Home

Na de reünie gebeurde er iets wat mij naar het schijnt vaak overkomt: opmerkelijk toeval

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Beroemd is de Britse blues boom, maar de Limburgse mocht er ook wezen. In Venlo waren toen ik er opgroeide wel zes gitaarhelden actief, en ze zaten allemaal in mijn klas. We vormden een topzware, drummerloze bluesband. De uitspraak too many chiefs, not enough Indians kende ik nog niet, maar ik broedde er wel op. We repeteerden in Club Tinnitus.

‘Echt?’

‘Het heette daar Zaal Gehoorschade, maar ik hou het graag discreet.’

Alle virtuozen pakten een solo, waardoor het lange, lange jams werden. Er bestond een levendige handel in imitatie-Fenders en andere Koreaanse rommel. Om de kunst af te kijken, bezochten we concerten van B.B. King en Eelco Gelling.

‘Dus?’

‘Dus Erik Klapton was gewaarschuwd.’

Waarom ik erover begin, geen idee. Even denken. Misschien vanwege een appje dat ik kreeg van Anton Goudsmit, een echte gitaarheld, google maar eens. Ooit zat ik naast hem bij De wereld draait door, onze gitaren op schoot. Ik had een stukje als dit geschreven over een oranje Gretsch die ik in een opwelling had gekocht. Beide niet doen, luidt mijn advies aan jonge en oude lezers, stukje niet, oranje Gretsch niet.

Dus daar zat slowhand Buwalda, naast de grote Anton. Wat me redde, of juist niet, was dat Goudsmits versterker niet werkte. Als hij begon te spelen, hoorde je niks, iedereen keek gulzig naar Antons verrichtingen, maar bleef op z’n honger zitten. Hierdoor schalden mijn eigen povere licks de huiskamers in als manna. Na dit muzikale succes had ik, zoals Jimi, moeten stikken in mijn braaksel.

Ondertussen was het behoorlijk lullig voor Anton, die een virtuoos is.

‘Dus?’

‘Jaren na die uitzending had ik die reünie van mijn school, weet je nog?’

Tijdens die reünie schaarde de hele Venlose bluesscène uit de gouden jaren zich om me heen, Arand, Pipi, Vissers broertje, Clerx uit Baarlo, Blinde Limoen Keunen, Fruts niet te vergeten. Ze hadden me wel zien zitten naast Anton Goudsmit, wat had dat te betekenen? Mijn riedels hadden ze herkend, altijd dezelfde. Jamde ik wel eens met Goudsmit?

Misschien, zei ik. Ik had Anton natuurlijk nooit meer gezien of gesproken, die had ook wel door dat ik mijn Gretsch onwaardig was, dat ik het merk schade berokkende, heel anders dan in 1964, toen George Harrison plus combo bij Ed Sullivan opdraafde met een Gretsch. Er zijn nooit meer zoveel Gretsch-gitaren verkocht als na dat tv-optreden!

Sorry. (Ook namens Anton, die geen geluid had.)

Maar goed, na die reünie gebeurde er iets wat mij naar het schijnt vaak overkomt: opmerkelijk toeval.

‘Terwijl jij nergens komt.’

Met wat lokale gevallen gitaargoden trokken we na de reünie Venlo in, nog even een biertje. Het was half 4 ’s nachts. Daar stond slowhand sinds eeuwen in een Venlose kroeg, toen er iemand op mijn schouder tikte.

‘Elvis?’

‘Anton Goudsmit.’

Hij was het echt, de maestro. In deze kroeg. ‘Jongens’, zei ik, ‘kijk maar, hier is-ie. Mijn vriend Anton. New Cool Collective, Boy Edgar-prijs, haal even een natje voor hem.’

Gort, dacht ik ondertussen, is gepelde wintergerst – maar dit was te gortig. Gelukkig maakten Anton en ik een selfie, voor later (zoals nu). Ik weet niet wat de gitaargoden dachten. Dat Anton Anton was en ik Jimmy Page? Het biertje was heerlijk. Erna heb ik Goudsmit nooit meer mogen ontmoeten.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next