Ina Brouwer Het OM vervolgt vier corpsleden wegens verspreiding van een ‘bangalijst’. Advocaat en oud-politica Ina Brouwer, ooit ook corpslid, staat de ouders van de slachtoffers bij. „We zien een generatie die dit normaal vindt.”
Ina Brouwer
Tien procent. Zo klein achtte advocaat Ina Brouwer de kans dat het Openbaar Ministerie strafvervolging zou instellen tegen eerstejaars leden van het studentencorps die in 2024, op bevel van oudere huisgenoten, een ‘grietenpresentatie’ hadden gemaakt. Daarin werden vrouwelijke medestudenten afgebeeld, met naam, telefoonnummer en adresgegevens, plus commentaar op hun uiterlijk en vermeende seksuele wapenfeiten. De presentatie werd door de eerstejaars gedeeld via WhatsApp en in minder dan geen tijd stonden de vrouwen, met foto’s, contactgegevens en het grove commentaar, in alle ranzige etalages die het internet te bieden heeft.
De maatschappelijke verontwaardiging over wat ‘bangalijsten’ werden genoemd, was groot. Het Utrechtsch Studenten Corps en de universiteit deelden enkele sancties uit. Waarom dachten Brouwer en haar cliënten, de ouders van de benadeelde studentes, dan toch dat van vervolging geen sprake zou zijn?
„Het korte antwoord is: er is nog nooit een strafzaak over dit type lijsten geweest. Het lange antwoord: zulke lijsten zijn diep geworteld in de seksistische cultuur van de studentencorpora. En die verenigingen zijn gewend om zich te verdedigen tegen aanvallen op deze cultuur. ‘Het is maar een grap. God, wat vervelend dat het is uitgelekt, we bieden onze excuses aan.’
„Die reacties hoorden we bij alle incidenten, ook toen een soortgelijke lijst bij de Groningse vereniging Vindicat opdook. En het gedrag wordt altijd afgedekt door het old boys network. De reünisten van de verenigingen, die nu hoge functies bekleden. Die cultuur zit, dacht ik, ook bij het OM en in de rechterlijke macht. Niet bij de politie trouwens, die is van meet af aan heel serieus geweest.
„De advocaat van een van de mannelijke studenten redeneerde precies zo: ‘Goh, het zijn nog maar jonge jongens, wat krijgen ze nu ineens allemaal over zich heen? Hier is het strafrecht toch niet voor bedoeld? Geen woord over de vrouwen die door hun toedoen met trauma’s te maken krijgen.”
„We hebben bijeenkomsten met onze cliënten gehad, waar sommige slachtoffers zelfs toen niet herkenbaar in beeld wilden, en alleen iets inspraken. Zo hard heeft het er in gehakt. Inmiddels heb ik een aantal van hen uitgebreider gesproken. Dat het OM besloot vier van de zes betrokken mannen te vervolgen, was een enorme opluchting. Goh, dat hadden we niet gedacht en jee, nou wordt het tenminste serieus genomen – dat soort geluiden hoorde ik.”
„Ik denk dat ze daar nog over twijfelen. Hun advocaten, Otto Volgenant en ik, laten van onze cliënten afhangen wat wij in de strafzaak precies doen. Het sterkst zou zijn als de studentes zelf een verklaring zouden afleggen.”
„Ja. Alleen was Gisèle Pelicot zeventig. Onze cliënten zijn rond de twintig en hebben nog een heel leven voor zich. Zij proberen uit alle macht terug te gaan naar de tijd van vóór de bangalijst. Ze hopen de onbezonnen, onbevangen sfeer te hervinden en het studentenleven van toen weer op te pakken. Wat ze me vertellen: die jongen die het heeft gedaan, loopt alweer vrolijk rond, heeft een leuke baan in de Sociëteit, die heeft er niet zo veel last van.”
„Oog om oog, tand om tand? Nee, dan had ik er foto’s bij moeten plaatsen, adressen, telefoonnummers en seksistische teksten. Zowel de ‘grietenpresentatie’ als de andere lijsten zijn, met hun namen erop, wekenlang in appverkeer aanwezig geweest en hebben vanaf eind maart zeven maanden lang op Telegram gecirculeerd. De heren hebben zelf hun namen gezet in de powerpoint waarmee ze die lijst aan huisgenoten toonden. Ik vond het niet nodig heel voorzichtig om te gaan met hun namen. Zij hebben ervoor gekozen zich in die presentatie bekend te maken. In tegenstelling tot hun slachtoffers.
Ina Brouwer werd geboren in Rotterdam, in 1950.
Ze studeerde rechten in Groningen. Werd advocaat en lid van de Communistische Partij van Nederland. In 1981 werd ze Kamerlid, in 1982 lijsttrekker. Daarna bereidde ze met drie andere progressieve partijen een fusie voor: GroenLinks. In 1994 werd ze duo-lijsttrekker van die fusiepartij. Na een verkiezingsnederlaag trad ze datzelfde jaar nog af.
Sinds 2015 werkt ze weer vooral als advocaat. Over de bangalijste en de privacywetgeving verscheen recent haar boek Klik, deel, verneder, verwoest.
Brouwer woont samen en heeft een dochter en een pleegzoon.
„Vergeet niet, dat was in 2016, toen sociale media nog lang niet de kracht hadden die ze nu hebben. De schade was in 2024 veel groter. Vroeger had je natuurlijk ook geroddel over studentes. Werden ze voor slet versleten. Nu gaan zulke beschuldigingen de hele wereld over. Een van de slachtoffers komt uit een dorpje. Daar durft ze niet meer naartoe. De mensen daar hebben de lijst ook gezien, en zeggen: nou, er zal heus wel wat in zitten.
„Zo’n lijst is een uitnodiging aan mannen. De vrouwen worden in de etalage gezet als easy to get of slet. En ze kunnen zichzelf niet uit die etalage halen. Dat vond ik onthutsend. Ik dacht, wij hebben goede privacywetgeving. Het Europees Hof heeft heel goede uitspraken gedaan. We kunnen handhaven. En dan blijkt dat Telegram zich daar geen zier van aantrekt. We vroegen toezichthouders op te treden maar het van oorsprong Russische platform verroerde zich niet. Ze legden onze verwijderingsverzoeken naast zich neer. Totdat in Frankrijk de oprichter van Telegram werd gearresteerd – niet in verband met deze zaak, maar toen kon deze lijst ineens ook wél worden verwijderd.”
Ina Brouwer (75) begon haar professionele carrière als advocaat, stond daarnaast altijd met één been in de politiek. Ze was Kamerlid en partijleider van de Communistische Partij Nederland (CPN) tot die in 1989, mede op haar initiatief, met drie andere partijen fuseerde tot GroenLinks. In 2023 meldde ze zich aan als kandidaat voor de nieuwe gedaante van haar partij: GroenLinks/PvdA. De kandidatencommissie gaf haar geen plaats op de lijst voor de Kamerverkiezingen.
„Officieel heette het dat ze ‘al een jurist’ op de lijst hadden.”
„Wat ik daarover denk, is niet voor dit interview.”
„Magna Pete, de vrouwelijke tak van het corps. Dat had mijn vader me geadviseerd. Hij meende dat ik zo later in het goede milieu terecht zou komen, carrière zou maken en misschien ook een goede partner vinden.”
„Dominant wel. Hij was commissaris van politie, zeer intelligent, snelle denker, snelle carrièremaker. Echt een he-man. Maar hij was ook heel liberaal. VVD-liberaal, maar dan de échte VVD, van ‘laat iedereen zijn eigen keuzes maken’. In ons gezin stond vast dat vrouwen dezelfde rechten hadden als mannen. Ja, mijn moeder was huisvrouw, maar ze was stevig genoeg om haar mannetje te staan. En ik werd gestimuleerd om te studeren. Mijn broer had het lastiger, die had meer een artistieke kant, zeilde en spijbelde, en dat botste met mijn vader.”
„In het boek beschrijf ik hoe ik in de introductietijd met de andere vrouwelijke eerstejaars door een haag van mannelijke Vindicat-leden moest lopen, de zogenaamde Veemarkt. Kaartje om de nek met naam en studierichting erop, zodat de heren een partner konden kiezen voor het bal.
„Ik heb daar heus leuke mannen gekend. Maar er was ook een deel dat voortdurend stond te brallen: ‘Hee daar heb je weer twee gleuven!’ Ik heb wel, en niet alleen bij het corps, meegemaakt dat mannen me tegen de deur drukten. Gelukkig was ik erg overtuigd van mijn eigen kracht. Ik heb me er wel eens letterlijk uit gevochten. Met een enorme klap.”
In de jaren zeventig begon Brouwer als advocaat te werken. Het waren de jaren van de tweede feministische golf. Geweld tegen vrouwen werd erkend, werd zwaarder bestraft. Er kwamen voorzieningen als het blijf-van-m’n-lijf-huis. In de Verenigde Staten gingen vrouwen de straat op tegen pornografie en geweld onder het motto ‘Take back the night’ – precies zoals het Nederlandse ‘wij eisen de nacht op’ van nu. Brouwer stond vrouwen bij in echtscheidingszaken. „Soms kwamen ze er goed uit. Maar het kwam ook wel eens voor dat ik een cliënte een half jaar na de zitting weer met haar man gearmd over de markt zag lopen. Wil niet zeggen dat ik mijn werk niet goed had gedaan, relaties tussen man en vrouw zijn nu eenmaal complex. Ik heb ook mijn moeder bijgestaan toen mijn vader haar wilde verlaten.”
„Bijna. Mijn vader was na zijn pensionering een vrouw tegengekomen die op hem viel en dat vond hij geweldig. Ik dacht, dit is van voorbijgaande aard. Maar mijn moeders wereld stortte in. Ze was 65. Toen heb ik tegen mijn vader gezegd: als jij gaat scheiden, krijg je mij als advocaat tegenover je. Ze zijn niet gescheiden.
„Mijn moeders vriendinnen, aangevuurd door de vrouwenbeweging, zeiden allemaal: ga scheiden! Ik zei: niet doen. Ik voelde hoe mijn ouders aan elkaar gehecht waren en ik wilde vooral voorkomen dat zij zou wegkwijnen op een flatje. Mijn vader heeft een tijd die vriendin gehad, maar toen mijn moeder 85 was, herinnerde ze zich de hele affaire nauwelijks nog.
„Natuurlijk is het een vorm van verraad wat mijn vader deed. Ja, het krenkt heel erg. Maar als je iemand wilt helpen, en dat geldt ook voor de slachtoffers van bangalijsten, moet je verder vooruit kijken. Wat zijn de gevolgen? En hoe komen we hier met zo min mogelijk schade en zo sterk mogelijk uit?
„Vrouwen traden in de jaren zeventig zelfbewuster op dan nu. Als je op een feestje een vrouw zag die door haar vriend werd vastgegrepen, stapte je daar met een hele groep vrouwen op af. Wij lieten ons totaal niet intimideren. Het ging hard tegen hard. Dat had ik ook geleerd in de CPN. Daar zeiden ze altijd: je moet fel realistisch zijn.”
„Dat je niet alleen moreel veroordeelt, maar kijkt wat er in de werkelijkheid gebeurt en zonodig ingrijpt. Ik ben erg van de praktijk. Je kunt wel een wet hebben, maar het gaat erom wat er in de praktijk mee gebeurt. Je moet ervoor vechten. Dat zat ook in die oude CPN. Daar was ook veel mis, absoluut. De partij koos soms de verkeerde tegenstander en omhelsde de verkeerde bondgenoot. Dat zag ik heus wel.
„Maar die in de dagelijkse realiteit verankerde vechtlust mis ik bij de linkse partijen van nu. Ze koesteren te veel de oppositie en hun morele verhevenheid, zonder precies uit te leggen waar het over gaat. Dan heeft het geen consequenties en per saldo geen andere betekenis dan dat je jezelf prettig voelt.
„Toen ik studeerde maakte ik een reis door India, de armoede die ik daar zag heeft mijn leven veranderd. Na terugkeer ben ik weggegaan bij het corps. Ik wilde iets doen voor mensen die het zelf niet konden redden. En bij het corps zaten mensen uit een milieu dat zichzelf uitstekend kon redden. Dat is waarom ik met hen geen aansluiting vond. Pas veel later hebben de oude Magna Petenten me nog een keer uitgenodigd voor een reünie.”
„Ja. Ik was benieuwd wat er van ze was geworden. Sommigen hadden een mooie carrière gemaakt, maar ze waren hun hele leven lang wel binnen hun milieu gebleven. Dat was wat ons van elkaar scheidde. Ik ben altijd avontuurlijk geweest. Ik heb de onderkant van de samenleving opgezocht. Ik vond het leuker met bouwvakkers dan met corpsjongens.”
„Dat kan toch respectvol zijn.”
„Een bangalijst met vernederende teksten en foto’s is heel wat anders dan een fluitje van een schilder op een ladder. Dat kan humoristisch bedoeld zijn. En wij floten soms terug. Als de vakbond van bouwvakkers ook een traditie zou hebben van bangalijsten zou ik net zo hard optreden tegen bouwvakkers als tegen het corps.
„Het corps doet zich respectvol voor, maar intussen. Ik zag de ontgroening in Amsterdam. Al die jongemannen netjes in pak, om door een ringetje te halen. Maar wel verbaal en non-verbaal geweld gebruiken tegen vrouwen. Hen ‘sperma-emmers’ noemen. Het imago is echt heel anders dan wat eronder zit.”
„Als ik afga op wat ik hoor van de meisjes die slachtoffer zijn geworden en hun ouders, denk ik dat ze het corps de goede omgeving vinden om later carrière te maken. Om succes te hebben. Dat speelt een veel grotere rol voor deze generatie dan voor mij toen ik ging studeren.
„Wij dachten helemaal niet aan een carrière. Wij dachten na over vrouwenrechten, over de anti-apartheidsstrijd, de oorlog in Vietnam, kernwapens. Dat deed niet iedereen natuurlijk, maar dat was wel de boventoon van mijn generatie. We keken naar dingen die boven ons eigen belang uit gingen. Nu puzzelen ze heel wat af bij welke sportclub ze willen zitten, in welk verenigingshuis, welke jaarclub.
„Dit boek is ook het verhaal van mijn eigen verbazing. Toen ik voor het eerst de bangalijst zag, eerst die van Vindicat, nu deze uit Utrecht, dacht ik: dit zijn schaduwen uit het verleden. Dit zijn de laatste rimpelingen van een cultuur die nog een beetje na-ebt. Vanaf de jaren zeventig, tachtig leek het hele corps op zijn laatste benen te lopen. En moet je nou kijken. Deze cultuur maakt een enorme opleving door. We zien een jonge generatie die dit aantrekkelijk vindt. Ik was verbijsterd.”
„Ja, het bouwt op. Dat blijkt ook uit ervaringen van vrouwen die op de bangalijst hebben gestaan. Het eerste weekend nadat de lijst was uitgelekt, werden ze honderden keren gebeld door wildvreemde mannen. ‘God, wat ben jij een lekker stuk.’ En dan zeggen: ‘Ik heb je adres, ik kom wel even langs.’ En sommigen réden ook echt langs. Raampje open: ‘Tot straks.’ Dat is heel bedreigend. Die vrouwen hebben alle reden om angstig te zijn.”
„Ik kan alleen maar afgaan op wat mannen als Andrew Tate, de antifeminisme-goeroe, zeggen. Zij vinden dat vrouwen een veel te sterke positie in de maatschappij innemen. Mannen worden daardoor vernederd vinden zij. Het beangstigende is dat ze behoorlijk wat aanhang hebben. Voor mijn boek sprak ik met Robbert Hoving, directeur van Off Limits, een organisatie tegen online grensoverschrijdend gedrag. Hij maakt zich ernstig zorgen, vooral over jongens van tien, elf, twaalf jaar oud die in besloten groepen online chatten over dit soort dingen. Zij groeien op met een bepaald beeld in hun hoofd. Het kan niet anders of dat leidt, in ieder geval tot vernedering van vrouwen, maar ook tot geweld.
„De corpsjongens zijn ondergedompeld in een cultuur waarin de vernedering van vrouwen nog steeds wordt aangemoedigd. Dat blijkt uit de making of van de bangalijsten: hoe vunziger, hoe beter. Doe je het niet, dan krijg je straf. Naakt om het huis lopen. Daarom vind ik dat niet alleen de jongens en hun huisgenoten aansprakelijk zijn, maar het hele Utrechtsch Studenten Corps. Het OM heeft besloten de vereniging niet strafrechtelijk te vervolgen, maar in het civielrecht zie ik wel aanknopingspunten. Ik ben nog niet klaar met ze.”
Source: NRC