Cultuuretiquette Wat is het juiste moment voor applaus? En wat helpt tegen de kriebelhoest? Ergernis ligt op de loer, bij het bezoeken van musea, concerten en voorstellingen, maar dat hoeft niet altijd. „Beweeg je door een museum zoals je je ook thuis beweegt.”
Voel je welkom bij klassieke muziek, het is heerlijk en absoluut ook voor jou. Wel handig: lees je een beetje in in de applaus-etiquette. Heeft een klassiek stuk meerdere delen, dan klap je in principe niet tussen die delen. Dat is niet om vervelend te doen, maar omdat het stuk simpelweg nog niet klaar is. Het is alsof je al klapt voor een geweldige kunstschilder na zijn eerste potloodschets: te vroeg. Te snel applaus haalt musicus en publiek uit de concentratie. Maar, lieve ervaren concertganger, áls er mensen klappen, ga dan niet luid zitten SSSHHT!-en. Dat is zo mogelijk nog irritanter, want minstens zo luid, en je zit het broodnodige nieuwe publiek weg te jagen.
Ben je weleens vervelend be-ssshht, weet dan dat juist de ssht-er als snob en progressieveling door de mand valt: niet klappen is een relatief nieuw fenomeen. Vroeger klapte (en kletste) iedereen overal doorheen.
Rahul Gandolahage is coördinator klassieke muziek
Bij een zaalvoorstelling (concert, film, theater) is er niets vervelender dan een storende ringtone. Ik herinner me nog het concert in de Doelen in Rotterdam (fijne akoestiek) van een Mozartsopraan die tot hoge een G kon en op zeker moment kaarsrecht, dus zonder een hint van vibrato, een ellenlange hoge C de zaal in stuurde. Adembenemend. Maar ik herinner me ook dat er tijdens datzelfde concert een telefoon afging, en dat de ‘muziekliefhebber’ die die telefoon niet had uitgezet, nog opnam ook én doodleuk een gesprek ging voeren dat door die befaamde akoestiek voor zo ongeveer de halve zaal te volgen was. Dan maak je je medeconcertgangers doodongelukkig – en ik wil er niet eens aan denken wat dat moment voor de concentratie van de zangeres betekende.
Roelie Fopma is eindredacteur op de cultuurredactie
Voel je in een museum vrij om jezelf te zijn, want weinig dingen zijn zo vervelend als mensen die denken dat kunst iets is om chique over te doen. Dus voel je vrij, beweeg zoals je je ook thuis beweegt en ja – helaas – daarmee ontkom je er niet aan af en toe voor iemand langs te lopen die een werk in zich probeert op te nemen. Gun het die ander ondertussen wel om lang naar iets te kijken, en gun zelfs de bezoeker die kunst alleen aanschouwt (dat is fotografeert) om goed over te komen op de socials de ruimte. Voel je ondertussen vrij een gesprek aan te gaan met het kunstwerk zelf, waarbij het (zeker voor mensen die met consumptie praten) fijn is als je wat afstand houdt van het werk. Tomatensoep naar kunst gooien wordt niet echt gewaardeerd, maar wie die neiging niet kan onderdrukken om zo duidelijk te maken dat de wereld in brand staat: kies een werk uit dat achter glas zit, zodat je het werk zelf niet beschadigt.
Toef Jaeger is coördinator beeldende kunst
„Het theater- en concertseizoen overlapt grotendeels met de ‘r’ in de maand van oma: de tijd waarin je een hemd moest dragen. Snottertijd. Eén advies: laat het zijn. Niks ergers dan hoesters die uit goede bedoelingen hun toch al krakerig verpakte Napoleon-salmiakkogels hebben overgeheveld naar zo’n knisperig boterhamzakje. En: wees niet te bang dat je moet hoesten. Weinig is hoestopwekkender dan dat. Als het moet, moet het – en dan biedt het programma doorgaans momenten genoeg waarop het kan zonder je medebezoeker al te veel te storen. Voor de tussentijd doen sabbelpastilles met IJslands mos wonderen. Echt.
Mischa Spel is chef van de redactie Cultuur & Media.
Het is natuurlijk de schuld van theaters die volharden in ongeplaceerde zalen: gedrang bij de toegangsdeuren, bezoekers die voordringen. Valse blikken en puntige ellebogen zijn niet het beste begin van een verkwikkend samenzijn. Je zou kunnen zeggen: doe eens rustig. Maar je kunt het je medebezoeker niet kwalijk nemen. Want begrijpelijk is de nervositeit over de stoel die je gaat hebben wel. Theaters die stellen „dat je het overal even goed ziet” jokken maar wat. Mensen dringen omdat ze lekker dicht bij het toneel willen zitten. Britse theaters lossen het elegant op: ze spannen draden waarbinnen bezoekers zich in keurige rijen opstellen, desnoods tot in de foyer. Een prachtig gezicht. Precies de logische regeling die de dringende mens in het gareel brengt. Dus vraag aan je theater of ze ophouden met ongeplaceerde kaartjes, of het goed gaan regelen.
Ron Rijghard is redacteur theater
Op de vraag wat de meest irritante snack is die mede-bioscoopbezoekers kunnen uitkiezen, klinkt in mijn omgeving meestal het antwoord: nacho’s met gesmolten kaas. („Dat geluid! Wie heeft dit ooit geïntroduceerd?!”) Over welk comfortfood je wél gedachteloos naar binnen kunt werken zonder medefilmliefhebbers te storen, lopen de meningen sterk uiteen. Zelf sta ik niet weigerachtig tegenover de terugkeer van pauzes waarin iemand ijs zou verkopen. Dat kun je vrij geur- en geluidloos eten, maar het is lastig om vóór het begin van de film in te slaan. Een professioneel filmkijkende kennis kiest om die reden liefst voor schepsnoep. Maar onlangs hoorde ik iemand een andere ideale bioscoopsnack opperen: puddingbroodjes. Waarom verkopen ze dat eigenlijk niet bij de bioscoopkassa’s?
Sabeth Snijders is redacteur film
Lang uitgekeken naar een concert. Je wilt je laten meeslepen door de muziek. Eindelijk dat ene nummer… En dan ineens, scherp en achteloos: „Dus ik zei dus tegen haar: dat méén je niet!” Daarna: luchtig gelach. Meer gebabbel. Je probeert het te negeren, maar het dringt zich op. Vakantieverhalen, sollicitaties, mislukte dates – alles passeert.
Instant ergernis. Je hoofd gonst. Arme artiest, die de soundtrack verzorgt bij jouw gesprek. Suffe prater, wat doe je dan hier? Jij bent de ruis.
Het is eigenlijk simpel: stop met ouwehoeren tijdens popconcerten. Maar wees ook eerlijk: die onbedwingbare neiging om te praten op momenten waarop stilte heilig is, is het onwil? Waarschijnlijk niet. Eerder een gebrek aan stiltecultuur. Een concert als gezellig uitje, geen aandachtsoefening.
Durf dus iets te zeggen. Vriendelijk, duidelijk. Of bespaar je de discussie: ga gewoon ergens anders staan.
Amanda Kuyper is redacteur pop/jazz
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC