Home

Paris Hilton en Pasolini: nieuw talent bewijst zich met odes aan idolen

De theatermakers van de toekomst Het Amsterdam Fringe Festival, dat donderdag van start ging, heeft zich ontwikkeld tot onmisbaar showcasefestival en een vrijhaven voor experiment. Thor Braun en het duo Tijn Hoekzema & Megan de Kruijf etaleren met hun potentiële festivalhits dat ze een belofte voor de toekomst zijn.

‘Everybody is always six handshakes away from Paris Hilton’s coke dealer’ van Megan de Kruijf en Tijn Hoekzema.

Paris Hilton is heilig, Paris Hilton is god. Daarover zijn de twee personen op het bankje het eens. Ze wachten niet voor niets op Chris, haar cokedealer. Dichterbij hun idool zullen ze niet gauw komen. Het lijkt ze niet eens te gaan om de drugs, het gaat om in de buurt komen van hun idool. En dus wachten ze, eindeloos, en praten ze, het verder oneens over bijna alles.

Amsterdam Fringe Festival. Gezien: 6 en 7 sept, diverse locaties Amsterdam. Festival t/m 14 september. Info: amsterdamfringefestival.nl

Tijn Hoekzema & Megan de Kruijf: Everybody is always six handshakes away from Paris Hilton’s coke dealer

Thor Braun: Jongens

Elise Bauwens en Chanou Mekenkamp: Ulrike en de wind van het westen

Astrid Rozemarijn Klein Haneveld: The impossible astronaut

All Those Creators Collective/ Gerinio Triebel: Nin

Everybody is always six handshakes away from Paris Hilton’s coke dealer, van Tijn Hoekzema & Megan de Kruijf, te zien op het Amsterdam Fringe Festival voor nieuw talent, is een knotsgekke variant op het niet minder absurde Waiting for Godot van Samuel Beckett. Hoekzema (die/diens) en De Kruijf (zij/haar), die in 2023 afstudeerden op de Toneelacademie in Maastricht, schreven een gelaagde dialoog, die knispert van de bizarre wendingen en onlogische reacties. Tegelijk is de tekst navoelbaar genoeg om geen koeterwaals te worden: het is absurdisme van hoog niveau.

Over hun ambities praten ze, hun dromen, hun toekomst. Twistpunt is onder meer of ze al dan niet „traditioneel” zullen worden. De een ziet er wel wat in, comfortabel leven, de ander protesteert: „Ik ben geen formule, ik ben een icoon.” Met onverwacht aplomb: „Traditie is groepsdruk van dode mensen.”

Het geeft aan hoe grappig hun ontsporende gepraat bij vlagen is. Hoekzema en De Kruijf weten hun verloren rondlopende personages precies de juist hoeveelheden wanhoop, zelfvertrouwen en gekte mee te geven om mee te gaan in hun kronkels. Qua comedyspel kan het hier en daar nog wat scherper, maar de draai die ze aan het einde aan hun verhaal geven, is zonder meer magnifiek en geestig. Six handshakes heeft alle trekken van een festivalhit in zich.

Thor Braun in ‘Jongens’.

Pier Paolo Pasolini

Dat geldt misschien ook wel voor Jongens van Thor Braun, zijn afstudeervoorstelling en een onstuimig gespeelde ode aan de Italiaanse filmer en schrijver Pier Paolo Pasolini, die dit jaar vijftig geleden overleed. Met aanstekelijke charme stort Braun (bij tv-kijkers bekend als Chris van Oogappels) zich op de onbegrensde liefde voor jongens, de grote obsessie van Pasolini. Hij zou ook wel zo’n zomer willen, mijmert hij, zoals zijn held die beschreef in zijn boeken, vol warmte, loomte en lijven.

Na een al te schreeuwerig voorgedragen samenvatting van Pasolini’s leven en werk giet Braun een urn met de as van Pasolini (zijn naam staat op een sticker op de urn) boven zijn hoofd leeg. Een schitterend beeld. Zo, met as in het haar, en zijn enthousiasme beter onder controle, vertelt hij een handvol van Pasolini’s verhalen over broeierige ontmoetingen met jonge jongens na. Steeds weet de hoofdpersoon, een jongeman, de tieners over te halen tot een eerste kus en soms meer.

Voorafgaand aan zijn optreden schildert Braun, gekleed in een gebreid broekje, met zwarte verf torso’s, pikken en billen op een groot wit vel op de grond, en ook gaandeweg schildert hij en onthult schilderwerk, steeds van naakte jongens. Op de vloer schildert hij ook een citaat dat alles zegt: „De enige liefde die voor mij telt, is die van het vlees.”

In een verwijzing naar het stront eten in Salò, de meest omstreden film van Pasolini, smeert Braun zich ook nog in met bruine drab. Het zijn componenten van een uitermate fysieke, onbeschaamde en gepassioneerde performance, die je geheel inpalmt.

Vanaf een cassetterecorder laat de jonge maker nog vooraf opgenomen overpeinzingen over dit project horen, waarbij hij vaststelt dat Pasolini pedoseksueel was, ook al waren de verhalen fictie. Die dubbelzinnige kanttekening voelt onbevredigend, als een wat te vluchtige disclaimer. Na zoveel hartstochtelijke aanbidding had daar wel wat meer denkwerk in mogen worden gestoken. Wat niet wegneemt dat Braun onmiskenbaar een talent is om te koesteren.

Chanou Mekenkamp in ‘Ulrike en de wind van het westen’. Foto Annelies Verhelst

Ulrike Meinhof

Ook Ulrike en de wind van het westen van Elise Bauwens en Chanou Mekenkamp heeft een controversiële figuur als hoofdpersoon: Ulrike Meinhof, vooraanstaand lid van de Rote Armee Fraktion, de extreemlinkse Duitse terreurgroep, en ook al weer bijna vijftig jaar dood. In de door Bauwens geschreven solo speelt Mekenkamp zowel zichzelf als Meinhof, in flarden van gedachten en overwegingen. Het duo zet ook video in en muziek.

Het resultaat is een fragmentarische voorstelling, met een tekst die springt van gebouwen opblazen en dromen van vallen tot verlangen naar een alledaags leven, met kinderen in een Volvo – een beeld dat weer kantelt door de fantasie een onderdanige vrouw te zijn en aan bondage te doen. Net als in Six handshakes trekt het veilig-burgerlijke bestaan, maar zijn er ook tegenstemmen.

Wat Ulrike het meest genietbaar maakt is de pit en flair waarmee Mekenkamp speelt. Alle bruuske overgangen in de tekst neemt ze als vanzelf en zo creëert ze een intrigerend en ongrijpbaar wezen.

‘Nin’ van All Those Creators Collective/ Gerinio Triebel. Foto Annelies Verhelst

De aard van de Fringe, een showcasefestival en een vrijhaven voor experiment, maakt dat er soms ook al te pril werk is te zien. Dat gaat op voor The impossible astronaut van Astrid Rozemarijn Klein Haneveld en Nin van All Those Creators Collective/ Gerinio Triebel. Zoals velen op de Fringe-werken ze interdisciplinair, dans combinerend met gesproken tekst. In beide gevallen zijn de dansvaardigheden het meest ontwikkeld.

Klein Haneveld verbindt rouw over een overleden vader en ruimtereizen middels verwijzingen naar Doctor Who en Star Wars. Haar vertraagde bewegingen groeien uit tot een pakkend beeld van beide thema’s.

In Nin spreekt Gerinio Triebel expliciet zijn gedachten uit over eenzaamheid en het zoeken naar jezelf. Met drie andere dansers geeft hij daar ook innemend gestalte aan. Waarbij het te betreuren is dat hij na een kwartier optreden een pauze van een kwartier inlast om het decor aan te passen. Alle opgebouwde sfeer waait direct weg. Jonge makers moeten vrij zijn, maar het zou mooi zijn als een coach hen behoedt voor beslissingen als deze.

Source: NRC

Previous

Next