Home

Anne Frank is en blijft een icoon. Niet door het Joodse, maar door het universele karakter van haar lot

Over iconen raak je niet uitgeschreven en niet uitgepraat, en dat geldt al bijna acht decennia voor Anne Frank. Een nieuwe biografie van Ruth Franklin voegt er nog een perspectief aan toe.

is recensent en columnist voor de Volkskrant.

Weinig doden weten zo vaak het nieuws te halen als Anne Frank. In januari 2022 was dat het geval toen een coldcaseteam beweerde te hebben ontdekt wie haar en de andere zeven Joodse onderduikers van het Achterhuis had verraden.

Niet veel later bleek de bewijsvoering flinterdun en allerminst overtuigend, maar dat trok veel minder de aandacht. Eerder leidde zelfs de paardenkastanje in de buurtuin van het Anne Frank Huis tot een mediastorm. Die boom moest, o ironie, koste wat kost gered van de naderende ondergang.

En sinds 7 oktober 2023 duikt Anne Frank voortdurend op om te pleiten voor de Palestijnse zaak. De mededeling dat ze ‘huilt om de kinderen van Gaza’ zie ik bij wijze van spreken dagelijks voorbijkomen in mijn tijdlijn.

Wanneer ben je een icoon? Als mensen met een stalen gezicht hun eigen opvattingen op jou projecteren – terwijl jij niks kunt terugzeggen.

Nieuwe biografie

Hoe Anne Frank daartoe kon uitgroeien is een van de thema’s in een nieuwe biografie van de Amerikaanse Ruth Franklin (die eerder een hooggeprezen biografie van Shirley Jackson schreef): De vele levens van Anne Frank, verschenen bij Prometheus, vertaald door Mario Molegraaf.

Franklin is, zacht gezegd, niet de eerste die zich daar het hoofd over breekt. Er zou een fikse boekenkast te vullen zijn met publicaties gewijd aan Anne Franks leven en naleven, haar betekenis en invloed. Ruth Franklin probeert zich te onderscheiden door het accent te leggen op Anne Franks literaire kwaliteiten. Zij ziet haar niet zozeer als een pubermeisje dat in de onderduik met vaardige pen een dagboek bijhield.

In haar ogen is ze bovenal een groot schrijver wier talenten nimmer tot volle wasdom kwamen. Ook die blik op Anne Frank is niet splinternieuw. Maar doet dat ertoe?

Interessant om te lezen blijft bijvoorbeeld de invloed die Cissy van Marxveldt op Anne Frank heeft gehad. Zoals alle schrijfgrage meisjes die opgroeiden in de vorige eeuw was zij dol op haar werk (‘Ik zal haar boeken beslist ook aan mijn kinderen laten lezen’) en imiteerde ze haar naar hartenlust. Maar pas een vrouwelijke vertaler Duits van de wetenschappelijke editie van het dagboek begreep dat de briefvorm en de meisjesnamen die Anne Frank gebruikte, geïnspireerd waren door Cissy van Marxveldt. De (mannelijke) redactie was dat verband ontgaan.

Nog zo’n mooi weetje: in het voorjaar van 1946 ging vader Otto Frank – de enige van de Achterhuisbewoners die, zoals dat heet, terugkeerde na de oorlog – met het typoscript op bezoek bij diezelfde Cissy van Marxveldt. Zij raadde hem aan het te publiceren.

Enthousiasmerend stukje

Dat bleek nog zo gemakkelijk niet. Walter Cahn, werkzaam in de uitgeefwereld en bevriend met Otto Frank, moest op klassieke wijze leuren. Uitgeverij Querido wees uitgave af – volgens de ene bron omdat directeur Alice von Eugen-van Nahuys meende dat niemand meer belangstelling had voor Joodse zaken, volgens een andere bron omdat zij geen geld wilde verdienen aan zo’n tragisch verhaal. Pas na een enthousiasmerend stukje van historicus Jan Romein op de voorpagina van Het Parool hapte een (andere) uitgeverij toe.

Het Achterhuis Dagboekbrieven van 12 Juni 1942 - 1 Augustus 1944, met voorwoord van Annie Romein-Verschoor, deed het in Nederland prima, maar een echte bestseller werd het boek hier pas na het megasucces in de Verenigde Staten. Daar liep The Diary of a Young Girl, met voorwoord van voormalig first lady Eleonor Roosevelt, van meet af aan uitstekend. Een Broadway-bewerking in 1955 en een verfilming in 1959 deden de rest.

Scherp merkt Ruth Franklin op dat het beeld van Anne Frank daardoor veranderde. ‘De Anne die schrijft is niet langer een afzonderlijk individu maar een rol die door een veelheid aan actrices kan – en zal – worden vertolkt.’ Het was, achteraf bezien, het begin van haar iconisering.

Levenstaak

Geen geheim is dat Otto Frank zélf daar niet weinig aan heeft bijgedragen. Hij zag het als zijn levenstaak om het dagboek van zijn dode dochter in de belangstelling te houden. Zijn drijfveren, schrijft Ruth Franklin, waren naast zakelijk óók idealistisch. Hij geloofde in Het Achterhuis ‘als een baken om internationale tolerantie en vrede te bevorderen’.

Om dat te bereiken moest in bewerkingen niet het Joodse, maar juist het universele karakter van haar lot de nadruk krijgen.

Dat is, mag je wel zeggen, gelukt.

De opbrengsten van theaterstuk en film gebruikte Otto Frank voor de aankoop van het pand aan de Prinsengracht waar de tragedie zich had afgespeeld. In 1960 ging het Anne Frank Huis open. Pikant: in de eerste jaren kwamen er voornamelijk Amerikaanse toeristen op af. In de jaren tachtig meende de toenmalige directie dat de belangstelling voor Anne Frank mettertijd wel zou wegebben. Precies het omgekeerde gebeurde.

Eeuwige rij

Zie de documentaire die Robert Schinkel in 2014 maakte over het Anne Frank Huis, gebaseerd op een idee dat briljant was in zijn eenvoud. Vier seizoenen lang filmde hij toeristen die geduldig wachtten op hun beurt in de eeuwige rij die destijds dagelijks slingerde van de Prinsengracht tot ver op de Westermarkt. (Anno 2025 is die dankzij een vernuftig systeem van online tickets danig geslonken.) Bezoekers uit alle windstreken vertelden de filmer vooraf waarom ze daar stonden, achteraf hoe ze het Anne Frank Huis hadden ervaren. Door pubermeisjes in diverse talen voorgelezen dagboekfragmenten lardeerden het geheel.

Wat de kijker nu treft aan In de rij voor Anne Frank: wachtenden keken toentertijd gewoon om zich heen, bestudeerden grachtenhuizen, bomen, bladerden door een uitgereikte folder of praatten met elkaar.

Wat nog meer treft: de geïnterviewden zeiden zich zonder uitzondering te identificeren met Anne Frank.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next