is econoom en publicist.
We hebben de afgelopen maanden op deze plek een inhoudelijk programma voor een middenkabinet gemaakt, op hoofdlijnen in elk geval. Er is voor zo’n kabinet zegenrijk werk te doen in het funderend onderwijs, op de arbeidsmarkt, vóór scholing en tegen de immigratie van goedkope arbeid, op de huizenmarkt en in de zorg, inzake de bekostiging van de AOW. De landbouw moet worden hervormd, net als het fiscale stelsel. Het zijn stuk voor stuk Grote Werken. Maak uw borst maar nat.
Ik ben er enthousiast over. En mijn enthousiasme is aanstekelijk, merk ik in mijn mailbox. We gaan massaal op de vier middenpartijen stemmen, op GroenLinks-PvdA, CDA, VVD en D66, zodat het door hen te formeren middenkabinet de kans krijgt de welvaart in Nederland radicaal te vergroten.
Er is echter een gerede kans, vrees ik, dat dit op een teleurstelling uitdraait.
Hoezo? De kern van de zaak, lijkt me, is dat we met de middenpartijen onze hoop vestigen op de spelers die de afgelopen 25 jaar (en verder terug) het land veelal hebben bestuurd, in wisselende samenstellingen, en niet in staat zijn gebleken de genoemde vraagstukken op te lossen. De problemen zijn ontstaan tijdens regeerperioden van middenkabinetten; niet opgelost tijdens het landsbestuur door middenkabinetten; dus om dan anno 2025 te denken dat de vier partijen de varkentjes dit keer wel even zullen gaan wassen, klinkt tamelijk naïef. Akkoord.
Het punt is dat, tegelijkertijd, de varkentjes uitsluitend gewassen kunnen worden door een middenkabinet. Kijk maar.
Een kabinet over rechts is net geprobeerd – en faliekant mislukt. Het coalitieakkoord bevatte al geen enkele ambitie tot het wassen van varkens, en in de uitvoering heeft het kabinet vooral in de drek gerold. Nu de PVV voortaan (weer) van deelname aan een coalitie is uitgesloten, is er voor rechts ook geen meerderheid meer in zicht. En over links? Nog afgezien van inhoudelijke bezwaren: ook geen meerderheid in zicht. Er zal dus, in enigerlei vorm, na 29 oktober een middenkabinet worden geformeerd. Centrumlinks, centrumrechts, centrumbreed.
De kans is het grootst dat zo’n kabinet sterke gelijkenis vertoont met de kabinetten-Balkenende en de kabinetten-Rutte die we deze eeuw gewend zijn. Niet in staat tot het wassen van varkens, wél in staat om bij grote gebeurtenissen adequaat op te treden; denk bijvoorbeeld aan de financiële crises na 2008, of de coronacrisis vanaf 2020. Je moet er toch niet aan denken, sorry hoor, dat er zich nu voor Nederland een ramp van die omvang zou aandienen. We worden nu geregeerd door vermoedelijk het minst competente kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog.
Maar er is ook een kans, een kleine kans misschien, maar toch, dat het midden zichzelf herpakt. Die vier zijn heus óók in staat geweest tot stevig regeren als dat nodig was. Ruud Lubbers (oud-minister en -premier voor het CDA in de jaren tachtig) wist heus van wanten. Wim Kok (de vakbondsman die minister werd en premier in de jaren negentig) hakte harde knopen door. Frits Bolkestein was als VVD-voorman nimmer te beroerd om te zeggen waar het op stond. En Els Borst, minister en vicepremier voor D66, was bepaald een formidabele bestuurder.
Dus nee, zo’n middenkabinet is geen ‘kat in het bakkie’, als u me nog een beestenmetafoor wilt vergeven. Waarschijnlijk stelt het teleur; heel misschien is het een succes. Hoe vergroten we de kans op succes? Daarover volgende week.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant