Het woord alleskunner lijkt de lading maar nauwelijks te dekken voor Harrie Geelen, een eindeloos creatieve tekenaar, schrijver en bedenker van enkele van de succesvolste programma’s uit de televisiegeschiedenis.
Er was niets overdreven aan de introductie van Wim Brands, toen hij in het radioprogramma ‘Brands met boeken’ (2013) zijn gast Harrie Geelen beschreef als ‘genesteld in het collectieve geheugen van Nederland’.
Geelen, die op 30 augustus op 86-jarige leeftijd overleed, was tekenaar, schrijver, vertaler en maker van enkele van de bekendste jeugdseries uit de geschiedenis van de Nederlandse televisie. En nog eindeloos veel meer, altijd in het hart van wat het grote publiek (jong én oud) op dat moment bezighield.
De positie die hij inneemt in het collectieve geheugen van dit land beslaat vele generaties en genres, verbonden door een liefde voor taal en een eindeloze verbeelding die hij in talloze disciplines kwijt kon.
Van de televisieserie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? (1972-1976) of de illustraties voor het werk van zijn vrouw Imme Dros, tot aan een met een Gouden Penseel bekroonde uitgave van Het beertje Pippeloentje van Annie M.G.Schmidt. En zo beeldend als Annie M.G. Schmidt schreef (‘Kijk het beertje Pippeloentje/Heeft geen sok en heeft geen schoentje’), dat vrolijk tuimelende beertje van de hand van Geelen op de omslag zou toch het definitieve Pippeloentje zijn.
Als schrijver en tekenaar werkte Geelen intuïtief. Als hij verhalen van zijn vrouw illustreerde, wilde hij haar tekst niet in de weg zitten of er iets aan toevoegen dat de schrijver niet zelf bedacht had. Als schrijver, zei hij, dat hij als een tekstdichter te werk ging, te beginnen met een zin die uit het niets lijkt te komen. ‘Wat een mooie zin’, dacht hij dan. ‘Waarom schrijf ik die? En dan komt er een verhaal uit.’
Het gevoel voor taal zat er vroeg in. Zijn vader was weliswaar boekhouder bij de Amstelbrouwerij (‘een vakman, geen kunstenaar’, aldus zijn zoon), hij was ook een grote verhalenverteller. De eerste tien jaar van zijn leven vertelde hij de jonge Harrie een verhaal, soms in de zelfverzonnen taal Tori Tori, door Geelen later beschreven als een verhaal dat teruggebracht was tot klanken.
De leeshonger van de jonge Harrie kon nauwelijks gestild worden met kinderboeken, dus stapte hij snel over op de detectiveboeken die zijn vader las. ‘Daar gebeurt heel veel in, met een begin en een eind.’ Niet ongelijk aan de plot van veel kinderboeken, zag hij later.
Geelen gaat in 1958 Nederlands studeren in Amsterdam, wordt lid van het Amsterdamsch Studenten Corps en richt met een aantal studiegenoten cabaretgroep Sing Sing op. Het is niet alleen zijn debuut als liedschrijver: hij nodigt Imme Dros uit die verliefd op hem wordt, als hij zijn zelfgeschreven lied ‘Mag ik deze dans van u?’ zingt. Vals, volgens haar, maar in 1963 trouwen ze.
Begin jaren zestig begint er al een loopbaan op vele sporen tegelijk. Hij schrijft liedjes, wordt copywriter bij een reclamebureau en komt terecht in de Nederlandse animatiewereld: filmmaatschappij Dollywood van Joop Geesink. Hij is ook de man achter vele liedjes in de Rob de Nijsshow, een televisieprogramma opgetrokken rond het jeugdidool. Binnen een paar jaar heeft hij al een oeuvre bij elkaar geschreven en in 1966 ontvangt hij een Edison voor de kindermusical Bah, September.
Vanaf 1968 maakt Geelen twee van de succesvolste kinderprogramma’s uit de Nederlandse televisiegeschiedenis. Van 1968 tot 1972 de serie Oebele (samen met zijn vrouw Imme), een jeugdmusical rond een fictief Nederlands dorpsplein, met liedjes op de muziek van Joop Stokkermans. Over het collectief geheugen van zestigplussers gesproken: die hele generatie kan meezingen als iemand het lijflief ‘Oebele is hupsakee’ inzet (‘Oebele is hup falderiere’).
Dit programma werd opgevolgd door Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, een veeldelig sprookje, wederom met Rob de Nijs, dat verder ging waar het bekende verhaal over de rattenvanger van Hamelen ophield.
Het is aan Geelen zelf te danken dat er nog materiaal van deze serie overgebleven is. Zoals gebruikelijk wisten omroepen in deze periode de banden, om ze opnieuw te kunnen gebruiken, maar Geelen begon zelf ook op te nemen.
Hij is ook de man die de jeugddetectiveserie Q en Q ontwikkelde voor regisseur Bram van Erkel, een programma waar in 1974 wekelijks meer dan drie miljoen mensen naar keken, kinderen én volwassenen. Hier betaalde zich uit dat Geelen als lezer van de detectiveromans van zijn vader het genre bloedserieus nam, en een oprecht spannend verhaal schreef over twee jongens die een duister mysterie moeten oplossen.
Geelen schrijft het scenario voor de eerste lange Nederlandse animatiefilm: de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel (1983). Hij is ook te horen als de stem van Wammes Waggel. Hij is daarvoor jarenlang de creative director van de Toonder Studio’s geweest. Hij was in 1978 ook al de regisseur van de eerste Pinkeltje-film, met Aart Staartjes in de hoofdrol.
Zijn carrière maakt de indruk van een niet aflatende creativiteit, bekroond met een eindeloze hoeveelheid prijzen en onderscheidingen, waarbij hij, naast een boeket Griffels en Penselen, samen met zijn vrouw Imme Dros in 2006 de Woutertje Pieterse prijs ontving voor hun boek Bijna jarig.
In een interview in Nieuwsuur in 2022 worden Imme Dros en Harrie Geelen in hun Hilversumse woning opgezocht. De interviewer vraagt aan het stel, gezeten tussen stapels en stapels van hun boeken, inclusief vertalingen uit de hele wereld: ‘Is er geen grens aan jullie veelzijdigheid?’ Imme Dros hoeft daar niet lang over na te denken: ‘Ik zou zeggen: je kunt dood neervallen. Dan is het afgelopen.’
3X Harrie Geelen
Geelen was een geweldige bedenker van namen voor zijn personages. Uit Hamelen: Lidwientje Walg, Koningin Machteld de Morsige, Puck van Spigt, Reus Looie Det Van Kalkedot en natuurlijk Bertram Bierenbroodspot (Rob de Nijs).
Pieter Geelen, een van de kinderen van Harrie Geelen en Imme Dros, is mede-oprichter van het Nederlandse navigatiebedrijf TomTom.
Harrie Geelen zal wellicht de Nederlandse kunstenaar met de grootste prijzenkast zijn. Van Gouden Harp tot Gouden Kalf, Penselen en Griffels, in elk genre denkbaar. In 2014 werd hij Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant