Vuelta a Espana Sportief gezien waren de eerste twee weken van de Vuelta a Espana nog niet bijster spannend. De politieke spanningen rondom de koers liepen daartegen flink op – dankzij de protesten tegen wielerploeg Israel-Premier Tech.
De twee titelconcurrenten Joao Almeida (links) en Jonas Vingegaard.
En daar gebeurde het opnieuw: een renner die ten val kwam door protesten. In de Vuelta-etappe van deze zondag – voerend naar Monforte de Lemos in de regio Galicië en gewonnen door de Deen Mads Pedersen – probeerde ruim vijftig kilometer voor de finish een demonstrant met een Palestijnse vlag het parcours op te rennen. Hij struikelde weliswaar, maar de Spaanse renner Javier Romo schrok dermate dat hij tegen de grond ging.
Het was het zoveelste incident in deze Vuelta a Espana dat veroorzaakt werd door pro-Palestijnse demonstranten – en vermoedelijk niet het laatste. Wie nog denkt dat sport en politiek gescheiden werelden zijn, zal daar na twee weken koersen in Spanje vermoedelijk anders over denken. Zelden drongen geopolitieke spanningen zo diep door tot het wielrennen – en dat heeft te maken met de aanwezigheid in het peloton van de omstreden ploeg Israel-Premier Tech.
Sportief gezien heeft deze Vuelta de kijker tot nu toe nog niet op het puntje van zijn stoel gekregen – ondanks een zware parcours met veel hoogtemeters. De Vuelta is doorgaans de minst meeslepende van de drie grote rondes: laat in het seizoen, relatief kort na de Tour de France. Aanvankelijk zou Tadej Pogacar, de beste renner ter wereld, van start gaan in Spanje, maar hij zag daar na de Tour toch vanaf.
Bij afwezigheid van Pogacars geldt Jonas Vingegaard – die in de Tour met grote afstand als tweede eindigde – als grote favoriet voor de eindzege. Na twee weken draagt de Deense kopman van de Nederlandse ploeg Visma-Lease A Bike inderdaad de rode trui – maar hij oogt verre van soeverein. Hij won één etappe, rijdt defensief en sprokkelde zijn voorsprong in het algemeen klassement op zijn voornaamste concurrent, de Portugees Joao Almeida, vooral bijeen met bonificatieseconden.
Dit weekend oogde Vingegaard opnieuw kwetsbaar. Tijdens de zware bergetappes van vrijdag – die finishte op de loodzware Angliru, bijgenaamd ‘het Beest van Asturië’ – en zaterdag lukte het Vingegaard niet om tijd te pakken op Almeida. Sterker nog, beide keren moest hij een zware inspanning leveren om bij zijn concurrent in het wiel te blijven.
Dat Vingegaard op de tweede rustdag desondanks een voorsprong van 50 seconden heeft op Almeida, dankt hij vooral aan de manier waarop diens ploeg UAE Team Emirates – óók de ploeg van Pogacar – in de wedstrijd zit. In tegenstelling tot Visma stelt de ploeg zich niet gedisciplineerd in dienst van de kopman: Almeida’s collega’s rijden vrijwel dagelijks voor eigen kansen in de etappes. Dat resulteerde tot nu toe in een indrukwekkende hoeveelheid van zeven ritzeges, maar de kopman staat er regelmatig alleen voor.
Kenmerkend voor de sfeer binnen UAE is de botsing tussen de ploegleiding en de Spaanse toprenner Juan Ayuso, die zich volledig in de openbaarheid afspeelde. Ayuso won tot nu toe weliswaar twee ritten, maar liet zich ook opzichtig lossen in etappes waarin Almeida zijn hulp goed had kunnen gebruiken – geen zin om zichzelf weg te cijferen voor de kopman.
De spanningen in het team die Ayuso’s gedrag met zich meebrengen, kwamen tot een apotheose toen de ploegleiding op de eerste rustdag bekendmaakte dat de renner na dit seizoen bij UAE zal vertrekken, de persverklaring werd min of meer achter diens rug om naar buiten gebracht. Ayuso reageerde furieus: tegenover journalisten noemde hij zijn ploeg „een dictatuur”.
Ondanks het gebrek aan spanning in de koers waren de eerste twee weken van de Vuelta bijzonder enerverend. Dat had te maken met de hevige en aanhoudende protesten tegen Israel-Premier Tech (IPT), waarvan de eigenaar een fervent voorstander is van de verwoestende oorlog die zijn land voert in Gaza.
Pro Palestina-demonstranten langs het parcours. Al meerdere renners zijn ten val gekomen toen demonstranten de weg op renden. Foto Eliseo Trigo/EPA
Tijdens de ploegentijdrit in de eerste week sprongen demonstranten op de weg voor het team van IPT, dat vol in de remmen moest. Een paar dagen later kwam de Italiaanse renner Simone Petilli – die niet voor IPT rijdt – door een protestactie langs het parcours ten val.
Afgelopen woensdag moest de twaalfde etappe voortijdig worden afgebroken: door schermutselingen van honderden demonstranten met de politie bij de finish in Bilbao kon de veiligheid van de coureurs niet meer gegarandeerd worden. De koersdirectie sprak daarop de wens uit dat IPT de Vuelta vrijwillig zou verlaten, maar dat weigerde de ploeg categorisch. Vertrekken, aldus IPT, zou een „gevaarlijk precedent” scheppen. De internationale wielerfederatie UCI, die als enige bevoegd is om ploegen uit koers te halen, ondernam geen actie.
Uiteindelijk besloot IPT dit weekend wel om de rest van de Vuelta te rijden in een aangepast tenue, zonder ploegnaam en Israëlische vlag. Of dat genoeg is om de rust in Spanje te doen wederkeren, is twijfelachtig. Diverse politici – onder wie de Israëlische premier Netanyahu – hebben zich inmiddels met de kwestie bemoeid. Er zijn nieuwe protesten aangekondigd en IPT-eigenaar Sylvan Adams gooide in de afgelopen dagen olie op het vuur door de Baskische demonstranten „gewelddadige mensen” en „terroristen” te noemen.
Na de rustdag van maandag gaat de Vuelta vanaf dinsdag verder met een heuvelrit in Galicië. De laatste week zou wel eens bijzonder spannend kunnen worden – op twee vlakken. Sportief gezien als UAE besluit om kopman Almeida nu eens écht bij te gaan staan in de jacht op de rode trui. En politiek gezien als de pro-Palestina-protesten aanhouden – met wie weet wat voor gevolgen.
Source: NRC