Home

Kamertekort neemt iets af, want veel studenten hebben de zoektocht opgegeven

Veel studenten staken de zoektocht naar een kamer en blijven noodgedwongen langer thuis wonen. Nog maar 44 procent van hen woont daardoor momenteel op zichzelf, en minder dan de helft heeft nog behoefte om een eigen woning te vinden.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers uit de Landelijke monitor studentenhuisvesting, opgesteld door het Kenniscentrum Studentenhuisvesting (Kences) en het ministerie van Volkshuisvesting. De afname van uitwonende studenten gaat snel. Tien jaar geleden woonde een meerderheid nog buitenshuis (52 procent).

Tegelijkertijd is het aantal studenten dat graag op zichzelf wíl wonen in een nog rapper tempo aan het dalen. Waar in 2016 nog 59 procent op kamers wilde, is dat aantal nu gezakt naar 49 procent. Een groot deel van deze daling omvat teleurgestelde studenten die niet eens meer de moeite nemen om te gaan zoeken, constateert directeur Jolan de Bie van Kences.

Door alle afhakers neemt opmerkelijk genoeg het fysieke tekort aan studentenwoningen opnieuw af. Vier jaar geleden waren nog 26 duizend studentenwoningen nodig om de zoekende studenten een plek te geven, vorig jaar daalde dat aantal naar 21.500. Maar de komende jaren zal het tekort aan woningen naar verwachting wel verder oplopen, waarschuwt De Bie.

Het woningtekort heeft veel oorzaken. Door de toeloop van buitenlandse studenten is het dringen voor een kamer. Daarnaast hebben sommige particuliere beleggers hun huizen in de verkoop gezet vanwege de invoering van de nieuwe huurwet. De aanwas van nieuwe studentenwoningen is bovendien gestagneerd door de problemen in de bouw (hoge kosten, stikstofregels, vergunningen).

Al deze ontwikkelingen hebben de kosten voor kamers niet noemenswaardig gewijzigd. Op commerciële websites als Kamernet zijn de prijzen weliswaar flink opgelopen, maar veel studentenwoningen worden op een andere manier toegekend: via via, of na toewijzing voor studenten op wachtlijsten. Voor deze woningen hebben de corporaties en andere studentenhuisvesters de prijzen niet enorm laten oplopen, zo blijkt uit het onderzoek.

Het afgelopen jaar kwamen er vijfduizend nieuwe kamers bij, maar daar stond een verlies van 17.800 particuliere kamers tegenover, mede door de Wet betaalbare huur. Deze wet legt strengere regels op aan verhuurprijzen, waardoor veel particuliere verhuurders hun woningen hebben verkocht.

Volgens Kences ligt het ‘ervaren tekort’ daarom aanzienlijk hoger dan de officiële berekening. De vooruitzichten blijven somber: de komende jaren zal het tekort verder oplopen doordat het particuliere aanbod blijft krimpen, de nieuwbouw achterblijft en het aantal internationale studenten toeneemt.

Puntenstelsel

De Bie pleit ervoor dat gemeenten woningdelen tot en met drie of vier personen vergunningvrij toestaan. ‘Dit kan binnen de huidige wet- en regelgeving en zorgt direct voor het beter benutten van de bestaande voorraad.’

Ze wijst erop dat het voor particuliere verhuurders bovendien aantrekkelijker wordt door het nieuwe puntenstelsel. Dat systeem bepaalt hoeveel huur voor een kamer mag worden gevraagd en is onlangs aangepast, waardoor verhuur van onzelfstandige kamers in veel gevallen meer oplevert dan voorheen.

Hospita

Een andere manier om beter gebruik te maken van bestaande woonruimte is hospitaverhuur. In de jaren vijftig was dat de normaalste zaak van de wereld, en nu wint het opnieuw terrein. Het principe is eenvoudig: een bewoner met een lege kamer stelt die beschikbaar aan een student.

Daan Donkers, die in 2019 het hospitaplatform Hospi Housing opzette, zegt dat zich sinds de oprichting zo’n zestigduizend kamerzoekenden aangemeld, van wie 25 duizend dit jaar alleen al. Daartegenover staan ongeveer 35 duizend verhuurders. Of zoals Donkers ze liever noemt: hosts. ‘Bij een hospita denk je al snel aan een oudere, eenzame vrouw’, zegt hij. ‘Dat beeld is echt verouderd.’

Uit gegevens van Hospi Housing blijkt dat inmiddels de helft van de verhuurders jonger is dan 40. ‘Mensen die een huis kopen sluiten vaak een flinke hypotheek af, of ze hebben een hoge huur’, zegt Donkers. ‘Met zulke woonlasten is het prettig om die te kunnen delen. Daarnaast hebben veel jonge mensen de woningnood zelf ervaren. Daardoor kunnen ze zich goed inleven in mensen die een kamer zoeken.’

Versoepeling

In meer dan de helft van de gemeenten is hospitaverhuur inmiddels vergunningvrij toegestaan, in 2022 was dat nog slechts 25 procent. Ook politiek Den Haag werkt aan een versoepeling van de regels. Er ligt een wetsvoorstel dat hospitaverhuur verder moet vereenvoudigen. De verwachting is dat het dit najaar of begin volgend jaar wordt aangenomen, omdat er breed draagvlak voor bestaat.

Met de wetswijziging hoeven contracten voor hospitaverhuur niet langer na negen maanden automatisch voor onbepaalde tijd door te lopen, maar kunnen ze tot vijf jaar duren. Banken krijgen bovendien meer zekerheid, omdat vastgelegd is dat een eigenaar een contract altijd mag beëindigen bij verkoop van de woning of overlijden. Daardoor zullen zij eerder toestemming geven om een kamer te verhuren bij een lopende hypotheek.

Overlast

Toch blijven sommige gemeenten terughoudend. In Groningen, een stad met een groot kamertekort, is hospitaverhuur officieel nog steeds niet toegestaan. Het beleid werd jaren geleden aangescherpt na klachten over studentenoverlast. Daardoor is ook voor hospitaverhuur een vergunning nodig, en die wordt zelden afgegeven.

Er loopt wel een pilot waarbij onder voorwaarden zes maanden per jaar mag worden verhuurd, maar een structurele verruiming blijft uit. Bij sommige gemeenten speelt bovendien de vrees dat woningdelen of hospitaverhuur overlast kan veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer kamers terechtkomen bij doelgroepen als arbeidsmigranten.

Eén standaard

De Bie van Kences noemt het overlastargument achterhaald. ‘We kampen in Nederland met een brede wooncrisis en woningdelen tot en met drie personen leidt niet tot extra overlast, mits er wordt gestuurd op doelgroepen.’

Donkers sluit zich daarbij aan. Hij pleit voor een landelijke norm voor hospitaverhuur, omdat gemeenten nu allemaal hun eigen regels hanteren: over het aantal personen dat je mag huisvesten, de minimale oppervlakte van een kamer en het percentage eigenaarschap dat vereist is. ‘Dat maakt het heel complex. Met één landelijke standaard weten burgers waar ze aan toe zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next