Home

Wereldvoetbaldag voor vluchtelingen: ‘Ik wist niet of ik kon blijven, maar op het voetbalveld voel ik me vrij’

In Oegstgeest was het zondag Wereldvoetbaldag, een toernooi waarin vluchtelingen uit verschillende azc’s en bewoners uit de Leidse regio samen voetbalden. ‘Het scheelt ongelooflijk veel, zo’n potje voetbal.’

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Meer dan een zilveren beker zo groot als een bierpul en een handdruk van Michael van Praag, oud-voorzitter van de KNVB en oud-bestuurder bij Ajax, is er niet te winnen, zondagmiddag in Oegstgeest, buurgemeente van Leiden. Maar op het terrein van FC Oegstgeest wordt gestreden voor elke kunstgrasspriet door een dozijn mannenteams, waarvan ruim negentig procent is gevuld met (ex-)vluchtelingen, asielzoekers en statushouders.

Een potpourri van speelstijlen is zichtbaar, Sierra Leonese tackles, Syrische hakjes, Jemenitische passjes, Eritrese sleepbewegingen. Er wordt gecoacht in het Engels, Nederlands, Arabisch, met handen en voeten, best vaak wordt er heel hard gejuicht en getreurd.

Doelpunten vallen er namelijk veel op de tweede editie van de zogeheten Wereldvoetbaldag op sportpark De Voscuyl, een toernooi voor voetballiefhebbers uit alle windstreken die veelal in azc’s verblijven in gemeenten in en rond Leiden. ‘Plezier staat natuurlijk voorop, maar veel spelers nemen dit toernooi heel serieus’, zegt initiatiefnemer Jaap Visser grijnzend.

Visser, net als medeorganisator Joep Roovers rijzig, donkerblonde krullen en gehuld in een donkerblauw shirt met ‘organisatie’ erop, wordt doorlopend aangeklampt door spelers die hun kleedkamer zoeken, keepershandschoenen nodig hebben of wat willen drinken. Sommige spelers bekennen Visser ‘nerveus te zijn’, anderen zeggen dat ze zeker weten dat ze ‘champion’ worden, anderen willen hem een knuffel geven.

‘Echt iets nuttigs’

Visser bezocht als oud-sportjournalist en -schrijver tal van grote toernooien, schreef belangwekkende boeken groot als stoeptegels, maar vindt dat hij nu op deze amateurvelden waar nauwelijks toeschouwers langs staan, ‘echt iets nuttigs aan het doen is’.

‘Het doel van deze zondag is: mensen die veel hebben meegemaakt en die vaak in uitzichtloze situaties zitten, die door een groeiende groep Nederlanders als ultieme zondebokken worden gezien, lekker laten voetballen.’

Wekelijks wordt er bij FC Oegstgeest al getraind door voornamelijk mannen uit het naburige asielzoekerscentrum onder leiding van Visser en een aantal geestverwanten. Ook in een aantal buurtgemeenten zijn er dergelijke initiatieven. ‘Op dit toernooi spelen ze tegen elkaar, het is echt iets waar ze naartoe kunnen leven.’

Hij wijst naar een veld verderop waar een team in flitsende lichtblauwe tenues gemakkelijk aan het winnen is. ‘Veel mannen van dat team verblijven in Leiderdorp in een grote kerk. Ze slapen in een slaapzaal, bijna boven op elkaar. Een legbatterijkip heeft het nog beter. Ze weten vaak totaal niet waar ze aan toe zijn. Zou jij dan je bed uitkomen?’

Lachend vertrekken

Visser regelde taxibusjes, en ziet ze op zondag met gebogen hoofden de poort van sportpark De Voscuyl binnenkomen, maar al na een minuut of tien voetballen scherper uit hun ogen kijken en uiteindelijk lachend weer vertrekken.

Dat beaamt Sarah van de Meent die voor COA Leiderdorp werkt. ‘Het scheelt ongelooflijk veel, zo’n potje voetbal. Je hebt daardoor meer energie om te gaan werken of Nederlands te leren later op de dag.’

Sommigen vinden hun situatie uitzichtloos, ze moeten twee tot drie jaar wachten tot ze zekerheid hebben over hun verblijfsstatus, blijven daardoor lang in bed. ‘We halen ze eruit. Zeggen: ‘Kom mee sporten.’ Dat werkt.’

Ze heeft vandaag twintig spelers mee, ook al wordt er zeven tegen zeven gespeeld. ‘Tja, ze willen per se kampioen worden.’

Redding

Naast haar maakt een keeper van haar team een redding die hij te zien aan zijn verbouwereerde reactie ook zelf nooit verwacht had te maken. ‘Kijk, die keeper’, wijst ze. ‘Is lief toch?’

Die keeper is de 20-jarige Usmane Jalloh, hij ontvluchtte Sierra Leone. In een mengelmoes van Nederlands en Engels: ‘In mijn land was ik bezig om psycholoog te worden. Er was geen support voor me, het was er niet veilig. Voetbal houdt me fit, het houdt mijn hoofd fit. Daarom oefen ik veel, dat is heel goed van mij.’

Hij lacht. ‘Nu ben ik bezig om een vrachtwagenrijbewijs te halen. Vind ik leuk. Maar voetbal is echt mooi, hè? We spreken er ook beter Nederlands door, want we willen elkaar per se begrijpen. Het leidt ons af. Het leven is hard, ik heb veel spanningen, moet ik terug of niet? Hoe gaat het met mijn familie?’

Sommige spelers lopen tussen wedstrijden door in een shirt van hun grote idool. Zoals de 25-jarige Eritreeër Abdelaziz Ibrahim, die gehuld gaat in een geel Brazilië-shirt met Ronaldinho achterop. Het donkerblauwe broekje van MVV detoneert enigszins. ‘Ik zat eerst in Limburg, zo kom ik aan dat broekje’, vertelt hij. ‘Ik speelde bij Kerkraadse Boys, dat gaf me aansluiting, maar toen moest ik naar Leiden.’

Hij vond via het voetbalinitiatief van Visser nieuwe vrienden. ‘We willen heel graag winnen, we hebben ook zin in de barbecue na afloop om met andere mensen te praten.’

Inclusieprogramma

Abdelaziz wil wat maken van zijn leven, zegt hij. Hij doet mee aan een inclusieprogramma voor asielzoekers aan de universiteit Leiden. ‘Antropologie en internationale betrekkingen.’

Doorlopend filmt hij ook vandaag, speciaal voor een documentaire over asielzoekers die in azc’s leven. ‘Ik wil de omstandigheden laten zien, wat ze hebben meegemaakt, hoe ze er mentaal aan toe zijn, wat ze van hun leven proberen te maken, hoe ze integreren. Extreemrechtse politici en sommige media hier schetsen alsof we een luxe leven hebben. Het tegendeel is waar. Ik weet nog niet waar ik het kan publiceren. Weet jij iets?’

Visser is nu ruim een jaar in de weer met zijn nieuwe passie. Hij raakte geïnspireerd toen hij langs talkshow Op1 zapte. ‘Ik zag allemaal donkere gasten zitten met FC Wageningenshirts. Ze vertelden dat ze vluchtelingen waren, en nu bij Wageningen speelden. Aan tafel zat oud-VVD-politicus Ed Nijpels, die zei: ‘Jeetje wat is dit mooi, dit moeten ze bij elke club verplicht stellen’. Ik was net 65, net gestopt bij een uitgeverij en wist: dát wil ik doen.’

Hij ging begin 2024 langs bij FC Oegstgeest-voorzitter Pepijn Hentenaar die bij hem in de straat woont. Die stelde direct het complex ter beschikking op vrijdagmiddag en zondag. ‘Ik ging naar het azc in Oegstgeest, vroeg: wie heeft er zin om te voetballen? Maar niemand sprak Nederlands.’

Ja, hindernissen genoeg. Toch zette Visser door. ‘Na een tijdje kwam er een jongen naar me toe die zei ‘coach, ik heel groot blij’. Ik ben zelden met een grotere glimlach thuisgekomen.’

Vlees bij de Halal-slager

Hij kreeg medestanders bij de club, zette met hen een stichting op, FC United. De Rabobank nam contact op en sponsort tienduizend euro voor drie jaar. Zo kon FC United tenues regelen, voetbalschoenen, vlees bij de Halal-slager voor de barbecue, toernooien.

Visser: ‘Er is een hoop aversie tegen asielzoekers, ook hier op de club zijn er genoeg die zeiden: wat moeten die gasten hier? Maar als je vertelt onder welke omstandigheden ze wonen - sommigen heb ik zelfs meegenomen naar de noodopvang in de kerk in Leiderdorp - wil bijna iedereen iets doen of korting geven.’

Hij wijst naar een scheidsrechter een veld verderop. ‘Dat is de penningmeester van deze club, die was enorm sceptisch, zei: ‘Jaap ik stem niet voor niets rechts’. Maar hij is nu een belangrijke drijvende kracht, vindt het schitterend. Ook mooi: de beheerder van een hal waar we een zaalvoetbaltoernooi mochten houden van de gemeente was helemaal niet blij dat we kwamen. ‘Ze maken alles kapot, schijten alles onder, ruimen niets op’, zei hij. Onze jongens kwamen binnen. Iedereen gaf hem keurig een hand, probeerde een praatje te maken. Aan het eind van de dag was die man zelf met een verbanddoos in de weer om geblesseerden te helpen, hij was helemaal om. Zei: ‘Wat een geweldige gasten.’

Oproep

Een jeugdteam van FC Oegstgeest doet ook mee aan het toernooi. Visser had nog meer clubs in de regio aangeschreven en een oproep geplaatst om teams te sturen. Hij kreeg welgeteld nul reacties. ‘Als ik er achteraan belde, hoorde ik: ‘geen interesse’. Dat is best teleurstellend. Mijn ideaal is dat hier geboren Nederlanders en vluchtelingen bij die barbecue door elkaar zitten te kletsen.’

Michael van Praag is er ontstemd over. ‘Een schande! Al die clubs hebben de mond vol van verbinding, maar hier laten ze het lelijk afweten.’

Anderzijds is Visser blij dat het toernooi gevrijwaard blijft van ‘extreemrechtse gekkies’ vandaag. Sinds de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude waarvan een asielzoeker wordt verdacht ziet hij dat azc-bewoners nog meer en meer onder vuur liggen. ‘We hadden best wat publiciteit in het Leidsch Dagblad en zo voor dit toernooi. Dus dan houd je toch je hart vast.’

Aseel Al Qutami die een paar jaar geleden vluchtte uit Jemen vreesde daar ook een beetje voor, vertelt hij uitpuffend na een wedstrijd. ‘Ik vind het verschrikkelijk wat er gebeurd is, verschrikkelijk voor de ouders van dat meisje, haar familie. Ik zie op sociale media de haat toenemen tegen asielzoekers. Die zijn nu allemaal slecht. Weet je, ik kan me er nog iets bij voorstellen ook. Als iemand uit een ander land een meisje in Jemen zou vermoorden, zou ik misschien ook boos zijn. Maar je moet mensen als individu bekijken. Ik heb niets gedaan, ik zit gewoon thuis Nederlands te studeren, ik voetbal, ik maak vrienden, ik doe niemand iets. Maar niemand vraagt ons iets.’

Het toernooi komt als geroepen voor de technisch begaafde krullenbol Al Qutami om zijn gedachten te verzetten. Om de vraag wat zijn dromen zijn, moet hij lachen. ‘Mijn droom is professioneel voetballer te worden, ik speelde in Jemen in het beloftenelftal van een beroemde club. Ik ben 25, het is nu een beetje moeilijk. Mijn realistische droom is gewoon een goed persoon zijn, mensen helpen, mijn eigen werk hebben.’

Hij had lang last van depressieve gevoelens. ‘Ik mis mijn familie, ik wist niet of ik kon blijven, of ik een huisje kon krijgen, of het me lukte om Nederlands te leren. Op het voetbalveld voel ik me vrij.’

Source: Volkskrant

Previous

Next