Home

Het oude midden is nu rechts

Een vergaderzaaltje, er mag best wat sigarettenrook hangen, het is tenslotte maart 2014. Iemand staat op, spreekt het publiek toe en vraagt: „Willen jullie meer of minder Wilders?” „Minder, minder”, wordt er gescandeerd. En nee, dit zaakje kan Wilders niet zelf even oplossen.

In het echte leven ging het om „minder Marokkanen”, Wilders beloofde dat „te regelen”, en hoezeer ik Wilders’ politiek ook verfoei: een meute die roept om „minder, minder Wilders” is mij evengoed zeer onaangenaam. Als een anti-Wilders-partij zoiets zou voorstellen, ging mijn stem niet daar naar toe.

Voor me ligt het boek Waarom Wilders wél wint van Roy Kramer, voormalig adviseur van een aantal D66-politici. De titel is een schot voor de boeg (zoiets heet een voorspelling) en in ieder geval tot 29 oktober is aandacht verzekerd. Kramer spreekt hier niet zijn hoop uit, hooguit zijn moedeloosheid. Want Kramer wil dat ‘de middenpartijen’ kiezers (terug)winnen van Wilders . Maar daarvoor is wel een harde aanpak nodig, confronterend, een beetje Wildersachtig, zou ik zeggen, omdat de ‘middenpartijen’ in zijn ogen te omzichtig omgaan met de PVV-voorman.

Ik vertaal: kijk het spel van je (populistische) tegenstander af, en leer zijn trucs. Gebruik ze om Wilders en andere populisten te verslaan. Gebruik dezelfde middelen maar nu voor een mooi, liberaal-democratisch doel. Dan zal je eens zien. Nu, ik voorspel niets, maar ik zie wel: de VVD en BBB vallen na de mislukte coalitie met de PVV onmogelijk nog als ‘middenpartijen’ te definiëren. Het oude midden is nu rechts.

Kramer stelt voor als „nieuwe strategie voor democratische partijen” dat „confronteren het nieuwe verbinden” moet worden. Maar dat gebeurde volop: Yesilgöz heeft haar uiterste populistische best gedaan, op werkelijk alle denkbare vlakken. PvdA-GroenLinks is haar grote tegenstrever, niet Wilders. Ook Caroline van der Plas heeft zich niet in haar eerste confrontatie verslikt. Die ‘confrontatietechniek’ van Roy Kramer werd zo de stijl van het hele kabinet.

Dat is geen confrontatie met, maar conformering aan de PVV-cultuur: de zogenaamde ‘middenpartijen’, hebben gezamenlijk een flinke zwieper richting PVV gemaakt, inclusief NSC, een partij die ik socialer had ingeschat.

Wilders bleek uiteindelijk baas boven baas, want welhaast wellustig confronteerde hij zijn coalitiepartners met het vertrek van zijn PVV. De man kent zijn eigen spel het beste.

Nog zo’n advies van Kramer: „Spreek de taal van de straat, niet van de staat.” Vuilbekkerij is voldoende voorbijgekomen, en zeker niet altijd uit PVV-monden. Het politieke verhaal moet worden afgestemd op „Jan Modaal en Janneke Moraal” zegt Kramer. Ik weet eigenlijk niet of die zo graag schuttingtaal horen van hun parlementariërs. Dat krijg je in het dagelijkse verkeer al genoeg om je oren.

En hoe diep moeten die politici nu eigenlijk door de knieën? Terecht stelt Kramer: „Het taalniveau van president Trump is dat van een kind uit groep vier tot zes”. Maar die amechtige simpelheid wordt hier als aanbeveling naar voren gebracht, terwijl we ook lezen dat tussen 1981 en 2021 het aantal hoger opgeleiden in ons land verdrievoudigde. Nederland leert steeds langer door. Willen we dan een premier die pas lekker op stoom komt bij zes-tot negenjarigen? Die kinderen mogen echt nog lang niet stemmen.

De stijl van Wilders, als partijleider zonder leden, is per definitie ondemocratisch. Dat is niet toevallig, dat is het resultaat van zijn autoritaire politieke zienswijze. Aan alle andere partijen de dure plicht hun democratische ethos met verve uit te dragen, inclusief al die verschillende standpunten.

En spreken met twee woorden graag, want dat hoort bij dat ethos.

Source: NRC

Previous

Next