Home

Het zwemmen gaat niet door – door personeelstekorten verdwijnen de ‘geluksmomenten’ in de gehandicaptenzorg

Gehandicaptenzorg Dinsdag spreekt de Tweede Kamer over het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. Instellingen hebben last van personeelstekorten en vrezen dreigende bezuinigingen. „Tegen iemand met het niveau van een kind van drie kun je niet zeggen: vandaag is er geen zorg.”

Begeleiders Douwe Konijn en Maud Kramer met de zwaar meervoudig gehandicapte Nelly van Meijeren in zorginstelling Ipse de Bruggen in Zwammerdam.

Ze zijn „zeer ernstig verstandelijk beperkt” en hun gedrag is „moeilijk verstaanbaar”. Het zijn veertigers, vijftigers, zestigers die niet of nauwelijks kunnen praten. Ze hebben een groot en sterk lichaam maar ze functioneren op het niveau van een baby van nul tot zes maanden. Ze zijn niet zindelijk. Ze liggen op een waterbed, urenlang strelend over een pluisje. „Ze zijn erg met voelen bezig”, zegt begeleider Maud Kramer. Ze rollen in het gras. Ze gooien een stoel omver. Ze grommen. „Huh huh huh.” Ze pakken hun favoriete begeleider vast en wijzen naar hun schoenen. Begeleider Douwe Konijn: „Dat betekent dat hij wil dat ik mijn voet op zijn schoen zet. Dat is zijn manier om een stukje aandacht te krijgen.”

Zomaar een ochtend in een instelling voor verstandelijk gehandicapten, Ipse de Bruggen, op landgoed Hooge Burch in het Zuid-Hollandse Zwammerdam. Het is een van de vele instellingen die met stijgende kosten voor meer cliënten, meer behoefte aan zorg door vergrijzing en inflatie, én dreigende miljoenenbezuinigingen op onder meer therapieën, zorg bieden aan 200.000 mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking.

Er zijn in Nederland, volgens cijfers van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) ongeveer 142.000 mensen met een ernstige of lichtere verstandelijke beperking. Daarnaast hebben 1,4 miljoen Nederlanders ondersteuning nodig omdat ze zwakbegaafd zijn. Dinsdag spreekt de Tweede Kamer over het gehandicaptenbeleid.

Geluksmoment? Naar de McDrive

Enthousiast vertellen de twee jonge, onlangs afgestudeerde verpleegkundigen over hun werk met de zeer ernstig verstandelijk gehandicapten. Maud Kramer: „De cliënten uiten hun gevoelens zonder te praten. Hen dan toch begrijpen, is uitdagend.” Douwe Konijn: „Het duurt ongeveer een jaar voordat je iemand goed kent, en weet wat iemand bedoelt. Voor je merkt wanneer iemand in een bepaalde stemming aan het komen is, waar bepaald gedrag uit voort kan komen, zoals slaan en krabben. Dat probeer je te voorkomen.”

De zwaar meervoudig gehandicapte Nelly houdt er van om met scheerschuim te spelen.

Bevredigend zijn vooral de „geluksmomenten” zoals met cliënten naar de McDrive rijden. Konijn: „Dat is voor hen zeer bijzonder. Ze blijven er nog weken mee bezig.” Kramer vertelt dat ze onlangs met een cliënt een supermarkt hebben bezocht. „Hij wist niet wat hij zag.” Konijn: „Het draait in hun leven om eten. In de supermarkt werden zijn ogen almaar groter. Het was heerlijk om te zien.”

De begeleiders zijn ook bezorgd. Het wordt steeds lastiger de cliënten de zorg te bieden die ze nodig hebben, door gebrek aan personeel. Maud Kramer: „Als iemand ineens onrustig wordt, kun je hem niet op de groep hebben en heeft hij één-op-één zorg nodig. Die nabijheid kunnen we niet altijd bieden.” Het tekort aan personeel betekent ook dat zwemmen met cliënten, voor wie dat „ontzettend belangrijk” is, niet altijd lukt. Bestuurder Hanno Brandsema van Ipse de Bruggen: „Vooral in de vakantietijd is de druk hier echt extreem. En over een aantal jaren is die drukte aan de orde van de dag.”

Het personeelstekort stijgt. Volgens de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland zijn er in de sector nu bijna 10.000 vacatures en dat aantal zal over negen jaar zijn opgelopen naar ruim 33.000. Voorzitter Boris van der Ham: „We staan voor enorme uitdagingen. Want je kunt de zorg voor mensen met een beperking niet zomaar afschalen. Tegen iemand met het ontwikkelingsniveau van een kind van drie kun je niet zeggen: we komen vandaag niet, of: uw behandeling gaat vandaag niet door.”

Sjoelen met je moeder

Omgaan met weinig personeel is de komende jaren waar alles om draait. Bij de „zeer ernstig verstandelijk beperkte” groep cliënten zijn onlangs twee woningen met beide acht bewoners samengevoegd. Zodat er van de vier begeleiders altijd één vertrouwd gezicht is, en nooit twee uitzendkrachten die de cliënten niet goed kennen. Ook technologie kan helpen, legt bestuurder Brandsema uit. „We experimenteren met slimme luiers, zoals we dat noemen. Dat zijn luiers die een signaal afgeven als die gevuld zijn. Zodat je alleen nog moet verschonen als het nodig is. We kunnen ook stress meten, door sokken met een sensor.” Ook het inschakelen van familie en vrijwilligers is van onschatbare waarde. Ouders komen wekelijks sjoelen met hun kind, gaan ermee wandelen of nemen hun kind een weekend mee naar huis. Een moeder kwam enige tijd elke vrijdagavond koken. Douwe Konijn: „Daardoor kunnen wij onze aandacht richten op cliënten die nooit bezoek krijgen, daar zitten schrijnende gevallen bij. De een krijgt elke week bezoek, de andere eens in het half jaar.” Familie is niet altijd in staat om de hulp vol te houden. Bovendien, vertelt bestuurder Brandsema, leidt de hulp van ouders soms ook wel tot conflicten. „Ouders zijn mondig. Ze willen het beste voor hun kind, maar dat lukt niet altijd. Sommige ouders willen dat hun kind elke dag met één begeleider een wandeling maakt. Dat gaat niet in een groep van acht bewoners met ernstige gedragsproblematiek. En dus moeten we niet alleen aan de cliënt maar ook aan hun familie veel aandacht besteden.”

Dreigende bezuinigingen

En dan hebben ze het nog niet eens over geld gehad. Twee aangekondigde bezuinigingen van het demissionaire kabinet-Schoof zijn voor komend jaar controversieel verklaard. Van afstel is het nog niet gekomen. Het gaat om een korting van 88 miljoen euro op behandelkosten zoals voor therapie, plus een korting van 52 miljoen op contractuele of beleidsmatige afspraken tussen zorgaanbieders en overheid. Voorzitter Boris van der Ham van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland: „We liggen in de media soms wat achter, vergeleken bij de ouderenzorg of de ziekenhuiszorg of de geestelijke gezondheidszorg. De oorzaak voor die beperkte aandacht is dat wij zorgen voor mensen die meestal niet een acuut probleem hebben. Maar we staan hier voor enorme uitdagingen.” Stabiliteit is cruciaal. Van der Ham: „Als je in een ziekenhuis ligt en elke uur komt een andere verpleger aan je bed is dat misschien niet leuk, maar je kunt er mee omgaan. Als dat hier gebeurt, raken cliënten helemaal gedesoriënteerd. Daardoor wordt de druk nog groter.”

Licht verstandelijk beperkte bewoners zoals Soraya (rechts) en Quinty (midden) hebben een eigen kamer.

De bezuinigingen raken ook de zorg en de dagbesteding voor andere, lichter verstandelijk gehandicapten in Zwammerdam. Denk aan jongeren met een licht verstandelijke beperking die op de instelling leren hout te bewerken, van vogelhuisjes tot kantoorbalies en zelfs een Romeinse strijdwagen, en die wellicht best bij een regulier bedrijf of bij een publieke instelling kunnen werken, maar voor wie de begeleiding in zo’n baan ontbreekt. Boris van der Ham: „Nu vervallen financiële vergoedingen zodra iemand werk heeft – dan ben je zogenaamd beter. Maar begeleiding is voor mensen met een licht verstandelijke beperking altijd nodig, daar moet geld voor zijn. Het gaat niet alleen om het welzijn van deze cliënten, maar ook over wat ze kunnen bijdragen aan het arbeidstekort. Met begeleiding kunnen ze werken in het groenonderhoud en zelfs in de zorg als woonhulp voor mensen met dementie: koken, spelletjes doen, dat soort zaken.”

Brian van der Vlies heeft een licht verstandelijke beperking en is samen met zijn begeleider Dick van Vuuren hout aan het bewerken.

Zonder hulp stond ik op straat

Behalve met bezuinigingen kampen de instellingen ook met het woningtekort. Op het landgoed verblijven ook cliënten met een licht verstandelijke beperking met psychiatrische aandoeningen, die bovendien soms ook verslaafd zijn en in de criminaliteit zijn terechtgekomen, en voor wie er na de behandeling van gemiddeld twee jaar geen geschikte woning te vinden is. Zoals voor de 37-jarige Thyrza van der Meulen. Zij woont al drie jaar in Zwammerdam, in een groep van zeven mensen. „Ik kwam hier heel verward binnen. Ik leefde meer op straat dan in m’n eigen huis. Als ik hier niet was behandeld, had ik op straat geleefd.” Ze kijkt haar psycholoog aan, Henrieke Lamers. „Ik heb geleerd over mijn gevoelens te praten. En nu heb ik rust in mijn hoofd. Geen alcohol en geen drugs meer. Ik ben oké.” Ze laat haar kamer zien, vol afbeeldingen van Nijntje, met een grote televisie aan het voeteneinde van haar bed, de muren beplakt met foto’s, het weekschema en aansporingen, zoals een briefje met ‘positieve gedachten’ met als eerste gedachte: ‘Het komt wel goed’. Ze wacht al maanden op een eigen woning, onder begeleiding. „Ik wil hier uiteindelijk wel weg.”

En nu maar hopen dat een volgend kabinet geld vrijmaakt voor de gehandicapten, zegt bestuurder Hanno Brandsema van Ipse de Bruggen. „Hoe je met „de meest kwetsbare mensen omgaat”, vindt hij, zegt alles „over de beschaving van een land”.

Source: NRC

Previous

Next