Home

Docent jazzballet Erica Rooda (86): veeleisend, zorgzaam en bovenal één bonk roodharige energie

Ze danste in televisieshows van Donald Jones en Wim Sonneveld en als Bluebell Girl in het Parijse Lido. Maar de meeste roem vergaarde Erica Rooda achter de schermen, als veeleisende jazzballetdocent aan de toenmalige Theaterschool in Amsterdam. Zaterdag gaf ze haar laatste les.

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Pas zaterdagavond thuis, 3 hoog in Amsterdam, kwamen de eerste tranen. Erica Rooda (86) las de dankbrieven van haar laatste groep leerlingen, van wie sommigen ook na hun danspensioen haar jazzdanslessen bleven volgen. In 33 jaar heeft Rooda generaties dansers opgeleid in jazzballet.

Ze roemen haar talent om studenten te leren een verhaal te vertellen met swingende heupen. Eerst een half uur les in freestyle jazzdanstechniek, dan in de emoties die je ermee kunt, nee, móet uitdrukken. Ook noemen ze haar allemaal een veeleisende, bikkelharde dansdocent, maar altijd zorgzaam en betrokken, streng doch rechtvaardig. Het hart op de tong.

Weeshuis en pleeggezin

Dat laatste had ze als kind al. Rooda werd in 1939 geboren als helft van een tweeling. Haar rustige zus zou later de verpleging in gaan. De drukke Erica schroomde niet te benoemen wat haar niet beviel. Haar ouders vonden haar lastig. Rooda belandde in een weeshuis en later bij een pleeggezin. Omdat ze dol was op bewegen, mocht ze op haar 6de, kort na de oorlog, op balletles bij de nonnen.

Tijdens trainingen bij het in 1949 opgerichte Circus Elleboog, voelde ze zich voor het eerst ergens thuis, tussen al die andere buitenbeentjes. Van haar pleegouders mocht ze daarna op dansles bij de Nederlandse choreograaf en danser Max Dooyes. Daar raakte ze bevriend met medeleerling Adèle Bloemendaal. De danswereld werd haar tweede thuis. Of beter: haar eerste. De losse handjes van haar norse vader en het vroege overlijden van haar moeder maakten haar jeugd in de Jordaan bepaald niet gezellig.

Op haar 15de werd de roodharige tiener aangenomen op de Royal Ballet School in Engeland, maar haar onrust dreef haar twee jaar later naar Parijs; ze trad toe tot het sexy revueballet van de Bluebell Girls in het Lido. Maar ze vond al snel dat de schaarse kleding en hoog gestrekte benen, in een hoek van 90 graden, te weinig met dans en choreografie te maken hadden.

Adèle Bloemendaal

Terug in Nederland kon ze via haar vriendin Adèle Bloemendaal optreden in de televisieshows van zanger, danser en acteur Donald Jones, Bloemendaals man. Ook mocht ze meedansen in cabaretrevues van Wim Sonneveld.

En ze ontwikkelde zich als dansdocent: ze volgde lessen bij de Amerikaanse Broadway-artiest en jazzdanser Matt Mattox. Mattox’ nadruk op bijvoorbeeld de emoties achter originele jazzbewegingen, zouden ook haar vak als jazzdansdocent bepalen.

Ruim drie decennia gaf ze les in Amsterdam aan de Scapino Dansacademie, die in 1968 met de Nel Roos Academie deel werd van de Theaterschool (sinds 2016 de Academie voor Theater en Dans genaamd) en in 1988 fuseerden tot de Nationale Balletacademie.

Ted Brandsen (66), artistiek directeur van Het Nationale Ballet, had eind jaren zeventig les van haar: ‘Erica is het type grote-mond-klein-hartje. Eén bonk roodharige energie. Ze was niet bepaald zachtzinnig maar je wist dat ze het beste uit je wilde halen en altijd achter je stond. Ze leerde je je volledig te geven en niet bang te zijn om fouten te maken. Ze is een vakvrouw; geen flauwekul, wel humor.’

Expressief dansen

Voormalig danseres Janine Dijkmeijer (61), nu directeur van Parkstad Limburg Theaters, heeft nog steeds een schriftje met aantekeningen van ruim vier decennia geleden, toen ze als 18-jarige tijdens de opleiding voor dansdocent les kreeg van Rooda. ‘Je moest expressief dansen, met scherpe wendingen. Op een video van de eindvoorstelling van ons eerste jaar zie je ons fel onze hoofden draaien en onze haren hartstochtelijk de lucht in gooien, benen languit gestrekt.’

Yvette van der Slik (56), eigenaar van een amateurdansschool in Maastricht, herinnert zich dat ze altijd een beetje bang was voor Rooda. ‘Ze kon je stevig op je nummer zetten. In een volle kantine beet ze mij toe mijn lunch op te eten. Kinderen in Afrika zouden blij zijn met de helft ervan. Dat kwam echter altijd voort uit zorg dat haar leerlingen zouden anorexia ontwikkelen. Ze heeft te veel studenten door die ziekte onderuit zien gaan.’

Zelf erkent Rooda boos te worden wanneer leerlingen aangeven iets niet te kunnen. ‘Je kunt iets nog niet, maar alles valt te leren. Het dansvak is exhibitionistisch: je moet vroeg rijpen. Dat kun je beter op school doen dan later in de harde praktijk. En rijpen betekent op zoek gaan naar emoties: hartstocht, verliefd zijn, je sexy voelen, gooi het er maar uit als danser.’

Kick van de week

Na haar pensioen aan de Theaterschool bleef Rooda iedere zaterdag in een Amsterdamse dansstudio lesgeven aan oud-dansers en senior-amateurs. Voormalig leerkracht Wanda Kleiss (68) reisde 32 jaar lang elk weekend vanuit de Zaanstreek naar de hoofdstad. ‘Haar les was mijn kick van de week. Hoe zij dat prettig gestoorde gezelschap van veertigers tot tachtigers naar haar hand zette! Ze presteerde het iedere les interessant te maken met nieuwe muziek en nieuwe choreografieën en ons met strenge correcties zwetend de studio uit te krijgen. De laatste jaren kwam ze als krakende wagen binnen, maar wanneer in de studio de muziek aanging, begon alles in dat lange lijf te bruisen.’

Afgelopen zaterdag gaf Rooda haar laatste les, tot verdriet van haar trouwe schare leerlingen. De fulltime mantelzorg voor haar blinde man, voormalig reclame-ontwerper Fridtjof Rooda, eist nu ook die laatste vrije zaterdag op. ‘Dankzij zijn zorg voor onze dochter en zoon heb ik in talloze landen les kunnen geven. Nu stop ik uit liefde voor hem.’

3x Erica Rooda

Als docent was Rooda van de oude stempel. Ze gruwde van het pedagogisch principe om zich op gelijk niveau met haar studenten te stellen. Tegenspreken was er niet bij. Zij was de baas. En aan het woord.

Legendarisch is haar woordkeus om dansers te corrigeren. Een leerling die te slappe ledematen liet zien, danste als een krop sla.

Zo fel als haar taal, zo fel is ook haar verschijning: rood haar, rode hoed, rode nagels. Altijd opvallend gekleed, zowel in de dansstudio als daarbuiten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next