Annejet van der Zijl Voor haar nieuwe boek dook ze in de levens van een Duitse legerarts, zijn Japanse minnares en hun dochter. „In Japan vond ik terug wat me hier ook zo gelukkig maakt: het kleine leven, de toewijding, de concentratie, het isolement.”
Annejet van der Zijl
Het is nauwelijks voor te stellen: Desjima, het kunstmatige eilandje bij Nagasaki van waaruit de Nederlanders – als enige Europeanen – gedurende ruim twee eeuwen mochten handelen met het verder van de buitenwereld afgegrendelde Japan, meette slechts 233 bij 70 meter. Dat is ongeveer zo groot als de Amsterdamse Dam. Een reis ernaartoe nam aan het begin van de negentiende eeuw nog vele maanden in beslag. En na die reis moest je er jaren blijven en mocht je het eiland niet af.
Japanners mochten Desjima wel op. Overdag koks, tuinmannen en tolken. En ’s nachts keisei, in mooie kimono’s gehulde vrouwen die waren opgeleid om de Hollandse mannen te behagen.
Geen wonder dat Franz von Siebold, een Duitse legerarts in Nederlandse dienst, verliefd werd op zo’n Japans meisje nadat hij in 1823 was aangekomen op Desjima. Ze kregen een kind, Ine (roepnaam Oine).
In haar nieuwe boek De zwevende wereld beschrijft Annejet van der Zijl de levens van Von Siebold en zijn dochter. De eerste is beroemd in Europa, waar drie musea zijn naam dragen, en wordt vooral herinnerd als Japankenner en -verzamelaar. In Japan is zijn dochter Oine een cultheld. Tijdens haar leven werkte ze als arts aan het keizerlijke hof. Na de Tweede Wereldoorlog werd ze vereeuwigd in boeken, televisieseries, musicals, mangastrips en videogames.
Opnieuw heeft Annejet van der Zijl een boek geschreven over een interculturele liefde. Eerder schreef ze Sonny Boy, over een jonge Surinamer die in de jaren dertig naar Nederland kwam en verliefd werd op een oudere, getrouwde Nederlandse vrouw. En Fortuna’s kinderen, haar laatste boek, is een familiekroniek over een Nederlandse migrant in de Verenigde Staten die zijn geliefde vrijkoopt uit de slavernij én hun nazaten.
Maar De zwevende wereld is veel meer dan een liefdesverhaal. Het gaat ook over de relatie tussen een vader en een dochter en over de wereldwijde invloed van de Japanse cultuur. Van dat laatste getuigen de vele prachtige gekleurde tekeningen en schilderijen in het boek.
De liefde heeft deze keer wel een behoorlijk zwart randje, want de Von Siebold die Van der Zijl schetst is geen geweldige vader. In 1826 vertrekt hij tegen zijn zin uit Japan. Jaren later keert hij terug, maar dan ziet hij zijn voormalige minnares en dochter nauwelijks staan. Hij is vooral bezig om onsterfelijk te worden als de man die Japan voor het Westen heeft ontsloten en daar moet alles voor wijken.
We spreken elkaar op het terras van het Oude Hof, een voormalig landgoed in het Noord-Hollandse Bergen. Als we de afspraak maken om te praten over De zwevende wereld mailt Annejet van der Zijl dat ik eigenlijk ook even Het sneeuwklokjesbos moet lezen. ‘Ik ontdek steeds meer dat dat al een aanzet was’. Het sneeuwklokjesbos is letterlijk een klein boekje, uitgegeven in de wandelverhalenreeks Terloops van uitgeverij Van Oorschot. Bij een grote boekhandel in Amsterdam ligt het verscholen tussen de reisboeken. Een van de hoofdpersonen van Het sneeuwklokjebos is Marie van Reenen, burgemeestersvrouw en voormalig bewoonster van het Oude Hof. Het is, anders dan de andere boeken van Annejet van der Zijl, een heel persoonlijk verhaal, waarin ze vertelt hoe ze de stad (Amsterdam) achter zich liet en op lastige momenten in haar leven, wandelend met haar hond, rust vond in de duinen bij Bergen.
„Dat ik nieuwsgierig ben. Het gebeurt vaak dat ik ergens ben en denk: hé, dat zou een goed verhaal zijn. Ik ben een soort truffelhond, voortdurend aan het snuffelen. Dan denk ik twee dagen: ik ga het doen. En op de derde dag denk ik: nee. Op een gegeven moment had ik contact met de familie van een heel interessante Nederlandse kunstenares die leefde in dezelfde tijd als Annie M.G. Schmitdt. Er waren veel brieven, het was allemaal best interessant. Maar ik kon me wel ongeveer voorstellen hoe dat boek eruit zou gaan zien. Dan breng ik zo’n familiearchief terug met excuses en een grote bos bloemen. Kennelijk moet ik iets hebben waarbij ik het gevoel heb dat ik op avontuur ga.”
Annejet van der Zijl: De zwevende wereld. De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Ine. Hollands Diep, 352 blz. € 26,99
„O, naar alles. De vader-dochter-relatie vond ik interessant. Ik wist eigenlijk niks van die dochter van Von Siebold. In de boeken die er in Europa over hem zijn geschreven is zij een voetnoot. Ik wist alleen dat ze elkaar na lange tijd hebben teruggezien. Dan zie je toch meteen een Spoorloos-scène voor je, dat mensen elkaar huilend in de armen vallen?
„Japan vond ik ook spannend. Aanvankelijk voelde ik niet voor dit onderwerp vanwege de negatieve manier waarop Japanners werden gestereotypeerd in de tijd dat ik opgroeide, met name als gevolg van de interneringskampen in de Tweede Wereldoorlog. Maar toen kreeg ik een nieuwe partner die dol is op kunst. Die sleepte allemaal boeken over Japonisme het huis in en we gingen veel naar tentoonstellingen. Op een dag praatte ik daarover met een achterbuurman die ook een bewonderaar was van de Japanse cultuur. Hij had tot zijn vijfde in een interneringskamp gezeten en zei: het heeft me mijn hele leven beziggehouden hoe een volk dat in staat is tot zulke wrede dingen ook zoveel moois kan maken. Toen dacht ik: ja, dat is eigenlijk wel een hele goede vraag.”
Opeens kwam ze overal Japan tegen. In het voorjaar van 2023 bezocht ze in de Amerikaanse staat Pennsylvania Fallingwater, de beroemde villa van Frank Lloyd Wright, die is gebouwd op een waterval. Eigenlijk was ze in de VS op zoek naar een nieuw onderwerp voor een boek. In de tuin bij de villa viel het haar op dat veel planten Japanse namen hadden. Binnen aan de muur hing een gravure van de Japanse kunstenaar Ando Hiroshige. „Toen ik zelfs daar Japan tegenkwam, ging ik voor de bijl.”
De volgende stap was dat ze mensen moest gaan benaderen die haar zouden kunnen helpen. Dat zijn belangrijke momenten, die ze zich van elk boek nog precies herinnert. De eerste keer dat ze met Flip van Duijn zat te praten over zijn moeder, Annie M.G. Schmidt. Een neef van prins Bernhard. Een Amerikaanse professor die ze benaderde voor Fortuna’s kinderen. „Dan zie je gewoon in iemands ogen: dit is een goed idee.”
Bij dit boek kreeg Van der Zijl veel hulp van het echtpaar Kuniko en Matthi Forrer, die al tientallen jaren onderzoek doen naar Von Siebold. En ze interviewde ‘Sieboldisten’, want daar bleken er een heleboel van te zijn. „Op een gegeven moment zeiden die stuk voor stuk: ik moet je wel waarschuwen, hij was niet zo sympathiek. Want ja, Von Siebold heeft echt een soort Werdegang meegemaakt. Maar dat schrok mij niet af. Ik ben misdaadverslaggever geweest. Mensen worden nooit zo maar slecht. Dan vraag je je af: wat is daar gebeurd?”
„Ik heb ook vijf jaar met prins Bernhard geleefd, dus ik was wel wat gewend. Maar ik had gehoopt dat ik nog aardige dingen over hem zou ontdekken. Dat hij zich aan het einde van zijn leven iets aantrok van de mensen die van hem hielden. Dat bleek niet zo te zijn. Ik was dus wel blij toen ik hem uit zijn lijden kon verlossen.”
„Bijna wel. Ik was heel blij dat ik Oine had, als contrapunt, want ik had nooit een boek over hem alleen willen schrijven. Daar heb ik het meeste lol aan gehad bij het schrijven van dit boek, het heen en weer springen tussen het perspectief van een Europese man en een Aziatische vrouw. Onze geschiedenis is toch vaak het verhaal van witte mannen.”
„Waarom zijn oorlogen en misdaden spannend? Omdat mensen gedwongen worden om duidelijke keuzes te maken. Voor een verhalenverteller is dat aantrekkelijk.”
„Ik wil niet tussen de lezer en het verhaal staan. Ik verstop me graag achter mijn verhalen.”
„Dat ligt natuurlijk ook aan mij, ik had het verstopt in een wandelserie.”
„Ik schreef het in eerste instantie voor mezelf. Dat is ook het enige dat de eindredacteur eruit heeft gehaald, in een eerdere versie schreef ik wel twaalf keer ‘omdat ik dit verhaal toch alleen maar voor mezelf schrijf’. Ik was aan het rouwen om iemand om wie ik veel gaf. Dat probeerde ik op te schrijven, omdat dat nu eenmaal is wie ik ben, ik schrijf dingen. Het was een hele rare tijd. Mijn relatie ging uit, ik kreeg kanker, ik nam afscheid van de stad. Maar op een gegeven moment kalmeerde alles, ik vond een nieuwe geliefde, en toen dacht ik: goh, ook wel bijzonder dat het leven weer zo’n keer kan nemen. Ik heb het pas afgemaakt toen ik een happy end had. Ik wil de mensen niet hopeloos achterlaten.”
„Omdat ik in Japan terugvond wat me hier aan de kust ook zo gelukkig maakt. Het kleine leven, de toewijding, de concentratie, het isolement. In Japanse kunst gaat het altijd over dingen die je alleen ziet als je heel goed oplet. In Japan waren we in een huis uit 1903, van hout natuurlijk, en het uitgangspunt van dat huis was dat als het volle maan was je hem dan perfect in de rivier kon zien weerkaatsen. Dat soort geluksmomenten heb ik hier ook. Het is hier heel donker omdat je weinig lichtvervuiling hebt. Ik weet nog dat ik mijn eerste winter verbaasd was over alle verschillende gedaanten van de maan.”
„Ja, en het is heel troostrijk, de natuur, want de natuur gaat altijd door. De natuur houdt niet van vacuüms. Als er een boom valt – en ik heb er veel zien vallen – dan ontstaat er iets nieuws.”
„O, die vind ik prachtig. En dat klopt wel. Dit is een heel uitbundig boek, juist ook door die kleuren en die kunst. Fortuna’s kinderen was voor mijn gevoel een veel donkerder boek, onder meer door die slavernij. Maar het was voor mij in die sombere tijd na mijn scheiding juist een fantastisch boek om te schrijven. De hoofdpersonen waren mannen die gewoon van hun vrouwen hielden, het normaal vonden voor hen te zorgen. Dat beurde me op. In die periode had ik niet over prins Bernhard moeten schrijven, dan was ik doodongelukkig geworden.”
„Als je een boek schrijft voel je je soms asociaal. Schrijven, iets maken wat er nog niet was, vereist een zeker isolement. Dat heb ik van dit boek misschien wel meer geleerd dan van andere boeken. Het leven vereist van alles, moed en liefde bijvoorbeeld, maar ook toewijding en concentratie. Uiteindelijk was het oude Japan een militaire dictatuur. Afgesloten van de rest van de wereld. En toch ontstonden daar de mooiste dingen. Misschien moet je dus voor jezelf soms een beetje een militaire dictatuur zijn.”
Annejet van der Zijl (1962) studeerde kunstgeschiedenis en massacommunicatie in Amsterdam, en International Journalism in Londen. Ze werkte als journalist voor HP/De Tijd, onder meer als misdaadverslaggever.
Al ruim vijfentwintig jaar schrijft ze non-fictieboeken, waaronder een biografie van Annie M.G. Schmidt (2002) en van prins Bernhard (2009). Van Sonny Boy (2004) werden alleen al in Nederland ongeveer 900.000 exemplaren verkocht.
Annejet van der Zijl schreef ook twee thrillers. Ze woont in Egmond en Bergen. Over haar liefde voor de kust schreef ze Het Sneeuwklokjesbos (2024).
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC