Home

Met zijn speelse boeken, musicals en tv-series was Harrie Geelen (86) een belangrijke kracht in de Nederlandse cultuur voor kinderen

Harrie Geelen (1939-2025), schrijver, illustrator en filmmaker Harrie Geelen schiep hij generatievormende jeugdprogramma’s als ‘Q & Q’ en ‘Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen, meneer?’. In zijn werk zocht hij „de combinatie van het absurde met het melancholische”.

De Nederlandse animator, dichter, illustrator, regisseur, schrijver, stemacteur, tekenaar en vertaler Harrie Geelen in 2024. Foto Jean-Pierre Jans/ ANP/ Hollandse Hoogte

Ook op hoge leeftijd behield Harrie Geelen een jeugdige, lichte tred. De verbazingwekkend productieve en veelzijdige schrijver, illustrator en cineast, die zondag op 86-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats Hilversum, had geen grote bekendheid. Maar met zijn immer speelse en innovatieve boeken, musicals en tv-series was hij een belangrijke kracht in de Nederlandse kindercultuur.

In de jaren zeventig schiep hij generatievormende jeugdprogramma’s als de krimi Q & Q en de fantasyserie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? Ook bijvoorbeeld de herkenningstunes van Peppi en Kokki („Toet toet boing boing”) en van Barbapapa komen van hem. In zijn werk zocht hij „de combinatie van het absurde met het melancholische”, zei hij in 1994 in het Algemeen Dagblad: „Je moet de mensen en dingen met warmte bekijken. Want er is niet zo heel veel troost in het leven.”

Scène uit de televisieserie ‘Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?’ met Andrea van Domburg als Assia en Rob de Nijs als Bertram uit 1973. Beeld André van den Heuvel/ Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad/ ANP

‘De plant van Jan’

Geelen schreef bekroonde kinderboeken als het filosofische getinte prentenboek Herman het kind en de dingen (1993) en het aandoenlijke De plant van Jan (1995). Verder illustreerde hij tientallen kinderboeken van anderen, zoals die van zijn vrouw, kinderboekenschrijver en Homeros-vertaler Imme Dros. Hij werd bekroond voor de illustraties van Beestenboel en Beertje Pippeloentje van Annie M.G. Schmidt, en Juffrouw Kachel van Toon Tellegen. De illustrator is volgens hem „de man die tussen de woorden door loopt”. (Volkskrant, 1993). Tekenen en schilderen deed hij bij voorkeur snel, niet te netjes: „Een kunstenaar is vooral iemand die iets wil, niet iemand die al iets kan.”

Geelen groeide op in het Limburgse Heerlen. Zijn vader was procuratiehouder bij de Amstelbrouwerij („Hij kende alle cafés in Zuid-Limburg”) zijn moeder komt uit een bekende familie van kopergraveurs. Zijn geboortegrond associeerde hij met klaprozen, zei hij vorig jaar in De Limburger: „Ik zie mijn oudere zus ze nog plukken, ik was een kleine jongen en mijn zus stond hoger dan ik, dus ik keek van onderen tegen die klaprozen aan. Nu nog altijd teken ik bloemen van onderaf en dus niet het hartje met kelken.”

Via zijn zus, beeldend kunstenaar Roos Geelen, maakt hij kennis met het werk van de Maastrichtse academie. In haar kielzog kwam hij in 1959 in Amsterdam terecht om Nederlands te studeren. Als corpslid was hij redacteur van de studentenalmanak en richtte hij cabaretgroep Sing Sing op. Hier leerde hij zijn levensgezel Imme Dros kennen. Na een proefperiode bij reclamebureau Prad werkt hij bij Joop Geesinks filmbedrijf Dollywood.

Gouden Penseel-winnaar Harrie Geelen op de bank bij Margreet Dolman. Foto Cor Mulder

Marten Toonder

Geelen was tientallen jaren creative director van de Toonder Studio’s van Marten Toonder, bekend van de Bommelstrips. Zo maakte hij ruim honderd commercials en was hij scenarist en co-regisseur van de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel (1983). Hij deed ook de stem van Wammes Waggel. Voor Getekende figuren (1984), een geanimeerde documentaire over drugsverslaving, kreeg hij een Gouden Kalf. Buiten de Toonderstudio’s schreef en regisseerde hij de speelfilm Pinkeltje (1978).

Via tv-maker Gied Jaspars kwam hij bij de televisie terecht. Hij schreef eind jaren zestig voor de VPRO de kindermusicals Bah September en Leve juffrouw Cannebier. Groot succes had hij met het kinderprogramma Oebele, met Willem Nijholt in de hoofdrol. Samen met componist Joop Stokkermans maakte hij ook zijn meesterwerk ‘Hamelen’. Met het sprookje van de rattenvanger van Hamelen als uitgangspunt liet Geelen een groep kinderen, onder leiding van Rob de Nijs, verdwijnen in een bizarre sprookjeswereld. Fantasy dekt de lading maar ‘Hamelen’ is een stuk gemoedelijker en geestiger dan gebruikelijk in dit genre. Niemand gaat dood, niemand lijdt pijn; echt eng of duister wordt het nooit. De serie drijft op Geelens geestige en rijke fantasie, zijn bijzondere taal en het speels jongleren met verwijzingen naar sprookjes, mythes, volksliedjes en gezegdes.

Hierna volgde nog de spannende kinderserie Q & Q (1974-1977) waarin twee jongens per ongeluk een lijk in het bos fotograferen. Geelen: „Het advies was om het vooral in een bos op te nemen want dat kostte niets.” (De Limburger, 2024). Beide series haalden 3,5 miljoen kijkers. Het werkelijke aantal moet veel hoger liggen want alleen kijkers boven de twaalf werden meegeteld. Toch werd kinder-tv laag gewaardeerd bij de omroepen, in de jaren tachtig verliet Geelen daarom de tv-wereld en legde hij zich toe op de jeugdliteratuur. Zijn laatste boeken waren vertalingen van Ovidius die hij zelf illustreerde.

„Ik tel mijn zegeningen”, zei Geelen vorig jaar. De rouwkaart spreekt van een „geweldig leven”. Toen hem in 2000 de Hustinxprijs voor zijn hele oeuvre werd toegekend, schreef de jury: „Een man die schrijft, vertaalt en bewerkt, tekent, schildert, zingt en componeert, en filmt en regisseert, en die – of dat nog niet genoeg is – getrouwd is met Imme Dros, zo iemand moet wel een gelukkig mens zijn.”

Source: NRC

Previous

Next