Home

De legendarische regisseur Agnès Varda was te origineel voor één medium, is te zien in nieuw retrospectief

Agnès Varda Retrospectief Vier gerestaureerde films tonen de inventiviteit en de enorme invloed van de Franse fotograaf, kunstenaar en regisseur Agnès Varda. Met haar werk voorspelde ze het Instagram-tijdperk.

Regisseur Agnès Varda in ‘Les Glaneurs et la glaneuse’ uit 2000.

‘Muren die leven, ademen, bruisen, praten, jammeren en murmelen.” Er is in de filmgeschiedenis maar één filmmaker die zo kon kijken naar dingen die vaak over het hoofd worden gezien. In dit geval bijvoorbeeld de soms tientallen meters lange muurschilderingen in Los Angeles, die ze omschreef als „mythische slangen die door de stad kronkelen”. Bovendien kon Agnès Varda (1928-2019), want over haar hebben we het natuurlijk, haar voice-overs laten klinken als ‘spoken word’.

Die muren zitten in de film Mur murs (1980), een van de vier films van Varda die dit najaar langs de filmtheaters toeren nadat onlangs haar hele oeuvre werd gerestaureerd. Veel van haar documentairewerk was afgelopen lente al te zien in het IDFA Documentairepaviljoen in Amsterdam. Maar nu is een keuze gemaakt uit alle genres waarin ze werkte: documentaire, fictie en essayfilms. En het valt meteen op dat al die genre-aanduidingen er bij haar niet zo toe doen. Varda was te origineel voor één medium. De wereld was haar speeltuin.

Hartvormige aardappels

In haar feministische speelfilm Cléo de 5 à 7 (1962) bijvoorbeeld zitten talloze journalistieke straatbeelden en verwijzingen naar de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog. Ze geven een onverwacht politiek perspectief aan de twee uur die de soms aandoenlijke, soms irritant zelfingenomen Cléo lamenterend lanterfant terwijl ze op de uitslag van een medisch onderzoek wacht.

Of neem speelfilm Sans toit ni loi, ook bekend als Vagabond (1985). In die reconstructie van het leven van een thuisloze vrouw becommentarieert Varda van achter de camera de gebeurtenissen en wordt zo zowel de bedenker als de speurneus in haar eigen film. Net als in Mur murs zet ze soms de actie en de tijd stil voor filmportretjes van haar hoofdpersonen. Ze hebben allemaal een ander beeld van de enigmatische Mona. Waarmee de film ook iets zegt over hoe we kijken, oordelen, en hoe we het soms mis kunnen hebben.

Niet te missen in dit miniretrospectief is Varda’s magnum opus: Les glaneurs et la glaneuse (2000) waarin ze alle wetten heeft losgelaten. Nu is ze zelf een personage geworden in een filmisch essay over verzamelen en hergebruiken. Terwijl ze kennis maakt met allerlei soorten verzamelaars – in wat je ook kunt zien als kritiek op de kapitalistische wegwerpmaatschappij – portretteert Varda zichzelf als een strandjutter van beelden. Uit deze film stammen de beroemde hartvormige aardappels die ze op een veld in Frankrijk opraapt nadat de oogst voorbij is. Ze zijn een symbool geworden voor Varda. Waar ze zelf overigens ook met veel zelfspot aan heeft meegewerkt. Zo reisde ze in 2003 in een levensgroot aardappelkostuum af naar de Biënnale van Venetië om haar drieschermsinstallatie Patatutopia te presenteren. Het drieluik bestaat uit immense close-ups van de hartvormige aardappels uit Les glaneurs et la glaneuse in verschillende stadia van verval.

Beeld van de enorme muurschilderingen van Los Angeles in ‘Mur Murs’.

Nouvelle Vague

Varda werd bijna 100 jaar geleden in 1928 in Brussel geboren. Na tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers op de vlucht te zijn geweest, streek haar familie in de jaren veertig neer in Parijs. Daar studeerde ze filosofie en kunstgeschiedenis en volgde ze een beroepsopleiding als fotograaf. Eind jaren veertig vroeg Jean Vilar, de Franse acteur en regisseur en toenmalige oprichter van het theaterfestival van Avignon haar als huisfotograaf mee te reizen naar de Zuid-Franse stad, waar ze alle acteurs van die tijd vastlegde.

Begin jaren vijftig kocht haar vader een rijtje voormalige winkeltjes in de Rue Daguerre in het veertiende arrondissement van Parijs. Die zou ze gedurende haar leven omtoveren tot fotostudio, woonhuis en filmlocatie en waar ook nu nog het door haar opgerichte productiebedrijf Ciné Tamaris is gevestigd.

Hoewel ze niet heel veel films had gezien, lonkten de bewegende beelden, waardoor ze in 1954 haar eerste speelfilm La Pointe Courte realiseerde. Wat betreft stijl hield die het midden tussen het Italiaanse Neorealisme, bekend van films als Fietsendieven (1948) en de Franse Nouvelle Vague, die pas aan het einde van dat decennium echt zou opkomen met filmmakers als François Truffaut (Les quatre cents coups, 1959) en Jean-Luc Godard (A bout de souffle, 1960). Maar je ziet in relatiedrama La Pointe Courte ook al Varda’s handschrift: ze deinst niet terug voor een mix van abstractie, realisme en engagement.

Je zou dus kunnen zeggen dat Varda als kunstenaar drie levens heeft geleid. Ze begon als fotograaf. Ging daarna films maken. En kreeg pas tegen het einde van haar leven steeds meer kansen haar werk in installatievorm te presenteren. Je zou kunnen zeggen dat haar omarming door de kunstwereld als een boemerang voor respect in de filmwereld zorgde. Niet langer was ze het kleine zusje, het quirky meisje of de grootmoeder van de Franse filmstroming Nouvelle Vague, maar een filmmaker met eigen signatuur en stem. Ik denk zelfs dat ze meer invloed op de filmgeschiedenis heeft gehad dan echtgenoot, Jacques Demy, die schitterende musicals zoals Les parapluies de Cherbourg regisseerde.

Corinne Marchand als Cleo in de film ‘Cléo de 5 à 7’.

Female gaze

De 21ste eeuw ontdekte Varda als feministisch symbool. Als iemand die zich geen snars aantrok van de nogal macho en patriarchale Franse filmindustrie. Ze filmde haar eigen zwangerschap (in L’opera Mouffe uit 1958). En maakte een film over de vrouwenbeweging in Parijs die voor de acceptatie van abortus demonstreerde (L’une chante, l’autre pas, 1977). Ze nam haar kinderen mee naar de set, en liet ze soms in haar films figureren. Ik weet zeker dat het jongetje dat in Mur murs voor een idyllisch sprookjeslandschap op de muur van een van de slachthuizen van Los Angeles poseert haar zoon Mathieu Demy is. De lijn tussen haar leven en werk is uitermate elastisch.

Wie nu naar haar films kijkt, ziet een voorloper van de female gaze: geen geseksualiseerde kijk van een maker die het onderwerp wil domineren, maar een nieuwsgierige, niet-oordelende, empathische blik. Op ooghoogte met wat ze in beeld bracht. Of net ietsje daaronder. Met haar 1.52 meter zag ze dingen die aan de blik van de meeste mensen ontsnappen omdat de wereld op gemiddelden is ingesteld. Dat verklaart denk ik ook haar voorliefde voor tegencultuur, outsiders en randverschijnselen.

Jean-Pierre (Stéphane Freiss) en de thuisloze Mona (Sandrine Bonnaire) in ‘Sans toit ni loi’.

Dansen met Scorsese

Met haar populariteit onder nieuwe generaties filmliefhebbers en makers werd ze ook een socialmedia-icoon. Het voelt bijna oneerbiedig om te zeggen dat ze van zichzelf een meme maakte. Maar een beetje waar is het wel. Als Instafilmer avant la lettre verkende ze de grens tussen publiek en privé. Zonder foto’s van Varda slapend op een bank op het filmfestival van Toronto, poserend met haar kat, dansend met Martin Scorsese en op pad met de straatfotograaf JR in Visages villages (2017) was het waarschijnlijk veel minder opgevallen hoe speels en ironisch haar films zijn.

Er is denk ik geen filmgek die niet minstens één still uit een van haar films heeft gedeeld op sociale media. Of kiekjes van een muurschildering die een deur naar een andere werkelijkheid openzet. Varda’s werk is verwant aan straatkunst en graffiti. Ze is de voorloper van wat we vandaag Rineke Dijkstra-achtige portretten zouden noemen, waarin gewone mensen worden gefilmd of gefotografeerd voordat ze hun pose hebben gevonden.

Die zien we allemaal in Mur murs. Ze toonde onbekende inwoners van Los Angeles. Dat wil zeggen dat ze ook een van de eersten was die de inwoners van kleur een plek gaf in haar werk. Want de meeste muurschilderingen in de stad vertellen hun verhalen, geïnspireerd op de revolutionaire kunst uit Latijns-Amerika. Ze sprak met bendeleden en bandleden en outsider kunstenaars. En staat even stil bij een schildering van een Azteekse godin die uitvinder Thomas Edison influistert dat hij de gloeilamp moet ontdekken. Want, zo vervolgt ze met typisch Vardiaanse logica: „Zonder elektrisch licht geen cinema en zonder cinema geen Los Angeles.” Waar we dan alleen maar aan hoeven toe te voegen: en zonder Varda was dat alles sowieso niet in beeld gebracht.

‘Cléo de 5 à 7’, ‘Les glaneurs et la glaneuse’, ‘Mur Murs’, en ‘Sans Toit Ni Loi’ zijn vanaf donderdag 4 september in de bioscopen te zien.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film

De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films

Source: NRC

Previous

Next