Wooncrisis Directeur Erik Gerritsen van woningcorporatie Ymere ziet weinig in het wetsvoorstel om statushouders hun voorrangspositie op sociale huurwoningen af te nemen. „Er wordt veel geld verspild omdat dit probleem van doorstroming niet wordt opgelost. Die mensen moeten toch ergens wonen.”
Erik Gerritsen, voorzitter woningcorporatie Ymere
„Getto’s” en „statushouderwijken” waar de leefbaarheid ernstig onder druk staat. Erik Gerritsen, directievoorzitter van woningcorporatie Ymere, voorziet grote problemen als de voorrangspositie van statushouders op sociale huurwoningen verdwijnt – zoals het demissionaire kabinet van plan is. Asielzoekerscentra en doorstroomlocaties zitten nu al overvol; Gerritsen waarschuwt voor grootschalige ‘sobere’ noodcomplexen naar het voorbeeld van Castricum, waar statushouders onder meer in een leegstaande tractorshowroom werden geplaatst.
Als het gaat om wonen zijn er op dit moment, buiten de hypotheekrenteaftrek, weinig thema’s die de politieke gemoederen zo bezighouden als de voorrang voor statushouders. Nu mogen gemeenten statushouders met urgentie versneld een sociale huurwoning toekennen, maar in het Hoofdlijnenakkoord werd beloofd om gemeenten dat te verbieden. Na een internetconsultatie, waarin onder meer gemeenten en corporaties forse kritiek uitten op het voorstel van demissionair minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB), komt de afdeling Advisering van de Raad van State naar verwachting deze week met haar advies.
In de toelichting op het wetsvoorstel schrijft Keijzer dat ze de positie van statushouders op de woningmarkt wil „normaliseren” ten opzichte van reguliere woningzoekenden. Statushouders moeten op de reguliere wachtlijst voor een sociale huurwoning, of op zoek naar onderdak bij familie of in de vrije huursector.
Erik Gerritsen (63) heeft als voormalig topambtenaar een gezaghebbende stem in Den Haag. Sinds 2021 is hij directievoorzitter van Ymere, met 83.000 woningen in metropoolregio Amsterdam de grootste corporatie van Nederland.
Gerritsen kan weinig sympathie opbrengen voor het wetsvoorstel. Volgens hem leidt de discussie rond statushouders af van het werkelijke probleem: het schreeuwende tekort aan sociale huurwoningen. „Door statushouders hun voorrang af te nemen, los je deze woningcrisis niet op. Deze maatregel zou bij ons naar schatting een maand wachttijd schelen”, zegt Gerritsen. „Eén maand, op een wachtlijst van tien jaar. Slechts 0,3 procent meer kans op een sociale huurwoning.”
Waarom moet een statushouder volgens u recht op voorrang hebben?
„Statushouders, het woord zegt het al, hebben een legale status. Ze hebben recht op een woning. Deze mensen verblijven al jaren in azc’s in Nederland en – geloof me – willen echt wat maken van hun leven. Maar zonder een goed dak boven je hoofd staat je leven op pauze en kun je niets opbouwen. Dan bevorder je een inburgering ook niet.”
Met de term ‘normaliseren’ suggereert de minister dat er een gelijk speelveld moet komen voor statushouders en reguliere woningzoekenden. Vindt u dat hier sprake is van een gelijkwaardige situatie?
„Nee, dat vind ik niet. Veel reguliere woningzoekenden wonen op zolders of kamers. Sommigen moeten terug naar hun ouders – bijvoorbeeld na een scheiding. Ik wil dat echt niet bagatelliseren. Het verschil is alleen dat reguliere woningzoekenden al in een woning zitten en dat zij vaak al wachttijd hebben opgebouwd door hun inschrijving.
„Statushouders hebben vaak geen wachttijd opgebouwd; zij zitten opgehokt in overvolle azc’s, op doorstroomlocaties in vakantiehuisjes of op cruiseschepen. Of ze worden ondergebracht in containers of barakken die niet aan het bouwbesluit voldoen, zoals in Castricum. Om je voor te schamen.”
De minister zegt dat statushouders maar in de vrije sector moeten zoeken, of bij familie of een hospita moeten gaan inwonen.
„De vrije sector is voor reguliere woningzoekenden al niet haalbaar. Hoe moet een statushouder met een klein netwerk en weinig middelen daar dan wel slagen? Het enige stukje in dit wetsvoorstel dat wij wel steunen, is dat de minister mensen aanmoedigt om aan woningdelen te gaan doen. Maar verder leidt deze wet af van waar het echt over zou moeten gaan, en dat is dat er gewoon een waanzinnige woningschaarste is. En die wordt hiermee niet opgelost.”
Gerritsen erkent dat de voorrangsregeling in de publieke beeldvorming soms knelt. Bijvoorbeeld als een individuele statushouder in afwachting van gezinshereniging met voorrang een eengezinswoning betrekt, waarvoor een heel gezin al jaren op de reguliere wachtlijst staat. Dat plaatje ziet er volgens Gerritsen „heel slecht uit”, en is „koren op de molen van sommige politieke partijen”.
Toch moet dit volgens de Ymere-bestuurder wel in perspectief worden gezien. De woningen die nu naar statushouders gaan, zo zegt hij, zijn veelal flexwoningen tot 40 vierkante meter. Daarbij gaat het volgens Gerritsen om veel kleinere percentages dan sommige partijen schetsen. „Nog geen 7 procent van ons totale aantal vrijgekomen woningen ging vorig jaar naar statushouders.”
Gemeenten krijgen van het Rijk elk jaar opdracht om een aantal statushouders te huisvesten. Daarbij zijn er ook andere redenen voor een urgentieverklaring. Bijvoorbeeld als er sprake is van een medische noodzaak, of als iemand uit een behandeltraject in de ggz- of verslavingszorg komt. Ook jongeren mogen in sommige gemeenten met voorrang reageren op (tijdelijke) huurwoningen. Gemeenten bepalen welke doelgroepen met voorrang op een sociale huurwoning mogen reageren – woningcorporaties verdelen deze woningzoekenden over nieuwbouwcomplexen of bestaande sociale huurwoningen die vrijkomen.
Ook statushouders vallen onder die kwetsbare doelgroepen. De landelijke corporatiekoepel Aedes meldt dat jaarlijks 5 tot 10 procent van de beschikbare corporatiewoningen naar statushouders gaan, al zijn exacte cijfers niet beschikbaar. Uit een rondgang van NRC blijkt dat het aantal statushouders dat een sociale huurwoning toegewezen krijgt per gemeente en per woningcorporatie flink kan verschillen.
Bij Ymere gingen vorig jaar 451 woningen naar statushouders, ofwel 6,9 procent van de totale vrijgekomen 6.577 huurwoningen. 279 van die woningen waren in Amsterdam, wat neerkomt op 7,4 procent van de woningen die de corporatie in de hoofdstad uitgaf. Even verderop in Haarlem wees de corporatie 30 woningen toe aan statushouders, met 3,2 procent een veel lager aandeel van het totaal.
Woningcorporatie Havensteder, met ruim 42.000 woningen actief in de stadsregio Rotterdam, wees vorig jaar 11,8 procent van de vrijgekomen woningen toe aan mensen met een verblijfstatus, tegen 9,7 procent een jaar eerder. De corporaties in de gemeente Amersfoort kwamen in 2024 gezamenlijk uit op 6,9 procent, zo blijkt uit data van Woningnet, tegen 4,2 procent een jaar eerder. Bij Lefier, een corporatie in Groningen en Drenthe, ging het om 5,8 procent. Wooninvest (Voorburg/Leidschendam) vergaf vorig jaar 5 procent van de woningen met voorrang aan statushouders.
Bij Stadlander (Zuid-West Nederland) kwamen vorig jaar 990 sociale huurwoningen beschikbaar door nieuwbouw of verhuizing: ruim een op de zes woningen werd ‘verhuurd via bemiddeling’, zoals de organisatie uit Bergen op Zoom voorrang of urgentie noemt. Dat gold voor statushouders (6,7 procent), maar ook voor mensen die vanwege een sociale of medische reden (8,7 procent) dringend om huisvesting verlegen zaten.
Hoewel het statistisch om een relatief kleine groep gaat, blijft de voorrang voor statushouders onder rechtse partijen een gewild punt om zich tijdens de campagne op te profileren. Naast Keijzers eigen BBB staat in de programma’s van PVV, VVD, JA21 en NSC een verbod op voorrang voor statushouders. De SGP gaat net niet zover, maar benoemt de voorrang voor statushouders als enige voorbeeld waarom jonge stellen geen woning kunnen vinden en het stichten van een gezin uitstellen.
Terwijl het wetsvoorstel van minister Keijzer voor advies bij de Raad van State lag, diende de PVV vlak voor het zomerreces een nog verstrekkender amendement in op de Wet versterking regie, een belangrijke volkshuisvestingswet. Deze wetsaanpassing sloot statushouders en een brede waaier aan niet-EU-burgers categorisch uit van elke voorrangsregeling. Keijzer ontraadde het amendement, maar doordat Kamerleden in de oppositie hun afwezigheid bij de stemming niet goed geregeld hadden, werd het amendement toch aangenomen – onder meer dankzij steun van VVD en SGP. Eind augustus liet Keijzer weten dat dit amendement geen doorgang kan vinden; omdat het onderscheid maakt op afkomst is het in strijd met de Grondwet – waardoor het amendement de hele Regiewet in gevaar brengt. De behandeling van die wet in de Eerste Kamer begint dinsdag.
Foto Roger Cremers
Hoe keek u naar het amendement van de PVV?
„Hoe kún je hier nu voor stemmen, dacht ik. Ik vind het een vorm van ophefdwang. Bij sommige partijen vraag ik me echt af: wil je het probleem nu echt oplossen, of het gewoon erger maken? Daarbij lijkt door het amendement, dat nu niet in de wet komt, de aandacht weg voor het nog lopende wetsvoorstel van minister Keijzer. En dat terwijl dat nog heel actueel is.”
U bent geen voorstander van grootschalige opvanglocaties voor statushouders, zoals voormalig asielminister Faber wilde. Waarom is dat?
„Op zulke locaties komt de leefbaarheid onder druk. Fijn samenleven valt of staat bij het mengen van doelgroepen. In onze locaties met flexwoningen doen we een derde statushouders, een derde jongeren, een derde reguliere woningzoekenden. Zo creëer je een buurt waarin mensen elkaar kunnen ondersteunen. Maar met grote opvanglocaties creëer je statushouderswijken. Getto’s. Plekken waar woningen van lagere kwaliteit staan, terwijl je er ook normale woningen kunt bouwen – ook voor reguliere woningzoekenden.”
Dus als de minister straks belt…
„Ik ga dat soort woningen in elk geval niet bouwen. En ik weet ook niet hoe de minister denkt dat ze deze aantallen statushouders straks zonder Spreidingswet kan onderbrengen. De gemeente Amsterdam heeft zich vaak bereidwillig getoond, maar veel gemeenten staan hier bepaald niet om te springen. En dan hebben we het nog niet eens over de kosten. Daar heb ik me in mijn tijd in Den Haag al over verbaasd. Bij Veiligheid en Justitie gaven we honderden miljoenen weg aan dure noodopvang op cruiseschepen en in vakantieparken, alleen omdat we die mensen geen normale woning konden geven. Nu kost noodopvang van statushouders 600 miljoen euro, zo rekenden twee collega-bestuurders laatst voor in jullie krant. Als je dat geld nou eens zou steken in de bouw van goede huizen…”
Zo gemakkelijk gaat dat toch niet?
„Dat we te weinig woningen hebben heeft allerlei oorzaken. Te weinig investeringsruimte bij corporaties bijvoorbeeld, doordat we als stichtingen vennootschapsbelasting moeten betalen en er btw is op nieuwbouwwoningen. Er is gebrek aan bouwlocaties, trage vergunningsverlening, en je hebt stikstof natuurlijk. Daar moeten we creatief mee omgaan en oplossingen voor verzinnen.
„Maar met deze wet wordt doorstroming niet bespoedigd. En ook deze statushouders moeten ergens wonen. Je geeft straks vele miljoenen aan de eigenaars van vakantieparken, hotels, cruiseschepen, terwijl het onderliggende probleem blijft bestaan.”
Kunnen corporaties dit probleem oplossen?
„Als corporaties meer financiële ruimte krijgen omdat we niet langer gebonden zijn aan vennootschapsbelasting, kunnen wij dit voor een groot deel oplossen. Van die 600 miljoen alleen al kunnen we landelijk drieduizend woningen bouwen. En nogmaals: niet alleen voor statushouders, maar ook voor de reguliere woningzoekenden.”
Aan het einde van het vraaggesprek wil Gerritsen nog een laatste punt maken.
„Wij als woningcorporatie hebben een maatschappelijke taak. Onze opdracht is om voor huizen te zorgen voor de mensen die het moeilijk hebben – in allerlei verschillende omstandigheden. Mona Keijzer kan de gemeenten misschien verbieden om voorrang te geven aan statushouders, maar ons als corporaties niet. Als de gemeente Amsterdam ons vraagt statushouders te blijven huisvesten, dan kunnen wij dat regelen. Wij mogen nu 5 procent van onze woningen vrij toewijzen. Als we dat percentage naar 10 procent kunnen oprekken, wil ik best afspreken dat die woningen met voorrang naar statushouders blijven gaan. Noem het een gentleman’s agreement. En ik hoop dat alle corporaties aan zo’n afspraak zouden meewerken.”
2021: Directievoorzitter Ymere
2015: Secretaris-Generaal bij ministerie VWS
2009: Bestuursvoorzitter Jeugdbescherming Regio Amsterdam
2000: Gemeentesecretaris Gemeente Amsterdam
1996: Plv Secretaris-Generaal bij ministerie Buitenlandse Zaken
1986: Directeur Financieel-Economische zaken bij ministerie Buitenlandse Zaken
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC