Drie maanden geleden werd het Zwitserse bergdorp Blatten vrijwel volledig van de kaart geveegd door een lawine. Terwijl de bewoners hopen snel terug te keren, laait in Zwitserland de discussie op: zijn de Alpen nog wel veilig genoeg om te bewonen?
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
‘Ik stond precies hier toen het gebeurde.’ De anders zo zwijgzame kabelbaanbediende Lars Gustke (55) gaat op het tochtige bergstation van de Lauchernalp op een plateau staan. Daar heeft hij goed zicht op de Kleine Nesthorn aan de overkant: de berg die het natuurgeweld in gang zette. ‘Ik had die dag al wat rotsblokken naar beneden zien vallen en er waren geen klanten meer, dus ik besloot mijn verrekijker te pakken’, vervolgt hij.
‘Van wat ik toen heb gezien, heb ik anderhalve week niet kunnen slapen.’
Het begon aan de linkerkant van de gletsjer. ‘Stenen begonnen te schuiven, daarna kwam ook aan de rechterkant materiaal los.’ En toen – Gustke zal het nooit vergeten – gleed met grof geweld vrijwel de hele gletsjer van de berg, recht op het dorpje Blatten af. ‘Het was een gigantische massa van zes voetbalvelden groot. En dat geluid!’ Hij pauzeert even. ‘Het klonk als dat van een zware straalmotor, ik vóélde het door mijn lijf trillen, wie ein unheimlicher Bass.’
Het duurde nog geen minuut. Toen was heel Blatten weg. Opgeslokt door de gletsjer. ‘Ik heb veel moeite gehad om de beelden te verwerken’, zegt Gustke. ‘Het was gewoon te veel: normaal is dit zo’n lieflijk en rustig gebied, een paradijs, en in nog geen minuut is alles kaputt en zijn driehonderd mensen hun thuis kwijt.’
De beelden die Gustke zag, gingen begin deze zomer de wereld over. Een miljoenenpubliek kon dankzij toegesnelde pers zien hoe zich in een kalm Zwitsers gehucht een verpletterende natuurramp voltrok: door smeltende permafrost had de 3.822 meter hoge Kleine Nesthorn geleidelijk 9 miljoen ton aan stenen losgelaten. Deze drukten met zoveel kracht op de ondergelegen Birch Gletsjer dat die op 28 mei vrijwel volledig de berg afgleed en Blatten in één keer van de kaart veegde.
Het dorp ligt nu begraven onder een dikke laag ijs en stenen, als een ‘Atlantis van de Alpen’. De driehonderd inwoners waren, net als hun 52 koeien, schapen en konijnen, negen dagen daarvoor al geëvacueerd en in omliggende dorpen ondergebracht. Nu staan zij naar eigen zeggen voor ‘het grootste sociale experiment van de moderne geschiedenis’: ze proberen in ballingschap hun dorp bij elkaar te houden, in de hoop er ooit naar terug te keren.
Want dat is wat de Blattner en Blattnerinnen willen: terug naar die plek in het Lötschental waar hun dorp al achthonderd jaar staat, ingeklemd door alpenweiden en besneeuwde drieduizenders. Burgemeester Matthias Bellwald beloofde dat het zelfs al voor 2029 zou kunnen. ‘We weten waar Blatten in het dal ligt’, zei hij daags na de ramp in een persconferentie. ‘Waar de kerk weer moet staan en waar onze huizen weer moeten komen.’
Het maakt Bellwald onder zijn dorpelingen geliefd. Maar in Zwitserland, waar de gletsjers volgens lokale media steeds meer op een Zwitserse gatenkaas lijken, leidt de kostbare operatie ook tot vragen: maakt klimaatverandering het wonen in de bergen niet te gevaarlijk?
In het Lötschental, een smal bergdal in de zuidwestelijke Berner Alpen, is het verdwenen dorp drie maanden na de ramp nog overal aanwezig. Het dringt zich op als een zandkleurig litteken in de groene Alpen-idylle. Op vrolijke souvenirsmokken met Blattense vakwerkhuisjes in het winkeltje bij Gustkes skilift. Op de gele wegwijzers die nog altijd beweren dat Blatten vanaf hier maar 1 Stunde lopen is. En tijdens de Maria-Tenhemelopneming in het naburige dorp Kippel, waar veel Blattenaren luisteren naar een voorganger die niet heen kan om das tragischen Event.
Blatten is ook nog overal in de filmrol op de Motorola-klaptelefoon van Stephanie Lengen (66). Na de dienst scrolt de Blattense, die tot voor kort met haar man Ferdinand, een jodelaar met een repertoire van vierhonderd liederen, naast de dorpskerk woonde, langs foto’s van de donkerhouten chalets. Soms met besneeuwde daken, dan weer onder die strakblauwe Alpenlucht. ‘Dit mis ik het meest’, wijst ze. ‘Dat beeld van het centrale plein met die mooie oude huizen, sommige stonden er al sinds 1400.’
Nog zoiets dat ze mist: ’s ochtends de deur uitgaan en dan altijd een bekende tegenkomen – gewoon vanzelf. Een neef of nicht, of daar dan weer de oom of tante van. Hoe anders is dat nu: de mensen uit Blatten zijn verspreid over de nabijgelegen dorpen in het dal. In plaats van uitzicht op het centrale plein heeft Lengen nu elke dag uitzicht op de puinlaag die dat plein verwoestte. ‘Het is bizar’, zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet anders beschrijven.’
Elmar Ebener (55) was een van de eersten die wist wat komen ging. De geboren en getogen Blattner is al acht jaar gemeenteraadslid van het dorp dat nu alleen nog op papier een gemeente is. Hij was het die op woensdag 14 mei een telefoontje kreeg van een inwoner die een rots naar beneden had zien vallen vanaf de Kleine Nesthorn. En hij was het ook die de volgende dag met burgemeester Bellwald in een helikopter stapte om de berg van dichtbij te bekijken.
Als hoofd ‘natuurrampen’ in het Alpengebied was de kordate Ebener wel wat gewend: problemen met bruggen, overwoekerde wandelpaden, overlopende riviertjes. Maar toen hij daarboven de spleten in de berg zag, wist hij: dit is niet goed. ‘Ik dacht aan al die mensen beneden. Aan de investeringen die ze hebben gedaan: in hun huis, hun toekomst, de goede beoordelingen voor hun hotels. Het kon allemaal door die berg worden vernietigd.’
Zijn gevoel werd die maandagochtend bevestigd door toegesnelde geologen. Ebener belde daarop direct zijn vrouw om de Blattense tamtam in werking te stellen. ‘Zet in de vrouwen- en moedersappgroep dat iedereen zijn spullen moet pakken en binnen twintig minuten in de sporthal moet zijn’, dicteerde hij. ‘We moeten het hele dorp evacueren.’ Zelf pakte Ebener drie broeken, twee shirts, zijn toilettas en alle belangrijke papieren van zijn gezin – hij blijft tenslotte een ambtenaar.
Uiteindelijk zaten er negen dagen tussen de evacuatie en de lawine. De ramp was een wake-upcall voor Zwitserland, zegt gletsjeronderzoeker Matthias Huss van de Technische Universiteit Zürich, die daags na de bergstorting onderzoek deed naar de oorzaak. ‘Tot dusver voelden de gevolgen van klimaatverandering voor Zwitsers ver weg of ongrijpbaar, omdat het een geleidelijk proces is, maar nu is in het hart van de Alpen een heel dorp weggevaagd.’
Hoewel een direct verband met klimaatverandering zich bij Blatten moeilijk laat bewijzen, staat volgens Huss vast dat de opwarmende permafrost – de ‘lijm’ die de bodem bij elkaar houdt – bergen instabieler maakt. Net zoals vaststaat dat de Alpen in rap tempo opwarmen, zelfs twee keer sneller dan gemiddeld. De befaamde Zwitserse gletsjers zijn daardoor sinds de jaren dertig van de vorige eeuw al gehalveerd.
Dat maakt ook dat bergstortingen vaker voorkomen, zegt Huss. ‘Maar tot dusver waren de lawines niet zo omvangrijk als in Blatten.’ Zo kwamen in 2017 acht bergbeklimmers om toen een lawine van stenen en rotsen het bergdorpje Bondo bereikte. Bij eenzelfde incident, in gang gezet door zware regenval in Cevio, stierven vorig jaar twee mensen. De inwoners van Kandersteg kijken ondertussen al jaren vol spanning naar de Spitzer Stei, die elk moment naar beneden kan storten.
Tot die 19de mei had Nicole Kalbermatten (36) geen angst voor de bergen. ‘Natuurlijk, we waren gewend aan de sneeuw in de winter, je kon soms geen kant op’, zegt de Blattense terwijl ze vanuit het gehucht Wiler – 5 kilometer van Blatten – kijkt naar de Kleine Nesthorn aan de overkant van het dal. ‘Maar nu weet ik: die bergen zijn mooi, maar ook levensgevaarlijk.’
Toch zou de dertiger nog altijd niets liever willen dan terugkeren naar haar heimat. Want natuurlijk is ze blij met het onderdak dat ze met haar jonge gezin kreeg in dit naburige dorp, maar het is niet zoals Blatten. ‘Dat is mijn plek, dat is waar mijn jeugd was, waar mijn familie is en iedereen die geen familie is wel zo voelt.’
Kalbermatten is niet de enige Blattenaar met heimwee, zo werd haar al snel duidelijk. Nog geen twee dagen na de evacuatie verscheen een appje in de WhatsAppgroep van het Fafleralp Musikgesellschaft, de traditionele fanfare waarvan Kalbermatten voorzitter is en die al sinds 1880 Blattense vieringen opluistert: konden ze hun gezelschap in ballingschap geen nieuw leven inblazen?
Een gelukje voor Kalbermatten, die op vakantie was toen Blatten moest worden ontruimd: haar moeder was zo slim geweest om haar alpenhoorn en blauwe uniform in te pakken. ‘Van de twintig orkestleden bleken veel hun instrument te hebben gered’, glimlacht ze. ‘We misten alleen twee alpenhoorns en een bas. Het moment dat we voor het eerst samen speelden, See What a Morning, liepen de tranen over mijn wangen. Het voelde als therapie.’
Blatten staat nu voor een groot sociaal experiment, zegt gemeenteraadslid Ebener. ‘Als een huis kapot is, kun je dat weer opbouwen, maar hoe zit dat met de sociale infrastructuur? Kunnen wij, als Blattenaren, vijf jaar lang onze samenleving conserveren? Kunnen we ons muziekgezelschap, de jeugdclub, de kerk en de moeders- en vrouwenclub bij elkaar houden tot we kunnen terugkeren, terwijl het gewone leven doordendert? Dat wordt een uitdaging. Mijn jongste zoon is nu bijvoorbeeld 17, zijn leven staat niet stil.’
Terugkeren is vooralsnog wel de hoop van de Blattenaren. Vorige maand presenteerde burgemeester Bellwald zijn ‘roadmap naar Blatten 2.0’, die deze week werd aangenomen door de kantonsregering. In 2026 zou er al begonnen moeten worden met het opruimen van de ruïnes en de aanleg van een aanvoerweg, om het jaar daarop te gaan bouwen. In 2030 moeten niet alleen de huidige bewoners zijn teruggekeerd, maar wil Blatten ook nieuwe bewoners aantrekken.
Die haast is er niet voor niets, legt Ebener uit. ‘De verzekering wil de kosten voor een nieuw huis binnen vijf jaar uitkeren. Dus hoe langer de wederopbouw duurt, hoe groter de kans is dat mensen het dal verlaten en elders wat kopen.’ Er zijn nu al gezinnen die in steden als Visp of Brig zijn gaan wonen. ‘Dat moeten we voorkomen’, zegt Ebener. ‘Want als er straks niet genoeg kinderen overblijven om de school open te houden, stopt de toekomst.’
Volgens directeur Boris Previšić van het Instituut van Alpencultuur is het niet verwonderlijk dat de Blattenaren hun dorp koste wat kost in stand willen houden. ‘Doordat de dalen altijd erg afgesneden zijn geweest van de buitenwereld, hebben zij vaak een heel sterke cultuur.’ Dat geldt al helemaal voor het Lötschental: pas in 1954 kwam er überhaupt een weg die het verbond met de rest van Zwitserland. Tot weinig genoegen, overigens, van de Blattenaren, die vreesden dat wegen ‘alleen maar bedelaars en schuldbrieven zouden brengen’.
Toch klinkt in Zwitserse media ook kritiek op de plannen die ‘welwillend bekeken gedurfd klinken, maar ook iets waanzinnigs hebben’. Niet alleen omdat geologen twijfelen aan de veiligheid van bouwen op de ondergrond van rotsen en ijs, maar ook omdat er na ‘Blatten’ vragen rijzen over hoe veilig wonen in de steeds instabieler wordende bergen überhaupt nog is. En hoeveel het beschermen van dat leven – bijvoorbeeld met bergwallen – mag kosten.
Toen politici zich in de nadagen van de ramp haastten om miljoenen toe te zeggen – het kon wel af van de ontwikkelingshulp of CO2-subsidies – gooide de Neue Zürcher Zeitung de knuppel in het hoenderhok: ‘Nu zulke gebeurtenissen door klimaatverandering vaker zullen optreden’, zo schreef de krant. ‘tornen ze aan de bereidheid om te blijven betalen voor de Alpenmythe. Want wat is het ons als samenleving waard? Whatever it takes?’
Het beeld van de bergen is aan het kantelen, zegt Previšić. ‘Zagen Zwitsers de Alpen tot voor kort als beschermingswal tegen oorlogen, nu zien ze ook het gevaar.’ De bergen mogen dan onveiliger worden – in de dalen ziet de toekomst er niet veel beter uit met overstromingen en toenemende hitte – maar er zou volgens Previsc beter kunnen worden gediscussieerd over de oorzaak van dit soort rampen. ‘En het is te hopen dat de Blattense klimaatvluchtelingen dat in gang zullen zetten.’
Onder die Blattenaren lijkt er vooralsnog veel vertrouwen dat hun vluchtelingenstatus tijdelijk zal zijn en zij kunnen terugkeren naar hun dorp. De optimistische Lengen denkt zelfs dat het nog eerder zal gebeuren dan gepland. ‘De burgemeester is een oud-militair, hij weet hoe hij dit gedaan krijgt’, zegt ze. Al verraadt haar aanvulling – zachtjes uitgesproken – misschien eerder hoop dan geloof: ‘Als het langer duurt dan tien jaar, zijn we misschien te oud om terug te gaan.’
Boven het dal, in de kabelbaan, kijkt Gustke nog altijd de andere kant op als halverwege de afvaart het verdwenen Blatten in beeld komt. Al is het maar zodat toeristen er niet tegen hem over beginnen. Hij kan het zich maar moeilijk voorstellen dat daar straks een nieuw dorp zal verrijzen. ‘En al helemaal niet iets wat net zo mooi is als het was.’ Al weet hij sinds die ene dag in mei ook: het leven kan onvoorspelbaar zijn – en helemaal in de bergen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant