Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: polarisatie is niet het grote gevaar voor de democratie, het gebrek eraan wel.
Het grootste gevaar voor onze democratie? Vraag het aan iemand die sociaal-economisch een beetje in mijn hoek zit en de kans is groot dat het antwoord ‘de polarisatie’ is. Tjonge, wat vinden we dat toch vreselijk.
Hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant citeert in zijn wekelijkse stukje bijvoorbeeld een lezer die zich er zorgen om maakt: „Het tijd is dat we weer met fatsoen met elkaar in gesprek gaan en dat we het accepteren als we het hartstochtelijk oneens zijn”. Zoals gebruikelijk bij het aan de kaak stellen van problematische polarisatie, plaatst de lezer keurig de disclaimer „(Zowel links als rechts!)” erbij.
Klok „deelt de analyse” en voegt eraan toe dat de „tolerantie voor afwijkende meningen snel aan het afnemen is, zoals deze week andermaal in de Tweede Kamer te zien was”. Om ruimte te geven aan nóg meer perspectieven voegt hij daarom René Cuperus, Gabriël van den Brink, Bram Vermeulen én Gert-Jan Segers toe aan het columnistenbestand. Uit loyaliteit aan mijn voormalige werkgever zal ik het erbij houden dat ik daar een beetje om moest grinniken en dat ik alle vier de heren veel succes wens.
Het is na de afgelopen jaren natuurlijk niet zo’n gekke oproep om wat beter naar elkaar te luisteren; een democratie wordt sterker naarmate meer mensen hun problemen kunnen aankaarten. Hoe meer perspectieven hoe beter. Een bijstandsmoeder met vier kinderen in Steenbergen ziet de wereld nu eenmaal anders dan een alleenstaande techondernemer in Amsterdam. We zullen de komende verkiezingscampagne nog vaak horen dat we de ander niet meteen moeten wegzetten als ‘fout’, dat we fatsoen moeten tonen, met andere woorden: Henri Bontenbal gaat heerlijke weken tegemoet.
Het probleem is alleen dat het rampzalige kabinet-Schoof precies zo tot stand kwam. De verkiezingscampagne in 2023 was allesbehalve gepolariseerd. SIRE had een campagne die erop hamerde dat we „elkaar niet moeten verliezen als polarisatie dichtbij komt” en de lijsttrekkers leken te denken dat ze zich daar ook tijdens debatten aan moesten houden. Ze waren poeslief voor elkaar, ze bleven maar zoeken naar overeenkomsten in plaats van naar verschillen, wat was Geert Wilders mild geworden en wat waren ze ook toen al klaar met de polarisatie.
Inmiddels is er alleen nog een spartelend rompkabinetje over en blijkt ook de kersverse demissionair BBB-minister Gouke Moes van OCW zich enórm zorgen te maken om polarisatie. In reactie op een bericht dat een regenboogzebrapad was beklad met hakenkruizen tweette hij een jaar geleden: „Zo werkt polarisatie. Jammer, van beide kanten jammer”. Desgevraagd laat Moes weten dat hij de kwestie „achter zich heeft gelaten”, maar destijds stelde hij dat zo’n regenboogsymbool net zo goed provocerend is. Een hakenkruis ook, zeker, maar waar twee vechten, hebben twee schuld.
Het grote gevaar voor de democratie is niet de polarisatie. Het is eerder het gebrek eraan, de angst om bepaalde meningen onomwonden weg te zetten als fout. Gouke Moes mag een regenboogvlag best provocerend vinden, we leven in een vrij land, hij moet er niet om worden vervolgd, maar zolang hij niet onomwonden terugkomt op die stelling, zou het hem moeten diskwalificeren voor een ministerschap, hoe demissionair ook. En eigenlijk zou het alsnog raar zijn om hem dan minister te maken, want er zijn genoeg mensen die nog nooit die achterlijke mening hebben gehad en die zijn allemaal geschikter.
Steeds maar weer wordt polarisatie voorgesteld als een te harde clash tussen links en rechts, maar dat is niet wat er aan de hand is. Wereldwijd zijn autoritaire, antidemocratische krachten in opkomst en bij gebrek aan een goede Nederlandse uitdrukking: they’re coming for our throats. Het zijn extreemrechtse partijen waar gewone rechtse partijen te vaak uit puur opportunisme of uit pure naïviteit tegenaan schurken.
Het zou hartstikke mooi zijn als democratie een marktplaats van ideeën zou zijn waar na een fatsoenlijk, beschaafd debat de beste ideeën elke vier jaar boven komen drijven. Maar als die tijd er ooit al geweest is, is die nu in elk geval voorbij. De komende jaren is democratie een snoeiharde strijd om het behoud van de democratie zelf, en die strijd moet worden gewonnen.
Source: NRC