Fonzieeeee! Fonzieeee! Fooooonzieeeeeee!
Samen met kapper Ed Romijn loop ik door de Rotterdamse wijk Blijdorp. We zoeken zijn kat, Fonz. Hier verdween hij ruim een maand geleden, in een voor hem onbekende wijk.
Hoe dat ging? Fonz (4), een beige/bruin/zwartgestreepte Maine Coon-kater, ging elke werkdag ‘s morgens met Ed in de auto mee naar de kapsalon in Rotterdam-Kralingen. Hij zat er op de balie, in een kappersstoel, hing in zijn krabpaal. En ‘s avonds gingen ze samen in de auto terug naar huis in Vlaardingen.
Vier jaar lang ging dat goed. Tot Ed eind juli ‘s avonds laat een vriend afzette bij diens huis in Blijdorp. Fonz moet toen met zijn pootje de knop hebben ingedrukt om het autoraam te laten zakken. Door dat open raam is hij naar buiten gesprongen.
Fonz is niet de enige kat die verdwijnt. In 2024 werden in Nederland bijna 40.000 katten als vermist opgegeven bij Stichting Amivedi, die helpt bij het registreren en terugvinden van vermiste dieren. 77 procent van de verdwenen katten werd teruggevonden. 1.637 honden werden aangemeld als vermist. Van hen kwam 94 procent weer thuis.
De vermissing van een huisdier is meestal doffe ellende. We zijn als mensen door de eeuwen heen enorm van onze honden en katten gaan houden, zegt deskundige mens/dier-relaties Maarten Reesink (UvA). Mannen zien het dier vaker als maatje, als goede vriend. Vrouwen soms zelfs als een kind. Sowieso zijn ze onderdeel van de familie.
Ed mist de kater met zijn pluim-oortjes het meest in de ochtend. Wanneer Fonz toekeek hoe hij koffie maakte. Trouwens, samen in de auto was ook gezellig. En nu hij erover nadenkt, ’s avonds knus op de bank voor de tv.
Een van Eds klanten zei, terwijl de tranen op de kapperscape drupten, dat hij toch een nieuwe kat kon kopen. Die had het dus niet begrepen. Die mensen kennen de liefde voor een huisdier niet.
Ed heeft alles gedaan wat hij kon bedenken: aanplakbiljetten in de wijk ophangen, de vermissing delen via social media. Hij sprak buurtbewoners aan, vroeg hen foto’s van Fonz in de buurtapp te zetten.
Katten zijn goede overlevers, zegt Reesink geruststellend. Ze kunnen zichzelf veel beter redden zonder baas dan honden. Honden en mensen trokken al tienduizenden jaren geleden naar elkaar toe vanwege het wederzijds nut: honden waarschuwden mensen voor gevaar dichtbij (reuk). Mensen beschermden honden voor gevaar veraf (vuur en speren). Ze werden ook al snel maatjes en zijn dat nu nog steeds. Er is geen dier zo goed aangepast aan de mens als een hond.
Bij de kat is dat anders. Die is van nature niet sociaal. En ook geen groepsdier. Katten kwamen pas kijken bij de mens toen die graan ging opslaan, wat knaagdieren aantrok. (zo’n 10.000 jaar geleden). De mens vond het fijn dat muizen werden gevangen. En voor dat open buffet wilden de katten wel in de buurt blijven.
Dat katten minder klef zijn met mensen dan honden, wil niet zeggen dat ze makkelijk opstappen. Katten zijn gehecht aan hun territorium, zegt Maarten Reesink. „Je moet het heel bont maken, wil een kat weggaan.”
Ed weet zeker dat Fonz niet met opzet vertrok. Hij was nieuwsgierig en zit nu met de gebakken peren. Alle scenario’s liep hij al langs: hij houdt zich schuil in de wijk waar hij verdween. Of hij is gaan zwerven. Hij krijgt ergens te eten, hoewel hij eigenlijk alleen superchique pâté lust. Of iemand houdt hem binnen. Aan een dode kater wil hij niet denken.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC