Constantin Brâncusi Vanaf 20 september is in H’Art Museum in Amsterdam een overzichtstentoonstelling te zien van de Roemeense beeldhouwer Constantin Brâncusi: de grondlegger van abstracte beeldhouwkunst. Michelangelo en Rodin vond hij niks: hun werk was ‘spieren en biefstuk’.
‘Maar is het kunst, wat we hier zien?”, vroeg de rechter. Het is 1927 wanneer de meest essentiële vraag binnen de kunsten in een rechtbank moet worden beantwoord. Een jaar eerder waren werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brâncusi (1876 – 1957) door zijn collega en vriend Marcel Duchamp naar de Verenigde Staten gehaald om tentoongesteld te worden in New York. Een van die werken was Bird in Space. Hoewel invoerheffingen toen nog niet zo’n politiek beladen thema waren als nu, werden er toen ook al hoge invoerrechten op metaal geheven. ‘Metaal’ werd belast met maar liefst 40 procent invoerrechten, terwijl kunst onder het 0-procenttarief viel. De douane oordeelde: Bird in Space was geen kunst, maar metaal, een beslissing die door Brâncusi juridisch werd aangevochten: als dit geen kunst was, wat dan wel?
Het was bij de douane een zekere F.J.H. Kracke die met experts tot het besluit was gekomen. Een verslaggever van The New York Times vraagt op 24 februari 1927 naar de redenering. Kracke: „Verschillende mensen op belangrijke posities in de kunstwereld hebben we gevraagd of dit een kunstwerk was en ze zijn unaniem tot de conclusie gekomen dat hier geen sprake is van kunst.” De douaneambtenaar citeert de experts: „Een van hen zei: ‘Als dit kunst is, ben ik een metselaar.’ Een ander zei: ‘Punten en strepen zijn even artistiek als Brâncusi’s werk’.” En een ander vond dat de vogel in de lucht meer leek op een ingeklapte paraplu. Het belangrijkste bezwaar van de deskundigen was dat Brâncusi te veel overliet aan de verbeelding, en dat was voor Kracke de reden dat dit werk niet vrijgesteld kon worden van invoerrechten.
Constantin Brancusi: ‘Bird in Space’ (L’Oiseau dans l’espace)
Constantin Brâncusi, die zich sinds 1904 in Parijs had gevestigd en zich daar omringde met kunstenaars, was behalve bevlogen ook handig. Los van het feit dat hij geen zin had om 40 procent invoerrechten te betalen, wilde hij ook weten wat de definitie van kunst dan is. Hoewel hij al bekendheid genoot in de VS, vermoedde hij dat de rechtszaak de nodige publiciteit zou trekken. Daarin had hij zich niet vergist: er stonden vanaf het moment dat bekend werd dat hij het besluit ging aanvechten lange rijen voor de expositie en kranten besteedden aandacht aan de kwestie. Zo vroeg The New York Times op 27 februari aan Marcel Duchamp, die met vijftien andere kunstwerken van Brâncusi richting Berlijn voer, wat hij ervan vond. „Stellen dat het werk van Brâncusi geen kunst is, is hetzelfde als zeggen dat een ei geen ei is.”
En met dat ei zijn we bij de kern: Brâncusi was de beeldhouwer die niet alleen vele generaties na hem inspireerde op zoek te gaan naar de verbeelding van de essentie, maar die ook zelf het begin van de wereld had terugbracht tot de basis: een ei (opgenomen in de vaste collectie van het Kröller Müller Museum).
Brâncusi, geboren in Roemenië, is elf jaar wanneer hij voor de derde keer van huis loopt omdat hij een gewelddadige vader en dito broers heeft. Als hulpje verdient hij de kost, waarna hij in 1895 begint aan zijn opleiding tot kunstenaar in het plaatsje Craiova. Dat gaat goed, Brâncusi wint prijzen en studeert in 1898 af op een levensgroot anatomisch figuur.
Hoewel hij goed is in het realistisch weergeven van de mens, is dit niet wat hij wil en hij besluit door Europa te trekken, om in 1904 bij de École des Beaux Arts in Parijs uit te komen. Hij verdient de kost als bordenwasser en als zanger in een Roemeense kerk. Zijn geboorteland houdt hij bij zich in de vorm van verschillende lp’s met Roemeense volksmuziek (die in zijn archief bewaard zijn gebleven).
Ook in Frankrijk heeft hij snel succes. Wanneer hij in 1906 een expositie in Salon d’Automne krijgt, wordt hij door Auguste Rodin opgemerkt en Brâncusi gaat een tijdje in diens atelier werken. Het is niet een plek waar hij lang wil blijven en hij neemt afscheid van Rodin als leermeester onder het mom: „Onder de schaduw van grote bomen bloeit niets”. Dat klinkt bescheiden, maar dat is het niet.
Constantin Brancusi: ‘Self Portrait in the Studio’, 1934
In 1907 maakt de Roemeen nog een grafmonument, Gebed, dat wel wat invloed van Rodin verraadt, maar een jaar later neemt hij keihard afscheid van Rodin met zijn werk De kus. Het beeld uit 1908 heeft nadrukkelijk dezelfde titel als dat van Rodin uit 1881, maar het verschil is immens: waar bij Rodin twee mensen in elkaar verstrengeld zijn en alles anatomisch gezien klopt, is de kus bij Brâncusi teruggebracht tot een kubusvormige omhelzing, en gaat het niet om de liefde, maar om het idee van de liefde.
De realiteit zit in abstractie en niet in de anatomie, vindt de leerling. Hij deed ook de uitspraak dat het met de beeldhouwkunst was misgegaan vanaf Michelangelo, die wat Brâncusi betreft vooral „spieren en biefstuk” verbeeldde. Hoewel Rodin werd afgedaan als achterhaalde impressionist, was Brâncusi wel benieuwd wat de oude leermeester eigenlijk van zijn werk vond. Nadat hij al was doorgebroken als beeldhouwer en in Parijs bevriend was geraakt met onder anderen Eric Satie, Modigliani, Henri Matisse, Fernand Léger, Apollinaire, Picasso en Jean Cocteau, vroeg hij Rodin wat hij van het werk vond. Naar verluidt zou deze geantwoord hebben: „Niet slecht, niet slecht”.
De Amerikaanse kunstenaar en kunstcriticus Sidney Geist, die in 1968 de eerste monografie over Brâncusi schreef, omschrijft de ontwikkelingen als volgt: „Satie, Stein en Brancusi waren de strenge en elegante extremisten van de nieuwe geest, die verder gingen dan het primitivisme en zich verzetten tegen voorgangers. Zoals Stein het noemde: ‘Steeds opnieuw beginnen’.”
Constantin Brancusi, ‘De kus’ (1907–1908) (ca.1910).
Brâncusi bleef zijn hele leven naar die essentie en de beweging ernaartoe zoeken, en De kus was eigenlijk nog behoorlijk figuratief vergeleken bij wat hij later ging maken. Zijn fascinatie voor vogels bleef (hij maakte dertig vogels van verschillende materialen), maar hij wilde ook de kern van de beweging vastleggen bij een haan, vis of zeehond. Allemaal werden ze van hun anatomie ontdaan: geen oog, geen haar of veer – alleen de beweging werd verbeeld.
Zelfs het ‘oneindige’ legde hij vast in een fascinerend kunstwerk, De eindeloze kolom, een monument dat in zijn geboorteland de soldaten herdenkt die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gestorven. Briljanter en kernachtiger is de nasleep van een oorlog nauwelijks uit te beelden.
Niet altijd resulteerde de zoektocht naar de kern in elegantie. In 1909 kreeg Brâncusi de vraag of hij een gebeeldhouwd portret wilde maken van een vrouw uit Parijs. Hij had er geen zin in, maar de vrouw bleek prinses Marie Bonaparte te zijn (een achternicht van Napoleon en de tante van prins Philip, latere echtgenoot van Elizabeth II) en zij liet zich niet eenvoudig afwimpelen. Daarnaast was Brâncusi geïntrigeerd omdat de vrouw een prachtige torso en lelijke benen had, en ook nog eens onwaarschijnlijk ijdel was, aldus kunsthistoricus Sandra Miller in het boek Constantin Brancusi: A Survey of His Work.
Het beeld dat hij maakte werd Woman Looking in a Mirror, dat hij later vernietigde. Hij bleef schaven aan het idee en kwam jaren later tot een bronzen beeld van Princesse X. Toen dat werk op 28 januari 1920 werd tentoongesteld in de Parijse Salon des Indépendants riep een bezoeker (sommige kunsthistorici beweren dat dit wellicht Picasso of Matisse is geweest): „Daar is ’ie: de fallus!” Om controverse te vermijden en met het oog op een bezoek van een minister bij de opening had de politie besloten het beeld weg te halen. Brâncusi was woedend en tekende protest aan.
Het valt te lezen in een brief die hij bewaarde in een plakboek (te vinden in het archief van Centre Pompidou). „Het beeld is een vrouw, de essentie van de vrouw!”, vat hij zijn portret samen. Er komt een petitie waarin vrienden en kunstenaars hun zorg uitspreken over de inbreuk op de artistieke vrijheid door de politie.
Politie en douane moeten zich niet met kunst bemoeien, dat is waar. Maar de ontkenning dat hij een fallus heeft gemaakt, is ook twijfelachtig; als je die er eenmaal in gezien hebt, kom je van de associatie niet meer af. Daar komt nog eens bij dat Marie Bonaparte een interessante geschiedenis had waar het om seksualiteit ging; ze had vele affaires en schreef een artikel over de anatomische reden voor frigiditeit. Brâncusi’s biograaf Miller tekent op dat hij later zelf de mogelijkheid openhield dat zijn onderbewuste hem had gestuurd in het vormgeven van de prinses met haar verborgen verlangens als fallus.
Wat je ziet is niet altijd wat het lijkt, en wie altijd op zoek is naar het essentiële, door te blijven schaven of boetseren, zit niet te wachten op een discussie met een Amerikaanse rechter. Op de vraag ‘Is het kunst wat we hier zien?’ is nu eenmaal geen eenduidig antwoord. De rechter moest het doen met experts die de douane had ingehuurd, maar hoorde ook getuigenissen aan van kenners die juist bepleitten dat dit kunst bij uitstek was.
Edward Steichen, Het begin van de wereld (1920) (ca. 1926). Nalatenschap van Constantin Brancusi in 1957.
Zo vroeg hij de fotograaf Edward Streichen of hij op deze vogel zou schieten in het bos. Dat niet, antwoordde die, maar iets hoeft er niet per definitie uit te zien als een vogel om te kunnen voelen dat het om een vogel gaat. De criticus Frank Crowninshield legde het allemaal helderder uit: „Het gaat hier om de suggestie van de vogelvlucht, hier wordt aspiratie en kracht gecombineerd met snelheid.”
De rechter vond het mooi geweest met die zoektocht naar wat kunst was. Het liep nergens op uit en het idee bij de douane dat kunst een weergave van de realiteit was, bleek nutteloos. Hij wilde gewoon antwoord op de vraag of dit beeld kunst was. Ja, vonden de getuigen die ten faveure van Brâncusi spraken. De rechter zette er een punt achter en stelde: „Sinds 1916 is er een nieuwe richting in de kunst, en ongeacht of je die nu mooi vindt of niet, kunst hoefde de werkelijkheid niet meer te imiteren.” De verbeelding kwam en overwon. Zelfs in de rechtszaal.
Brancusi – The Birth of Modern Sculpture. Vanaf Op 20 september in H’Art Museum, Amsterdam. Info: hartmuseum.nl NRC ging mee op een persreis van Museum H’Art om in Centre Pompidou de archieven van Brâncusi in te zien.
Source: NRC