Sociaal-economische onderzoeken Al jaren pleiten denkers en politici voor een basisinkomen. Experimenten tonen echter aan dat het geven van gratis geld niet leidt tot minder armoede, een betere gezondheid of meer arbeidsgeluk.
Een dakloze man in Washington DC. Meerdere Amerikaanse proeven met basisinkomens vonden weinig positieve effecten.Foto Win McNamee
Rutger Bregman had ongelijk. En hij moest het tot zijn eigen spijt zelf toegeven. „Het is pijnlijk voor mij om dit te delen”, begon de historicus en schrijver afgelopen maand een bericht op socialemediaplatform X. Hij verwijst vervolgens naar een recente publicatie van Amerikaanse wetenschappers over een door hem vaak gepropageerd thema: het universele basisinkomen. „Ik denk dat ze in wezen gelijk hebben: de meest grondige recente onderzoeken naar het basisinkomen en geldoverdrachten (in rijke landen) hebben vrij teleurstellende resultaten opgeleverd.”
Elf jaar geleden maakte Bregman naam met het boek Gratis geld voor iedereen waarin hij onder meer het al vaker voorgestelde idee van een basisinkomen van stal haalde: geef iedereen zonder tegenprestatie een individuele maandelijkse bijdrage. De grootte van die geldbijdrage zou – destijds – ongeveer 1.400 euro moeten zijn. Dit ter vervanging van het systeem van onder meer toeslagen.
Die financiële zekerheid zou allerlei voordelen moeten opleveren, onder meer verlichting van zorgen over schulden, een betere fysieke en mentale gezondheid en rooskleuriger toekomst voor kinderen. Mensen zouden meer onderwijs of bijscholing gaan volgen en zich zo een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt verschaffen. En zij zouden zich minder genoodzaakt voelen banen aan te nemen die zekerheid van inkomsten bieden maar niet noodzakelijkerwijs het beste bij hen passen.
Ook Sam Altman, mede-oprichter en topman van OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT, pleitte in 2016 voor een dergelijk idee. Hij was er „vrij zeker van” dat het basisinkomen op een zeker moment zou worden ingevoerd als technologische toepassingen – zoals AI – massaal zouden zorgen voor het verdwijnen van banen.
„Gaan mensen de hele dag zitten gamen of creëren ze nieuwe dingen?”, schreef hij negen jaar geleden. „Zijn mensen gelukkig en vervuld? Bereiken mensen, zonder de angst om niet te kunnen eten, veel meer en leveren ze daarmee een veel grotere bijdrage aan de samenleving?”
Het gedachte-experiment werd door sommige bestuurders, politici en denkers met enthousiasme onthaald, vooral aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Vele artikelen in de media verschenen erover. Maar critici wezen ook meteen op de ogenschijnlijke onhaalbaarheid ervan. Het zou veel geld gaan kosten om een dergelijk idee in bijvoorbeeld Nederland te realiseren en welke zekerheid was er dat het ook daadwerkelijk zou leiden tot gelukkigere mensen met een betere gezondheid en banen die meer voldoening bieden?
Dat weet je niet, zolang je het niet probeert, riposteerden de voorstanders – vaak ethici, politiek filosofen en politici – steevast. En dat deden wetenschappers, vooral in de VS, de afgelopen jaren in verschillende experimenten dan ook. Na een aantal onderzoeken tekent zich inmiddels een duidelijk antwoord af: het enkel geven van gratis geld blijkt in welvarende landen niet de oplossing om mensen uit armoede te verheffen en evenmin tot een betere gezondheid of gelukkiger leven te leiden.
Wat als je mensen die leven onder de armoedegrens drie jaar lang 1.000 dollar per maand geeft, vroegen wetenschappers van het zogeheten OpenResearch-project zich af. Met een startbedrag van 60 miljoen dollar op zak – na donaties van onder meer Altman – begon enkele jaren terug het meest grootschalige basisinkomenexperiment tot nu toe.
Drieduizend proefpersonen uit de staten Texas en Illinois die leefden in armoede kregen te horen dat ze drie jaar lang elke maand 50 dollar zouden ontvangen. Een derde van hen kreeg in werkelijkheid maandelijks 1.000 dollar. Pas vlak voor het experiment van start ging, werd dat laatste bekendgemaakt. De onderzoekers wilden zich ervan verzekeren dat de proefpersonen ook gemotiveerd waren deel te nemen voor een kleinere bijdrage.
De uitkomsten waren verrassend te noemen voor wie de pleidooien voor een universeel basisinkomen aanhing. Amerikanen die 1.000 dollar ontvingen, gingen enkele uren per week minder werken, maar verder veranderde er niet veel aan hun situatie. Ze hadden meer vrije tijd, maar die uren werden niet besteed aan zaken die gezinnen op de lange termijn uit de armoede zouden kunnen halen.
„We vroegen onderzoekers vooraf wat ze dachten dat we aan uitkomsten zouden vinden. Zij verwachtten al dat mensen minder zouden gaan werken, maar dat effect zie je altijd als het inkomen naar een bepaald niveau groeit. Maar we verwachtten ook dat deelnemers op grotere schaal weer naar school zouden gaan of zich zouden laten bijscholen”, vertelt OpenResearch-onderzoeker Eva Vivalt van de Universiteit van Toronto aan de telefoon. „Of dat ze slechte banen zouden inwisselen voor betere banen. Maar dat gebeurde allemaal niet.”
Ook de fysieke gezondheid, die getest werd door het afnemen van vragenlijsten en bloedmonsters, ging niet vooruit ten opzichte van de controlegroep die 50 dollar ontving. Het mentale welzijn – zoals het stressniveau – verbeterde weliswaar even, maar viel na een jaar terug naar hetzelfde niveau als dat van de andere groep. De tijd die ze met hun kinderen doorbrachten, ging evenmin omhoog. „Ik was verrast hoe weinig echt veelbelovende uitkomsten dit onderzoek opleverde”, zei Vivalts collega-onderzoeker Sarah Miller daarover tegen de Amerikaanse website The Argument.
Waar ging het geld dan wel naartoe? De personen in de groep van 1.000 euro gaven meer uit aan onder meer voedsel, huur en vervoer. Dat verhoogt ongetwijfeld de kwaliteit van leven, benadrukken wetenschappers, maar uit hun metingen komt niet naar voren dat dit leidt tot een betere gezondheid, een groter geluksgevoel of een baan waar iemand blijer van wordt. Bovendien ging een deel van het extra geld ook naar nieuwe of hogere schulden, zoals hypotheken of leningen voor het kopen van een auto.
James Wolcott, inwoner van het zeer arme Amerikaanse stadje Terre Haute in Indiana, laat zich een nieuwe bril aanmeten. Hij heeft geen zorgverzekering.
De uitkomsten van het grote OpenResearch-onderzoek staan niet op zichzelf. Afgelopen jaren leidden andere experimenten tot soortgelijke constateringen. Zo is er het Baby’s First Years-project. Duizend moeders die leven onder de landelijke armoedegrens in de VS kregen of 333 dollar of 20 dollar per maand gedurende de eerste vier jaar na de geboorte van een kind. De groepen waren even groot. De resultaten: moeders met 333 dollar gingen iets minder werken en gaven meer geld uit aan speelgoed, kinderopvang, kleren en luiers. Maar daar hield het op.
De gezondheid van zowel moeder als kind verbeterde niet significant in de onderzoeksperiode. De hoeveelheid ervaren stress, het aantal depressies en het BMI (Body Mass Index) – een graadmeter voor fysieke gezondheid – namen gemiddeld niet af voor de groep die 333 dollar kreeg ten opzichte van de moeder met 20 dollar. „Ik was erg verbaasd”, reageerde Greg J. Duncan, een van de onderzoekers van het Baby’s First Years Project, tegenover The New York Times. „De hoeveelheid geld [die we gaven] maakte geen enkel verschil.”
In een ander onderzoek kregen 695 huishoudens onder de armoedegrens in de stad Compton (Californië) twee jaar lang 500 dollar per maand. Daartegenover stond een groep van 1.402 huishoudens die niets kregen. Ook hier gingen de Amerikanen die 500 dollar ontvingen minder werken, maar de extra vrije tijd die dat opleverde had „geen significant effect” op het „mentaal welzijn, de financiële zekerheid en onzekerheid over de aanwezigheid van voldoende voedsel”, schrijven de onderzoekers.
De vraag is wat de uitkomsten vertellen. Kan het idee van een universeel basisinkomen de ijskast in? Ja en nee. Zoals de onderzoekers concluderen kan het geven van extra geld leiden tot een diverser, leuker leven. Maar het ongericht uitdelen van gratis geld helpt mensen niet uit de armoede te komen. „We willen hiermee niet zeggen dat het geven van geld slecht is, maar wel dat je realistisch moet zijn over de verwachtingen ervan”, zegt onderzoeker Vivalt tegen NRC.
„Jij geeft het misschien uit aan een nieuwe auto, ik aan een vakantie, en iemand anders weer aan zijn kinderen”, zegt haar collega Miller in gesprek met website The Argument. Met andere woorden: wie zonder voorwaarden of doel cash uitdeelt, helpt mensen om meer goederen te kunnen kopen. Maar het maakt ze niet aantoonbaar gezonder of gelukkiger en leidt evenmin tot meer arbeidsvreugde.
„Omdat mensen het geld voor verschillende doeleinden gebruiken, kan het, als je als beleidsmaker een specifiek resultaat zoals de volksgezondheid wilt verbeteren, effectiever zijn om naar veel gerichtere beleidsmaatregelen te kijken”, concludeert Vivalt.
Een recent experiment op dat gebied leidde echter nog niet tot heel andere uitkomsten. Bij ruim 80.000 Amerikanen werd een deel van de openstaande gezondheidszorgrekeningen kwijtgescholden. Dat leidde na ruim een jaar evenmin tot een betere fysieke of mentale gezondheid. Ook ging hun financiële situatie er niet op vooruit. De kans dat de mensen in de proef hun overgebleven ziekenhuisrekeningen wel betaalden ging juist achteruit nadat een deel van de schulden was kwijtgescholden.
De uitkomsten waren „zeer teleurstellend”, schreven de onderzoekers. „We zeggen niet dat het kwijtschelden van medische schulden mensen niet helpt. […] Maar wel dat proberen mensen te helpen door hun medische schulden te verlagen op het moment dat die al bij een incassobureau liggen, of daarheen op weg zijn, misschien te laat is om nog een verschil te maken.”
Kortom: als er al iets van gratis geld wordt gegeven, dan kan dat beter veel gerichter en vroeger worden gedaan. Maar hoe precies is onduidelijk. En dat is ook waar hoogleraar Ethiek van Instituties Ingrid Robeyns (Universiteit Utrecht) eerder tegen ageerde in een essay in Trouw. „Gaan we mensen met bullshit jobs helpen om iets anders te gaan doen? De armoede structureel oplossen? De meest kwetsbaren meer financiële zekerheid bezorgen? […] Dat maakt nogal uit, want sommige doelen zijn alleen te bereiken door andere links te laten liggen. Er is namelijk geen eindeloze hoeveelheid geld beschikbaar.”
Onlosmakelijk verbonden met de vraag hoe nuttig een basisinkomen is, is namelijk ook de vraag hoe zoiets betaald gaat worden. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) wees in 2018 al op de moeilijke betaalbaarheid van het basisinkomen.
Het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen simuleerde in 2018 een aantal scenario’s met verschillende hoogtes van gratis geld voor elke inwoner van Nederland. Daar kwam uit dat een laag basisinkomen van 415 euro binnen de destijds geldende begroting alleen kon worden opgebracht door allerlei sociale voorzieningen als de bijstand, WW, heffingskortingen en het nabestaandenpensioen af te schaffen. Opvallend genoeg nam de armoede in dit scenario juist toe en profiteerden rijkere inwoners van een basisinkomen.
In het hoogste scenario van 982 euro was het schrappen van sociale voorzieningen alleen niet genoeg, maar zouden tarieven voor de persoonlijke inkomstenbelasting fors omhoog moeten. Daarmee zou de extra benodigde 44 miljard euro worden opgehaald. De vraag is welke politicus daar zijn handen aan gaat branden als zo’n universeel inkomen niet eens leidt tot gelukkiger en gezondere mensen.
Toch is er ook recent bewijs dat het uitdelen van gratis geld in arme landen verschil kan maken. In Kenia leidde het eenmalig uitdelen van 1.000 Amerikaanse dollar – gemiddeld anderhalf maandsalaris in het Afrikaanse land – aan 10.500 arme gezinnen tot 48 procent minder sterfte onder kinderen in hun eerste levensjaar. En 45 procent minder sterfte onder kinderen in de eerste vijf levensjaren. Met name toegang tot adequate verloskundige zorg en andere medische ondersteuning bij bevallingen, helpt de overlevingskans vooruit.
„Wat we zien is dat het uitdelen van gratis geld meer effect heeft in minder welvarende landen dan in landen met een hoger inkomen”, zegt Vivalt die zelf niet bij dit onderzoek betrokken was. „Hoe dat precies komt, weten we nog niet. Maar het is iets om richting de toekomst naar te kijken.”
In Nederland zijn de afgelopen jaren proeven gedaan met een basisinkomen, maar die hadden niet de schaal van de Amerikaanse onderzoeken. In Eindhoven kregen 29 jongeren een beurs om weer te gaan studeren, met wisselende en niet te extrapoleren uitkomsten – onder meer omdat 20 van de 29 deelnemers na het onderzoek afhaakten en niet meer bereikbaar waren voor het monitoren van meerjarige effecten. In de gemeenten Zaanstad, Amsterdam en Tilburg loopt sinds het najaar van 2024 het project ‘Gewoon Geld Geven’ waarbij zeshonderd huishoudens met een bijstandsuitkering twee jaar lang elke maand 150 euro extra krijgen. Dit experiment loopt nog.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC