Home

‘Incidenten met kinderen hakken er altijd harder in, die horen niet dood te gaan’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Helikopterpiloot Kirsti van Pelt (55) genoot altijd van haar vliegersbestaan, tot ze in 2018 werd opgroepen na het Stint-ongeluk.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik werk in het mooiste kantoor van Nederland. Ik zie Amsterdam ontwaken in het vroege ochtendlicht. Als ik richting het oosten ga, hangen er vaak prachtige mistflarden boven de weilanden. In de herfst geniet ik van alle kleuren van het Amsterdamse Bos. Soms vlieg ik met ooievaars of een grote roofvogel op dezelfde hoogte. En vanuit de lucht zijn de zonsopkomsten en -ondergangen nog mooier dan vanaf de grond.

‘Maar wat ik nu ga vertellen, is het afschuwelijkste wat ik ooit vanuit een politiehelikopter heb gezien. Het was in september 2018, ik had vroege dienst en was rond kwart voor zeven bij onze hangar op Schiphol-Oost met Willem, mijn tactical flight officer. Je treft eerst allerlei voorbereidingen. Nadat ik me had omgekleed – overall aan, koppel om – en met mijn helm en vliegtas naar het helikopterplatform liep, hoorden we over de portofoon dat we naar Oss moesten: ‘Er is een ongeluk met een trein, ga maar vast die kant op, je hoort onderweg wel wat er aan de hand is.’

‘Willem ging achterin zitten, ik rechtsvoor. Ik startte op, meldde me bij de luchtverkeersleiding en steeg op. Het was mooi weer, een hoge bewolking en niet te heet. Zodra we boven de Haarlemmermeer hingen, hoorden we over de portofoon: ‘Er is een groep kinderen onder de trein gekomen.’ Kort daarna werd ons verteld dat het ging om een leidster met kinderen in een Stint, zo’n elektrische bakfiets.

Lijst met namen

‘We moesten nog zo’n twintig minuutjes vliegen, en luisterden mee met het radioverkeer over het treinongeluk. Op een gegeven moment zei een collega daar ter plaatse tegen de meldkamer: ‘Ik heb een lijst met vijf kinderen die nog niet op school zijn aangekomen.’

‘Vervolgens noemde hij het lijstje op. We hoorden een lieve naam, Fleur, haar achternaam en het geboortejaar 2011. Daarna kwam er weer een naam. En weer een, met het geboortejaar 2013. En nóg iemand uit 2013. Nog geen 5 jaar! Fuck man, zó klein nog. Die opsommende stem ging door merg en been. Willem en ik werden er helemaal stil van.

‘Boven Oss zagen we de spoorwegovergang met veel politieauto’s, ambulances, brandweerwagens en heel veel mensen, want het was midden in de ochtendspits. We zagen de stilstaande trein. Die stint lag daar in stukken. En dan zie je het ergste: vier lakentjes in de berm langs het spoor. We hingen daar zo’n 300 meter boven, maar ik kon goed zien dat het om toegedekte kinderen ging.

‘We moesten foto’s maken. Ik ging op een lage snelheid tussen veertig en zestig knopen rondjes cirkelen, ondertussen deed Willem de lijn om die aan de binnenkant van de heli is bevestigd. Daarna schoof hij de rechterachterdeur open, zette zijn voeten op de landingsbuis, boog voorover en ging met zijn grote telelens foto’s maken van dat ongeluk beneden. Ik hoorde klik-klik-klik van de camera door de microfoon vlakbij zijn gezicht. Op een gegeven moment vroeg hij aan de commandant ter plaatse: ‘Ik tel vier afdekdekens, klopt dat?’ En dan hoor je de bevestiging.

Een stukje van jezelf verliezen

‘Daarna zeiden we: oké, wegwezen hier. Dit is té erg. Het stomme is: wij hangen hoog in de lucht. Wij hebben de klap niet meegekregen, wij ruiken niks, je hoort geen geschreeuw, je ziet niemand huilen. En toch kwam dit heel hard binnen. Ik weet wat verlies doet met mensen, je verliest ook een stukje van jezelf.

‘Ik vlieg al dertig jaar. Ik heb brand en ernstige ongelukken gezien, boven nachtelijke achtervolgingen gevlogen, zag heterdaadjes met inbrekers en zelfs een liquidatie. Maar ik kan die stem met die jaartallen zó terughalen, net als die vier lakentjes langs het spoor.

‘Toen we weer omhoog gingen, vlogen we door naar Den Bosch, waar Willem een drugsdumping in de natuur moest fotograferen. We hadden nog meer opdrachten, maar daarna zei hij: ‘Ik heb het wel gehad voor vandaag.’ We braken onze vlucht af en gingen terug naar Schiphol, hoewel we de gebruikelijke twee uur niet hadden volgemaakt. Ook op de terugweg waren we doodstil. Het was groot in het nieuws, ik denk dat heel Nederland die ochtend even stil was.

Heftig incident

‘Onze opco van die dag, de operationeel coördinator, vroeg hoe het met ons ging. Hij schakelde voor de zekerheid collega’s in van het Team Collegiale Ondersteuning. Een TCO-collega belde mij ’s avonds, zodat ik het van me af kon praten. Zo’n heftig incident schept wel een band – sindsdien hebben Willem en ik een connection for life.

‘Onder de helikopter hangt een camera. Collega’s van Flight Operations en bij de Landelijke Eenheid in Driebergen zien de beelden van die lakentjes ook, op een heel groot scherm. Ik hoorde achteraf dat zij het ook heftig vonden. Incidenten met kinderen hakken er altijd harder in, die horen niet dood te gaan. Sommige mensen vinden dit een stoer vak, maar na zo’n melding realiseer je je weer: wij zijn ook maar gewoon mensen met kinderen en verdriet.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next