Geertje begint een romance met een Poolse man, die praktisch dakloos is. Echt met elkaar praten kunnen ze niet, maar dat blijkt ook niet nodig. ‘Ik noemde hem mijn pot jam, mijn traktatie.’
‘Een datingapp en vervolgens een afspraak op de hoek van een straat. Ik zag hem staan met zijn fiets. Hij was verdiept in zijn mobiel, keek me niet aan, ook niet toen ik dichterbij kwam en hij me vanuit zijn ooghoeken moest kunnen zien. Hij droeg een capuchontrui, kwam uit Polen, werkte in de bouw en bleek negen jaar jonger dan ik. Meteen nadat ik hem een hand had gegeven, werd hij opnieuw afgeleid. ‘Even iemand bellen’, wat ik een rare manier van doen vond maar ook wel weer vermakelijk.
‘Ik was hier nu toch, dus even wandelingetje kon geen kwaad. Zijn fiets liet hij staan en samen liepen we naar de haven, door het zomerse groen langs het water. Af en toe keek ik opzij, naar zijn lange donkere haar. Zijn groene ogen waren me ook al opgevallen. Like a movie, zei hij na een tijdje, en ik hoorde hoe trots hij was op zijn zin, want hij sprak Engels noch Nederlands. Een beetje lui wees hij vervolgens naar een bloem waar een vlinder opzat. Butterfly, zei ik en hij lachte om de klank ervan.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘Diezelfde middag bedacht hij een koosnaam voor me, Geerke. De ‘ke’-uitgang van sommige Nederlandse woorden vond hij grappig. Verder zeiden we niet veel, soms zochten we iets op met behulp van Google Translate, maar dan was het weer een tijdje stil. Geerke, dacht ik, zo heeft nog nooit iemand me genoemd. Toen pakte hij mijn hand en zo liepen we verder.
‘De avond erop vroeg ik hem te eten. Weer droeg hij die capuchontrui. Ik maakte lasagne en toen hij aan tafel ging zitten stroopte hij zijn mouwen op, pakte hij een vork en ging hij zitten smullen. Lang bleef hij niet, want de volgende ochtend vroeg moest hij zijn collega’s halen om naar het werk te gaan. Maar de avond erop kwam hij weer. Niet om acht uur zoals afgesproken, maar om half elf, want hij was op zijn logeeradres in slaap gevallen.
‘Al snel ontstond er een nieuwe routine. ‘Als je daar toch op de grond slaapt, kom dan maar hier wonen.’ Ik bood hem mijn bank aan en later een eigen kamer. Een keer tilde hij me op en zette me op de bar. Ik voelde me een jonge vrouw wier leven nog moest beginnen. Seks hadden we ook, geweldige seks. Als hij ’s avonds op mijn bank lag, keek ik naar hem. Dat lange donkere haar, o man.
‘Op een dag zei hij: ik kan ook koken, heb je nog wat aardappelen? En ineens stond de Pool in mijn keuken met een mes en een snijplank. Met uiterste precisie sneed hij de patatten en bakte ze in een pan, tot de rand gevuld met zonnebloemolie.
‘Mijn vrienden lachten om mijn aanwinst, die ik half spottend ‘mijn pot jam’ noemde, een traktatie, om aan te geven dat ik zelf ook wel begreep dat deze verhouding eindig was. Maak je geen zorgen, ik ben niet gek. Dit is geen liefde, maar kameraadschap. En vooral: vrolijkheid.
‘Wat betreft achtergrond hadden onze verschillen niet groter kunnen zijn. Ik ben een keurige vrouw en moeder met een baan en een eigen huis. Hij was in feite dakloos. De mannen die ik datete namen me mee uit eten en praatten over boeken en politiek. De Pool kwam ’s avonds terug van zijn werk met zakken vol kadetjes en cervelaat, want ‘dat was allemaal over’. Dan brak hij een stuk brood af, pakte het mes dat hij altijd bij zich droeg en ging vergenoegd zitten eten. Ik keek graag naar hem als hij at. Alsof ik door mijn eigen bril in mijn eigen huis ineens een nieuwe wereld ontwaarde.
‘Hij bracht een lichtheid mee waarin weinig anders telde dan werk, eten, slapen en seks. Je zou kunnen zeggen dat hij me als het ware lostrok van alle ideeën over leven en mannen die in een halve eeuw aan me waren blijven kleven. En de ruimte die zo ontstond vulde hij op met alles wat nieuw was. Bijzonder vond ik bijvoorbeeld zijn gebrek aan ego. Als hij ging zwemmen keken alle vrouwen hem na omdat hij zo prachtig was, maar hij had niks in de gaten, ging gewoon zwemmen. Dat mooie sterke lichaam diende wat hem betreft vooral het stenen sjouwen.
‘Ik had voor mijn zieke moeder gezorgd en voor mijn zus, mijn vriendinnen konden bij mij altijd terecht voor raad en daad, ik heb relaties volgehouden uit verantwoordelijkheidsgevoel. Laat los, zeggen ze dan, maar ik wist niet hoe. En toen was daar de Pool en ik liet los. Zijn warme lijf in bed deed me de tranen in de ogen springen en vervulde me met dankbaarheid over alle frustrerende man-vrouwgesprekken die niet gevoerd hoefden worden.
‘Toen het opnieuw zomer werd, ging hij zijn familie opzoeken. Ik had verwacht dat ik tijdens zijn absentie tot bezinning zou komen, maar ik miste hem iedere week meer. Op de dag dat hij terug zou komen, hield ik een parkeerplaats vrij met een groot bord waarop ik ‘welkom’ had geschreven.
‘Een week later dan hij had gezegd – het bord had ik ’s avonds woedend weggehaald – stond hij voor de deur met een broodmachine, pakken meel, pasta, maanzaad, suiker en een grote zak aardappelen. Op mijn verjaardag bakte hij patat, hij zong Poolse liederen en we hebben gedanst. Mijn kinderen en al mijn vrienden waren erbij, net als een Servisch stel dat nieuwsgierig stil was blijven staan op straat.
‘Ik had dit leven misschien nog jaren kunnen volhouden, maar tegen de winter begon het te knagen. Onze relatie was bevrijdend, maar strooide ook zand in mijn ogen. Ik was door hem een andere vrouw geworden, ontpopt, maar dit minimalistische stramien van werken, slapen, seks en eten voelde ineens niet langer vrij. Hij was afhankelijk van me geworden en ik wilde ook wel weer eens over een mooie tentoonstelling kunnen praten. Onze relatie was natuurlijk, in één woord, ongelijkwaardig.
‘Op een dag zei ik dat hij tot kerst kon blijven. Dat vond hij goed. We stopten al zijn bezittingen in een plastic tas, inclusief de broodmachine. De dag dat mijn kerstvakantie begon vertrok hij, kort voor middernacht, zonder drama. Terug naar Polen. Soms appen we nog, maar niet vaak, we spreken immers elkaars taal niet.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Geertje gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant