Internationale repressie Door familieleden onder druk te zetten, intimideert het Cambodjaanse regime dissidenten die hun toevlucht in Japan hebben gezocht. Dat blijkt uit onderzoek van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.
De Cambodjaanse premier Hun Manet (links) ontmoet de Japanse premier Shigeru Ishiba voor een gesprek in Tokio in mei. Foto Issei Kato / EPA
Cambodjaanse dissidenten in Japan worden systematisch geïntimideerd via familieleden in hun thuisland. Dat blijkt uit een woensdag verschenen rapport van Human Rights Watch (HRW).
Volgens interviews van HRW krijgen in Japan wonende activisten die zich uitspreken tegen de Cambodjaanse premier Hun Manet en zijn Volkspartij regelmatig telefoontjes of berichten van hun familie waarin die vertellen dat de politie langs is geweest, er dreigementen zijn geuit of oppositiesymbolen in beslag zijn genomen.
Zo vertelde een vrouw hoe een familielid in Cambodja werd gedwongen een verklaring te ondertekenen dat zij zou stoppen met haar politieke activiteiten in Japan, in een poging haar de mond te snoeren. Een andere activist werd door een Cambodjaanse rechtbank in afwezigheid veroordeeld tot een boete van 10 miljoen riel (zo’n 2.300 euro) omdat hij kritiek had geuit op beslissingen rond verkiezingen.
„Het is transnationale repressie”, zegt HRW-onderzoeker Teppei Kasai. „Een manier waarop regeringen hun critici buiten de landsgrenzen opzoeken en onder druk zetten.”
Eerder bleek dat Thaise en Chinese critici in Japan bedreigd of mishandeld werden. In 2019 werd de Thaise oud-diplomaat Pavin Chachavalpongpun, een uitgesproken criticus van de Thaise monarchie, in zijn huis in Kioto aangevallen met een bijtende vloeistof. De dader gaf geen duidelijk motief voor de aanval, maar Chachavalpongpun wees naar de Thaise autoriteiten.
Ook Chinese dissidenten in Japan spreken van intimidatie. In een eerder HRW-rapport vertelden tientallen Chinese uitwisselingsstudenten en politieke activisten uit Xinjiang, Tibet en Binnen-Mongolië dat ze via familieleden in China onder druk werden gezet om te stoppen met protesten of zelfs om terug te keren.
De mensenrechtenorganisatie roept Japan op actie te ondernemen tegen de grensoverschrijdende intimidatie van politieke dissidenten, en de betrokken landen aan te spreken. „Tot nu toe doet Japan dat niet”, vertelt HRW-onderzoeker Teppei Kasai aan NRC. In mei ontmoette de Cambodjaanse premier Hun Manet de Japanse premier Shigeru Ishiba, maar tijdens het overleg kwamen mensenrechten niet aan bod.
Ook eind augustus, tijdens een bilaterale mensenrechtendialoog in Phnom Penh, bleven de zorgen over dissidenten in Japan onbesproken. Het overleg werd vooral benut als diplomatiek fotomoment. „Geopolitieke en economische belangen krijgen voorrang boven mensenrechten”, verklaart Kasai. In eerdere rapporten wees HRW erop dat Japan als grootste donateur van humanitaire hulp in Cambodja invloed kan uitoefenen.
Japan staat bekend om zijn strenge asielbeleid. Ook nadat het in 1981 toetrad tot het Vluchtelingenverdrag heeft het land weinig vluchtelingen erkend. Procedures zijn lang, niet transparant en uitzonderlijk streng. Onderzoekers wijzen op de cultuur binnen de overheid, waar asielzoekers worden gezien als „illegale migranten” in plaats van als mensen die bescherming nodig hebben.
„Enkele dissidenten die we spraken kregen dit jaar eindelijk een vluchtelingenstatus na een jarenlange procedure. Dat was een enorme opluchting, want zo’n traject is niet alleen financieel zwaar, maar ook mentaal slopend. Het is dringend nodig dat deze aanvragen veel sneller worden afgehandeld”, zegt onderzoeker Kasai.
Japan presenteert zich op het wereldtoneel als verdediger van mensenrechten. Tokio sloot zich in 2024 aan bij een verklaring in de VN-Mensenrechtenraad waarin transnationale repressie werd veroordeeld, en benadrukte binnen de G7 het belang van vrijheid en rechtsstaat.
Volgens Kasai moet „de Japanse regering dringend een meldpunt opzetten zodat mensen in ballingschap een plek hebben om hulp te zoeken als ze worden lastiggevallen.” Daarnaast zou Japan publiekelijk stelling moeten nemen tegen Cambodja en andere landen die zich schuldig maken aan grensoverschrijdende intimidatie, zegt de onderzoeker. „Alleen zo kan Japan geloofwaardig blijven als land dat zegt mensenrechten te verdedigen.”
Source: NRC