Home

De nieuwe volkshelden van Indonesië hebben een app, een scooter en een knorrende maag

Motortaxichauffeur Yoga Kushartanto (28) rijdt dertien uur per dag door de Indonesische hoofdstad Jakarta. Zijn miljoenen collega’s en hij groeiden na de dood van één van hen, onder de wielen van een politievoertuig, uit tot het gezicht van de landelijke protesten tegen de overheid.

Door Noël van Bemmel

Fotografie Hendra Eka

Met een snelle beweging opent motortaxichauffeur Yoga Kushartanto de app op zijn telefoon waarmee hij van een gewone Indonesische twintiger verandert in een Grab-rijder. De taxi- en bezorgdienst uit Singapore is alomtegenwoordig in Zuidoost-Azië en biedt klanten een snelle manier om zich door het vastgelopen verkeer van de Indonesische hoofdstad Jakarta te verplaatsen. En het is een makkelijke manier om geld te verdienen voor iedereen met een gemotoriseerde tweewieler.

Stap achterop bij de 28-jarige Kushartanto en je slalomt door lommerrijke lanen met koloniale villa’s, zoeft door zakenwijken met wolkenkrabbers en kriskrast door overbevolkte kampongs. Sinds zijn 21-jarige collega Affan Kurniawan vorige week tijdens een grote demonstratie bij het parlementsgebouw door een politievoertuig werd doodgereden, gelden de naar schatting vijf miljoen motortaxichauffeurs van Indonesië als de stille helden van het gewone volk.

‘Het is niet moeilijk om Grab-chauffeur te worden’, vertelt Kushartanto, met wie de Volkskrant een dag optrekt, in zijn huurkamer in een achterbuurt van Zuid-Jakarta. Een vuile matras op de grond, een asbak ernaast en een rammelende ventilator aan de wand. Hooguit 3 bij 3 meter, met schimmelplekken op het plafond en een gedeeld hurktoilet op de gang. ‘Je moet een rijbewijs hebben, een simkaart, een verklaring van goed gedrag van de politie. O, en een scooter natuurlijk!’

Op goede dagen heeft Kushartanto wel vijftien klanten die bij hem achterop stappen of online bestelde ijskoffie of sushi laten thuisbezorgen. Op zo’n dag vangt hij omgerekend wel 5 euro, zegt hij. Op slechte dagen verdient hij niks. ‘Dan eet ik even niet.’

Op een elektrische scooter, geleend van een tante, rijdt Kushartanto richting het nationale sportstadion in Jakarta. Dat is centraal gelegen en je kunt er prettig wachten in de schaduw van grote amandelbomen. Hij opent de taxi-app met gezichtsherkenning en strekt zich dan geroutineerd uit op een betonnen bankje. ‘Nee, ik verwacht niet meteen een klant, dat kan zo een uur duren.’

Kushartanto werkt van 10 uur ’s ochtends tot 2 uur ’s middags, waarna hij wat eet en pauzeert op een ander buitenbankje, en dan werkt hij weer door van 6 uur ’s avonds tot 3 uur ’s nachts. Dat is dertien uur werken voor 38 cent per uur, als het meezit.

Toch is de baan van ojol, onlinemotortaxichauffeur, populair in Indonesië. Het minimumloon schommelt er tussen 150 en 250 euro per maand, terwijl de prijzen van woninghuur, rijst en onderwijs gestaag stijgen. Wie tijd over heeft, meldt zich aan bij een van de populaire platforms: Gojek (dat Indonesisch is), Grab (uit Singapore), inDrive (Amerikaans) en Maxim (Russisch). De groene jassen van vooral de eerste twee diensten domineren de overvolle wegen van Jakarta. Als gladde kikkers glippen de ojols tussen files door, worstelen zich over stoepen en door stegen heen en wachten nerveus bij het stoplicht. Veel Indonesiërs, arm en rijk, springen achterop. Het kost bijna niks, 50 cent per 4 kilometer, en je bent veel eerder waar je wezen moet dan met een auto. Openbaar vervoer is lang niet altijd een optie.

Sinds vorige week zijn de ojols de ‘groene helden’ van het landelijke verzet tegen overheid en parlement. Die zouden zich onvoldoende inspannen om het lot van de gewone man te verbeteren en vooral zichzelf willen verrijken. Een royale woontoelage voor parlementariërs was de directe aanleiding voor de onlusten. Veel demonstranten gingen ook de straat op omdat zij vinden dat Indonesië autocratischer wordt onder president Prabowo.

Gojek-rijder Kurniawan, die door een politiewagen werd vermorzeld terwijl hij eten afleverde tijdens een grote demonstratie, gaf de protestbeweging van studentenorganisaties en vakbonden opeens een gezicht. Duizenden motortaxichauffeurs begeleidden zijn lichaam naar de begraafplaats, op sociale media verschenen afbeeldingen van ojols met engelenvleugels. De kluswerker aan de onderkant van de arbeidsmarkt, op wie Indonesiërs doorgaans mopperen als hij ze langer dan vijf minuten laat wachten, belandde plots op een voetstuk.

Het levensverhaal van Kushartanto is het verhaal van miljoenen Indonesiërs die dromen van een beter bestaan en na de middelbare school de bus pakken naar de hoofdstad. ‘Ik had een zorgeloze jeugd in Kaliwadas (Midden-Java, red.)’, vertelt de jonge chauffeur terwijl hij nog een kruidnagelsigaret opsteekt. ‘Ik speelde verstoppertje in de rijstvelden, ik voetbalde met mijn klasgenoten.’ Maar toen hij 15 werd en zijn school geld ging vragen voor lesboeken, merkte Kushartanto dat zijn ouders arm waren. Zijn vader is dagloner, zijn moeder huisvrouw. ‘Zij bleken dat geld niet te hebben. Ik voelde voor het eerst dat ik voor mijn ouders een last was.’

Om wat bij te verdienen, kweekte de kleine Yoga paling in een emmer en vulde hij gaten in de weg door het dorp. ‘Als er een auto passeerde, hield ik mijn hand op.’ Zo maakte hij toch nog zijn school af, met goede cijfers. ‘Ik hou van natuur- en wiskunde, dan word ik uitgedaagd.’ Maar zijn aanvraag voor een studiebeurs bij drie universiteiten bleek tevergeefs. ‘De concurrentie was te groot. Ik, dacht: ik ga wel werken en dan betaal ik de opleiding voor mijn jongere broer.’ Na een bezoek van een tante uit Jakarta lonkte de grote stad. ‘Zij werkte daar en had een hele mooie telefoon.’

Zo gaat dat in heel Indonesië: miljoenen moslims gaan elk jaar voor het Suikerfeest terug naar hun geboortedorp, met hun beste kleren aan en met de mooiste verhalen over hun leven in de hoofdstad. Daarna arriveert steevast een grote groep arbeidsmigranten uit de provincie in Jakarta, op zoek naar een een baan en een goedkope kamer. Tot ongenoegen van de burgemeester, die waarschuwt dat er geen werk is voor al die nieuwkomers zonder opleiding. Een derde van de dertig miljoen inwoners van Groot-Jakarta is import, de helft van alle motortaxichauffeurs werkt in deze stadsregio.

Kushartanto parkeert zijn scooter bij winkelgebied Blok M. Daar wachten nog veel meer chauffeurs, achteroverleunend op hun zadel of liggend op een stuk karton, terwijl drommen mensen passeren op weg naar een trendy lunchtent. Zelf heeft hij geen cent op zak.

De ojols bewegen zich volgens een vast patroon door de megastad. Tussen 6 en 8 uur ’s ochtends concentreren ze zich op de zakenwijken om kantoorpersoneel af te zetten of cappuccino te bezorgen. Daarna valt er een gat, totdat de scholen uitgaan om 2 uur s’ middags, om 5 uur gevolgd door de kantoren. ’s Avonds verplaatst de groene zwerm zich naar grote winkelcentra en uitgaansgebieden, tot om 3 uur ’s nachts de laatste karaokebar zijn deuren sluit. Daarna rijdt Kushartanto weer terug naar zijn kamer.

Volgens cultuursocioloog Taufiq Hanafi van de Universiteit van Malang, die onderzoek doet naar cultuurpolitiek en staatsgeweld, bekommert de overheid zich onvoldoende om het lot van arbeidsmigranten zonder opleiding en vaardigheden. Hij ziet parallellen met de massale demonstraties in 1998, die de toenmalige president Soeharto tot aftreden dwongen, maar er zijn ook verschillen, zegt hij. Dankzij de pers en sociale media is de burger nu beter geïnformeerd dan toen.

‘De beweging is ook minder elitair’, zegt Hanafi, ‘niet meer alleen gedragen door bevoorrechte studenten, maar ook door gewone burgers zoals ojols en huisvrouwen.’ Hij verwijst naar Ibu Ana (‘moeder Ana’), een oudere dame die onverschrokken de oproerpolitie te lijf ging en uitgroeide tot internetberoemdheid. Haar roze hoofddoek stak scherp af tegen de zwarte kleding van de demonstranten en agenten.

Kushartanto was er niet bij. ‘Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd’, zegt hij tijdens het eten van een warme kom bakso, soep met ballen, bij een eetkraampje op de stoep (op kosten van de krant). De zon gaat onder en veel groene jassen hebben zich verplaatst naar een buurt met veel ministeries en bankgebouwen. ‘Wat mij betreft schaffen ze dat hele parlement af. Die lui zouden zich moeten inzetten voor het volk, maar de meesten zijn alleen voor zichzelf bezig.’

Een van de 25 eisen van de demonstranten, een wet die het mogelijk maakt om door corruptie verkregen vermogen af te pakken, steunt Kushartanto van harte. ‘Dan voelen zij ook eens hoe het is om zonder geld te leven. Lapar seharian (de hele dag honger, red.)!’

Dit voorjaar volgde de scooterchauffeur drie maanden lang een gratis cursus lassen, aangeboden door de stad Jakarta. ‘Ik doe dit werk al vier jaar en ik wil mijn leven veranderen. Ik probeer een baan te vinden in een fabriek, maar dat is nog niet gelukt. Zonder orang dalam (een ‘mannetje binnen’ oftewel een kruiwagen, red.) is dat moeilijk.’

Als Kushartanto zich niet lekker voelt, gaat hij even naar huis om te rusten. Om half 11 ’s avonds staat hij weer paraat in een buurt met veel restaurants. Maar nog steeds stuurt het algoritme van Grab niemand naar zijn telefoon. Om 1 uur ’s nachts krijgt Kushartanto het koud en rijdt hij maar weer naar zijn beschimmelde kamer. Met nog steeds geen cent op zak.

Toondove president Prabowo lijkt al na een jaar zijn krediet te hebben verspeeld bij de Indonesiërs

Indonesië maakt zich op voor een nieuwe week van demonstraties en geweld. Veel Indonesiërs leven een jarenlange frustratie uit op agenten en overheidsgebouwen. Kan president Prabowo Subianto hun vertrouwen terugwinnen?

Woede in Indonesië nadat politie een 21-jarige demonstrant doodrijdt, live op TikTok

De dood van een 21-jarige brommertaxi-chauffeur door toedoen van de oproerpolitie wekt veel verontwaardiging in Indonesië. Het incident was live te zien op TikTok. In Jakarta wordt deze week opnieuw flink gedemonstreerd tegen parlement en regering.

Indonesië heeft in drie generaties ongelooflijk veel bereikt. Toch is er nog genoeg werk aan de winkel

Indonesië viert zondag 17 augustus tachtig jaar onafhankelijkheid van Nederland. Dat markeert het land onder meer met een officiële herschrijving van de koloniale geschiedenis. Een goed moment om de balans op te maken: wat heeft Indonesië sinds 1945 allemaal bereikt, en wat (nog) niet?

Source: Volkskrant

Previous

Next