De Veiligheidsraad kan hem gestolen worden, maar de Verenigde Naties zijn zoveel meer dan dat: ‘Het is ook een goedgevulde gereedschapskist voor grote problemen die je onmogelijk nationaal kunt oplossen’, betoogt hoogleraar Dirk Salomons, die decennialang voor de VN werkte.
‘Het was een afschrikwekkende aanblik: eindeloze puinhopen, straatarme mensen, Gaza avant la lettre. Op mij, als 7-jarige, maakte het een overrompelende indruk.’ In 1947 ziet Dirk Salomons de platgebombardeerde Duitse stad Keulen, waar hij met zijn vader vanuit hun woonplaats Harderwijk naartoe is gereisd. De beelden staan na 78 jaar nog altijd op zijn netvlies gebrand. ‘Mijn vader, die politiek zeer geëngageerd was, wilde me laten zien wat een oorlog met een stad kan doen. Tegelijkertijd volgden we samen op de radio hoe in New York de Verenigde Naties werden opgericht. Daar had hij al zijn hoop op gevestigd.’
Waarna Salomons het Handvest van de Verenigde Naties citeert; de aanhef raakt hem nog altijd: ‘‘Wij, de volken’, luiden de eerste woorden. Het zijn dus de volken die hun regeringen opdragen ‘komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog’. Na een oorlog met 45 miljoen doden, waarin alle grenzen van menselijkheid waren overschreden, moesten de VN voor collectieve veiligheid zorgen. Dat idee is natuurlijk totaal mislukt. Maar het Handvest omvat ook de mensenrechten, en daarin geloof ik nog steeds. Dan moet het niet alleen om de individuele rechten gaan, maar ook om de sociale en economische. Landen moeten daarop met elkaar vooruitgang zien te boeken. Alleen dan kan de mensheid haar laagste instincten intomen, dat is doodsimpele common sense.’
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Salomons (85), woonachtig in New York en vader van drie kinderen, concludeert dat na een bijna drie decennia omspannende carrière als VN-diplomaat. Zijn tijd als ‘uitvoerend directeur’ in Mozambique, begin jaren negentig, beschouwt hij als het hoogtepunt. Na een verwoestende etnische burgeroorlog, met meer dan een miljoen doden, kunnen de VN er doen wat ze in het Handvest beloven: veiligheid afdwingen met een eigen vredesmacht, politieke verzoening tot stand brengen en de economie op gang helpen. Na zijn VN-carrière wordt Salomons hoogleraar aan de Columbia University in New York en de Sciences Po in Parijs, met als specialisatie de transitieprocessen van landen die na (burger)oorlog en conflict naar een stabiele vrede streven.
Zijn internationale inslag voert hij terug op zijn vader – niet alleen diens hoop op de VN, maar ook diens levenskeuzen wezen hem die kant op. Van zijn 9de tot zijn 13de woont Salomons op de Filipijnen. De reden is dat zijn vader, werkzaam in het bouwmaterialenbedrijf van zijn familie, woedend is over de steun van ‘zijn’ PvdA aan de politionele acties in Indonesië. Dat brengt hem tot het besluit met zijn Duitse vrouw en kind Nederland te verlaten.
Voor zijn zoon betekent dat aanvankelijk ‘een heerlijk leven in zonnig Manilla, met een zwembad en allerlei cafeetjes’. Tot zijn vader bedenkt dat de middelbare school van zijn zoon in Nederland moet zijn, een gymnasium in Amersfoort: ‘Ik kwam alleen te zitten in dat miserabele Holland, waar het koud en donker was, op een zolderkamertje bij een onvriendelijk gezin. Sindsdien voel ik me meer verbonden met vrienden dan met ouders. Ook al bleef ik dol op mijn vader.’
Hij overleed in 1958 in Nederland, toen u 18 was.
‘Dat was zo’n klap, ik was er helemaal kapot van. Ik was net met een studie klassieke talen begonnen, maar ben toen als een soort eerbetoon aan hem naar Duits overgestapt; de studie die hijzelf nooit had afgemaakt. Wat bij die keuze ook meespeelde, was dat ik geobsedeerd was geraakt door de vraag: hoe is het mogelijk dat zo’n grote beschaving kon verworden tot een autoritaire vernietigingsmachine, hoe kan het juist in zo’n land zo dramatisch fout gaan?’
Op welk antwoord bent u uitgekomen?
‘Dan kom je bij wat nog altijd actueel is: bij de verleiders, de aanhangers van etnisch nationalisme, die mensen in tijden van grote onzekerheid een gemakkelijke oplossing voorhouden en prediken: één volk, één natie, één leider. Die leider doet alsof hij de wijsheid in pacht heeft en belooft de mensen terug te brengen naar een gouden, vroegere tijd toen alles goed was. Die hang naar nostalgie is wat al deze regimes kenmerkt: ooit hadden we het beter, kende iedereen zijn rol, werden we gerespecteerd en hadden we geen vreemden die onze normen en ons geloof niet herkennen en waar we dus vanaf moeten. Die rol hadden de Joden destijds in Duitsland, nu zijn het de verkrachtende latino’s en van uitkeringen levende, luie zwarten in de Verenigde Staten.’
Klopt die parallel wel?
‘Ik denk het wel. Het standaardmodel is dat de zondebokken eerst worden gedemoniseerd en daarna, als je niet oppast, worden uitgeroeid. Dat overkwam niet alleen de Joden, maar ook bijvoorbeeld miljoenen Cambodjanen onder het regime van Pol Pot, ook een etnisch nationalist. En er zijn meer voorbeelden. Wat je ziet, is dat de leden van de elite menen de leider te kunnen manipuleren en sturen, maar dan zelf in diens denken worden meegezogen: de industriëlen en de legertop in de jaren dertig in Duitsland, de leiders van bigtechbedrijven en media in de VS nu. Die zitten klem onder Donald Trump, net als grote universiteiten als die van mij, Columbia.
‘Het grote gevaar voor de industrie en universiteiten is: pas je je te veel aan de normen van het regime aan, dan raakt je reputatie onherstelbaar beschadigd. Wordt het daarna weer democratischer, dan kun je nooit meer een belangrijke rol in de samenleving spelen. Een ander gevaar: laat je bepaalde normen vallen, dan weet je niet langer waar de bodem zich bevindt. In mijn VN-carrière heb ik voortdurend gezien hoe belangrijk het voor landen is de basisregels van goed bestuur en goed toezicht in acht te nemen. Zonder die regels wordt alles mogelijk.’
Hoe kan het dat de VN in de jaren negentig effectief konden zijn, zoals in uw tijd in Mozambique, maar tegenwoordig vooral een machteloze indruk maken?
‘Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 zagen we liefde en broederschap ontstaan in de VN-Veiligheidsraad, die tot dan toe lam was gelegd door de tegenstelling tussen Oost en West. De Verenigde Staten en Rusland bleken het opeens met elkaar over van alles eens te kunnen worden. Daarmee brak een gouden periode voor de VN aan, omdat zich de kans voordeed de beloften uit het Handvest na te komen.
‘Tot die tijd waren de VN in Afrika wel belangrijk bij praktische dreigingen als hongersnoden of andere rampen of op het vlak van gezondheidszorg, maar wat ontbrak was het vermogen om postkoloniale landen te helpen met het leggen van de fundamentele bouwstenen voor een nieuwe staat. Dat werd geblokkeerd door de rivaliserende invloedssferen van Oost en West.
‘Na 1989 was dat probleem verdwenen en konden de VN in een rits landen aan de slag met een holistische benadering, actie op alle fronten: militair, politiek en economisch. In Mozambique hadden we duizenden VN’ers, onder wie drie bataljons blauwhelmen. Politiek maakten we rebellenleiders duidelijk dat ze niet meer in de jungle in een kuil hoefden te schuilen, maar dat ze in nette pakken in het parlement konden. We hielpen onafhankelijke media en op economisch vlak hadden we 800 miljoen dollar van donoren tot onze beschikking. Natuurlijk werd het niet perfect en bleef er corruptie, maar er kwam wel vrede. De burgeroorlog met al zijn bloedvergieten was definitief voorbij.’
Waardoor ging die gouden periode van de VN voorbij?
‘Vanaf 2001 werd de strijd tegen het terrorisme door ‘11 september’ de allesoverheersende kijk van de VS. Dat leidde tot een immense overreactie: het aanvallen van Afghanistan, omdat meneer Bin Laden daar ergens in een grot had gezeten, en later het aanvallen van Irak, omdat daar massavernietigingswapens zouden rondslingeren, wat pure fictie bleek.
‘De wereld raakte zo in de ban van de strijd tegen terrorisme, dat de aandacht voor het welzijn van landen die moeite hadden met goed bestuur volledig verdween. Er kwamen veel militaire regimes die niets voor hun bevolking deden, wat in veel Afrikaanse landen tot grote ontevredenheid leidde. Er kwam alle ruimte voor China, voor olie- en mijnbouwbedrijven, voor islamitische milities. De gevolgen daarvan zijn we nog altijd aan het ondervinden. ‘
Welke toekomst ziet u voor de VN?
‘Met de politieke kant, de Veiligheidsraad, kun je wat mij betreft ophouden. Er zal dan niets in de wereld veranderen, behalve dat een aantal mensen hun baan verliest. Maar de VN zijn nog veel meer. Het is ook een goedgevulde gereedschapskist voor grote problemen die je onmogelijk nationaal kunt oplossen. Voor de klimaatcrisis is het IPCC (het VN-klimaatpanel, red.) van onschatbare wetenschappelijke waarde. Het is aan VN-normen te danken dat vliegtuigen overal veilig kunnen landen.
‘De Wereldgezondheidsorganisatie is verre van perfect, maar wel onze kanarie in de mijn bij de dreiging van een pandemie, ergens ter wereld. Jaarlijks krijgen zo’n honderd miljoen mensen te eten dankzij het Wereldvoedselprogramma. Voor tientallen miljoenen kansarme kinderen is Unicef van wezenlijk belang. Bovendien bevat die gereedschapskist het institutionele geheugen hoe we met allerlei grote problemen moeten omgaan. Daar moeten we zuinig op zijn.’
Wat baart u momenteel vooral zorgen?
‘Mijn grootste zorgen gelden Afrika, omdat nog zo veel landen van dat continent zwak worden bestuurd. Als Europeanen dragen we daarvoor verantwoordelijkheid, want in 1884 hebben we daar landsgrenzen volkomen willekeurig getrokken, dwars door taalgebieden en etnische groepen heen, met de identiteit van mensen hebben we totaal geen rekening gehouden.
‘Nu groeit Afrika naar drie miljard mensen in 2070. In reactie daarop zie ik de Europese landen eigenlijk vooral ‘minder, minder’ roepen door bootjes tegen te willen houden. Denken we nu heus dat we daarmee wegkomen, met het bouwen van steeds hogere muren? Zouden we ons niet beter kunnen richten op een Marshallplan voor Afrika door eraan bij te dragen dat Afrika kan uitgroeien tot een zichzelf bedruipend, goed functionerend werelddeel waar iedereen zich thuis voelt? We zouden er vooral de landbouw moeten stimuleren. Vanwege het klimaat kan de wereld zich geen tweede China, met vooral industriële productie, permitteren. We maken al veel te veel spullen.’
Bent u somber?
‘Nee, we zijn in westerse landen zo rijk, er is zo veel denkkracht en ervaring, we beschikken over zo veel goede mensen. Het hoeft niet mis te gaan. Vergelijk ik mezelf, geboren in 1940, met mijn jongste kleinzoon, geboren in deze eeuw, dan zie ik vooral geweldige vooruitgang op het vlak van gezondheid, bestrijding van honger, geletterdheid, welvaart. We vergeten vaak hoeveel we hebben bereikt.
‘Voor de toekomst hoop ik vooral dat we ophouden te doen alsof crises er niet zijn, zoals het geval is bij het klimaat. Daarvoor moeten we afscheid nemen van onze hang naar een goede, ouwe tijd. Anders ontstaat er ruimte voor de messiassen die beloven ons daarheen terug te leiden. Ik vertrouw erop dat mensen gaan inzien dat ze door dat soort politici worden verneukt.
‘Er zijn geen simpele oplossingen, er bestaat geen alternatief voor het trage proces van concessies doen, compromissen sluiten en zo tot oplossingen komen. Mensen zullen dat weer gaan begrijpen. Ik ben ervan overtuigd dat we het vermogen en de tijd hebben om van onze verslaving aan het populisme af te komen.’
Boekentip: Ill Fares The Land, Tony Judt
‘De Britse historicus Judt laat zien hoe in Europa de garanties op sociale rechtvaardigheid en bestaanszekerheid zijn ondermijnd. Om daarna een vurig pleidooi te houden voor de terugkeer van de sociaaldemocratische idealen. Waar mijn vader zo in geloofde, en die bij mij tot een levenslang streven naar mondiale solidariteit hebben geleid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant