ZAP De reeks van Amanda van Hesteren volgt jonge Nederlanders die terugkeren naar het land van herkomst, op zoek naar kennis en verbinding. Het slavernijverleden en andere Surinaamse trauma’s spelen alleen op de achtergrond, ziet onze tv-recensent.
Boksleraar Ro Dors in ‘De nieuwe generaties van Suriname’.
Boksleraar Ro Dors vaart in een korjaal over de Surinaamse Marowijne-rivier, samen met zijn zoon en neefje uit Nederland. Ze zijn op pelgrimage naar de plaats in het regenwoud waar Boni leefde. Deze Marronleider streed in de 17de eeuw tegen het Nederlandse slavernijregime. Ro Dors heeft zijn Amsterdamse Thaiboksschool Boni Gym naar hem vernoemd.
Maar als hij eenmaal is aangekomen bij Boni-doro – de plaats waar volgens de overlevering het afgehakte hoofd van Boni uit de boot van zijn beulen sprong - wil Ro Dors snel weer weg: „Er is heel veel gebeurd hier. Moet je niet denken dat je even kan gaan lopen en toestanden. Het is bloed, bloed, heel veel bloedvergieten”. Geen plaats om als een toerist te gaan rondbanjeren, vindt hij. Ze stappen snel weer in de boot en varen huiswaarts.
Amanda van Hesteren legt het vast in De nieuwe generaties van Suriname (NPO2). Toen Ro Dors in 1984 in Amsterdam zijn Thaiboksschool Boni Gym oprichtte, had hij twee doelen. Hij wilde jongeren van de straat halen, waar criminaliteit en drugsverslaving veel slachtoffers eisten, en ze een veilig thuis bieden. En hij wilde ze iets bijbrengen over hun thuisland Suriname. Daarom vernoemde hij zijn school naar Boni. Nu willen zijn zoon Leroy en neefje Gerwin ‘Boni Gym’ nieuw leven inblazen. Niet als boksschool maar als kledinglijn. Vandaar de Surinaamse pelgrimage.
De vierdelige documentairereeks van Omroep Zwart en de VPRO volgt jonge Nederlanders die terugkeren naar het land van herkomst, op zoek naar kennis en verbinding. Aanleiding is steeds een concreet doel. In latere delen gaat het echtpaar Tiffany en Rakesh naar de Saamaka (een Marronvolk) om op traditionele wijze cassave te planten voor hun Amsterdamse restaurant. Theatermaker Dewi wil een voorstelling maken in Suriname over de Javaanse ervaring. Architect Lindsey wil een ziekenhuis bouwen in een dorp diep in het oerwoud.
Opvallend is de opbouwende toon. Het slavernijverleden en andere Surinaamse trauma’s spelen alleen op de achtergrond. Van Hesteren brengt positieve verhalen over de rijkdom die het land heeft te bieden heeft aan de nazaten in de Nederlandse diaspora. Het opbouwende heeft ook een nadeel: als kijker snak je soms naar wat conflict, wrijving, die er ongetwijfeld ook moet zijn. Wat vinden de bewoners bijvoorbeeld van de bezoekers uit Nederland die hun land betreden als heilige grond? Gaan de ondernemingen allemaal van een leien dakje? Ook vraag je je af hoe verscheurd het moet voelen voor de Surinaamse Nederlanders om met één voet in Nederland te staan en met één voet in Suriname.
Opvallend is dat Van Hesteren zich niet alleen richt op de Creoolse bevolkingsgroep (afstammelingen van slaafgemaakte Afrikanen) maar ook op de Javaanse, de Hindostaanse, en indirect de Marrons en de inheemsen. Die groepen leven vaak langs elkaar heen, volgens het verdeel-en-heersprincipe van de voormalige koloniale macht. Maar sinds de onafhankelijkheid, op 25 november vijftig jaar geleden, leeft het ideaal om ‘Wan Pipel’ te vormen. Daar wil deze documentaire uitdrukking aan geven. Zoals restauranthouder Rakesh zegt: „Suriname is opgezet als segregatiestaat, nooit als land bedoeld. Wij maken het een land”.
Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma's series en films
Source: NRC