de kracht van diversiteit in ons leven en perspectieven, ook op onszelf. In de woorden van Goethe: ‘Es ist ein ganz besonderer Spiegel, wenn man sich selbst in einer fremden Sprache wiedererkennt.’
Thomas Berghuis, Leiden
Snijd in het aanbod Duits op de middelbare school, oppert een journalist die aangeeft zelf het Duits niet te beheersen. Eet minder gezond, oppert de snackbarhouder. Niet alleen schuift David Stam opzij waarom we er in de meertalige EU goed aan doen in talenonderwijs te investeren, hij poneert ook dat het onderwijs niet goed is, zonder onderbouwing. Iedereen in het café knikt mee dat hij gelijk heeft, maar is dat wel zo?
De stelling ‘Het grootste risico voor onze economie is niet dat Nederlanders te weinig Duits spreken, maar dat we te weinig technisch geschoolde mensen hebben’ kan je nauwelijks tegenspreken, hoewel we ook in het onderwijs en in de zorg tekorten hebben. En hebben we ook niet een duurzaamheidsprobleem, met alle economische effecten vandien?
Stam schiet nog een losse flodder met de suggestie dat AI veel zal oplossen. Ik wens de cyborg veel plezier in zijn contact met het midden- en kleinbedrijf in Duitsland, dat juist bij een persoonlijke band en genuanceerd taalgebruik gebaat is.
Gelukkig onderschrijft Stam het belang van een universitaire studie Duits, maar ook voor hbo, mbo en het vo is Duits de taal van de buren die je in een beschaving moet leren kennen.
Ewout van der Knaap, hoogleraar Duitstalige literatuur en cultuur, Universiteit Utrecht
Het Nederlandse schoolsysteem verdient een grondige evaluatie. Te vaak zitten scholieren vast aan een pakket van verplichte vakken, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met hun interesses of talenten. Duits is daar een goed voorbeeld van. Voor de één een waardevolle toevoeging, voor de ander een struikelblok zonder toekomstig nut.
Ik ben ervan overtuigd dat het beter zou zijn om alle vakken – inclusief talen zoals Duits – vrijwillig te maken. Als een leerling interesse heeft in een vak, of er aanleg voor toont, dan moet hij of zij die keuze kunnen maken. Zo kan ieder individu een uniek profiel opbouwen dat echt aansluit bij wie hij of zij is. En hoort Duits daar toevallig bij, dan is dat prima. Maar als dat niet zo is, moet dat net zo goed geaccepteerd worden.
Het resultaat van zo’n systeem is dat motivatie en talent meer ruimte krijgen. Leerlingen leren wat ze écht willen leren, in plaats van wat hun wordt opgelegd. Het is tijd om af te stappen van eenheidsworst in het onderwijs en de kracht van persoonlijke keuzes centraal te stellen.
Henry den Hengst, Haarlem
Duits is van ongeveer 120 miljoen mensen de moedertaal. In Europa is Duits daarmee met grote afstand de meest gesproken eerste taal. Dat betreft niet alleen economische belangen maar ook politieke samenwerking. Bovendien komen er jaarlijks ongeveer 7 miljoen Duitsers naar Nederland op vakantie. Duitsland is ook nog steeds vakantiebestemming nummer één voor Nederlanders (Oostenrijk en Zwitserland nog niet meegerekend). De kans dat je als Nederlander een keer met de Duitse taal in aanraking komt is dus vrij groot.
De schrijver van het opiniestuk beweert echter dat de meeste leerlingen er later in hun leven niets aan zullen hebben. Ik ken de cijfers niet waarop die stelling is gebaseerd (misschien op gevoel). Als docent Duits in de grensregio spreek ik vaak ouders of oud-leerlingen die tegen mij zeggen: ‘Ik had beter op moeten letten bij Duits want dat heb ik nu nodig voor mijn werk’.
Nederland heeft een 580 kilometer lange grens met Duitsland. Er zijn hier zoveel mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerking. Voor mensen in Maastricht, Nijmegen of Groningen is Duitsland dichterbij dan Amsterdam.
Mike Hellmich, docent Duits in het voortgezet onderwijs, Herwen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant