Oost-Congo De opmars van M23 berooft een hele generatie Congolezen van toekomstperspectief. Het geweld en de onzekerheid richten ook geestelijke schade aan. „Het put me uit en ik heb hoofdpijn, maar gek ben ik niet.”
Een patiënt van het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma zingt een spiritueel lied als deel van muziektherapie.
In een witte tuniek staat Jérôme Olenga in het midden van de zaal, handen gevouwen en de blik naar boven gericht. Ooit verkondigde hij het evangelie in kerken aan de Congolees-Rwandese grens, vandaag spreekt de predikant zijn medepatiënten toe in een neuropsychiatrisch centrum in Goma, hoofdstad van de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu. Hij zit hier niet als predikant, maar als patiënt, te midden van een aanhoudende oorlog. Toch grijpt hij even terug op wat hij kent: met bijbelpassages brengt hij de „goede boodschap” die de zaal met medepatiënten stil doet vallen. „Wanneer Jezus terugkeert, zal Hij terugkomen als een leeuw en jullie herders zullen vluchten. Wees voorbereid, zoek de vrede, want Jezus keert spoedig terug.”
Olenga – vader van twaalf kinderen – leidde als douanier een zeker bestaan, tot de escalatie van de oorlog in Oost-Congo in januari alles overhoop gooide. Omdat hij weigerde trouw te zweren aan de rebellengroep M23, verloor hij zijn baan. Olenga’s spaargeld verdampte en zijn gezin viel terug in armoede. „Sinds januari heb ik geen enkele dollar meer van mijn bank kunnen opnemen. Hoe moet ik dan het school- of collegegeld van mijn kinderen betalen? Ik heb zelfs mijn trouwring moeten verkopen.”
Sinds de M23-militie, volgens VN-rapporten gesteund door Rwanda, begin dit jaar de steden Goma en Bukavu innam, is het dagelijks leven in Oost-Congo ingrijpend veranderd. Markten raken leeg, voedselprijzen zijn verdubbeld, banken gesloten en scholen worden gebruikt als opvangplaatsen voor ontheemden. Duizenden mensen kwamen om door het geweld, honderdduizenden sloegen op de vlucht en er zijn talloze meldingen van verkrachtingen door M23-strijders.
Buiten de muren van de kliniek heerst angst en onzekerheid, maar hier binnen klinkt Olenga’s stem vastberaden. „Ik wandel met engelen… dat put me uit en bezorgt me hoofdpijn, maar gek ben ik niet.”
Een psycholoog (in rood shirt) temidden van een groep patiënten en psychologiestudenten tijdens een muzikale therapie-sessie in het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma, 20 augustus.
Een patiënt van het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma staat met vermoeidheid en hoofdpijn in de gang van de kliniek.
De golf van geweld en de uitzichtloze omstandigheden laten diepe sporen na in grote delen van de gemeenschap. Naast het dagelijks leven raakt ook de geestelijke gezondheid aangetast. In die context is het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul een zeldzaam toevluchtsoord. Dagelijks melden zich hier nieuwe patiënten met psychische klachten.
Het centrum, opgericht door de Belgische katholieke congregatie Broeders van Liefde die sinds de koloniale tijd actief is, vangt mensen op die de gevolgen van de oorlog mentaal nauwelijks nog kunnen dragen. Ze krijgen er individuele en collectieve therapie en kunnen de hele week ook muziek- en sporttherapie volgen. En soms betekent het simpelweg een veilige plek om te slapen, te eten en tot rust te komen. De raadplegingen zijn kosteloos, maar voor aanvullende onderzoeken en behandelingen draaien patiënten zelf op.
Kunstenaar Jérémie Nshombo Akonkwa (23) belandde hier nadat hij door de oorlog zijn baan verloor en dagenlang zonder bezigheden thuis zat. Zijn blik oogt verlegen, maar hij spreekt met onverwachte spontaniteit. In zijn linkeroor glinstert een klein sieraad. „Ik zat diep in de alcohol, ik was er volledig door opgeslokt”, vertelt hij. Via individuele en collectieve therapiesessies in het centrum probeert hij stap voor stap te herstellen. „Gewoon luisteren naar anderen die zingen doet me al goed. Ik voel me niet langer afhankelijk, ik krijg hier weer moed om mezelf te vertrouwen.”
Alain Kakuru, een 24-jarige kunstenaar, speelt drums tijdens een therapiesessie in het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma.
Een psycholoog van het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma fluistert een patiënt in het oor dat zijn tijd om is, tijdens een therapiesessie op 20 augustus.
Binnenplaats van het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma.
Akonkwa vindt het pijnlijk om te zien hoe de oorlog een hele generatie Congolezen van haar mogelijkheden berooft. De meesten zien hun plannen vastlopen: studeren, een gezin beginnen of simpelweg een baan vinden. De oorlog en de humanitaire gevolgen laten het eenvoudigweg niet toe. Zelf vond hij in het centrum houvast. „Het zal moeilijk zijn om terug te keren naar die oude omgeving. Ik ben bezig mijn verslaving te overwinnen, terwijl zij nog vastzitten in hun slechte gewoonten.”
Het is niet altijd eenvoudig om iedereen waardig te verzorgen in een omgeving waar middelen schaars zijn. Jean-Marie Vianney Basabose, psychiatrisch verpleegkundige bij het Saint Vincent de Paul-centrum, noemt het werk van zijn collega’s ronduit heroïsch. Basabose spreekt van „alarmerende cijfers”. In het afgelopen halfjaar verdubbelde het aantal patiënten in de kliniek ten opzichte van vorig jaar. „We zouden graag meer doen, maar de middelen ontbreken. De vraag blijft groeien en ons aanbod blijft ontoereikend.”
In heel Noord- en Zuid-Kivu staat zowel de reguliere als de psychische zorgsector onder ongekende druk. Volgens een half juni gepubliceerde studie van het Internationale Rode Kruis was het aantal bezoeken voor mentale hulp en psychosociale steun zeven keer zo hoog als normaal. Het Rode Kruis waarschuwt dat zonder snelle maatregelen miljoenen Congolezen de toegang tot essentiële zorg verliezen.
Jean-Marie Vianney Basabose, psychiatrisch verpleegkundige bij het Saint Vincent de Paul-centrum, in zijn kantoor.
Basabose hoeft niet lang na te denken over wat op het spel staat. Voor hem is het duidelijk: het grootste kapitaal dat een land bezit, zijn zijn mensen. „Wanneer één iemand ziek wordt, is dat niet alleen een persoonlijk drama,” zegt hij. „Het is ook een verlies voor de gemeenschap. De stabiliteit van de bevolking is de graadmeter van ontwikkeling en de toekomst. De hoge aanmeldingscijfers zeggen genoeg: de huidige situatie is uitzonderlijk en tast het sociale en economische weefsel in de regio ernstig aan. Hele gezinnen vallen uit elkaar en voor wie al ziek was, werkt dat als een lont in het kruitvat.”
Alain Kakuru, een 24-jarige kunstenaar, speelt drums tijdens een therapiesessie in het neuropsychiatrisch ziekenhuis Saint Vincent de Paul in Goma, 20 augustus.
Pastor Jérôme staat in de therapieruimte en predikt het Woord van God tijdens de muziektherapiesessie.
Wie het terrein van het centrum betreedt, wordt omhuld door stilte. Alleen de roep van vogels klinkt tussen de bomen. In de gangen is wel voortdurend beweging: patiënten komen op consult, verpleegkundigen en artsen lopen af en aan. In de grote zaal staan de stoelen in een kring, waar patiënten en personeel zich hebben verzameld. De wekelijkse muziektherapie – onder regie van ergotherapeut Franck Kabwebwe – is een vast ritueel op woensdag.
Een piano en een trom begeleiden de vrijwilligers, zes patiënten en vier jonge artsen in opleiding, die één voor één naar voren stappen om een lied te zingen. Iedereen kiest zijn eigen muziek: melodieën die draaien om liefde, geloof en hoop. Al snel vullen gezangen de ruimte en klappen handen in de maat. Het doel is eenvoudig maar betekenisvol: in een groep leren ontspannen en ervaren hoe muziek helend kan zijn.
Voor het begin van de oorlog kon Alain Kakuru (24) zich nog volledig toewijden aan zijn bestaan als veelzijdig artiest. Hij zong, danste en maakte kunstwerken zoals tekeningen en beeldhouwwerken. Sinds januari nam hij er noodgedwongen een baan als kleermaker bij om te overleven. Dat viel hem mentaal zwaar. Hoewel zijn behandeling in de kliniek officieel achter de rug is, blijft hij terugkomen. Hij neemt deel aan sessies om zich te ontdoen van de voortdurende stress. Om niet „werkloos en rusteloos door de wijk te zwerven” verblijft hij enkele uren per dag in het centrum, krijgt daar zijn medicatie en keert daarna terug naar huis. „Er waren momenten dat ik hallucinaties kreeg. Ik heb mezelf hierheen gebracht, aanvankelijk overtuigd dat het kwam door oververmoeidheid. Als kunstenaar werkte ik dag en nacht, ik sliep nauwelijks. Toen ik hier eenmaal was, voelde ik vooral opluchting.”
Alain Kakuru, ook eenvoormalige patiënt, bereidt zich voor om na een therapiesessie naar huis te gaan.
Alain Kakuru tekent in de kliniek in Goma.
Toch blijft de strijd voor Alain Kakuru niet beperkt tot zijn herstel in de kliniek. Minstens zo zwaar weegt het oordeel van de buitenwereld. In Congo rust er nog altijd een sterk stigma op geestelijke gezondheidsproblemen: wie in een psychiatrisch centrum belandt, krijgt al snel het etiket ‘gek’. Die vooroordelen zitten ook Kakuru dwars. Zijn moeder verspreidde het gerucht dat Kakuru gek was geworden. „Terwijl ik gewoon gezond ben. Toen ik terugkwam bij mijn familie, lachte iedereen me uit, zelfs in mijn lokale kerk. Het was een schok, die me blijft achtervolgen. Zij heeft mijn naam bezoedeld en ik weet niet of ik haar ooit kan vergeven. Mijn oren kan ik niet sluiten voor wat mensen zeggen, maar ik mag me er ook niet te druk over maken. Voor mijn gezondheid.”
Dat stigma zien ze in het Saint Vincent de Paul dagelijks terug. Het centrum voert campagne om lokale gemeenschappen te laten zien dat psychische aandoeningen ziekten zijn zoals alle andere, vertelt ergotherapeut Kabwebwe. „Zo proberen we te voorkomen dat patiënten, als ze genezen, worden gemarginaliseerd. Maar er is ook een existentiële dimensie. Daarom werken we samen met priesters om patiënten duidelijk te maken dat God met hen is, ook in hun ziekte. We proberen wetenschap te verbinden met dit religieuze aspect, want zelfs wie lijdt, blijft geloven.”
Aan de muur hangt een groot rozenkranskruis, omlijst door portretten van paus Leo XIV, zijn overleden voorganger Franciscus en Willy Ngumbi, bisschop van Goma. Ondanks de oorlog, de armoede en de angst, blijft zijn geloof voor predikant Olenga een bron van kracht. „Ik vertrouw erop dat God mij zal helpen. Dit zal voorbijgaan, daar ben ik zeker van.”
Pastoor Jérôme in de therapieruimte.
Met medewerking van Naïm Derbali
Source: NRC