Zes vragen over Google Google hoeft geen onderdelen te verkopen om zijn illegale monopolie af te breken, oordeelde de Amerikaanse federale rechter. Gaat de EU de internetgigant wel streng reguleren?
Logo van Chorme, webbrowser van Google. Een federale rechter heeft dinsdag bepaald dat Google dit bedrijfsonderdeel niet hoeft af te stoten.
Google komt met de schrik vrij in een langlopende rechtszaak die bedoeld was om het machtige internetmonopolie van de zoekgigant te doorbreken. Dinsdag oordeelde de Amerikaanse federale rechter Amit Mehta dat Google zijn populaire webbrowser Chrome niet hoeft af te stoten. Het bedrijf mag ook doorgaan Google tegen betaling als standaard zoekmachine aan te bieden in iPhones.
Deze straf pakt een stuk milder uit dan de aanklagers in gedachten hadden. Dat is volgens de rechter te danken aan de snelle opkomst van AI-chatbots, die een goede concurrent voor Googles zoekmachine blijken te zijn.
In Brussel hangt Google nog wel een straf boven het hoofd wegens misbruik van zijn marktpositie bij het veilen van online advertentieruimte, maar de Eurocommissarissen lijken te zwichten voor Amerikaanse druk om de techsector met rust te laten. Zes vragen over de positie van Google.
Samen met Meta domineert Google de markt voor onlineadvertenties. De zoekmachine, Googles voornaamste inkomstenbron, verwerkt 90 procent van alle zoekopdrachten. Webbrowser Chrome heeft een marktaandeel van 70 procent. Googles besturingssysteem Android staat op driekwart van alle smartphones ter wereld. Betaalde resultaten bij zoekopdrachten leverden het afgelopen kwartaal 54 miljard dollar op, YouTube voegde daar nog eens 9,8 miljard dollar aan advertentie-inkomsten aan toe. Bedrijven die online willen adverteren kunnen vrijwel niet om Google (en Meta) heen. Daardoor kunnen die bedrijven ook de voorwaarden bepalen.
Het Amerikaanse ministerie van Justitie had de rechter gevraagd om Google op te splitsen. Eerder was vastgesteld dat het bedrijf een illegale monopoliepositie had verworven waarmee het andere concurrenten de pas afsnijdt. Die rechtszaak werd gestart tijdens de eerste regering-Trump en maakt deel uit van een reeks aanklachten tegen (te) machtige techbedrijven, zoals Meta, Apple en Amazon.
Googles monopolie is illegaal tot stand gekomen, oordeelde rechter Mehta eerder, omdat het bedrijf zijn monopoliepositie oneerlijk verwierf: het betaalde bijvoorbeeld voor een prominente plek van zijn zoekmachine in de apparaten van Apple en Samsung, én in webbrowser Mozilla. Apple kreeg, zo bleek tijdens de rechtszaak, twintig miljard dollar per jaar voor die ‘search-deal’. Dat is meer dan een vijfde van de nettowinst van de iPhone-maker.
Volgens Google kunnen consumenten zelf besluiten welke zoekmachine ze gebruiken. Maar omdat Google zoveel webverkeer naar zich toetrekt, maken kleinere concurrenten als DuckDuck Go geen kans. Zelfs Bing, de zoekmachine van het steenrijke Microsoft, kan geen deuk slaan in het marktaandeel van Googles zoekmachine. Zonder serieus alternatief blijft Google de prijzen dicteren.
Google hoeft nu noch Chrome, noch Android af te stoten. Wel moet het data delen met concurrenten: het gaat om klikgedrag van bezoekers (een goede indicatie of een pagina nuttige informatie bevat) en een geavanceerd algoritme dat Google gebruikt om relevantere links te vinden. Het algoritme scant webpagina’s niet alleen op trefwoorden, maar kijkt ook naar de betekenis van de gebruikte zoektermen.
Het is niet gebruikelijk dat Amerikaanse bedrijven gedwongen worden opgeknipt. Het gebeurde lang geleden, in 1911 (Standard Oil) en 1984 (AT&T), maar techbedrijven ontsprongen tot nut steeds de dans. Dat gold ook voor Microsoft, dat eind jaren negentig doelwit was van een geruchtmakende antitrustzaak.
In het geval van Google corrigeert de markt zichzelf, vindt de rechter. AIle chatbots zoals ChatGPT zijn in staat om vragen te beantwoorden waarvoor mensen tot voor kort nog ‘googelden’. Google gebruikt zelf ‘AI-modus’ op zijn zoekpagina om resultaten samen te vatten. Het gevolg: het bezoek dat gewone webpagina’s en nieuwssites via Google krijgen, neemt af.
De klassieke zoekopdracht met een paar trefwoorden behoort tot het verleden, maar Googles monopolie blijft ongeschonden, stelt Gabriel Weinberg, de oprichter van DuckDuck Go. „Google mag concurrenten nog altijd de pas afsnijden, ook in AI-zoekopdrachten.” Er speelt nog wel een andere rechtszaak in de VS tegen Google, die gaat over de manier waarop het bedrijf de advertentietechniek achter de zoekmachine domineert.
Het Amerikaanse vonnis komt een dag na saillant nieuws uit Brussel. Op 2 september zou de Europese Commissie naar buiten brengen welke boete het Google oplegt in de zogenoemde ‘Adtech’ zaak. Die draait om de dominante positie van Google bij de advertentieveilingen, waarbij het zowel invloed heeft op het aanbod en de prijs van advertenties, als op de vraag.
Eurocommissaris Teresa Ribera (Mededinging) had al aangekondigd dat het boetebesluit er aan kwam. Maar dat ging deze week niet door. Medium Mlex onthulde dat de Eurocommissaris voor Handel, Maros Sefcovic, op het laatste moment uitstel afdwong. Dat zou samenhangen met het net moeizaam bereikte akkoord over heffingen met de VS en met Amerikaanse druk om strenge regels voor techbedrijven – die in de regel Amerikaans zijn – niet te handhaven. Sefcovic zou dit niet het juiste moment vinden voor een (hoge) Europese boete.
Het Europese vonnis is uitgesteld, niet afgesteld, maar in de beeldvorming maakt dat geen verschil, omdat het erop lijkt dat de Europese Commissie is gezwicht voor Amerikaanse druk.
De gang van zaken duidt bovendien op een hoogoplopende ruzie binnen de Commissie over dit onderwerp en dus openlijke verdeeldheid. Ribera wilde voor de confrontatie kiezen. Ze benadrukte een week geleden nog dat Europeanen weliswaar heffingen gaan betalen, maar dat de rechtstaat overeind blijft en (tech)regels worden gehandhaafd. En zij heeft nu bakzeil gehaald.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC