Column Marcel
In een krant die zonder lezersopstand sportpagina’s kan skippen is Vitesse natuurlijk nooit groot nieuws. Ik heb het onderwerp Vitesse de afgelopen jaren uit voorzorg subtiel door mijn columns gevlochten en juist als je denkt dat je het misschien over een andere boeg moet gooien komt de actualiteit met een absurde wending.
Ik werd deze week gebeld door een NRC’er die me aanmoedigde om te gaan werken aan een groot stuk over de wedstrijd Vitesse-Helmond Sport. De vraag alleen al was een ongekende overwinning, zoals alles sinds die uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden na het turbospoedappel dat Vitesse tegen de KNVB had aangespannen als een overwinning voelt.
Het sentiment is totaal gekeerd. Vitesse is de nieuwe Jezus. Politici gebruiken Vitesse als metafoor dat het onmogelijke wel degelijk werkelijkheid kan worden. Lijsttrekker Eddy van Hijum van NSC verwees naar Vitesse toen ze hem vroegen of zijn missie in de politiek een kansloze is. Die vergelijking gaat mank, ik wil hier best een keer met Eddy over praten. Ineens is iedereen Vitesse-supporter, de seizoenkaarten vliegen weg. Dat stadion Gelredome uitverkocht raakt voor wedstrijden in de spelonken van het betaald voetbal is niet eens meer een vraag, eerder hoe snel. De grootste zorg is nu: moeten er aparte vakken komen voor mensen die tot voor kort niets met Arnhem of Vitesse hadden.
Ondertussen zie ik beelden van de jaarlijkse Airborne-wandeling, we gedenken de geschiedenis in Arnhem graag wandelend omdat we nu eenmaal gezegend zijn met een prachtige natuur. Arnhemmers in Vitesse-shirts praten over de vreselijkheden alsof ze de Tweede Wereldoorlog zelf hebben meegemaakt. Mijn hart breekt. Zie daar ook de educatieve functie van een voetbalclub, waar de KNVB in het geval van Vitesse zo blind voor was. Nooit eerder gaven het voetbal en het onderwijs elkaar zo nadrukkelijk een handje.
Ik ben niet haatdragend, maar wel rancuneus: wat zullen NEC-supporters zich klein voelen. Juist in hun tot dusver beste seizoen ooit verlaagden ze zich tot massale feestelijkheden omdat de grote concurrent Vitesse verdwenen leek, maar toen die dan toch weer uit de dood opstond bleek ze er met de gunfactor vandoor te gaan. De glans van alle mogelijke successen is er nu al af, het gevecht van de eigen kleinheid winnen ze nooit meer.
In het kielzog van Vitesse kruipt de Arnhemmer uit de modder tevoorschijn. Hij staat in het volle licht zichzelf te vieren. Elke echte Arnhemmer herkent onmiddellijk het gevaar. Ik denk aan mezelf na drie bier op een personeelsfeest, maar ook aan Michel Schaay, redder van de club, die nadat hij zich als Don Michel over de Korenmarkt had laten tillen zei dat hij het liefst vanuit de schaduw werkt. Hij snapt het. We zijn echt gered.
Source: NRC