Nikola Meeuwsen, Pianist Nikola Meeuwsen (23) zette een wereldprestatie neer door in mei als eerste Nederlander ooit de prestigieuze Elisabethwedstrijd in België te winnen. Met NRC duikt hij in zijn vijf lievelingsopnames, die hem inspireerden de pianist te worden die hij nu is.
Pianist Nikola Meeuwsen: „Niet alle muziek hoeft diepzinnig filosofisch in elkaar te zitten. Muziek mag ook gewoon gaaf zijn.”
‘Vanochtend moest ik naar de Koreaanse ambassade om een visum te regelen voor mijn septembertournee langs Hongkong, Taiwan, Korea, Japan en China. Dat komt er nu ineens ook allemaal bij.”
Pianist Nikola Meeuwsen (23) zette een wereldprestatie neer in de wereld van de klassieke muziek: hij won de prestigieuze internationale Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel. Sinds de eerste editie in 1937 is dat nooit eerder een Nederlander gelukt. Het beste resultaat tot nu toe was een derde plaats voor Hannes Minnaar in 2010, en dát is al heel knap. Nu is Meeuwsen de laatste in het rijtje met onder anderen David Oistrach, Emile Gilels, Vladimir Asjkenazi, Pierre-Alain Volondat, Vadim Repin, Severin von Eckardstein en Boris Giltburg. Winnaars van het Elisabethconcours hoeven niet meer te hopen dat ze een carrière als musicus krijgen. Ze staan in één klap op de wensenlijstjes van de grootste zalen en orkesten ter wereld. In mei was Nikola Meeuwsen nog gewoon een pianotalent uit Den Haag. Sinds juni is hij een gearriveerd pianist.
Alles in het leven van Meeuwsen draait ineens om dat concours, vertelt hij in de woonkamer van zijn ouders, in het zicht van de bruine staande piano van zijn moeder waarop hij als zesjarige begon te spelen. Vooral de weken erna, die vol zitten met verplichte winnaarsconcerten en interviews, waren ‘een beetje overweldigend’. Hij kreeg zo veel felicitaties en uitnodigingen dat hij nog steeds niet klaar is met antwoorden. Zelfs op het strand – Meeuwsen woont op twee steenworpen afstand van het Scheveningse Kurhaus – spreken mensen hem aan om te zeggen dat ze alles gevolgd hebben. Meermaals begint Meeuwsen te hakkelen van vermoeidheid. „Ik probeer nu weer een beetje mijn normale ritme terug te vinden. Ik ben eigenlijk gewoon kapot.” Toch verliest hij geen moment zijn enthousiasme. Meeuwsens vrolijkheid is enorm aanstekelijk.
Pianist Nikola Meeuwsen.
Een week voor dit interview, halverwege augustus, kon hij dan eindelijk een weekje met zijn ouders op vakantie. „Dat was wel even lekker. Ik had voor het eerst tijd om alles te laten landen, wat nog steeds moeilijk is. Klassieke musici weten al van jongs af aan dat dit ongeveer het meest prestigieuze is wat je kunt winnen. Dus als dat dan ineens echt gebeurt… Dat is heel gek.
„Ben je er klaar voor, vroegen veel mensen vooraf. Nou ja, jawel dacht ik. Maar ik had natuurlijk nooit… De optie dat je wint, daar hou je geen rekening mee. Wat gek is, want je bereidt je natuurlijk wel voor alsóf je er rekening mee houdt. Maar het voelt alsof je aan een grote loterij meedoet. Je doet vooral mee om er veel van te leren. Maar winnen? Dat is wel even omschakelen. Denken ‘over een paar jaar doe ik nog wel ergens een concours en dan zien we wel weer’ gaat niet meer.”
Hij went nog steeds aan zijn nieuwe status. Zinnetjes als „Ik hoop dat ik later…” moet hij een paar keer corrigeren: „O nee, dat gaat nu waarschijnlijk gebeuren.”
Nikola Meeuwsens halve finaleconcert
Meeuwsen begon dus op zijn zesde met spelen. Vanaf zijn negende wist Meeuwsen zeker dat hij pianist wilde worden. Gelukkig twijfelt hij daar nog steeds niet aan, want tijd voor twijfel is er niet meer. Het idee van het leven dat bij een topmusicus hoort – vliegtuig in, vliegtuig uit, repetitie hier, concert daar, repeat – komt nu ineens wel erg dichtbij. „Ik hoor daarover natuurlijk heftige verhalen over van anderen. Maar je kunt zelf ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen dingen. Tot nu toe zei ik natuurlijk altijd ja tegen mooie concerten. Maar ik kan ook wel nee zeggen.” Al zei hij natuurlijk geen nee tegen het winnaarsrecital dat hij aangeboden kreeg in de Grote Zaal van het Concertgebouw in oktober. Het mysterieuze woord ‘Meesterpianist’ dat bij die zaal hoort, trok hem ooit naar de piano. „Dat concert is een droom die uitkomt.”
Maar er is ook onzekerheid. „Mensen hebben nu ineens zulke hoge verwachtingen. Een concours bereid je natuurlijk heel anders voor dan een gewoon concert. Je bent een paar maanden bezig met dezelfde stukken, je bereikt een enorm goed niveau. Concerten zou je op dezelfde manier willen doen, maar dat gaat niet. Dan zou je maar twee keer per jaar een concert kunnen geven.” Terwijl hij eigenlijk alles wil: concerten met orkesten, solorecitals, kamermuziek. „Eigenlijk te veel. Uiteindelijk zal ik me wel moeten specialiseren.” Als je Meeuwsen eraan herinnert dat hij 23 is, dat hij twintig jaar concerten met orkesten kan doen en dan nog veertig jaar overhoudt voor soloconcerten en kamermuziek, ontspant hij zichtbaar: „Dat is waar. Het is makkelijk om te denken dat het allemaal nú moet, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar.”
Verschillende opnames van grootmeesters vormden Nikola Meeuwsen de afgelopen jaren. Hij deelt er graag een paar, allemaal liveopnames op YouTube. „Ik luister het liefst naar opnames waarvan ik weet dat ze in een zaal zijn opgenomen. Dat er publiek bij zit. Bijvoorbeeld bij…
…deze. Je ziet niemand, maar je voelt die spanning in de zaal. Hij speelt het veel langzamer dan de meeste pianisten, maar het maakt hem niet meer uit wie er wat van vindt. Totaal geen ego. Deze video herinnert me eraan hoe magisch en mysterieus muziek is. Je kunt wel vragen waar deze muziek over gaat, maar dat kan je niet beantwoorden. Dat moet je horen. Dat allereerste akkoord al, die spanning die uit een paar noten komt. Het is zo raar. Je zit er gelíjk in. Dan zie je wat een bijzonder… beroep, als je het zo wil noemen… musicus zijn toch is.”
„Ja! De meeste pianisten spelen natuurlijk zonder bladmuziek, omdat ze zich dan vrijer voelen. Dat is ook zo, je vrij kunnen verliezen in de muziek is de mooiste ervaring die je kunt hebben. Maar musici spelen ook zonder bladmuziek omdat het van ze verwacht wordt. Terwijl, als je ziet hoe Richter geïnspireerd raakt door de partituur…. Alsof hij zelf ook een van de toeschouwers is. Nu ik dit zie denk ik: het hoeft helemaal niet uit het hoofd. Dat scheelt enorm veel energie, die je overhoudt om in de muziek te stoppen.”
„Dit vind ik misschien wel de mooiste piano-opname die er bestaat. Al die lagen, zo veel chromatiek, kleuren, spanningen. Alsof hij vijf handen heeft. Je moet een enorme meester zijn om zo veel lagen te kunnen controleren. Die eerste vijf seconden al…” Meeuwsen gaat terug naar het begin. „Als je dat probeert na te spelen, besef je hoe goed hij hierover heeft nagedacht.
„Dit inspireert me, omdat Rachmaninoff laat zien dat je naast een goede pianist ook een heel goede componist en dirigent kunt zijn. Musici specialiseren zich tegenwoordig vaak in één ding. De scheiding tussen componisten en uitvoerders is een beetje een probleem, denk ik. Als uitvoerders ook componist worden, zou er meer goede muziek worden geschreven. En ik weet zeker dat het je een betere uitvoerder maakt.”
Ja, Meeuwsen wil zelf ook het componeren uitproberen. „Ik ben nu begonnen met improvisatie. Dat helpt al, want eigenlijk speel je elk concert alsof je de muziek in het moment aan het improviseren bent.”
„Deze setting is zo apart. Gulda speelt een concert met jazzpianist Chick Corea en componist-pianist Nicolas Economou, en plots speelt hij Bachs Air, alsof hij het als jazzpianist ter plekke bedenkt. Dit klinkt toch alsof je het voor het eerst hoort? Je ziet Corea ook kijken en zich afvragen hoe dit mogelijk is. Ik vind het heel cool dat Gulda hier een beetje uit het format van het klassieke recital stapt. Zo veel verschilt jazz eigenlijk niet van klassiek.”
„Mensen zeggen ook ‘Wéér dat Eerste pianoconcert van Tsjaikovski. Dat klinkt al zo vaak, waarom zou je dat nog spelen?’ Maar hier hoor je dat die vraag er niet toe doet. Als je dat vraagt, ben je het wonder van de muziek een beetje vergeten. Over het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff zeggen mensen dat ook, maar het is gewoon belangrijk dat die muziek voor iedereen live beschikbaar is.” Rachmaninoffs ‘Tweede’ staat volgend jaar op zijn programma.
Meeuwsen scrolt meteen naar het einde van de video, waar Liszt langzaam uitbarst [4:36]. „Sommige vriendjes keken vroegen filmpjes van voetballers die ze wilden nadoen. Ik had deze video. Cziffra speelt zo ongelofelijk virtuoos, met zo veel flair, zo veel bravoure. Sommige mensen vinden het oppervlakkig, daar ben ik niet bang voor. Ik weet dat dit niet dom hard pianospelen is. Fysiek is dit heel moeilijk. Zo’n octavenreeks met snelle korte nootjes, zonder dat je arm verkrampt, daar moet je een supermens voor zijn. Cziffra is enorm soepel en krachtig tegelijkertijd. En hij heeft het lef zich te laten gaan. Die ruimte moet er zijn. Niet alle muziek hoeft diepzinnig filosofisch in elkaar te zitten. Muziek mag ook gewoon gaaf zijn.”
Een van de eerste mensen die Meeuwsen feliciteerden was sterviolist Janine Jansen. Dat deed ze al na de eerste ronde, waarna ze hem vroeg dit najaar weer op haar Kamermuziekfestival in Utrecht te komen spelen. Vorig jaar hoorde Meeuwsen haar daar muziek van Korngold spelen. „Ik ben zo’n fan van haar. Met haar samenspelen, haar energie, haar passie, daar leer je zo veel van. En dan maakt het niet uit dat ze een ander instrument speelt. Voor het concours had ik ook les van violist Corina Belcea, van het Belcea Quartet. Het blijkt heel inspirerend te zijn les te hebben van niet-pianisten. Die denken niet in wat níét kan op de piano.”
„Denken dat je uitgeleerd bent, is het gevaar van concoursen winnen. Je bent nooit klaar als musicus. Er is nog zo veel muziek, ik heb nog zo veel te doen. Ik hou gewoon les.”
„Tijdens het concours heb ik het meest genoten van de halve finale, het Negende pianoconcert van Mozart. [zie eerste video in het artikel] De andere stukken die ik speelde waren vrij duister, Mozart is dat niet. Ik zat daar optimaal in het moment. Het is heerlijk om dialoogjes aan te gaan met de blaasinstrumenten, de energie van het kamerorkest te voelen. Op een gegeven moment was ik zo aan het genieten dat ik niet in de gaten had dat ik mijn hand toetsen op de verkeerde plek indrukte. Maar ik voelde ook dat het niet uitmaakte. Het gaat om die vrijheid. De jury heeft me er niet op afgerekend.
„Als je deze opname van Gilels hoort: de speelsheid, de lichtheid. Er zit zo veel opera in. Je moet hier als pianist een zanger zijn die alle lijnen uitzingt. Als twaalfjarige vond ik Mozart ‘simpel’ klinken, maar juist in Mozart zitten zo veel extremen: vrolijkheid, drama, verdriet. Ik kan me bijna niet inbeelden hoe je dit mooier, nobeler kan spelen dan Gilels hier doet. En moet je die orkestintroductie horen….” Meeuwsen scrolt terug naar het begin. „Als zo’n geweldig orkest dat doet, raak je als pianist enorm geïnspireerd.”
„Ja, dat hoop ik ook. Dat zou fantastisch zijn.”
„O ja.”
Pianist Nikola Meeuwsen: „Niet alle muziek hoeft diepzinnig filosofisch in elkaar te zitten. Muziek mag ook gewoon gaaf zijn.”
Nikola Meeuwsen speelt in de Grote Zaal van het Concertgebouw op 19 oktober een recital en 26 oktober een ochtendconcert met het Concertgebouw Kamerorkest (eveneens in Utrecht op 24 oktober). Meeuwsen werkte vóór het concours al aan een album. Over wanneer en in welke vorm dat uitkomt, is hij nog met zijn label in overleg. Concerten en info: nikolameeuwsen.nl