Ex-D66-spindoctor Roy Kramer stelt dat het politieke midden moet kiezen voor strijd, polarisatie en eenvoudige taal, om een populistische machtsovername te voorkomen. Een bloemlezing uit de vele reacties van Volkskrant-lezers.
‘Wie met monsters vecht, moet erop letten dat hij zelf geen monster wordt. En als je lang in een afgrond staart, kijkt de afgrond ook in jou.’ Bij de strijd tegen het rechts populisme is dit citaat van filosoof Nietzsche toepasselijk. Populisten zijn met hun autocratische neigingen een gevaar voor de rechtsstaat en de democratie.
Het laatste wat je dan ook moet doen, is met ze in zee gaan en hun manier van praten overnemen. Aan middenpartijen het advies dat mijn oma mij ooit heeft meegegeven: blijf bij jezelf. Volg dus niet de VVD in het papegaaien van Wilders, maar blijf die nette respectabele partij. Daarmee wil ik niet zeggen dat er geen harde (simpele) woorden gebruikt mogen worden. Trap elke leugen waarmee ze komen kapot. Doorbreek elk fout beeld van de samenleving met keiharde feiten. Laat ze vooral het debat niet bepalen!
Paco Soentken, Zeist
Met agressieve, spottende berichten op X en TikTok houdt de Democratische gouverneur Gavin Newsom van de staat Californië zijn aartsvijand Donald Trump – en diens kiezers – een ongemakkelijke spiegel voor. Voor het eerst trekt een vooraanstaand Democraat de handschoenen uit en slaat terug op het straatvechtersniveau van de president, in diens kenmerkende ‘capslock’-stijl.
Hoewel Newsom de berichten ondertekent, is hij zelf niet het brein achter zijn veelbesproken campagne. Dat is zijn ‘digital director’ Camille Zapata. De 29-jarige leidt een klein team van twintigers die ‘chronisch online’ zijn.
Online reageert Zapata’s team razendsnel en scherp op het Republikeinse kamp. Bijvoorbeeld toen Trump zijn bewering herhaalde dat er door Newsoms milieubeleid een tekort aan water was om de bosbranden bij Los Angeles te blussen. Direct plaatste het team een screenshot op X. Daarop zie je Newsom een vraag stellen aan een AI-chatbot: ‘Herhalen mensen met dementie vaak dezelfde leugens?’ De chatbot antwoordt bevestigend.
De toon in de campagne is, kortom, keihard. Toch gaat Zapata niet zo impulsief te werk als de tweets doen vermoeden. Alle uitingen worden eerst grondig juridisch gecheckt.
Marijke Verbree-Luttikhuis, Den Haag
‘Good form’ is leuk op de golfbaan, netjes bij de debatclub maar waardeloos op straat. Daar geldt: rapid fire, schieten vanuit de heup en gewoon een grotere bek dan de gast tegenover je. Daarnaast kun je best toegeven dat ons politieke systeem corrupt en verrot is. Want dat is het.
Links noch rechts kan voorkomen dat de welvaartsverdeling alleen maar schever wordt. Dat moet een keer klappen. Vraag is alleen: klap je liever linksaf of rechtsaf? Kies je voor liefde of haat? Voor plant of beton? Voor verbinding of poen?
Ach, wat maakt het eigenlijk uit: ‘We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them’, zei Albert Einstein ooit. Ons denken is duidelijk onveranderd.
Job Franken, Rotterdam
Meer strijd, bewust aansturen op meer polarisatie? Het kan blijkbaar altijd nog gekker. Wanneer dringt nu eindelijk het besef door dat er maar één manier is om de achting van een kiezer te winnen en dat is: maatschappelijke problemen aanpakken in de vorm van zichtbare resultaten.
Heeft er wel eens iemand berekend wat al dat zinloze gebekvecht tussen politici kost? Allemaal tijd die niet besteed wordt aan datgene waar men voor wordt betaald. Dus politiek hierbij mijn advies: stop het zinloze gekift, besef dat je alleen maar op die stoel zit om het samenleven en de samenleving leefbaarder te maken en ga aan de slag! Stap over je eigen schaduw heen, creëer taskforces rondom de meest actuele urgente problemen: jeugdzorg, woningbouw, (arbeids)migratie, landbouw en milieu.
In zo’n taskforce zitten diverse politici die vanaf nu samen (!) gaan beginnen bij het probleem zelf in plaats van bij de eigen politieke agenda. Betrek voor een effectieve aanpak en oplossingen vooral de burger en neem de moeite om juist naar die burger te luisteren die tot nu toe weinig gehoord is. O ja, daartoe helpt het inderdaad als je jouw taal toegankelijker maakt.
Ik garandeer succes.
Maaike Jongepier, Leiden
De fundamentele gebreken die aan ons politieke stelsel kleven zijn in kaart gebracht door de commissie-Remkes. Op 11 september van vorig jaar verscheen een verslag van de stand van zaken wat betreft de opvolging van de aanbevelingen: geen verharding van het discours, maar vernieuwing van het politieke stelsel.
Walther Micke, Moerkapelle
Het onderwijs heeft een mooie taak in het kritisch weerbaar maken van de burgers. Met name in verkiezingstijd wordt de kiezer veel moois voorgehouden, meestal geformuleerd in korte, kernachtige punten, gedrukt op mooi, glanzend folderpapier. Op de papieren of digitale verkiezingsposters wordt, zowel ter linker- als ter rechterzijde, het streven van een partij vaak nog kernachtiger, maar daardoor ook vrijwel nietszeggend, geformuleerd. Samen sterk! Kies de minister-president! Stem tegen! Vooruit! Aanpakken en doorpakken! Voor een eerlijke toekomst! Woord houden!
De meeste lijsttrekkers gaan veelvuldig met elkaar in debat, de organisatoren hopen op vuurwerk. Het gaat om de kijkcijfers, die pieken bij uitglijders en snoeiharde confrontaties. Volume en zweetdruppels doen ertoe, nuances, denkpauzes en verdiepende toelichtingen houden de boel maar op. Wie stemmen wil vergaren, kan niet om aandacht en publiciteit ten goede of ten kwade heen, luidruchtigheid betaalt zich ogenschijnlijk uit. Wie zich er om fatsoensredenen aan onttrekt, wordt amper opgemerkt. Verkiezingsstrijd is kermis. Het is vechten tegen de beer. Al sinds de oudheid klimmen bevlogen kandidaten op een kist of barkruk om hun ideeëngoed te verkopen. Geen middel wordt geschuwd, niet alleen het eigen goed wordt opgehemeld, dat van anderen het liefst op de poten afgezaagd. Niet meedoen is eigenlijk geen optie.
Weldenkende stemgerechtigden zullen gelukkig, mits daartoe in bijvoorbeeld het schoolvak Nederlands elementair geschoold, met enige nuchterheid en afstandelijkheid naar al het vertoon kunnen kijken. Zij zullen de programma’s wat zorgvuldiger lezen, zij zullen de beoogde doelen naast de gerealiseerde leggen, ze zullen de kranten goed lezen, de ontwikkelingen breed volgen. Zij zullen natuurlijk ook naar debatten en discussies kijken, maar daarbij hun kennis van en vaardigheid in het argumenteren inzetten, zodat ze feit, fictie, realisme en wensdroom goed kunnen onderscheiden. Zij zullen de retorische manoeuvres herkennen, een onderscheid kunnen maken tussen vorm en inhoud. Zij zullen uitspraken en standpunten beter op waarachtigheid en betrouwbaarheid kunnen beoordelen.
Bovenal zullen ze ook oog hebben voor het vermakelijke aspect, want zoals de dichter Vondel, die het weer had van Shakespeare, het ooit zei: ‘De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.’ Zij zullen vergevingsgezind zijn.
Alex van de Kerkhof, Beuningen
Moet links de methodes van rechts overnemen? Nee, anders verwordt Den Haag tot een show van oneliners die leuk zijn voor de media maar het land niet vooruit helpen. Politici dienen oog en oor hebben voor ‘wat er leeft onder de mensen’. Er zijn verschillende problemen rondom migratie. Élke politicus moet hier iets mee, dus ook linkse. Links moet het thema migratie ook hoog op de agenda zetten. Niet om te concurreren met rechts, maar simpelweg omdat veel mensen zich al dan niet terecht zorgen en druk maken over migratie. Het liefst in heldere ‘twoliners’.
Paul Graalman, Hilversum
Wie kent het niet: een verjaardag die ontspoort zodra politiek ter sprake komt. Eerst gaat het over vakantie of voetbal, dan ineens over migratie of klimaat – en plotseling zijn er kampen. Dat is polarisatie. Ze splijt niet alleen partijen, maar ook gezinnen en vriendschappen.
Moet het politieke midden populisten bestrijden met eenvoudiger taal en meer strijd? Of geven we zo juist voeding aan de verdeeldheid die ons land splijt?
Ex-D66-spindoctor Roy Kramer heeft een punt: brave programma’s winnen geen verkiezingen. Kiezers zoeken herkenning, emotie en leiders die durven vechten. Maar hoe voorkom je dat dit eindigt in een kopie van het populistische spel?
Spanning hoeft niet altijd slecht te zijn. Taboes doorbreken kan verfrissen. Eenvoudige taal kan verbinden. Emotie kan inspireren. Dáár ligt de kracht van constructieve polarisatie: spanning die energie geeft, zonder vijandbeelden te voeden. En vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief: zonder respect verandert ze in een wapen dat vertrouwen sloopt.
Durven middenpartijen de ziel te raken zonder de brug te verbranden? En durven wij als burgers hetzelfde – strijd leveren waar het moet, maar altijd met respect?
Kees van Oosterhout, Almere
Letterlijk betekent populisme ‘wat het volk wil’, maar al in de Griekse oudheid was ‘demos’ ook de discussie over standpunten.
Nu even simpeler, want ik ben voorstander om door meer met eenvoudige woorden de zaak scherp en duidelijk neer te zetten. Wilders misbruikt het volk en je moet juist het volk gebruiken om in de samenleving het ‘samen leven’ met stip op één te zetten.
Gavin Newson, als senator van Californië, raakt de juiste snaren. Geen angst, maar Donald Trump ridiculiseren op een geslepen wijze, op licht populistische wijze. Probeer niet over de echte populisten heen te walsen. Werkt niet.
Roelf Goos, Groningen
Ik deel de analyse van Roy Kramer, maar niet zijn oplossingsrichting. Het is een illusie te denken dat meer eenvoudige taal, meer strijd en/of meer polarisatie leiden tot een beter bestuur. Het alternatief, met een focus op moeilijk te begrijpen inhoud, leidt evenmin tot beter bestuur.
Er is iets totaal anders nodig: er moet worden gezorgd dat de kiezer, alle kiezers, op een laagdrempelige en aansprekende manier kunnen en willen leren welke politieke keuzen mogelijk zijn, hoe deze keuzen samenhangen, en hoe deze keuzen in realistische gevallen uitwerken. Niet alleen de keuzen van de eigen partij, maar ook de keuzen die concurrerende partijen voorstellen en vooral ook de keuzen die mogelijk zijn als partijen compromissen zouden willen sluiten.
De oplossing die ik voorstel is om een app (simulatie/spel) te ontwikkelen waarmee de kiezer op eenvoudige wijze kan onderzoeken en leren wat de keuzen van verschillende partijen en coalities voor hemzelf en andere bevolkingsgroepen betekenen. Door met deze app te ‘spelen’ leert de kiezer wat zij (of hij) zelf het belangrijkste vindt, ontwikkelt zij tolerantie voor keuzen van anderen, en leert zij wat oneliners en emotie in de politiek echt betekenen. Bovendien zullen partijen hierdoor worden gestimuleerd om betere keuzen te ontwikkelen.
Jodi Krol, Diemen
We (de hoger opgeleide ‘elite’) zitten lekker in onze bubbel en denken de we ‘de gemiddelde Nederlander’ zijn. Afgelopen verkiezingen werkte ik een paar uur in een stembureau en mijn ogen zijn geopend. ‘De gemiddelde Nederlander’ heeft behoefte aan soundbites die het nieuws halen via media die de doelgroep bereikt. De meeste politieke partijen snappen namelijk niet hoe communicatie werkt. Het is tijd voor goede marketeers die de campagnestrategen vervangen.
Arjen de Ruyter, Nieuw-Vennep
Moet het politieke midden meer polariseren met retorisch geweld? Dit is de verkeerde vraag. Polarisatie gaat nu niet meer over links of rechts, maar over ratio of emotie.
Veel ‘middenpartijen’ zijn geen echte middenpartijen, maar vertegenwoordigen de rationele kant van polarisatie. De overtuiging van de waarheid van de ratio en feiten van bijvoorbeeld Sander Schimmelpenninck en Frans Timmermans is even eenzijdig als het emotionele en retorische geweld van Wierd Duk of Geert Wilders. Beide ‘waarheden’ leveren een destructief gevecht op, waardoor het vertrouwen in de overheid steeds meer afneemt.
Recente inzichten in neurowetenschappen en psychologie laten zien dat de essentie van de ontwikkeling van samenleving en politiek, besluitvorming en moraal niet gebaseerd is op ratio of emotie, maar op het derde deel van ons bewustzijn, de middenpositie: gevoelens zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid en wijsheid. Deze gevoelens zijn verbindend. Emoties zoals boosheid en rationele argumenten leveren juist strijd op. Gevoelens vragen veel training, wat in onze maatschappij steeds minder gegeven wordt, waardoor we steeds meer terugvallen in de polarisatie tussen ratio en emotie.
De uitdaging is authentieke gevoelens zoals waarachtigheid te ontwikkelen en daarmee een groot deel van samenleving te verbinden.
Jan den Boer, Vleuten
Polarisatie is helemaal niet erg: ten tijde van Joop den Uyl en Hans Wiegel gaf dat tenminste duidelijkheid en daar was eigenlijk niemand tegen. Praten met meel in de mond en gouden bergen beloven: daar houden de keizers niet van.
Het retorische geweld van Wilders, of liever gezegd zijn aanhoudende leugens, moet met alle kracht worden ontregeld. Twee keer kansen om wat ‘voor de mensen’ en ‘voor het land’ te doen, zijn volstrekt mislukt. Populisten moeten populistisch worden bestreden, maar niet met onwaarheden en onzalige vergezichten.
Concentreer je op twee, drie speerpunten, want je kunt niet alles in één keer regelen. Blijf authentiek en laat je niet meeslepen in niet bestaande ‘cultuuroorlogen’. En herhaal en herhaal en herhaal. Leg duidelijk uit dat milieu geen zaak voor gekkies is, maar dat het iedereen aangaat, nu en in de toekomst.
‘Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral’ (Bertolt Brecht), dus heb het iets minder vaak over gender en meer over koopkracht.
David Barnouw, Amsterdam
Naast het standbeeld van Hugo de Groot midden op de Delftse markt stonden elke donderdag in de jaren zeventig twee viskramen vlak naast elkaar. Waar de ene visverkoper met donderende stem zijn waar aanprees, hield de ander zich muisstil. Ik kocht altijd bij de tweede en heb dus nooit willen weten bij wie de vis het lekkerst was.
Frank Spoek, Amsterdam
Het is een groot misverstand dat de deur naar regeringsdeelname voor Geert Wilders werd opengezet door Dilan Yesilgöz. In feite kreeg Wilders al zijn zin vlak na de val van Kabul, in 2021. D66-minister Sigrid Kaag kondigde namens de regering aan dat Afghanen die de Nederlandse ambassade aldaar hadden beveiligd, niet gerepatrieerd konden worden: zogezegd was er in Nederland geen plaats voor nog meer asielzoekers. (Het ging hooguit om tweehonderd mensen.)
Dat uitgerekend een voormalig spindoctor van D66 onlangs in deze krant pleitte dat de middenpartijen het populisme met vuur moeten bestrijden, de tegenstander moeten neerzetten als boeman zodat een verhaal spannend wordt, geeft het failliet van de huidige politiek aan. Daarin proberen politici stemmen te winnen met een fixatie op de emotie van de kiezer. Als men dan vuur met nog meer vuur gaat bestrijden, mondt een fikse veenbrand uit in een oncontroleerbare bosbrand.
De populisten hebben het halve land al in de fik gezet. Laat de overige politici het hoofd koelhouden en voorkomen dat de democratie helemaal in rook opgaat.
Sven Schellekens, ’s-Hertogenbosch
Al liegen mensen als Geert Wilders, Thierry Baudet en Dilan Yesilgöz dat het gedrukt staat, noem dat vooral geen ‘soepel omgaan met de waarheid’. De neiging om uit te leggen waarom iets onwaar is moet je gewoon onderdrukken tot er naar gevraagd wordt.
Je moet/mag waar gelogen wordt ‘gewoon’ constant herhalen dat iets een leugen is. En dus: ‘Leugenaar’, ‘Jokkebrok’, ‘Liegbeest’, ‘Leugenzak’, ‘Leugenbrok’, ‘Jokker’, ‘Fantast’, ‘Warhoofd’ en ‘Mafkees’ zeggen. Gebruik ook ter afwisseling: ‘leugen’, ‘onwaarheid’, ‘verzinsel’, ‘nep’, ‘geraaskal’, ‘hersenspinsel’ en ‘verdraaiing’. Vooral ‘leugen’ is naar mijn ervaring een vrij krachtig middel waarvan je maar beter gebruik durft te maken, maar enige variatie maakt het wat beter te pruimen c.q. minder saai.
Als mensen vragen of iets (on-)waar is (of genuanceerder: of je iets (be-)vindt) kun je gerust antwoorden, want dan geef je ze schijnbaar gewenste informatie over je mening ergens over. Onenigheid mag bestaan. Maar verder bestrijdt men vuur met vuur.
Rik Stigter, Baflo
Dagelijks bij diverse programma’s op tv is het een komen en gaan van politici die afgeven op andere partijen en met de mond belijden zelf het beste voor te hebben met Nederland. Vertaald komt dat er in de praktijk bijna altijd op neer, dat ze het beste voor hebben met hun eigen relatief selecte doelgroep en met de groei of consolidatie van hun eigen partij.
Eigen groep eerst, het belang van Nederland, als daar al echte aandacht voor is, komt op een minder verkiesbare plaats. Moet een partij zich qua taalgebruik gaan verlagen om juist met zetels te kunnen klimmen? Een zichzelf respecterende partij zou dat niet moeten doen.
Zeggen het ‘eerlijke verhaal’ te vertellen, alsof de andere partijen dat niet doen, is weliswaar feitelijk meestal juist níet eerlijk, maar het kan, zoals we elke dag zien of horen, veel erger. Er is niets mis met eventueel eenvoudig(er) taalgebruik, maar wél met grove en kwetsende woorden.
Politici zouden er goed aan doen wat meer stil te staan bij de gevolgen van hun taalgebruik. De drempel voor anderen om ook zo te reageren wordt steeds lager. Zorg dat je jezelf in de spiegel kunt blijven aankijken, daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.
Jaap Verduyn, Best
De kiezer mag ook wel een keer aangesproken worden op zijn verantwoordelijkheid. Het vertrouwen in de politiek is verdampt sinds de puinhopen van het afgelopen kabinet. De kiezer heeft besloten dat de problemen die centrumrechtse kabinetten de afgelopen dertig jaar niet hebben opgelost af te straffen door een nog rechtser kabinet in het zadel te helpen. Nu is er vervolgens geen vertrouwen meer in de politiek, politiek waar de kiezer zelf voor heeft gekozen.
Wil de Nederlandse kiezer oplossingen voor het woningtekort, stikstof, behoud natuur, duurzaamheid, dan zouden ze zich deze verkiezingen wat meer moeten verdiepen in de partijprogramma’s en de financiële onderbouwing daarvan. Wat wil je met het belastingstelsel, hoe gaan we het opwarmen van deze aarde een halt toe roepen, hoe ga je om met de rechtsstaat, hoe laten we Nederland achter voor de komende generatie. Al deze zaken moeten besproken worden aan de hand van feitelijkheden en wetenschappelijke ondersteuning, niet populistisch, wel noodzakelijk.
Neem de kiezers serieus, ze zijn wellicht verstandiger dan je denkt wanneer je ze op hun verantwoordelijkheid aanspreekt. Populisme met populisme bestrijden is niet het antwoord, aanspreken op democratische verantwoordelijkheid wel.
Eddy Houwer, Groningen
Als je als politicus van het midden wilt leren hoe je populisten effectief kunt bestrijden, dan raad ik je aan om terug te kijken naar de televisiedebatten tussen Donald Trump en Joe Biden uit 2020, waarbij Biden als winnaar uit de strijd kwam. Iedere keer als Trump tegen Biden begon te schelden, vuurde Biden met rake scheldkanonnades terug. En op de schaarse momenten dat het ergste vuur even gedoofd leek, bracht Biden zijn inhoudelijke punten naar voren.
Wat we achteraf kunnen zien, is dat Biden toont hoe je als politicus moet kunnen switchen tussen straattaal en inhoudelijke argumentatie. Beide communicatievormen zijn belangrijk en het behoort tot de vorming van de politicus om daarin getraind te worden. Wat echter niet getraind maar wel op een dieper niveau ontwikkeld moet worden, is de vorming van een doorwrochte en doorleefde visie op de publieke zaak.
Precies hier ligt het probleem van onze zogeheten ‘diplomademocratie’ (Mark Bovens). Dat politici niet in staat zijn om hun visie in herkenbare taal naar voren te brengen, is niet zozeer doordat burgers steeds dommer worden als wel dat de meeste politici geen visie hebben. Zolang wij er niet in slagen om deze impasse te doorbreken, hebben de populisten vrij spel.
Martien Schreurs, Nijmegen
Vast mantra is bij elke landelijke verkiezing: ‘Mensen, ga stemmen.’ Ik hoop eigenlijk dat mensen die daar nog over twijfelen of het nut heeft, of waar het over gaat, het vooral niet doen. Ik zou graag zien dat de mantra wordt: ‘Mensen, ga een krant lezen’ en verschijn in het stemhokje misschien pas bij de volgende verkiezingen – met meer zin, meer kennis, meer besef. Ja, meer twijfels mag ook, daar is niets mis mee.
Erik Zachte, Leiden
Het politieke onvermogen om een samenleving te besturen is in twintig jaar tijd groot geworden door populisten, die politiek, overheid en de culturele diversiteit van het met elkaar leven in de samenleving in diskrediet brengen. Deze erg zieke populistische olifant wordt al jaren volgeplakt met pleisters en verbanden, dood gaat-ie niet ervan. Dat is het euvel.
Besturen is mensenwerk. Sinds de ‘Doorbraak’ na de Tweede Wereldoorlog had de sociaaldemocratie decennialang een goede, sterke reputatie, op lokaal en op regeringsniveau (uitgezonderd Rutte II). De successen, de idealen, de heroïsche avonturen, de dolksteken in de rug, intriges, het verraad, de foute keuzes, de heftige debatten, de compromissen, persoonlijke drama’s, collectieve tragedies, nederlagen, die in overwinningen werden omgezet, wie wordt niet meegesleurd door deze geschiedenis? Bloed, zweet en tranen.
Laat een omroep in samenwerking met een streamingdienst er een tv-serie van maken met wekelijkse afleveringen en het resultaat: ‘Drama’ met een hoofdletter! Ophef en drama is tegenwoordig de winnende combinatie. Laat dat vergezeld gaan van een kader met historische feiten en een verkiezingsprogramma van 169 pagina’s, beschikbaar in makkelijke taal. Overwinning verzekerd.
Paulus van Uijthoven, Ulvenhout
Het politieke midden worstelt: meedoen in de verontwaardiging van Geert Wilders en co, of het frame negeren? Misschien is er een derde weg: humor.
Humor haalt spanning uit het debat. In Amerika werkte het wonderlijk goed (maar helaas onvoldoende) toen Tim Waltz als running mate van Kamala Harris, Trump en Vance eens niet als gevaarlijke strongmen betitelde, maar als een stel ‘weird guys’.
Waarom kunnen onze politici niet hetzelfde doen? Wilders eens niet portretteren als een politiek gevaar, maar een raar blond kattemannetje uit Limburg die al jaren boos blaast naar alles dat riekt naar ‘buitenlanders’. Het beeld is ontwapenend, en belangrijker: het haalt de ernst uit zijn dreunende retoriek. Want wat het in deze tijden van korte aandachtspanne op sociale media naast boosheid ook goed doet: humor. Maak daar eens gebruik van.
Bas Nijboer, Den Haag
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant