PostNL krijgt geen vergoeding voor het bezorgen van brieven in Nederland, oordeelde de rechtbank vrijdag. Het bedrijf wil dan liever helemaal stoppen met die dienst, maar dat mag van de minister niet. Vier vragen over de problemen en mogelijke oplossingen voor de postmarkt.
is economieredacteur van de Volkskrant.
1 | Waarom wil PostNL een vergoeding van de overheid?
PostNL is uitvoerder van de zogeheten Universele Postdienst (UPD): het bezorgen van kaartjes en brieven die burgers op de post doen, en losse brieven van bedrijven. Aan die UPD zijn duidelijke voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat 95 procent van de brieven binnen een dag na verzending bezorgd moet worden.
Maar het aantal brieven dat PostNL in Nederland bezorgt, is in twintig jaar tijd met 70 procent afgenomen. Postbodes moeten dus steeds grotere rondes maken, met steeds minder brieven. In de eerste helft van 2024 maakte PostNL 20 miljoen euro verlies op de postbezorging.
Die financiële problemen gaan ten koste van de kwaliteit van de bezorging. In 2018 haalde PostNL voor het laatst het doel van 95 procent op tijd bezorgde brieven. Vooral de laatste paar jaar is dat percentage rap gekelderd, naar slechts 86 procent in 2024.
PostNL benadrukt dat het een wettelijke taak uitvoert, die nu een ‘disproportionele last’ vormt op de begroting. Minister van Economische Zaken Vincent Karremans (VVD) is het daar niet mee eens, en ook de rechtbank schoot het bedrijf vrijdag niet te hulp. PostNL liet daarop weten dat het wil stoppen met de uitvoering van de UPD.
2 | Komt de postbezorging nu in gevaar?
Vooralsnog niet. Karremans liet vrijdag direct weten dat hij PostNL aan zijn taak zal houden. PostNL kan zich niet eenzijdig terugtrekken uit de afspraken over de UPD.
Het postbedrijf had Karremans twee maanden gegeven om met een reactie te komen, en wil die periode nu alsnog afwachten om te kijken of de minister ‘nog met iets komt’. Zo niet, dan beraadt PostNL zich op ‘volgende stappen’, al wil het niet zeggen wat die zijn. ‘Eén ding is duidelijk: op deze manier kan het niet verder.’
Het is daarom te verwachten dat de kwaliteit van de postbezorging verder achteruitgaat. Karremans heeft PostNL al beloofd dat het vanaf juli 2026 niet één, maar twee dagen krijgt om UPD-post te bezorgen. Het bedrijf is daar blij mee, maar stelt dat het pas rendabel wordt bij een termijn van drie dagen. Daar wil de minister voorlopig niet in mee.
3 | Wat kan PostNL zelf doen om de problemen te verlichten?
PostNL stelt dat het de afgelopen jaren al honderden miljoenen heeft bespaard door slimmer te gaan werken. ‘Die mogelijkheden zijn nu, door de huidige wettelijke UPD-eisen, uitgeput’, aldus PostNL-directeur Maurice Unck eerder deze week in een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) concludeerde onlangs dat versobering van de UPD-eisen ‘onvermijdelijk’ is.
Dat PostNL zonder overheidssteun aan de UPD-eisen voldoet, is ook volgens vakbonden FNV en CNV onrealistisch. Zij vrezen bovendien dat postbodes de prijs zullen betalen voor soepelere eisen. Als het aantal bezorgdagen afneemt, krijgen zij immers ook minder uren te werken.
4 | Welke andere oplossingen zijn er voor de postmarkt?
Minister Karremans werkt aan een herziening van de Postwet, waarin de positie van PostNL als monopolist versterkt wordt. PostNL zou bijvoorbeeld hogere tarieven mogen vragen voor het bezorgen van brieven van regionale postbedrijven. Dat zou het bedrijf in staat stellen meer te verdienen aan de bezorging. Duidelijk is dat de minister geenszins van plan is de portemonnee te trekken.
Volgens de vakbonden is dat onvermijdelijk. CNV-bestuurder Rob Koster stelt een bonus-malussysteem voor, waarin PostNL wordt beloond voor het halen van kwaliteits- en sociale doelen. ‘Zo garanderen we dat publiek geld leidt tot betere dienstverlening, en niet tot een hogere aandeelhouderswinst.’
Maarten Pieter Schinkel, hoogleraar mededingingseconomie en regulering aan de Universiteit van Amsterdam, noemde het westvoorstel van Karremans in het rondetafelgesprek ‘zeldzaam slecht’. Hij stelt juist voor concurrentie op de postmarkt aan te moedigen.
Meer concurrentie is op korte termijn volgens de ACM niet realistisch. Er is geen enkele partij die in een krimpende markt wil investeren om een tweede bezorgnetwerk op te bouwen, naast dat van PostNL.
Schinkel pleit er daarom voor dat de overheid het netwerk van brievenbussen en sorteercentra van PostNL overneemt, inclusief een deel van de werknemers. ‘Dan kan de overheid een aanbesteding doen voor wie de bezorging doet’, licht hij toe. ‘Je zou het ook in regio’s kunnen opknippen. Dat maakt het aantrekkelijk voor lokale partijen, die ook weer fris ondernemersbloed in zo’n markt brengen.’ Ook bedrijven die zich nu toeleggen op de bezorging van pakketten of flyers zouden mee kunnen dingen.
Dat de overheid alsnog een financiële bijdrage moet doen sluit Schinkel niet uit, maar uit de aanbesteding zal blijken of het echt niet goedkoper kan dan PostNL beweert. De poging van PostNL om de UPD-uitvoering terug te geven ziet hij daarom als een kans. ‘PostNL speelt het heel hard nu, ze zitten er principieel in. De minister kan daar gebruik van maken en de wijziging van de Postwet herzien.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant