Standplaats Na de zomerstop zijn de sportclubs zijn weer begonnen – voor sommigen was dat de hoogste tijd. „Als ik niets doe word ik onrustig.”
„En nu een kickflip.” Het skatepark is de enige plek in de Amersfoortse wijk Vathorst waar jongeren de hele vakantieperiode fanatiek sporten. Er groeien vriendschappen onder skaters, BMX’ers en inliners. Soms komt iemand met een literpak ijs aanzetten en lepels voor iedereen. In Schiebroek-Zuid in Rotterdam turnt Elkia (13) deze zomer waar ze maar kan – op straat, in de supermarkt, of als ze niet kan slapen „random” een handstand in haar kamer. „Als ik niets doe, word ik onrustig.” Ze is blij als de gymzaal weer opengaat.
In de finale van het driedaagse jeugdtennistoernooi in Den Haag mogen kinderen twee keer de bal missen, daarna zijn ze af. Als Isla van zeven misslaat, stormt ze woedend de baan af en werpt ze zich in de armen van haar oppas. En in het Zeeuwse dorp Kwadendamme krijgt het traditionele wipschieten en doelschieten concurrentie van de Basic-Fit in Goes. „Daar gaan veel mensen met de auto naar toe.”
NRC volgt in 2025 drie stadswijken en een dorp die min of meer representatief zijn voor Nederland: een kwetsbare buurt in Rotterdam, een negentiende-eeuwse wijk in Den Haag, een dorp in Zeeland en een vinexwijk in Amersfoort.
In januari vroegen we bewoners naar hun verwachtingen voor het nieuwe jaar, in februari naar hun noodpakket, in maart naar de boodschappen, in april naar de opvoeding, in juni naar hun avondeten, in augustus wilden we weten wat ze in hun zomervakantie doen. Nu na de zomer de trainingen en competities weer opstarten, willen we weten wat voor sport ze doen. Alleen of in clubverband? En waarom?
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 72.400 euroKoopwoningen: 54 procentGemiddelde woningwaarde: 639.000 euroGrootste leeftijdsgroep: 45- tot 64-jarigen (30 procent)
Meisjes zijn ze, kleine meisjes, Isla van zeven, Kira van acht en Iris van negen. Het is woensdagmiddag half vier en ze zitten in het clubhuis van tennisvereniging Thor de Bataaf te wachten op de finale van het driedaagse jeugdtoernooi.
„Ik ga winnen”, zegt Isla (spreek uit: Aila). „Ik kan het al heel goed.” Ze wijst naar Kira, die tegenover haar met haar racket zit te spelen. „Zij gaat ook winnen.” En Iris? „Iris ook.” Iris glimlacht en schudt zachtjes nee.
De patriot Willem Heytveldt was in 1787 voor de prinsgezinden naar Frankrijk gevlucht, maar keerde in de Bataafse Tijd terug en kreeg vergunning om aan de rand van de Scheveningse Bosjes grond te ontginnen, prachtig gelegen tussen Den Haag en de zee. Hij bouwde een boerderij en er kwam een uitspanning, waar wandelaars thee of melk konden drinken. Er kwamen ook een schommel en een wip, later kon je er bootje varen en in 1881 zou er voor het eerst tennis zijn gespeeld. De Archipelbuurt was in aanbouw.
Kira (8) tennist al een paar jaar en gaat binnenkort op vioolles.
Aquila (5) tijdens het jeugdtoernooi bij de Haagse tennisvereniging Thor de Bataaf.
Nu heeft Thor de Bataaf achttien buitenbanen, drie binnenbanen en, zegt de voorzitter van het bestuur, 1.821 leden. Er is, zegt hij ook, professioneel barpersoneel en een professioneel jeugdbeleid, mede onder leiding van trainer Sebastiaan de la Croix. Die spreekt van „talent signaleren” en „eigen kweek” en „doorstromen naar de eredivisie”.
„What are you talking about?”, vraagt Aquila van vijf die met een appel in zijn hand bij de drie meisjes komt staan.
„Ga weg”, zegt Kira. „Jongens moeten weg.”
„Huh?”, zegt Aquila.
„Go away”, zegt Kira. „We don’t need boys.”
Aquila druipt af en Kira vertelt dat ze al een paar jaar tennist en binnenkort op vioolles gaat. „En ik”, zegt Isla, „zit op zwemles en dansles en balletles geloof ik en ik ga op pianoles en mijn moeder komt uit Kazachstan en daar heb je dat allemaal niet.” Kira: „Mijn moeder komt uit Nederland, maar ze is Chinees.” Rachel heet ze. Ze werkt voor een Amerikaans bedrijf.
Twee ‘levens’ krijgen de jongste kinderen voor de finale: twee keer misslaan en ze zijn af. Om vier uur beginnen ze. Allemaal in de rij en een van de trainers zal vanaf de andere kant van het net de ballen naar ze toe slaan. „Ready?”, roept Sebastiaan de la Croix. „Go!”
Isla mist de eerste bal. En de tweede. Ze stampt woedend de baan af en werpt zich in de armen van haar oppas. Iris slaat een heleboel ballen goed voor ze er een mist. En daarna de tweede. Ze gaat gelaten bij haar moeder op schoot zitten, Carine heet ze. Die zegt: „Kijk hoe goed je het deed.” Tot afgelopen maandag had Iris nog nooit getennist. Ze hockeyt.
Maar dan Kira. Zonder één overbodige beweging slaat ze álle ballen terug. „I won”, zegt ze tegen Aquila als ze haar goudkartonnen bekertje in ontvangst heeft genomen. Die vraagt aan zijn moeder waarom híj niet gewonnen heeft. „Volgend jaar mag je het weer proberen”, zegt zijn moeder, Malathi. Ze komt uit Sri Lanka en heeft met haar Turkse man een bedrijf in Dubai. Alleen ’s zomers zijn ze in Nederland.
„Hey, hey, Aquila”, zegt Sebastiaan de la Croix. „What did I say to you? Sometimes you win and sometimes you…?”
„Lose”, fluistert Aquila. Niks voor hem.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: onbekendKoopwoningen: 20 procentGemiddelde woningwaarde: 276.000 euroGrootste leeftijdsgroep: 25- tot 45-jarigen (25 procent )
Op „5 september, is dat een vrijdag?” kan Elkia (13) weer naar turnen, in de gymzaal naast de islamitische basisschool. Haar vriendinnen sporten er ook, je kan er ook voetballen, kickboksen, op basketbal, karate of judo. Elkia komt vanaf haar vierde in de gymzaal, ze leerde er de koprol, toen de radslag, de handstand, de brug, de arabier. Deze zomer oefent ze met „aan komen rennen en dan meteen de overslag”, dat is nog lastig.
„Elkia is niet bang”, zegt haar vriendin Norshan (12) trots naast haar aan tafel.
Ze drinken koffie en Wicky met bastognekoeken bij kinderbuurthuis Wijkie, in het hart van Schiebroek-Zuid. Een paar weken eerder is Elkia er assistent geworden. Nu is ze verantwoordelijk voor „meehelpen dingen klaar te zetten, of tafels naar buiten sjouwen of de kleintjes helpen”. Het levert zakgeld op, en status. Ze leert jongere kinderen er de brug.
Weet ze nog waarom ze ging turnen? „Dat wilde ik gewoon graag. Als ik niets doe word ik onrustig.”
Elkia springt en draait en strekt waar ze kan, de hele dag door. Op het rek op het schoolplein, op het blauwe plein erachter of op het grasveldje in haar straat. Als ze ’s nachts niet kan slapen, doet ze „random een handstand” in haar kamer. „Zelfs in de supermarkt kijk ik eerst of er geen medewerker is en dan maak ik een radslag in het gangpad.”
Elkia (13) uit Schiebroek-Zuid zit op turnen, maar turnt ook vaak buiten de gymzaal.
In de gymzaal is het meestal „gewoon gezellig turnen”, maar soms turnt ze tegen andere clubs. Haar moeder en zus van 17 komen naar alle wedstrijden kijken. Ze woont thuis met nog twee zussen (16 en 21 jaar).
Elkia zat op vier basisscholen („ik werd snel boos, nu minder”) en gaat na de zomer naar de tweede klas van het Schreuder College, met gespecialiseerd onderwijs voor zo’n 140 leerlingen. Ze krijgt er les in koken, beauty, fashion, Nederlands, Engels.
Ze zit er ook in de leerlingenraad. Het ging er dit jaar bijvoorbeeld over kamp, dat ze beter niet met alle klassen tegelijk konden gaan en dus splitsten ze op. „Dat was echt niet goed gegaan anders”. Of over het schoolreisje, naar Walibi, als de kinderen een week lang niet zouden vechten, had de directrice beloofd.
Het werd de Efteling. „Iedereen was chagrijnig. Toen gingen jongens daar vechten met een andere school en moesten de juffen en meesters van de scholen met elkaar praten. We waren pas om acht uur thuis.”
Vechten is op school én in de buurt aan de orde van de dag, Norshan zegt het ook. Iemand kijkt te lang, gooit kauwgom, duwt of zegt iets, de ander reageert fel en iedereen bemoeit zich ermee.
Vechten ze zelf ook soms? Ze knikken. Norshan: „Iederéén hier vecht, de hele tijd. Ik vijf keer per jaar ofzo. Zij wat vaker.” Norshan voetbalt en kickbokst in de gymzaal.
Komt de politie weleens op het vechten af? Beiden, onverstoorbaar: „Heel vaak”.
Een paar weken geleden bijvoorbeeld zat Elkia, vertelt ze, gewoon rustig met een vriendin te kletsen op het rek op het schoolplein, „daar zo”. Een meisje van tien „zei ineens zomaar ‘houd je bek’ tegen mij. Ik zei: hoezo zeg jij ‘houd je bek’ tegen mij? Ik ben ouder dan jij en langer en sterker en ik ben assistent bij Wijkie.”
Vriendinnen kwamen aanrennen en riepen „‘Véchtén! Véchtén’ en iedereen ging al filmen”. Elkia sloeg een vriendin van het meisje van tien. De moeder van het meisje van tien sloeg een vriendin van Elkia. Het meisje van tien rende naar huis, klom volgens Elkia over het balkon om binnen te komen en kwam terug met een mes om haar „te steken”.
Toen kwam de politie.
„Spreek je haar eigenlijk nog weleens?”, vraagt Norshan rustig. „Soms”, zegt Elkia. „Dan zeg ik hoi en dan zegt zij ook hoi en dan lopen we weer gewoon door.”
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 52.200 euroKoopwoningen: 64 procentGemiddelde woningwaarde: 491.000 euroGrootste leeftijdsgroep: 30- tot 39-jarigen (29 procent)
„Bro! Aan de kant! Ik ga double tailwhip doen.”
Sceptische gezichten bovenaan de pool-zone. „Als je ’m niet landt hè.”
„Oké, ik hoop” – en daar gaat-ie – „dat deze clean wordt”. Voeten op de stuntstep. Met licht gebogen knieën de bowl in. Vaart maken. En hup, de lucht in. Beide voeten los terwijl-ie de step twee rondjes laat draaien om de as en weer laat landen.
„Zoooo die was clean!”
„Echt clean.”
„En nu een kickflip!”
De hele dag zijn ze hier te vinden. Skatepark Vathorst, gelegen tussen de Ikea, het zwembad en twee voetbalvelden. Kyan (11), Sem (13), Guus (9), Melle (12), Maddox (10), Joël (11) en nog tientallen jongens, vooral jongens, die tricks oefenen op de stuntstep. Tailwhip. Double tailwhip. Triple tailwhip. Barwhip. Barspin. Bri Whip. Umbrella. Flare. Kickless. Kickflip. Backflip. Ze grinden en airen en vliegen met hun stepjes over de skatebaan alsof het een ijsbaan is.
Sommigen wonen twee minuten verderop, in nieuwbouwwijk Amersfoort-Vathorst. Anderen komen uit Nijkerk of Spakenburg – stuntstep op de fatbike – om op dit skatepark, één van de grootste van Nederland, hun skills te verbeteren.
Je vindt hier skaters, BMX’ers en inliners maar vooral, sinds enkele jaren, zoals op alle skateparken in Nederland, stuntsteppers. Tientallen. Soms zijn het er zó veel, dat je amper ruimte hebt om te oefenen. „Snakers” noemen de jongens de irritante types, vaak jonger, die hun voor de voeten rijden.
Skatepark Vathorst is zowat de enige plek in de wijk waar de hele vakantieperiode fanatiek is gesport. Sem was hier de afgelopen weken soms al om zeven uur ’s ochtends te vinden. Tot tien uur ’s avonds. Oefenen. Veel oefenen. En alleen naar huis om te eten. „Het is gewoon verslavend.” Dus ja, het zal wel wennen zijn, weer naar school.
Al is zo’n dagje steppen ook veel hangen. Op de muurtjes langs de skatebaan, waar tassen en telefoons liggen en ook veel snoep. Vandaag drie zakken – hartjes, jellybeans en jawbreakers; de jongens hebben allemaal blauwe tongen. Gekocht bij de Deka verderop. Frikandelbroodjes. Stroopwafels. Taksi. DubbelFrisss. En soms komt er zomaar iemand met een literpak ijs aan zetten. En lepels voor iedereen. Want delen hoort erbij.
Ze kennen elkaar van de skatebaan, niet van de school, en zijn hier vrienden geworden. Ze kijken samen naar TikTok, waar hun grote voorbeelden tricks tonen die ze proberen na te doen, en vergelijken online decks, bars en wheels voor de stuntstep. „Kijk, die van mij” – Melle toont de onderkant van z’n step – „heeft al wat ‘snaps’ (barstjes, red.)”. „Neem een Jayden Sharman-deck”, klinkt het. „150 euro.” Sommigen komen inmiddels op elkaars verjaardag.
„Ah”, wijzend, „daar komen de skateboarders”. Het is halverwege de dag en dan komen ook de oudere jongens erbij.
„Skateboarders, die mogen we niet.”
„Ik wel hoor!”
„Als je het over skateboarders hebt, dan heb je het over roken.”
Skateparken als deze schieten in heel Nederland uit de grond. En omdat Skatepark Vathorst zo bekend is, en vorig jaar vernieuwd, komen hier de besten van Nederland. Zoals Ties, Daan en Neal.
„Neal kan een 540!” „Wow, Neal is echt crazy.” En zelfs stuntsteppers uit het buitenland weten deze plek te vinden. Jongens uit het oosten van Europa. Daar kijken ze hier tegenop, want die kunnen heel andere tricks. Meer grinden, langs de randen gaan. „Die zijn meer street.” „Omdat ze thuis niet zulke mooie skateparken hebben.” „Die durven meer.”
„Oké, wat doen we? Scoot?”
„Ga maar bro.”
„Backflip!”
„Niet landen op je bek. Flip.”
„Tailwhip!”
„Oeh. Gaat het?”
„M’n stuitje.”
Skatepark Vathorst is zowat de enige plek in de wijk waar de hele vakantieperiode fanatiek is gesport.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euroKoopwoningen: 72 procentGemiddelde woningwaarde: 317.000 euroGrootste leeftijdsgroep: 45- tot 65-jarigen (30 procent)
In de weekenden gaat John Kopmels (63) wipschieten. Zijn drie zoons (30, 32 en 38) doen regelmatig mee. In de warme seizoenen schieten ze met hun logge kruisboog naar boven, zoals je een slapende fazant uit de boom zou kunnen schieten. Alleen is de boom bij wipschieten een ijzeren paal en de fazant een ronde schijf.
In de winter gaat de sport binnen door. Dan schiet je recht vooruit, op de ‘liggende wip’. Schutters mikken op een reeks kleine plastic vogels met pluimen. Hoe meer ze er raken, hoe meer punten ze verdienen.
Als deze sport ergens groot is, is het wel in de dorpen in de Zak van Zuid-Beveland. Hier wonen de meeste wipschutters (zo’n 500) van Nederland en weet iedereen wat een liggende of een staande wip is.
Wipschieten is groot in het Zeeuwse dorp Kwadendamme.
Wipschieten is een sport die eeuwen terug groot werd onder agrariërs in deze regio, zegt Jan-Willem Bruel uit Kloetinge, fanatiek handboogschutter. Om te jagen, om eventueel het land te verdedigen, maar meestal voor de lol. Lachend: „Toen boeren nog tijd en geld overhadden.” Op zaterdag ging je handboogschieten en daarna naar het café. Vooral mannen deden het in die tijd – nu is de verdeling ongeveer 30 procent vrouw en 70 procent man.
In deze regio is behalve het traditionelere wipschieten ook doelschieten met een kruisboog wijdverbreid. „Doelschieters werken met kunststof doelen, die stilstaan.” Zij gebruiken lichtere pijl-en-bogen.
Een wipschietsessie kan zomaar 3,5 uur doorgaan. „Een hele middag ben je er wel aan kwijt”, zegt Kopmels, in het dagelijks leven eigenaar van een assurantiekantoor. „Dat klinkt lang, maar vroeger kon het wel vier uur worden. Nu er minder mensen meedoen, duurt een toernooi ook korter.”
De verenigingen in Kwadendamme – het plaatsje met nog geen duizend inwoners telt er twee – kampen met een terugloop in het aantal leden. Tja, zegt Kopmels, voorzitter van vereniging Victoria. „We doen er alles aan. We ontplooien activiteiten op scholen, maar uiteindelijk zijn het vooral de kinderen van schutters die blijven.” Afhakers komen altijd met hetzelfde verhaal. Ze doen al zoveel: voetbal, judo, tennis. „Ze hebben het te druk.”
Individuele sporten worden nu eenmaal populairder, zegt Daphne Nieuwdorp (22), die in het dorpscafé van Kwadendamme werkt. Sporten doen mensen niet per se meer om samen te zijn, maar om zichzelf te verbeteren. Om sterker, stakker of gezonder te worden. „In Goes is een Basic Fit, daar gaan veel mensen met de auto naartoe.” En met de elektrische fiets is die stad nu ook bereikbaar voor jongeren en mensen zonder rijbewijs. Binnen een halfuurtje sta je op de loopband van een sportketen. Zoals Bruel het samenvat: „De wereld is veranderd. Iedereen kan overal naartoe.”
Toch jammer, vindt hij, want handboogschieten is de ideale bezigheid. „Je bent de hele dag samen, maar toch alleen. Je hebt allemaal hetzelfde doel, maar draagt alleen verantwoordelijkheid voor je eigen resultaat.”
In 2025 volgt NRC vier ‘standplaatsen’. In drie stadswijken en een dorp keren dezelfde verslaggevers steeds terug. Met het project wil NRC ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving zichtbaar maken in persoonlijke verhalen.
Lees alle afleveringen hier.
Source: NRC