Dilan Yesilgöz en Eric van der Burg overleggen met andere VVD-kamerleden na het vertrek van NSC uit het demissionaire kabinet.Foto ANP/Peter Hilz
‘Ik was gewoon een sukkel.” VVD-kamerlid en buitenlandwoordvoerder Eric van der Burg ging eind vorige week door het stof, omdat hij in de nasleep van een chaotisch kamerdebat over de situatie in Gaza de leider van de Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand, een kutwijf had genoemd. Fractiemedewerkers van NSC had hij diezelfde dag uitgemaakt voor „teringlijers”.
Bas Heijne is essayist en redacteur van NRC.
Je zou het bijna vergeten, maar ooit was de VVD kampioen weglachen. Aangevoerd door Mark Rutte („Hééé!”) en Gerrit Zalm werd iedere oppositie en kritiek jarenlang vrijwel achteloos verpletterd onder een stoomwals van liberale bonhomie. Een VVD’er liet nooit zijn goede humeur bederven, het was tenslotte maar politiek – dat was de boodschap. Ik meen me te herinneren dat Gerrit Zalm, die als minister van Financien in 2006 Schiphol wilde privatiseren, zijn nederlaag erkende door samen met zijn politieke opponent een goede fles open te trekken. Niet dat achter die eeuwige VVD-grijns geen keiharde politiek schuilging, allesbehalve, maar de omgang bleef onwrikbaar vrolijk en vriendelijk.
Das war einmal. Onder Dilan Yesilgöz veranderde de toon van goedlachs in honend en hooghartig. Zelden heb ik iemand met zoveel dedain zien kijken als VVD-staatssecretaris Jurgen Nobel (Sociale Zaken) naar televisiemaker Roel Maalderink, toen die in een talkshow waagde het op te nemen voor de pro-Palestina demonstranten die Nobel had aangevoerd als bewijs van een mislukte integratie. VVD-minister Ruben Brekelmans (Defensie) treedt de pers consequent meewarig tegemoet, alsof hij hinderlijk wordt gestoord bij belangrijker zaken. En nu heeft ook Van der Burg, de laatste goedlachse VVD-er, het masker laten vallen.
Wat is er gebeurd? In de korte interviews die Van der Burg gaf, ging het steeds over het klimaat van „polarisatie”. Hij gaf toe dat zijn uitglijders daaraan hadden bijgedragen, nu wilde hij „zoeken naar verbinding”. Ook voerde hij verzachtende omstandigheden aan: „Collega’s zeggen de ergste dingen. Zoals dat ik een genocide vergoelijk en dat ik bloed aan m’n handen heb. Ik krijg ook veel foto’s van dode kinderen opgestuurd. Dat gaat je allemaal niet in de koude kleren zitten.”
Begrijpelijk, niet leuk – maar zou het kunnen dat Van der Burg de afgelopen twee jaar zelf bar weinig „verbinding” heeft gezocht? Na het gruwelijke bloedbad door Hamas op 7 oktober 2023 volgde Van der Burg geestdriftig de nietsontziende pro-Israël-koers van zijn partij. Zolang de protesten tegen het Israël van Netanyahu en zijn extreem-nationalistische bondgenoten vooral uit de hoek kwamen van Nederlandse moslims en vernielzuchtige studenten, leek het voor de VVD appeltje-eitje: kwistig werd er met het verwijt van „antisemitisme” gestrooid, ook door Van der Burg zelf.
Er was altijd wel een linkse gekkie of een oververhitte moslim te vinden die zich schuldig had gemaakt aan daadwerkelijke Jodenhaat of het roepen van „Hamas is my brother” om de confrontatie met de harde feiten over waar Israël mee bezig is uit de weg te gaan. Het verwijt van antisemitisme werd in de VVD tot een puntig politiek wapen gemaakt. VVD-Kamerlid Ulysse Ellian (Justitie), ook nu weer hoog op de lijst, beweerde bijvoorbeeld glashard dat het leek alsof afkeer van Joden en Israël een voorwaarde was om voor deze krant te mogen werken. Toen Esther Ouwehand het waagde een foto van schijfjes watermeloen als symbolische steun voor de Palestijnen te twitteren, werd dat in de Kamer door Yesilgöz triomfantelijk geframed als openlijke steun aan Hamas.
En toen kwam Douwe Bob. Het is de moeite waard terug te kijken naar de aanvaring van Yesilgöz en Ouwehand, nu bijna een jaar geleden. Yesilgöz zat toen nog hoog te paard, ze vertrouwde volledig op de op rechtsbreed gedeelde afkeer van de activistische Ouwehand. Die verweerde zich met argumenten die sindsdien gemeengoed zijn geworden; Hamas is een terroristische organisatie, dat staat buiten kijf, de terreuraanslag van 7 oktober was beestachtig en een oorlogsmisdaad – maar wat Israël in Gaza doet is – toen nog vermoedelijk – genocidaal. En daar sluit de VVD de ogen voor.
Een jaar later is er niks radicaals aan dat betoog van Ouwehand. Steeds meer mensen die de staat Israël traditioneel een warm hart toedragen, stellen zichzelf inmiddels lastige gewetensvragen en trekken hun conclusie. Dat is een morele plicht. Het volautomatische verwijt van antisemitisme om die vragen uit de weg te gaan, voldoet allang niet meer.
De spectaculaire neergang van de VVD in de peilingen is dan ook niet alleen te danken aan de ‘stijl’ van Yesilgöz, maar evenzeer aan het onvermogen om de verbeten pro-Israël koers van de partij los te laten. Nu de ontzetting over de volkerenmoord die Israël pleegt breed gedeeld wordt, ook onder VVD-stemmers, nu het allang niet meer voldoet om te zeggen dat je het zelf ook „niet eens bent” met Netanyahu of „niks hebt” met de extreemnationalistische gedachte van een ‘Groot-Israël’, zoals die wordt uitgedragen door diens moordlustige politieke bondgenoten, ziet de VVD zich gepresenteerd met de rekening voor haar eigen politieke opportunisme.
Dat de ooit zo goedlachse Eric van der Burg zich te buiten ging aan ordinair gescheld tegen juist Ouwehand en medewerkers van NSC (die vanwege de stugge onwil van VVD en BBB om maatregelen tegen Israël te treffen, uit het reeds gevallen kabinet stapten), is dan ook geen betreurenswaardige uitglijder van een doorgaans redelijk man. Het is een teken van een kwaad geweten.
Source: NRC