De thuiswedstrijd in Friesland | Fierljeppen Wie het verst springt, wint. Dat is de sport fierljeppen in het kort. Maar er komt wel veel techniek, timing en kracht kijken bij de nationale sport van Friesland.
De schansen van Fierljepferiening It Heidenskip.
Op de schans van Fierljepferiening It Heidenskip staat Michiel Zijlstra (20) klaar. De houten constructie is dertig meter lang en het laatste deel staat in het water. Aan het uiteinde van de schans wacht een sprong die om zowel beheersing als kracht draait.
Zijlstra buigt licht voorover, haalt diep adem en zet een sprint in. Als hij het uiteinde van de schans bereikt, springt hij en grijpt naar de pols, een 13,25 meter lange, rechtopstaande carbonstok. Hij zwaait zijn lichaam er acrobatisch omheen en klimt zo snel mogelijk omhoog. Als de polsstok loodrecht op het water staat, het dode punt, houdt het publiek de adem in. Heel even torent de jongen uit IJlst hoog boven de toeschouwers uit.
Terwijl hij blijft klimmen, begint de polsstok steeds sneller naar voren te vallen. Zijlstra zet krachtig af, vliegt los en landt diep in de zandbak aan de overzijde van het water. De commentator roept met een zwaar Fries accent: „21,36 meter”. Het is de verste sprong tot dan toe op het Nederlands kampioenschap Fierljeppen, dat afgelopen zaterdag gehouden werd.
Michiel Zijlstra springt maar liefst 31,36 meter.
„Eigenlijk is het simpel”, legt Etty Kramer uit, voorzitter van de Frysk Ljeppers Boun: „Wie het verst springt, wint.” De afstand wordt gemeten vanaf de schans tot het eerste punt waar de ljepper het zand raakt. Toch schuilt achter dat eenvoudige doel een complex geheel van techniek, timing en kracht.
De sprong kent vier onderdelen. Het begint met de aanloop, over een dertig meter lange schans, vergelijkbaar met het verspringen in de atletiek. Snelheid is cruciaal om naar de pols te springen, en die met voldoende vaart te kunnen grijpen.
Daarna volgt de insprong, een kwestie van precisie. De ljeppers plaatsen de pols vooraf zelf in het water en markeren met een klein stukje tape de plek waar ze de pols willen vastpakken. Staat de pols te ver, dan is de sprong vrijwel verloren. „Ik moet het van mijn insprong hebben”, legt Zijlstra uit. „Daarom zet ik de pols verder van de schans dan anderen.”
Eenmaal in de stok begint het klimmen. De deelnemers wikkelen een binnenband van een fiets om hun voet, ingesmeerd met hars, voor extra grip. Hoe hoger ze klimmen, hoe gunstiger voor de laatste fase: de uitsprong. Daarin telt explosiviteit. Vanaf de top zetten ze zich af, en landden in het zand, waar tennisballen als referentiepunten de verste sprongen markeren. „Als de uitsprong goed gaat, kan ik een echte verre sprong neerzetten,” vertelt Zijlstra.
Maar het meest uitdagend van de sport is recht over het dode punt heen bewegen: het moment waarop de stok loodrecht op het water staat. Wie daar niet in balans blijft, verliest kostbare meters of eindigt in het water: de natsprong.
Plattegrond van It Heidenskip, inclusief trainingstijden per schans.
Een ljepper bereidt zich voor op de wedstrijd, met een binnenband stevig om de voet.
Op de dijk tegenover de schansen hebben zich ruim tweeduizend toeschouwers verzameld. De meesten hebben eigen stoelen meegenomen; sommigen noteren fanatiek alle afstanden op het grote overzichtsvel dat bij de ingang wordt uitgedeeld.
Na Zijlstra is zijn beste vriend én grootste concurrent Germ Terpstra (19) aan de beurt. Het geklets gaat over in geroezemoes als die zijn sprint inzet. Wanneer hij begint met klimmen, juicht het publiek. „Die Germ giet sa de loft yn,” roept een toeschouwer. Die Germ gaat zo de lucht in. Terpstra springt ver, maar niet verder dan zijn vriend. Wel plaatst hij zich overtuigend voor de finale. „Ik zorg er altijd eerst voor dat ik een finaleplek heb, daarna durf ik meer te wagen.”
Dat verrast niemand. Al het hele seizoen springen de twee ver boven hun leeftijdsgenoten uit, Terpstra net wat verder dan Zijlstra. Officieel behoren ze nog tot de junioren, maar hun afstanden doen niet onder voor de senioren. Sterker nog, regelmatig springen de twee verder dan het seniorenveld. Zijlstra’s record staat op 21,48, dat van Terpstra op 21,87 meter.
Suzanne Mulder in actie tijdens het NK Fierljeppen.
In Nederland wordt al eeuwen met stokken over sloten gesprongen. De eerste vastgelegde wedstrijd dateert van 1767, in het Friese Baard. Daar werd over de Bolswardervaart gesprongen, al zijn de uitslagen nooit genoteerd. De pols had daarnaast een praktische functie: boeren gebruikten hem bij het zoeken naar kievitseieren.
Op de dijk kijken Siebe Tjalma (73) en Michiel Galama (70) toe. Hun jeugd als boerenzonen speelde zich af in It Heidenskip, een poldergebied van weilanden, sloten en meren, tussen Gaastmeer en Koudum. „Wij deden het vroeger gewoon op z’n Jan boerenfluitjes,” zegt Galama. „Met een houten stok over de sloot. Tegenwoordig is alles geperfectioneerd.”
Tjalma: „In dit gebied waren nauwelijks wegen. Bijna alles ging per boot. Wilde je de snelste route, dan nam je de stok en sprong je.” Ook zij kwamen met het fierljeppen in aanraking tijdens het eierzoeken.
In 1957 organiseerde de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten de eerste officiële wedstrijd in Winsum. Er waren zeven leeftijdsklassen en twee schansen. Drie jaar later volgde de oprichting van de Friese bond, de Frysk Ljeppers Boun, en een Hollandse tegenhanger.
Op een avond in 1975 besloten Tjalma, Galama en een paar dorpsgenoten dat ook It Heidenskip een schans moest krijgen. „De een had nog wat palen over, de ander planken”, herinnert Galama zich. Zo ontstond Fierljepferiening It Heidenskip, die dit jaar precies vijftig jaar bestaat en daarom het NK mag organiseren.
Daniel Cluistra trakteert het publiek op een show.
Een enthousiaste ober baant zich een weg door de menigte en deelt drankjes uit.
Toeschouwers kijken vol spanning naar de metershoge sprongen.
Bij een verre sprong barst het publiek in gejuich uit.
Volgens Kramer ligt de oorsprong van het competitieve fierljeppen in het eierzoeken. „Maar de Hollandse bond ontstond tegelijk met de Friese. Het is niet alleen een Friese sport.” De Polsstokbond Holland kent zes afdelingen in enkele dorpen in Zuid-Holland en Utrecht, zoals Vlist en Linschoten. De Friese bond heeft eveneens zes verenigingen, in dorpen als Burgum en Buitenpost, én eentje in het Groningse Grijpskerk. Beide bonden tellen zo’n driehonderd actieve leden. Ook hanteren de bonden eigen records. Zo bestaan het Hollands, Fries en Nederlands record naast elkaar.
Toch heeft het fierljeppen een uitgesproken Fries karakter. „Dat komt door de meinskip”, zegt Galama, de gemeenschapszin. „Hier kent iedereen elkaar. Je belt wat rond en mensen helpen mee. In de Friese steden hebben ze ook geprobeerd wedstrijden te organiseren, maar daar kwam het niet van de grond. In de dorpen lukt dat wel.”
Ondanks het beperkte aantal beoefenaars is de zichtbaarheid groot en gaan filmpjes van de ljeppers de hele wereld over. De populairste sprong is al meer dan 250 miljoen keer bekeken. Kramer: „Dat vind ik echt ongelooflijk.”
Siebe Tjalma, voormalig ljepper.
Michiel Galama, voormalig ljepper.
De tijd voor de finales is aangebroken. Een ober, uitgerust in overhemd, zwarte broek en vlinderdas, brengt biertjes en fris rond. Hij baant zich een weg over de volgepakte dijk. De finales van de dames, heren en junioren worden tegelijk gesprongen. Over de drie schansen rent de ene na de andere ljepper.
Als de laatste ronde bij de junioren is aangebroken, staat Zijlstra nog steeds aan kop. Nog niemand is verder gekomen dan zijn 21,36 meter. Als eerste is Terpstra aan de beurt. Een toeschouwer gebaart tot stilte, terwijl mensen naar het puntje van hun tuinstoel schuiven.
De winnende sprong van Germ Terpstra.
Hij zet zijn sprint in, klimt razendsnel omhoog en bereikt de top sneller dan bij zijn eerdere pogingen. Sommige toeschouwers springen op uit hun stoel. „Dit is fan in oare planeet!” roept de commentator van Omroep Fryslân. Dit is van een andere planeet. Terpstra voert alle onderdelen van de sprong perfect uit. Hij landt verder dan de tennisbal die de afstand van Zijlstra markeert.
Daarmee verslaat hij niet alleen zijn beste vriend, maar ook alle senioren.
Maar Zijlstra heeft nog een sprong te gaan. Hij zet zijn pols ver van de schans. Hij sprint, springt in, maar de stok raakt uit balans. Hij probeert nog te klimmen, tevergeefs. Met een plons eindigt hij in het water.
Nat druipt hij af naar de andere ljeppers. Het hele seizoen springt Terpstra net wat verder, en ook vandaag lukt het Zijlstra niet om van hem te winnen. „Je gunt elkaar alles, maar jezelf toch net een beetje meer.” Hij baalt, maar: „Als iemand dan moet winnen, is het Germ.”
Na afloop verzamelt het publiek zich bij de zandbak voor de prijsuitreiking. De burgemeester van Súdwest-Fryslân en de commissaris van de Koning delen de medailles uit. Terpstra straalt: „Op deze manier heb ik nog nooit gewonnen.” Bij de heren wint Bauke de Jong met een afstand van 21,56 meter. Bij de dames gaat de winst naar Joriene Baas. Zij springt 17,17 meter.
Terwijl Terpstra de laatste handen schudt in de zandbak, roept Zijlstra vanaf de overkant: „Germ, komst mei swimme?” Even later springen de twee lachend van de schans en plonzen in het water. „Ik hoop dat we aankomend jaar nog meer samen gaan trainen, en volgend seizoen alle senioren kapot springen,” zegt Zijlstra.
Alle winnaars in de categorieën jongens, meisjes, junioren, dames en heren. Van links naar rechts: Nina van Eijk, Martin den Boer, Germ Terpstra, Joriene Baas en Bauke de Jong.
Sommige sporten zijn razend populair in maar één land of regio. Correspondenten van NRC maakten wereldwijd een rondje langs uitzonderlijke velden, banen en hallen. Wat maakt een sport historisch en nationaal erfgoed?
Source: NRC