Het is tijd om Duits in het voortgezet onderwijs te beperken. Geef in plaats daarvan gerichte taallessen voor wie écht met Duitsland te maken heeft.
Het is een bekende klaagzang van middelbare scholieren: ‘Waarom moeten we dit leren!?’ Menig volwassene reageert dan met: ‘Ze weten überhaupt niet wat goed voor ze is.’ Toch hebben die leerlingen in het geval van Duits misschien wel gelijk.
Het debat over Duits laait regelmatig op. Onlangs riep Arjen Lubach in zijn programma aankomende studenten op om zich in te schrijven voor de universitaire studie Duits. Het leverde 20 nieuwe studenten op. En zoals beloofd kregen ze bier van Lubach zelf. Die hamerde op het economische belang van Duitssprekende Nederlanders. Het belang van de universitaire studie Duits onderschrijf ik, maar we steken momenteel ontzettend veel tijd, geld en energie in Duits in het voortgezet onderwijs. Dat kan mijns inziens worden ingeperkt.
Het is evident dat goede communicatie tussen buurlanden met een handelsvolume van 205 miljard euro van groot belang is, maar het uitgangspunt lijkt nu: Duitsland is belangrijk, dus moeten we allemaal Duits leren. We investeren juist teveel in het doceren van Duits aan leerlingen die er niets mee doen, terwijl Nederlandse ondernemers onvoldoende zijn toegerust voor de Duitse markt.
Over de auteur
David Stam werkte als ondernemer en later als journalist uitstekend samen met Duitsers (in het Engels), iedere poging Duits te spreken strandde.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dit jaar zijn er volgens DUO circa 52.000 eindexamenkandidaten Duits; afgerond 21.000 vmbo doen, 14.000 havo en 17.000 vwo. Het leeuwendeel gebruikt Duits later niet professioneel. In het huidige onderwijssysteem leren ze het overigens sowieso niet goed en in het ergste geval blijven ze zelfs zitten op Duits.
Ja, Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. Wij zijn voor hen de derde handelspartner wereldwijd en in Europa de belangrijkste. En ja, Duitsers willen nog altijd het liefst in hun eigen taal zaken doen. In soepel verlopende handel moeten we dus ook investeren, maar het legitimeert niet dat zóveel middelbare scholieren zich elk jaar moeten pijnigen met Duits, ten kostte van miljoenen belastinggeld. Ondanks het oplopende tekort van 5,8 procent aan leraren Duits blijft er in totaal afgerond 2.500 FTE over, goed voor naar schatting ruim 125 miljoen aan primaire personeelskosten per jaar.
Het grootste risico voor onze economie is niet dat Nederlanders te weinig Duits spreken, maar dat we te weinig technisch geschoolde mensen hebben. Binnenkort kunnen we amper nog iets maken om aan onze oosterburen te verkopen.
‘Das Sichere ist nicht sicher. So, wie es ist, bleibt es nicht.’ - Bertolt Brecht
Tegelijkertijd haalt de technologie het traditionele taalonderwijs in. Met kunstmatige intelligentie vertalen telefoons vandaag of morgen iedere taal, die er vervolgens in een taal naar keuze vloeiend gesproken uit zal komen. Zakenpartners zullen dan niet kijken op kleine foutjes in taal zolang de boodschapper de culturele codes van beleefdheid en respect begrijpt.
Bovendien spreken steeds meer jonge Duitsers zelf goed Engels. Op Duitse televisie en in bioscopen worden steeds minder Engelstalige films en series nagesynchroniseerd in het Duits.
Voor dit stuk sprak ik met de Duitse ambassadeur in Nederland, Nikolaus Meyer-Landrut. Zijn assistente reageerde in het Engels op mijn door AI in keurig Duits vertaalde vragen, en nodigde me zeer vriendelijk uit voor een gesprek op de ambassade. De ambassadeur, zelf gepromoveerd historicus, benadrukte dat hij het geen slecht idee vindt dat om de zoveel tijd de status quo van het onderwijsbeleid wordt geëvalueerd. Hij geeft aan dat hij de kosten-batenafweging voor Nederland niet kan maken, maar ziet vooral de voordelen van ons massale Duits onderwijs.
‘Het beheersen van taal draagt, behalve aan het praktische nut voor de handel, ook bij aan de persoonlijke ontwikkeling. Ook zorgt het voor een dieper begrip van het volk wiens taal men leert.’ Op mijn vraag of geschiedenis niet het uitgelezen vak is om elkaar te leren kennen, reageerde de ambassadeur dat dit zeker waardevol is, maar dat ook taal de poort is naar wederzijds begrip.
Hij voegde eraan toe dat ook in het licht van Europese eenwording en tolerantie het leren van andere talen belangrijk is, juist door alle lagen van de bevolking. ‘Taalonderwijs helpt ook om delen van onze bevolking te immuniseren tegen radicalisering.’
De Duitse staat financiert verschillende organisaties die zich in Nederland inzetten om kennis over de Duitse taal en cultuur te bevorderen, maar het Goethe-Institut in Rotterdam is wegbezuinigd. Het Amsterdamse Goethe Instituut blijft over. Een tienweekse cursus Duits kost daar wel 600 euro. Voor op de EU gerichte ambtenaren en voor journalisten zijn er taalcursussen via een beurs.
Algemene taalvorming is zonder meer belangrijk, maar dat geldt voor Nederlanders vooral voor niet-Germaanse talen. De grammatica en zinsstructuur lijken zoveel op het Nederlands, dat het leren van bijvoorbeeld een Zuid-Europese taal als Spaans zinvoller is. Duits leren kan prima later, als het nodig blijkt voor werk. Begrip en sympathie tussen Nederlanders en Duitsers komt van positieve ervaringen in Duitsland en met Duitsers. Ook via het Engels zit dat volgens mij wel snor. Hoewel het zou helpen als ze ons ook eens het WK voetbal laten winnen.
Tienduizenden scholieren krijgen jarenlang les in een taal waar ze in de praktijk weinig aan hebben, terwijl de mensen die het wel nodig hebben onvoldoende worden ondersteund. Ik pleit dus voor doelgerichtere inzet van overheidsmiddelen zodat we beter zaken kunnen doen met Duitsland. Dus heroverweeg het massale schoolonderwijs Duits en investeer liever in hoogwaardige taalcursussen voor wie écht met Duitsland te maken heeft.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant