Home

‘Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik hem heb teruggenomen’

Onverwacht hevig is Antoinettes rouw om Erik, haar grote liefde, de vader van haar kinderen, maar ook de man die haar twee keer bedroog. ‘Erik was altijd zoekende.’

Antoinette Schildkamp (58, interimdirecteur in het speciaal onderwijs): ‘Als ik aan vage bekenden vertel dat mijn ex is overleden aan zijn alcoholverslaving, stokt het gesprek al snel. Mensen hebben geen idee van de impact, ze denken: een ex, en nog verslaafd ook, die zal niet zo’n grote rol in je leven hebben gespeeld. Maar Erik was de vader van mijn kinderen en mijn grote liefde. Ik had het zelf ook niet verwacht, maar ik ben door zijn dood, misschien wel voor het eerst van mijn leven, compleet uit het lood geslagen.

‘We leerden elkaar kennen toen ik 23 was en hij 22, binnen zes weken woonden we samen in een studentenflatje. We gaven ons trouwfeest boven een kroeg, ik was in het knalrood. In 1995 werd onze oudste, Ruben, geboren en twee jaar later volgde Wout. Het ging allemaal heel harmonieus, nooit ruzies, nooit gedoe. We deelden alles: geld, huishouden, opvoeding, alles was fijn en goed. Alleen was Erik altijd wel een beetje zoekende. Burgerlijk worden wilde hij niet.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

‘In 1999, ik was zwanger van onze derde, bleek hij een relatie te hebben met een andere vrouw. En toen onze dochter Lieke vijf maanden was, zei hij: ik ga weg. Ik weet nog hoe hij met zijn tasje op het grindpad stond. Ik heb meteen een therapeut gezocht, ik dacht: ik wil niet verzuren. En ook: als je dit aankunt, met een kind van 5, een van 2,5 en een baby, kun je alles aan.

‘Het lukte, en Erik en ik hielden goed contact. Ik wist dat hij er niet op uit was geweest mij te kwetsen, en wie wordt er níét eens verliefd op een ander? Die vrouw was, klassiek, een bevlieging en al snel wilde Erik graag bij me terug. Ik aarzelde. Ik dacht: lukt het me nog om hem helemaal te vertrouwen?

‘Vlak voor de vuurwerkramp hier in Enschede, 13 mei 2000, zijn we samen in therapie gegaan. Toen Lieke een jaar was, woonden we weer samen. We hebben daarna nog dertien heel gelukkige jaren gehad. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik hem heb teruggenomen, daardoor hebben de kinderen ook een fijne, stabiele jeugd gehad. Maar toen het wéér gebeurde, was het klaar. Toen zijn we definitief uit elkaar gegaan.

‘Ik ontdekte het in de tent, op zijn telefoon, we kampeerden met de kinderen, die toen 14, 16 en 18 waren, in de Picos de Europa. Hij sliep, ik had een voorgevoel – hij was een week met een collega wezen wandelen in de bergen en had daar ‘geen bereik’ – en ik keek op zijn mobiel. Was hij een week in Las Vegas geweest bij een Amerikaanse die hij op internet had leren kennen, ze stonden stralend op de foto. Het was dag twee van de vakantie. We zijn meteen naar huis gereden, de kinderen waren ook woedend op hem.

All-inclusive

‘Weer dacht ik: ik moet hier goed uitkomen, geen slachtoffer zijn. Het jaar daarop vroegen vriendinnen: ga je met ons mee op vakantie, mijn zus bood het ook aan. Maar nee, ik ging het zelf doen. Ik heb met de kinderen zo’n foute all inclusive geboekt in Turkije, we hebben gesnorkeld, op een kameel gereden en het heerlijk gehad. De avond van thuiskomst was de supermarkt al dicht, dus toen ben ik patat gaan halen, dat kon er ook nog wel bij. In de snackbar ontmoette ik Henri, een vriend van vroeger, die inmiddels ook gescheiden was. ‘Jullie patat wordt koud’, zei het meisje achter de balie, want we stonden meteen eindeloos te praten. Nu zijn we alweer elf jaar samen. Hij is de andere grote liefde in mijn leven, al is het, met allebei grote kinderen en een heel verleden, wat ingewikkelder dan als je jong en zorgeloos aan een relatie begint.

‘Erik en ik bleven goede vrienden. Hij was ondanks of misschien wel dankzij zijn zoektocht en zijn worstelingen, een lieve, innemende en toch ook positieve man, die mij alles gunde en veel humor had. En hij was oprecht, al klinkt dat misschien gek uit mijn mond na twee keer door hem bedrogen te zijn geweest. Maar hij benoemde alles, ook zijn schuldgevoel en zijn spijt over dingen, hij zei zelf ook: het is niet oké wat ik heb gedaan. Hij had een laag zelfbeeld, het kind in hem hunkerde naar liefde.

‘Met de Amerikaanse, Sarah, is hij een jaar getrouwd geweest, de kinderen zijn er nog voor naar Las Vegas gevlogen. Daarna was dat voorbij. Maar in ons leven bleef hij altijd aanwezig. Verjaardagen, 21-diners, diploma-uitreikingen, ook die van Henri’s kinderen: Erik was er ook. Hij was een zeer betrokken vader en een fijne ex.

Een fles whisky

’Maar de onrust bleef, zo bleek toen hij met de jongens op vakantie was in Denemarken. Ruben en Wout vonden dat hij wel erg veel dronk, terwijl hij dat eerder nooit gedaan had, een wijntje in het weekend, meer was het niet. Maar nu was hij heel druk met flessen gin en bier bezig, op het obsessieve af. Daar, in Denemarken, heeft hij heel verdrietig en emotioneel opgebiecht: ik ben alcoholist. Hij dronk een fles whisky per dag.

‘Het is te veel om te vertellen wat we daarna allemaal met hem hebben meegemaakt. Afkicken in klinieken, toch weer drinken, steeds verder afglijden, op het laatst was hij, pas 57, een broze, oude man met symptomen van Korsakov. De kinderen, en ik ook, hadden constant zorgen om hem, elke dag belden we: hoe is papa vandaag?

‘Mensen zeggen: het is gedrag, je kunt toch stoppen, maar verslaving is een progressieve ziekte, Erik stond machteloos. En ik ook. Waar ik het in mijn werk een uitdaging vind om problemen te analyseren en op te lossen, had ik hier geen antwoord op. Ik kon hem niet helpen. Ik nam wat afstand van hem, ik kon niet anders. Toen ik eens voor de zoveelste keer een was voor hem stond te doen waar ik de poepgeur niet uit kreeg, dacht ik: wat sta ik te doen? Ik ben al tien jaar bij die man weg. Ik heb de wastas zó in de container gegooid. Ik was op.

Eigen bed

‘Ik heb in die tijd wel gedacht – en gezegd: het zou voor iedereen misschien beter zijn als hij er niet meer is. Maar sinds Erik afgelopen januari is overleden, weet ik: nee, dat is niet zo. Lieke heeft hem gevonden, ik hoor haar nog schreeuwen aan de telefoon: ‘Ik kán dit niet!’ Ik had zo ontzettend graag gewild dat het anders was gegaan, dat hij in een verpleeghuis met de juiste medicijnen nog tien goede jaren had gehad. Hij had nog heel veel liefde te geven. De kinderen missen hem, en ik ook, ik ben erdoor overrompeld hoeveel verdriet ik voel. Ik heb zoveel van hem gehouden.

‘Voor mijn werk als interimmanager heb ik jaren door de week in de Randstad gebivakkeerd, daar zijn de interessantste klussen, en ik het weekend was ik thuis met Henri. Vond ik altijd prima, leuk zelfs, een pied-à-terre in Amsterdam. Maar nu gaat dat niet meer. Ik wil thuis zijn bij Henri, in Enschede, in mijn eigen bed slapen. Rouwen. Het zal heus weer beter worden, maar de dood van Erik heeft me volledig onderuit gehaald.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next