Dea Kulumbegashvili | regisseur Regisseur Kulumbegashvili liep bijna een jaar mee in een geboortekliniek voor ‘April’: een indrukwekkende, poëtische film over een gynaecoloog die illegale abortussen uitvoert in Georgië.
De speelfilm ‘April’ van de Georgische filmmaker Dea Kulumbegashvili.
Een mannelijke Griekse collega kan het maar moeilijk aanzien, de van boven gefilmde geboorte waarmee de speelfilm April van de Georgische filmmaker Dea Kulumbegashvili begint. Al zijn vrienden vonden die scène onverdraaglijk, zegt hij als we de regisseur in Venetië spreken, in 2024. Waarom zo realistisch?
Een droog lachje: toen ze het script schreef kreeg ze deze vraag al. „Toch worden wij allemaal zo geboren, tenzij het via een keizersnede gaat. Het is vreemd dat mannen daar zo’n moeite mee hebben. Als we zeggen dat we van onze moeder houden, waarom kijken we dan weg? Een geboorte is pijnlijk, zeer pijnlijk zelfs, maar de vrouw die ik filmde wilde dat moment met ons delen.”
Die scène alleen al maakt April tot een vrouwenfilm, zegt ze. Niet louter vanwege de ‘female gaze’: wat vrouwen anders zien dan mannen. Het gaat ook om wat mannen niet wíllen zien. Daarom filmde ze ook twee abortussen. „Dat leek me dan wel zo consequent. De film gaat over abortus en hoe dat in het geniep gaat. Moet ik dat dan als regisseur ook verbergen?”
In 2020 debuteerde Kulumbegashvili met Beginning, een film over religie en misogynie, gebouwd uit indrukwekkende, dreigende long takes: een filmer uit de school van Carlos Reygadas. Haar vervolg April won in Venetië de Juryprijs: over de Georgische gynaecoloog Nina die werk in de kliniek afwisselt met illegale abortussen in verre dorpen. Het is radicale arthouse die lange, verstilde scènes afwisselt met magisch-realistische episodes waarin Nina in een verschrompelde lappenpop verandert. Natuurgeweld – storm, bliksem, regen – lijkt in de traditie van Tarkovski en Sokoerov een zelfstandig, dreigend personage. Het geeft April een uniek ritme en een eigen toon. Kulumbegashvili: „Ik streefde naar een hyperrealistische ervaring, maar werd niet zozeer door andere films geïnspireerd als door wat ik zag. Ik heb wekenlang met mijn cameraman door de bergen gereden op zoek naar schoonheid.”
Kulumbegashvili bracht na 2021 bijna een jaar door in een gynaecologische kliniek. „Ik wilde dat mijn film echt was, maar de realiteit kan zo tastbaar, fysiek en overweldigend zijn dat het ondraaglijk wordt. Het fantastische is dan een uitweg, daar kan mijn personage zich even terugtrekken en ademen.” De balans was lastig, vervolgt ze. „Tijdens het schrijven van het script had elke producer – en dat waren er wel zeven ditmaal – een andere mening. Eerst dacht ik mijn intenties heel specifiek te moeten uitleggen, daarna dat het juist wel goed is dat kijkers zich afvragen wat ze precies zien.”
De film vond zijn definitieve vorm pas nadat Kulumbegashvili zeven maanden voor het interview zelf moeder werd. „Je kunt onthecht over hormonen en bevalling praten, maar o my god, het gooit je leven totaal overhoop en veranderde ook de montage van mijn film radicaal. We worden als moeders geacht sterk en paraat te zijn en stoer te zijn en te borstvoeden onder het werk, maar het is zo’n bijzonder, intellectueel lastig uit te leggen proces waar je doorheen gaat.”
In April botst de rationele, klinische benadering van seksualiteit en voortplanting met patriarchale zeden, wat treffend wordt verbeeld in een nachtelijke scène waarin besnorde boeren een fikkie stoken naast bange koeien in trailers. „Stil maar meissies.” Nina laveert tussen deze werelden, verricht vaak buiten medeweten van de mannen abortussen op keukentafels. Met ruggensteun van – mannelijke – collega’s in de kliniek, bijvoorbeeld als een kerel haar een doodgeboren baby verwijt – ze is een vrouw, wat weet zij nou van bevallen? Tegelijk houden ze Nina in het gareel.
Kulumbegashvili had vooraf lange gesprekken met haar actrice Ia Sukhitashvili. Die was voor een duidelijke pro-abortusstellingname. „Ik wilde er juist met volledig open geest ingaan en naar iedereen luisteren: artsen, boerinnen én hun echtgenoten.” Met Sukhitashvili bracht ze bijna een jaar door in een geboortekliniek. „Ze wilde geen arts spelen, zij wilde dat zijn. Ze heeft een serieuze medische training ondergaan.”
In Georgië heeft een arts de keus al dan niet aan abortus mee te werken. Het is legaal tot twaalf weken, zegt Kulumbegashvili – na een lastig, onaangenaam proces, met psychologisch onderzoek van de vrouw. „Je moet wel een psycholoog vinden die abortus goedkeurt, anders kunnen ze zeggen dat je aan stress lijdt of tijdelijk minder toerekeningsvatbaar bent. Je wordt voor gek verklaard, dat kan heel vernederend zijn.”
Gynaecoloog Nina in April is een ingewikkeld personage. Ze aborteert een doofstom meisje, beseft dat het om seksueel misbruik gaat, maar houdt zich er verder buiten. Haar engagement heeft grenzen. In een curieuze scène pijpt ze een onbekende in haar auto. Een bruut, zo blijkt. Is dat zelfhaat? Kulumbegashvili: „Nina wil tegelijk contact en afstand bewaren, ze zoekt een emotionele connectie waarvoor ze wegrent. Ze is op zeker niveau een martelaar, maar ik denk eerder aan Don Quichot of De idioot van Dostojevski. Ze wil iets veranderen, denkt ook iets te bereiken, maar ontdekt dat ze uiteindelijk vrij weinig kan uitrichten.”
Coen van Zwol
Drama
April. Regie: Dea Kulumbegashvili. Met: Ia Sukhitashvili, Kakha Kintsurashvili. Lengte: 135 minuten.
Aan het begin van April zien we iets dat op een monster lijkt. Een gevild, gehavend lichaam dat rondstrompelt in het donker. We horen kinderstemmen op de achtergrond en een raspend, meedogenloos gehijg. April wordt gepresenteerd als drama. Maar eigenlijk is het bestaanshorror: de constante dreiging die hoort bij het vrouw zijn in een patriarchale samenleving als Georgië.
Het spaarzame verhaal volgt Nina, een gynaecoloog. Ze helpt vrouwen met het krijgen van kinderen, maar schrijft in het geheim ook voorbehoedsmiddelen voor aan kindbruiden en verzorgt illegale abortussen in nabijgelegen dorpen. Wanneer een kind dood wordt geboren – omdat de moeder geen keizersnede wil – wijst de vader Nina aan als dader. Nina dreigt haar baan te verliezen; vooral omdat iedereen in het ziekenhuis en daarbuiten blijkt te weten van haar abortussen.
Regisseur Dea Kulumbegashvili identificeert een diepe pijn van het leven onder een patriarchaat en beeldt die uit op het vrouwelijk lichaam. Het is immers een leed dat vrouwen wordt aangedaan omdat ze simpelweg kinderen kunnen krijgen. Mannen verwachten dat van ze, maar verwijten hen dat ook, en straffen hen er meedogenloos voor. Kulumbegashvili legt het virtuoos vast. Met scènes van slagregens en meedogenloos natuurgeweld. Met een onuitstaanbaar akelige abortusscène die tien minuten duurt. En met de magisch-realistische horrorbeelden van Nina als verminkt lichaam dat hijgend ronddoolt.
Het is geen spoiler om te schrijven dat het niet vrolijk eindigt voor Nina, of voor de vrouwen die ze helpt. Die afloop zit al in die eerste beelden. Haar goede daden zijn gedoemd om weggeregend te worden. Of erger: om beantwoord te worden met nog meer gruwelijk geweld.
Tristan Theirlynck
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC